App Nederland Historische mannen en vrouwen

Antoni van Leeuwenhoek  

Antoni van Leeuwenhoek zag het levenslicht in Delft, op 24 oktober 1632. Hij was een Nederlandse handelsman, landmeter, wijnroeier, glasblazer en microbioloog. Van Leeuwenhoek is vooral bekend door zijn zelf gefabriceerde microscoop en zijn pionierswerk voor de celbiologie en de microbiologie. Vanaf 1674 deed hij vele ontdekkingen die bekend werden door zijn correspondentie met de Royal Society in Londen.

Op jonge leeftijd ontwikkelde hij een brede belangstelling voor sterrenkunde, wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Van Leeuwenhoek trouwde met Barbara de Meij en ging met haar in 1653 of 1654 in Delft wonen, waar hij een winkel begon in linnen, garen en band. Ze kregen vijf kinderen en in 1666 stierf Barbara. Het verkrijgen van de sinecure van Kamerbewaarder van Heeren Schepenen in 1660 verschafte hem een vast inkomen (een sinecure is een ambt met een salaris of privileges maar zonder wezenlijke verplichtingen). Van Leeuwenhoek hertrouwde in 1671 met Cornelia Swalmius. De stad Delft benoemde hem in 1679 tot wijnroeier waarvoor een zekere wiskundige kennis was vereist. In 1694 overleed ook Cornelia waarna hij alleen achter bleef met zijn dochter Maria - zijn andere vijf kinderen waren reeds overleden.

De ontwikkeling van de vroegste microscoop is onduidelijk maar aan het begin van de 17e eeuw kende de Republiek in Middelburg twee vermaarde lenzenmakers, Hans Lippershey (1570– 1619) en Sacharias Jansen (ca. 1585 – ca. 1632) die verbonden worden met de uitvinding van microscoop en telescoop. Hierdoor had de lakenhandelaar Van Leeuwenhoek de beschikking over lenzen en loepen voor de controle van stoffen. In 1648 kreeg hij voor het eerst een vergrootglas in handen: een loep voor de textielhandel met een vergrotende kracht van drie - een dradenteller. De Nederlander Jan Swammerdam (1637-1680) en de Engelsman Robert Hooke (1635-1703) gebruikten reeds een samengestelde microscoop: met oculair en objectief maar de vergrotende kracht van deze apparaten vielen in het niet bij de sterke lenzen die Van Leeuwenhoek zou maken. Zo vergrootte Hookes samengestelde microscoop slechts 30x terwijl het vergrotend vermogen van de enkelvoudige microscoop (één lens) van Van Leeuwenhoek kon oplopen tot 480x (Het Universiteitsmuseum in Utrecht bezit nog een door Van Leeuwenhoek gefabriceerd exemplaar met een vergroting van 270x). Het microscopisch natuurwetenschappelijk onderzoek door Hooke leidde in 1664 tot het baanbrekende boek Micrographia: or Some Physiological Descriptions of Miniature Bodies Made by Magnifying Glasses. Hierin beschrijft Robert Hooke minutieus onder meer een plantencel, een vliegenoog en een vlo. Het is mogelijk indirect deze publicatie die Van Leeuwenhoek geïnspireerd heeft zijn lenzen op iets anders te richten dan lakens. Van Leeuwenhoek was een autodidact: zonder enige natuurwetenschappelijke opleiding en zonder kennis van vreemde talen leerde hij zichzelf in een achtervertrek van zijn winkel de kunst van het observeren en beschrijven. Maar hij was ook een verbazingwekkende vakman die zichzelf glas leerde blazen, slijpen en polijsten. In tegenstelling tot de samengestelde microscoop van Hooke klemde Van Leeuwenhoek vrijwel altijd één lens tussen twee metalen plaatjes, het te bestuderen onderwerp werd met schroeven vastgeklemd en in een positie geplaatst zodat het scherp kon worden waargenomen. Zijn wetenschappelijke status stond of viel met zijn exclusieve kennis van lenzenproductie en daarom hield hij zijn methode angstvallig geheim. Mogelijk maakte hij zijn lenzen uit het bolletje dat bij glasblazen aan het einde van de blaaspijp overblijft. Hij legde zijn waarnemingen en conclusies vast in brieven die hij aan bekenden schreef waardoor de Delftse arts en anatoom Reinier de Graaf hem in 1673 introduceerde bij de Royal Society in Londen.

Vanaf 1674 werden zijn bevindingen gepubliceerd in de Philosophical Transactions, maar op den duur wekten zijn wonderlijke waarnemingen zoveel ongeloof dat een delegatie werd afgevaardigd om de microscopische wezentjes met eigen ogen te aanschouwen. In 1680 benoemde de Society hem als lid en kreeg hij erkenning voor zijn wetenschappelijke productie. Vele preparaten stuurde Van Leeuwenhoek naar Londen. In 1981 ontdekte de Britse microscopist Brian J. Ford dat Van Leeuwenhoeks oorspronkelijke preparaten in uitstekende staat en van hoge kwaliteit bewaard waren in de Royal Society’s verzamelingen. Tot aan zijn dood, in 1723, stuurde Van Leeuwenhoek brieven met zijn bevindingen naar de Royal Society.         

Info Contact Home

Baruch Spinoza

+

Antoni van Leeuwenhoek.

Schilder: Jan Verkolje. In Museum Boerhaave, Leiden. Bron:  Rijksmuseum Amsterdam

Replica van de Antoni van Leeuwenhoek microscoop.

Foto: Jeroen Rouwkema


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP