App Nederland Historische mannen en vrouwen

Anna Maria van Schurman

  

Info Contact Home

Anna Maria van Schurman werd geboren in Keulen (Duitsland) op 5 november 1607. Ze was de zeer begaafde dochter van Frederik van Schurman en Eva van de Harf, die zich later ontwikkelde tot humaniste, taalkundige, theologe, dichteres, kunstenares en insectenkundige. Toen ze vier jaar oud was kon Anna Maria al lezen en op haar zevende maakte zij al heel fijn knipwerk.

Ze had belangstelling voor literatuur en allerlei wetenschappen, waaronder vooral theologie.

Zij blonk uit in de kunst, muziek en literatuur, was schilder, graveur en dichter. Alsook in de studie van 14 vreemde talen; zij leerde Frans, Duits, Engels, en bovendien Latijn, Grieks, Hebreeuws, Chaldeeuws (Oerartees), Aramees, Ethiopisch, Arabisch en Syrisch.

Met enig recht kan men haar een polyglot (iemand met een hoge graad van taalbeheersing in verschillende talen) noemen). Ze correspondeerde daartoe met - en kreeg bezoek van Jacob Cats, Anna Roemers Visscher, Gisbertus Voetius, Daniël Heinsius, Caspar Barlaeus, Constantijn Huygens, Elisabeth van de Palts, René Descartes, Christina van Zweden en Bathsua Makin.

Van Schurman was ook een beroemd insectenkundige. Een deel van haar verzameling is te zien in het Museum Martena.

In de jaren 1630 e.v. leerde ze graveren van Magdalena van de Passe (dochter van de graveur en prentuitgever Crispijn van de Passe de Oude). Anna Maria ontwikkelde allerlei artistieke interesses. Ze maakte delicate gravures met behulp van een diamant op glas. Ze werd expert in beeldhouwen, boetseren, en het snijwerk van ivoor en hout. Ze schilderde ook, vooral portretten.

In 1636 mocht Anna Maria, als eerste vrouw, aan de universiteit Utrecht colleges volgen. Omdat vrouwen in die tijd eigenlijk niet aan een universiteit mochten studeren, volgde ze de colleges theologie van Professor Gisbertus Voetius vanuit een nis van achter een halfgordijn. Ze studeerde af in de rechten.

Van Schurman sloot zich in 1669 aan bij de door Jean de Labadie (1610-1674) gestichte mystieke sekte van labadisten en vertrok naar Amsterdam. Omdat deze sekte daar niet welkom was, vertrok de groep en kwam na omzwervingen in Altona (destijds Denemarken thans Duitsland) terecht, waar Jean de Labadie in 1674 stierf.

Hierna trokken de labadisten naar het Sticht Herford, waar Elisabeth van de Palts abdis was en naar Wieuwerd in Friesland.  De labadisten betrokken daar een stins Walta State in het bezit van Cornelis van Sommelsdijck, de gouverneur van Suriname en van zijn drie ongetrouwde zusters.

Anna Maria van Schurman overleed hier (in Friesland dus), in begin mei 1678, op 70-jarige leeftijd (In het begin van de 18e eeuw hield ook het labadisme op te bestaan).

Zij publiceerde o.a.: “Is de studie van literatuur passend voor een christelijke vrouw?”, in het Nederlands en werd vertaald in het Frans in 1646 en Engels in 1659, er is ook een Latijnse versie (Num feminae Christianae convenit studium Litterarum). Deze publicatie betoogde, met behulp van de middeleeuwse techniek van het syllogisme, dat vrouwen moeten worden opgeleid in alle zaken, maar mogen niet hun opleiding gebruiken in professionele activiteiten of werk en het moet niet worden toegestaan dat het hun huishoudelijke taken zal verdringen. Voor die tijd was dit al een radicale stelling.

“Alles dat de menselijke geest vult met ongewone en eerlijke verrukking is passend voor een vrouw”.

   

     

Anna Maria van Schurman, 1649.

Schilder:Jan Lievens. Bron: National Gallery London

Anna Maria van Schurman, 1846.

Schilder: Jan Adam Kruseman. Bron: Universiteit Utrecht

Antoni van Leeuwenhoek


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP