App Nederland Historische mannen en vrouwen

Alexandrine Tinne  

Info Contact Home

Alexandrine (Alexine) Pieternella Françoise Tinne werd geboren op 17 oktober 1835 in Den Haag. Ze was Nederlands eerste belangrijke fotografe: van locaties in Den Haag en het interieur van haar huis aan de Lange Voorhout maakte ze in de zomer 1860 en winter 1860/61 een veertigtal foto's van groot formaat. In het World Museum te Liverpool wordt een belangrijke verzameling etnografische voorwerpen uit Centraal- en Noord-Afrika van haar bewaard.

Alexine was de eerste en enige Nederlandse ontdekkingsreizigster. In 1862 en 1863 drong zij als eerste westerse vrouw in Centraal-Afrika door en vervolgens reisde ze in 1868/69 ook als de eerste westerse vrouw tot ver in de Sahara (Libië).

Alexine, zoals ze zichzelf het liefste noemde, kwam voort uit een zeer welgestelde koopmansfamilie (vader) en adel (moeder). Bij geboorte van Alexine was haar vader al 63 jaar; toen zij 8 jaar was stierf haar vader waardoor zij kon beschikken over een gigantische erfenis. Zij kreeg de best beschikbare opleiding thuis en sprak vloeiend Frans en Engels welk zij leerde tijdens haar zomerse verblijf bij vrienden in Parijs en Londen.

Zij en haar moeder reisden veel in Noorwegen, Italië, het Midden-Oosten, en bezochten Egypte.

19 jaar oud vertrok ze in 1854 naar Egypte waar ze verbleef in het beroemde Shepheard's Hotel in Cairo (het hotel brandde in 1952 af en werd zo’n 700 meter verder herbouwd in 1957). In deze periode leerde ze Arabisch en bezocht o.a. de piramides van Gizeh. Onder druk van het thuisfront keerde ze terug naar Den Haag.

Eind 1855 vertok zij, nu met haar moeder, opnieuw naar Egypte. Ze was toen 21 en begon aan een aantal tochten door de regio. Alexine en haar moeder vertrokken voor een zware vijfdaagse trektocht per ezel en kameel naar de Rode Zee, en later trokken zij door het Heilige Land (Palestina), in een tijd dat het gebied nog steeds onveilig was voor westerse vrouwen, en gingen naar Damascus (Syrië). Zij bevoeren voor de tweede maal de Nijl, nu tot aan Wadi Haifa, enkele mijlen stroomopwaarts van de tempel van Ramses II. De grote tweede stroomversnelling dwong ze om terug te keren. In 1857 keerden zij naar huis. Het was, in zekere zin, een voorspel op de meer gevaarlijke tochten in de nabije toekomst. In deze jaren legde ze zich toe op creatieve verkenningen als fotografie en tekenen.

Rond 1860 begon ze met de voorbereiding van een grote expeditie in Soedan naar de nog onbekende bron van de Nijl.

Voor die eerste uitgebreide reis in Centraal-Afrika verliet Alexine Tinne Europa in de zomer van 1861. Zij was samen met haar moeder en haar tante Adriana. Het geld van de familie was van groot belang opdat een kleine stoomboot kon worden aangeschaft (voor op de Nijl). Er zouden twee boten worden beladen met proviand voor henzelf, voor hun Arabische bemanning, hun bedienden, een aantal soldaten, een paard, een ezel en vijf honden (die moesten tweemaal per dag aan land worden uitgelaten).

De reis naar Khartoem (Soedan) verliep vrij voorspoedig. Eerdere expedities die vanuit Khartoem vertrokken kwamen nooit verder dan Gondokoro, waar gevaarlijke rotsen en stroomversnellingen de verdere voortgang op de rivier hadden geblokkeerd. Toch lukte het Alexine een plaats genaamd Jabal Dinka (Zuid-Soedan), naar de stam van Dinka's, te bereiken. De voorraden begonnen op te raken en de moeder, Harriët, moest terugkeren naar Khartoem met de stoomboot om verse voorraden in te slaan. In Khartoem ontmoette ze een geschrokken Engels echtpaar, genaamd Baker, de ontdekkers van Lake Albert (Albertmeer). Toen ze hen vertelde over hun plannen schreef  Samuel Baker aan zijn broer: "Er zijn Nederlandse dames die reizen zonder heren ... Ze moeten wel dement geworden zijn: “Een jonge dame alleen met de Dinka-stam ... ze lijkt echt wel gek de inboorlingen zijn naakt als op de dag dat ze geboren zijn. “

Dement of niet, Harriet kreeg haar voorraden. Terug naar Jabal Dinka, en met Alexine en tante Adriana, stoomden zij stroomopwaarts op, ondanks de felle muggen die hun dwars zaten totdat hun gezichten onherkenbaar opzwollen, tropische koortsen die hen velden, en "zwevende eilanden” die dreigde de stoomboot in een wrak te veranderen.  

In Gondokoro bewerkstelligde hun aankomst een golf van opwinding; hun kleine stoomboot, de eerste daar ooit gezien, veroorzaakte een sensatie toen het eenmaal aangemeerd lag. Alhoewel het de dames al verteld was, dat ze onmogelijk verder konden gaan dan Gondokoro, trokken ze toch verder over de rivier en kwamen tot Juba voor ze moesten opgeven.

Alexine werd ernstig ziek met hoge koortsen en het kostte hun een volle maand dat ze bij de Shilluk stamleden moesten verblijven tot Alexine herstelde. Ze maakten gebruik van die tijd om de Shilluks te ondervragen over de bron van de Nijl, maar ze kregen niets, de stamleden zouden alleen maar uitbundig lachen en zeggen dat de Nijl geen bron had. De dames geloofden dit natuurlijk niet, maar toen een serie van stroomversnellingen op hun weg kwam die te zwaar bleken voor de pas herstellende Alexine, besloot men terug te keren naar Khartoem, waar ze een maand later arriveerden, trots op hun prestatie: geen enkele andere Europese vrouw was ooit zo ver de Nijl opgegaan.

Alexine had onderweg naar Khartoem al besloten verder te willen gaan met de verkenning van de binnenlanden van Afrika door de river de Bahr al-Ghazal, een belangrijke zijrivier van de Nijl, op te stomen en dan over land verder te gaan naar Lake Tsjaad (Tsjaadmeer). Haar tante Adriana zou achterblijven in Khartoem. Om de Rivier van de Gazellen (Bahr al-Ghazal) te bereiken, moesten ze 483 kilometer (300 mijl) van de Witte Nijl weer opstomen om naar Gondokoro te komen. Onverwacht werd de zijrivier steeds ondieper tot een modderig stroompje en moesten ze te voet verder over de savanna naar de rivier Jur. Stormen met hagel en bliksem, deed hun tenten instorten, ze waren constant koud en nat. Erger nog, de soldaten ingehuurd om hen te beschermen kwamen in opstand vanwege de rantsoenen. Op 22 juli stierf moeder Henriëtte Tinne na een ziekbed van enkele dagen. Ook Alexine’s favoriete meid Flora, en een van de jongens bezweken aan de koorts. Alexine besloot daarop terug te gaan naar Khartoem. Toen de voorraden op waren, werd Alexine Tinne gered door de expeditie die door haar ongeruste tante Adriana op onderzoek was uitgestuurd. Op 28 maart 1864 kwam het gezelschap dan eindelijk aan in Khartoem. Zeven weken later stierf ook tante Adriana aan de koorts. Alexine reisde terug naar Cairo in de overtuiging dat de doden allemaal haar schuld waren en dat ze niet meer naar huis terug kon om haar familie onder ogen te komen.

Inmiddels had Alexine's ontdekkingstochten tot bewondering en lof geleid in de kranten. Ze werd beschreven als "jong en mooi", "opmerkelijk volbracht," "een onverschrokken amazone," "meesteres van vele talen, waaronder het Arabisch"- een reputatie die haar geholpen heeft toen ze later verhuisde naar Algerije en Tunesië. Ze begon zich openhartig uit te spreken tegen het lijden dat voortkwam uit de Slavernij, en zette een huis op voor bevrijde slaven, naast haar eigen huis.


Alexine begon plannen te maken voor een expeditie door de "Great Desert" - de Sahara. In 1869 besloot ze, dat ze de eerste westerse vrouw zou worden die de Sahara zou oversteken. Ze vroeg twee Nederlandse zeelieden om zich bij de karavaan aan te sluiten naar het Tsjaadmeer. Haar plan was om de route te volgen die twee jaar eerder ontwikkeld was door de Franse ontdekkingsreiziger Duveyrier, de enige Europeaan die ooit enige tijd doorbracht in het land van de Toeareg. Tot de eerste fase ging alles goed; haar karavaan bereikt Marzuq, 800 kilometer (500 mijl) in het zuiden, ze stuitten op niets onheilspellender dan de gebruikelijke zandstormen. Maar in Marzuq, ontmoette Alexine een gids die haar overtuigde om hem de karavaan te laten begeleiden door het onbekende Toeareg land voor een  rendez-vous met de Toeareg hoofdman Ichnunchen, bij de Oase van Ghat, alvorens door te gaan naar het Tsjaadmeer.  Aldus overeengekomen verliet het gezelschap op 21 juli Marzuq, met de gids. Voor Ichnunchen had Alexine een ijsmachine meegenomen en verder nog twee ijzeren tanks voor water. Helaas ging het gerucht dat de twee tanks geen water zouden bevatten, maar vol zaten met gouden munten. Onderweg kwam een twaalftal ruiters hen tegemoet die zich nogal onheilspellend gedroegen. Wanneer een van de Nederlandse zeelieden in de nacht probeerde weg te lopen, liep een Toeareg krijger op hem af en doorboorde hem met een lans. Toen Alexine haar hand afwerend opstak om de commandant tegen te houden, dacht deze dat ze haar revolver zou pakken en sloeg haar hand eraf met zijn zwaard. In de daarop volgende chaos werd de andere zeeman en enkele Arabieren gedood. Terwijl de plunderaars overhaast vertrokken lieten ze Alexine achter, diealdaar doodbloedde. Het was 2 augustus 1869.


+

+


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP

Anna Maria van Schurman

Alexandrine Tinne in Afrika.

Auteur: Гравировал К. Вейерман Bron: Всемирная иллюстрация : журнал. — 1869. — Т. 2. — № 42. — С. 256.

Alexine Tinne, Henriëtte Tinne-van Capellen en Jetty Hora Siccama te Parijs. Op deze foto dragen alleen Henriëtte en Alexine reiskleding. ca. 1860.

Auteur: Robert J. Bingham Bron: Haags Historisch Museum. Collectie Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie.

Alexandrine Pieternella Françoise Tinne (1835-1869).

Auteur: Henri Auguste d'Ainecy Montpezat. Bron: Haags Historisch Museum

Alexandrine Tinne 19e eeuw.

Fotograaf: onbekend