App Nederland Extra Geschiedenis NL - Deltawerken

Slag bij Nieuwpoort  

De Slag bij Nieuwpoort was een veldslag op 2 juli 1600 tijdens de Tachtigjarige Oorlog tussen het Staatse en het Spaanse leger. Maurits van Oranje was door de Staten-Generaal van de Nederlanden naar Vlaanderen gestuurd om de stad Duinkerke in te nemen. De kaapvaart vanuit deze stad bracht veel schade toe aan de handelsvloot van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Onverwacht kwam een groot Spaans leger onder leiding van aartshertog Albrecht van Oostenrijk richting Vlaanderen, wat leidde tot een veldslag nabij Nieuwpoort. De Republiek won deze slag door strategische stellingname en het inzetten van reservetroepen in de beslissende fase. De tocht naar Duinkerke werd uiteindelijk afgeblazen, zodat het doel niet bereikt werd. De slag is mede vanwege het gemakkelijk te onthouden jaartal een van de bekendste gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis.  

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was in 1572 in opstand gekomen tegen de overheersing door Spanje en had vanuit de gewesten Holland en Zeeland het grondgebied waar zij de soevereiniteit over had, uitgebreid. In 1598 voerde de Spaanse legeraanvoerder Francesco de Mendoza, admiraal van Aragon, een veldtocht uit in het oosten van de Republiek, waarbij hij onder meer Rijnberk veroverde. De opmars van Mendoza kon worden gestuit door strategisch handelen van Maurits van Oranje, de legeraanvoerder van de Republiek en tevens stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel. Het jaar erop trok Mendoza wederom de Republiek in met 26.000 infanteristen en 300 ruiters, maar zijn aanval op Zaltbommel werd midden augustus 1599 afgeslagen.

Duinkerke was de belangrijkste stad aan de kust van de Nederlanden die nog in handen was van de Spanjaarden. Nieuwpoort was een kleinere havenplaats aan de kust. De kaapvaart die plaatsvond vanuit Duinkerke en Nieuwpoort bracht scheepvaart en visserij van de Republiek grote schade toe. Daarom werd in 1587 besloten de Duinkerker kapers en de kapers uit Nieuwpoort als zeerovers te behandelen. De Staten-Generaal wilden, gesteund door raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt, in 1600 een aanvallender houding aannemen ten opzichte van Spanje. De belangrijkste reden om Duinkerke aan te vallen was dus om de handelsvaart en de visserij tegen de kaapvaart te beschermen.

In Vlissingen werd een leger bijeen gebracht van 13.000 man voetvolk en 3000 cavaleristen. Ook werden 1300 schepen verzameld. Het Staatse leger stond onder de leiding van Maurits van Nassau. De medewerkers in zijn staf waren Willem Lodewijk van Nassau (die in de Republiek achterbleef om met aanvallen op Heusden en 's-Hertogenbosch voor afleidingsmanoeuvres te zorgen), de graaf Lodewijk Gunther van Nassau als generaal van de cavalerie, en zijn jongere halfbroer Frederik Hendrik.

Het Staatse leger trok via Brugge richting Oostende. Dit was als één van de weinige steden in Vlaanderen in handen van de Republiek. Vlak voor Oostende werd op 27 juni 1600 de schans bij Oudenburg ingenomen. Het leger bleef er twee tot drie dagen zodat de positie van het bolwerk Oostende versterkt kon worden door de schansen in de omgeving, het fort van Bredene en de schans Snaaskerke te veroveren. Voorbij Oostende vorderde het Staatse leger vanwege de slechte wegen slechts langzaam richting de monding van de IJzer. De wegen moesten meermalen eerst door de staatsen begaanbaar worden gemaakt. Op 1 juli bereikten ze bij Nieuwpoort de IJzer, die overgestoken werd zodat de stad omsingeld kon worden.

Het gezamenlijke Spaanse leger, bestaande uit soldaten uit Spanje, Italië, Ierland en Wallonië, trok op 29 juni 1600 richting Brugge om de confrontatie met het Staatse leger aan te gaan. Het Staatse leger werd verrast door de snelle opmars van de Spanjaarden. Die snelheid was onder meer mogelijk omdat het Spaanse leger gebruik maakte van de wegen die de Staatsen begaanbaar hadden gemaakt en die in goede staat waren achtergelaten. Bovendien verwachtte Maurits hooguit een Spaans leger van 3000 soldaten, niet een leger met een omvang van circa 8000 manschappen.

Het Spaanse leger heroverde op 1 juli zonder al te veel moeite fort Oudenburg. De confrontatie tussen beide legers bij zonsopgang op 2 juli 1600 was van korte duur. Na nauwelijks een half uur sloegen de Staatsen op de vlucht naar Oostende toen ze de overmacht aan Spaanse troepen zagen. Maurits had ondertussen de Staatse schepen die bij Nieuwpoort aanwezig waren de Noordzee opgestuurd. Zo voorkwam hij niet alleen dat deze in brand werden gestoken, maar maakte ook zijn troepen duidelijk dat ze het gevecht aan moesten gaan omdat ze zich op de schepen niet konden terugtrekken. Het Spaanse leger werd voor het eerst waargenomen door ruiters uit Oostende die de aanvoerder van een deel van de Staatse cavalerie, Lodewijk Gunther van Nassau, waarschuwden. Maurits koos er na de vergadering voor om de veldslag te overzien vanaf een punt in de achterhoede. Zijn commandanten gaf hij opdracht om naar eigen inzicht te handelen. Door de strategische opstelling van de Staatse troepen moesten de Spanjaarden tegen de zon en de wind in vechten. Maurits liet nu vanwege het oprukken van het Spaanse leger ook de bij Nieuwpoort achtergebleven troepen naar het slagveld sturen. De Spanjaarden rukten ondanks de Staatse cavalerieaanvallen toch steeds verder op, waardoor zij het punt naderden vanwaar Maurits de slag overzag en leidde. Verder hadden de Spanjaarden ook al twee kanonnen veroverd. De aanvallen van Lodewijk Gunther hadden wel als effect dat de Spaanse troepen deels uit elkaar geslagen waren waardoor ze minder gegroepeerd ten aanval gingen, en dus minder effectief waren. De artillerie die zij bij zich hadden was evenmin erg effectief, omdat deze wegzakte in het mulle zand. De Staatse kanonnen waren daarentegen op houten bokken gezet. De slag duurde nu al enkele uren en de troepen aan beide zijden raakten uitgeput. Maurits besloot de laatste reserves van de cavalerie in te zetten die hij achter de hand had gehouden. (Lees verder rechterkolom)



Info Contact Home

+

+

+

Slag bij Nieuwpoort, 1600.

Schilder: Sebastiaen Vrancx . Bron: Museo de Bellas Artes de Sevilla Foto:  Paul Hermans

Twee fases van de slag bij Nieuwpoort (1600).

Bron: Atlas van Loon


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

Maurits in Rotterdam na de slag bij Nieuwpoort. Of deze intocht werkelijk plaats heeft gevonden is onbekend.

Schilder: Lucien Alphonse Gros

De Spanjaarden hadden de meeste reserves al ingezet en werden verrast door de aanwezigheid van nieuwe, frisse troepen aan Staatse zijde. De Spaanse cavalerie trok zich daarop snel terug. Uiteindelijk verloren de Spanjaarden ruim 3000 man gedurende de slag en tijdens de terugtocht, terwijl het Staatse leger 1700 doden te betreuren had. De beslissing van de slag was in het voordeel uitgevallen van Maurits. Door het Staatse leger werd generaal Francesco de Mendoza gevangen genomen, tezamen met 520 andere soldaten. Toen het voor Maurits duidelijk was dat hij het Spaanse leger had verslagen, knielde hij op het slagveld en sprak een dankgebed. In zijn ogen had God op dat moment de Republiek gered van een mogelijke ondergang. Hij liet zijn vermoeide en hongerige leger het Spaanse leger niet verder achtervolgen, maar gaf het rust zodat men weer op krachten kon komen. Maurits bracht de nacht na de slag door op het slagveld ter hoogte van de kerk van Westkerke. De volgende dagen liet hij de gewonden verzorgen in Oostende en zelf ging hij met de Staten-Generaal overleggen hoe verder te handelen. Omdat het oorspronkelijke doel van de tocht Duinkerke was, werd besloten om vier dagen na de slag terug te gaan naar Nieuwpoort om de stad opnieuw te belegeren. Tijdens dit beleg werden de weersomstandigheden slecht, waardoor het bijvoorbeeld lastiger was om loopgraven aan te leggen, er was ook tekort aan voedsel en er heerste angst voor een nieuw Spaans ontzettingsleger. Maurits besloot daarom na een belegering van elf dagen weer op te breken en trok zich met zijn leger zonder een aanval uit te voeren terug naar de Republiek.

'Nieuwpoort' was een van de weinige veldslagen in de Tachtigjarige Oorlog, die te land gekenmerkt werd door belegeringen van forten en steden. Bijzonder is ook dat de infanterie de belangrijkste gevechtseenheden leverde, in plaats van de cavalerie. De tocht in Vlaanderen werd in de Republiek als mislukt beschouwd, ondanks deze gewonnen veldslag. Er was geen gebied veroverd, de Duinkerker kapers bleven ongemoeid en er waren flinke verliezen aan manschappen geleden. De Republiek waagde zich nooit meer aan zo'n opmars door Vlaanderen. Het jaar erna werd door de Spaanse koning de Italiaanse bevelhebber Ambrogio Spinola naar de Nederlanden gestuurd om de strijd aan te gaan met de opstandelingen. Spinola sloeg onder meer het beleg om Oostende, dat uitliep op de langdurigste en kostbaarste krachtmeting van de Tachtigjarige Oorlog en eindigde met het verlies van dit laatste bolwerk van de Republiek in de Zuidelijke Nederlanden.

Het prestige van Maurits als veldheer groeide door de slag verder, vanwege zijn beheerste terugtrekking over het strand met zijn mobiele artillerie en doordat hij op het juiste moment teruggeslagen had. De roem die Maurits vergaarde gaf hem de mogelijkheid om Van Oldenbarnevelt in een kwaad daglicht te zetten. Maurits was vanaf het begin tegen een tocht naar Duinkerke geweest, maar was er toch door de Staten-Generaal onder leiding van Van Oldenbarneveldt heen gestuurd. Nu de doelstellingen van de tocht niet bereikt waren, kon Maurits wijzen op alle bezwaren die hij vooraf kenbaar gemaakt had. Hij zag zichzelf als degene die de Republiek van de ondergang had gered bij de Slag van Nieuwpoort. De vertrouwenscrisis tussen Maurits en Van Oldenbarnevelt zou nooit meer volledig goed komen en uiteindelijk mede aanleiding zijn voor de veroordeling en terechtstelling van de laatste in 1619.

+

Prins Maurits tijdens de Slag bij Nieuwpoort (1600).

Schilder: Hendri Ambrosius Pacx. Bron: Instituut Collectie Nederland

+

Maurits van Oranje en Frederik Hendrik van Nassau. 17e eeuw.

Bron: Grafik aus dem Klebeband Nr. 1 der Fürstlich Waldeckschen Hofbibliothek Arolsen Motiv.

TOP