App Nederland Historische mannen en vrouwen

Aletta Jacobs  

Info Contact Home

Aletta Jacobs werd geboren op 9 februari 1854 te Sappemeer, als de achtste van elf kinderen. Zij was een dochter van Abraham Jacobs, heel- en hoedmeester en Anna de Jongh. Aletta Jacobs maakte zich al vroeg sterk voor het recht op hoger onderwijs voor vrouwen. In 1870 was ze de eerste Nederlandse vrouw die als toehoorster officieel werd toegelaten aan een HBS. Ze bezocht hiervoor de Rijks Hogere Burgerschool in haar geboorteplaats. Een jaar later vroeg ze de liberale minister Thorbecke toestemming om aan de universiteit te studeren. Het briefje waarmee zij dat deed is nog te zien in het Nationaal Archief, evenals het antwoord van de minister, dat niet aan haarzelf is gericht maar alleen aan haar vader (Aletta was toen 17 jaar). Ze werd in 1871 toegelaten als studente medicijnen aan de Rijksuniversiteit Groningen, aanvankelijk voor een proefperiode van één jaar.

Op zijn sterfbed gaf Thorbecke aan Aletta Jacobs toestemming om ook de universitaire examens af te leggen. Aletta Jacobs was niet de eerste vrouwelijke studente - dat was enkele eeuwen eerder Anna Maria van Schurman - maar zij was wel de eerste die een universitaire studie succesvol afrondde. Ze legde in 1877 en 1878 haar artsexamen af, waarmee ze de eerste vrouwelijke Nederlandse arts werd, en ging na haar promotie (1879) als huisarts werken in Amsterdam, waar ze 12 jaar gratis spreekuren hield op twee dagen in de week, cursussen gaf en het pessarium als voorbehoedmiddel introduceerde (voorheen werd het pessarium gebruikt om verzakte baarmoeders te ondersteunen). Aletta Jacobs was de beroemdste Nederlandse vertegenwoordigster van de eerste feministische golf.

Tijdens de Tweede Boerenoorlog (1899-1902) trok Jacobs zich het lot van de Afrikaners aan, en klaagde zij in felle bewoordingen over de concentratiekampen die de Britten daar voor de kinderen en vrouwen van de strijdende Boeren hadden ingericht. Gedurende de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) ijverde zij zowel in Nederland als daarbuiten voor vrede.

Vrouwenkiesrecht: Dat er gestreden moest worden voor vrouwenkiesrecht komt ironies genoeg ook door Aletta Jacobs. Oorspronkelijk stelde de wet namelijk alleen een loongrens (je moest genoeg geld verdienen) om te mogen stemmen. Doordat zij arts was, voldeed ze aan deze loongrens en wilde ze gebruikmaken van haar stemrecht (1882). Dat zinde de heren niet, en naar aanleiding daarvan werd expliciet in de wet (1887) er bij opgenomen dat alleen mannen mochten stemmen. Maar vergis je niet dat kiesrecht voor mannen gold alleen voor mannen uit de “beter gesitueerde” kringen (... “bepalend dat de Kieswet voortaan het kiesrecht toekent aan mannen met zekere "kentekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand), pas met het opkomen van de arbeidersbeweging werd in 1917 bereikt dat alle mannen vanaf 23 jaar (heden is dat 18 jaar) mochten stemmen, de eerste mogelijkheid was de Tweede Kamerverkiezing in 1918.

Bij wet werd in 1919 geregeld: het  “algemeen kiesrecht” voor alle Nederlanders, dus man en vrouw. De eerste mogelijkheid om te gaan stemmen was voor de verkiezingen van 1922. In de praktijk zat er dus maar één verkiezing tussen die waar alle mannen en alle vrouwen hun stem mochten uitbrengen.

Het vrouwenkiesrecht werd in Nederland bevorderd door de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht die in 1894 was opgericht door Wilhelmina Drucker, Annette Versluys-Poelman en Aletta Jacobs.

Sinds 1990 wordt door de RUG (Rijksuniversiteit Groningen) elke twee jaar de Aletta Jacobsprijs uitgereikt. Vrouwen die zich verdienstelijk hebben gemaakt op het terrein van de emancipatie komen voor deze prijs in aanmerking. Met de prijs wil de universiteit laten zien dat vrouwen een belangrijke voorbeeldfunctie kunnen vervullen.

Kieswet: Nederlanders van 18 jaar en ouder hebben het recht om te stemmen en kunnen zich verkiesbaar stellen (indien niet te zijn uitgesloten van het kiesrecht). Er zijn verkiezingen voor de leden van de Tweede Kamer, het Europees parlement, de gemeenteraad, Provinciale Staten en

het Waterschap. Meer over het onderwerp onze hedendaagse Verkiezingen in Museum JoCas lees je hier.

Alexandrine Tinne  

+


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP

"Dr. Aletta H. Jacobs, arts", ca. 1880.

Bron: http://www.entoen.nu/media/34.jpg

+

Vrouwenkiesrecht in Nederland. Betoging voor grondwettelijke gelijkstelling van man en vrouw, 1914. Bestuursleden gekleed in wintermantels en allen met hoed, van de "Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht", waarvan één het vaandel vasthoudt ("Jus suffragii"). In de auto achter hen een bord met de leuze, "Wij vragen grondwettelijke gelijkstelling van man en vrouw". Vlnr.: mvr. Van Buuren-Huys (eerste secretaris), mvr. P.S. van Balen-Klaar (vice president), dr. Aletta H. Jacobs (president), mvr. C. Mulder van de Graaf-de Bruyn, mej. J.C. van Landschot Hubrechts (tweede secretaris) en jonkvr. S.W.A. Wichers (penningmeester).

 Amsterdam, februari 1914. GaHetNa (NationaalArchiefNL)