App Nederland Historische mannen en vrouwen

Christina I van Zweden  

Info Contact Home

Chrtistina I van Zweden werd geboren op 18 december 1626 in Stockholm in Zweden. Na de dood van haar vader bij de Slag bij Lützen, werd Christina op 15 maart 1633 gekroond, vanwege de Poolse verwanten die aasden op de Zweedse kroon. Omdat ze net zes jaar oud was werd het regeren waargenomen door een vijfkoppige rijksraad. Christina werd twee jaar opgevoed door haar tante Katharina, de halfzuster van haar vader en echtgenote van haar voogd Johan Casimir van Zweibrücken-Kleeburg. Haar opvoeding werd een nationale zaak en Christina was verplicht tien uur per dag te studeren. Rijkskanselier en voogd Axel Oxenstierna haalde Antoine de Beaulieu, een Franse balletdanser, naar het hof om haar te leren elegant te bewegen. Ze had een talenknobbel en sprak op haar 18e Latijn, Frans (een Luiks dialect), Duits, Nederlands en Deens, studeerde Grieks, Arabisch en Hebreeuws en de Kerkvaders. Zij zou zich ook nog het Engels, Spaans en Italiaans eigen maken.

Christina was wispelturig, intelligent, interesseerde zich voor boeken en manuscripten, religie, alchemie en wetenschap. Ze wilde van Stockholm het Athene van het Noorden maken. Beïnvloed door de Contrareformatie voelde ze zich steeds meer aangetrokken tot de barokke, mediterrane cultuur en nam afstand van haar protestantse vaderland. Als koningin zonder land, en liefhebster van toneel, theater en beeldhouwkunst beschermde ze heel wat kunstenaars en projecten. Haar onconventionele levensstijl en mannelijke optreden zou de achtergrond vormen voor talrijke romans, toneelstukken, opera en film. In 1644 ging Willem Boreel naar Zweden om haar te feliciteren met haar achttiende verjaardag, die gepaard ging met een mondigverklaring en met de levering van een complete marine door Louis de Geer: 32 schepen met zeelieden, wapentuig en officieren, zodat ook Fehmarn door de Zweden kon worden bezet.

Christina zette zich in met overgave en verzaakte geen enkele vergadering van de Senaat. In 1645 werd Hugo de Groot, uitgenodigd om naar Stockholm te komen en haar bibliothecaris te worden. Nicolaas Heinsius en Isaac Vossius, liet zij complete bibliotheken kopen. Constantijn Huygens schonk haar een exemplaar van zijn Pathodia sacra et profana

Christina liet Antonio Brunati een theater in het paleis inrichten. In 1649 trad ze zelf op als Diana. In hetzelfde jaar werden 760 schilderijen, 170 marmeren en 100 bronzen beelden, 33.000 munten en medailles, 660 stuks kristal, 300 wetenschappelijke instrumenten, kostbare boeken, waaronder de Laudibus Sanctae Crucis, de Codex Argenteus en de Codex Gigas naar Stockholm vervoerd. Deze roofkunst uit de Praagse burcht was afkomstig van keizer Rudolf II, buitgemaakt eind juli 1648 voor de uiteindelijke Vrede van Westfalen tot stand kwam. Zij voerde diepzinnige gesprekken over de liefde met filosoof René Descartes . Om onder de huwelijksaanzoeken uit te komen, waaraan zij onder geen enkele voorwaarde wilde voldoen, benoemde zij in 1649 Karel Gustaaf, haar vroegere speelkameraad, die tevens als topkandidaat voor een huwelijk was aangewezen, als haar opvolger.

Eerst op 20 oktober 1650 werd zij officieel gekroond in de Storkyrkan. Dat was in 1644 niet doorgegaan vanwege de oorlog. Reeds op 7 augustus 1651 verkondigde zij haar plannen om af te treden. Zij zag af van haar plan nadat de regering haar had beloofd nooit meer te vragen te trouwen. De Franse arts Pierre Bourdelot raadde Christina, die gedurende haar hele leven werd geteisterd door allerlei kwalen, en al voor haar twintigste over slechte ogen, een kromme rug en een stijve nek klaagde, om te stoppen met studeren en werken, en meer van het leven te genieten. Christina viel meerdere keren per dag in zwijm en beschouwde zichzelf als verloren. Ze was nauwelijks 25 jaar oud, al twintig jaar koningin en had nauwelijks geleefd. De adviezen van Bourdelot werden in praktijk gebracht en de boeken verhuisden uiteindelijk naar de Universiteit van Uppsala en de Zweedse Koninklijke Bibliotheek. Op 16 juni 1654 deed ze in Uppsala Slott vrijwillig troonsafstand ten gunste van haar neef, teneinde zich volledig aan een nieuw leven te kunnen wijden. Christina liet in Göteborg een Hollands schip beladen met dierbare boeken, wetenschappelijke instrumenten, meubels, standbeelden, schilderijen en waardevolle gobelins. Zij vertrok zelf over land als graaf Dohna naar het kuuroord Spa.

In Deventer ging zij langs bij Johann Friedrich Gronovius en in Utrecht bij Anna Maria van Schurman. Op financieel gebied was Christina een ramp en ze verliet Brussel, grote schulden achterlatend. Op 3 november 1655 bekeerde zij zich openlijk tot het katholicisme in de Hofkerk in Innsbruck. Op 23 december kwam zij aan in Rome, opgewacht door een opeengepakte menigte in met fakkels verlichte straten en poorten. Zij liet een kanon afvuren vanaf de Engelenburcht dat de Villa Medici raakte. Christina liet zich dopen door paus Alexander VII, die vanaf het eerste moment op de hoogte was van haar bekeringsplannen. In 1657 reisde zij naar Frankrijk, vergezeld door een groot aantal Spanjaarden, Italianen en een Zwitserse Garde.

De Zonnekoning bood haar onderdak in zijn jachtslot en beloofde haar mogelijk steun bij het verwerven van het Koninkrijk Napels.

In april 1658 ging ze als persona non grata aan boord in Toulon om naar Italië te zeilen. Haar plannen het Koninkrijk Napels aan kardinaal Mazarin aan te bieden verdwenen toen Frankrijk en Spanje de Vrede van de Pyreneeën sloten. In mei 1667 trok zij weer naar Zweden om haar zaken te regelen, maar werd niet verder toegelaten dan de vrijhaven Göteborg. Op 5 juni verliet zij de vaderlandse bodem. Bij de verkiezing van paus Clemens X gaf zij een groot feest in Hamburg. Christina ontsnapte door een raam nadat een woedende bevolking stenen naar het huis gooide. Ze ontmoette, op doorreis naar Kopenhagen, Guiseppe Francesco Borri met wie ze haar interesse voor alchemie kon uitleven In 1668 verhuisde ze definitief naar Rome. Christina betrok met haar hofhouding, bestaande uit ongeveer 200 personen, het nu niet meer bestaande Palazzo Riario op de Janiculum en liet haar meubilair en kunstschatten uit Antwerpen aanrukken. Een handvol ambtenaren was verantwoordelijk voor de correspondentie in het Zweeds, Latijn en Italiaans. De Portugese dichter António Vieira werd haar biechtvader. Zij was dol op toneelspelen en het werk van Pierre Corneille en opende in 1670 het theater Tordinona in een oude gevangenis. In haar theater liet zij ook vrouwen spelen en zingen, rollen die voorheen door castraten werden uitgevoerd. Heel Rome liep storm voor deze vernieuwing. Ze wedijverde met Hortense en Maria Mancini, die aan de overzijde van de Tiber woonden. Al in 1675 werd het theater gesloten.

In 1685 stuurde zij Lodewijk XIV een kwade brief vanwege zijn herroeping van het Edict van Nantes en het instellen van Dragonnades. Zij beschermde de joden in Rome die tijdens het carnaval werden opgejaagd. In 1688 riep zij stadhouder Willem III op de katholieken in Engeland met rust te laten en niet dezelfde fout te begaan als Lodewijk XIV.

Christina leed aan diabetes mellitus en belroos, maar stierf aan een longontsteking, nadat ze een bezoek had gebracht aan de tempels in Campania.

Christina was een verzamelaar van munten en schilderijen. Ze bezat werk van de katholieke Daniël Seghers, verstrekte opdrachten aan Nicolaes de Helt Stockade, liet zich portretteren door Jurriaen Ovens, Wolfgang Heimbach, David Beck, Hendrick Munnikhoven en Abraham Wuchters. Ze hield van het beeldhouwwerk van Artus Quellinus en Pierre Lepautre en steunde de dichter Vincenzo da Filicaja. Omdat ze nogal gemakkelijk geld uitgaf, kreeg zij van de paus, c.q. de kerkelijke staat, een aanvullend pensioen.

Na haar dood op 19 april 1689 in Rome, werd ze, op initiatief van kardinaal Decio Azzolino, die zij tot erfgenaam had benoemd, tegen haar wens niet in het Pantheon (Rome), maar in de Grotte Vaticane van de Sint Pietersbasiliek bijgezet. Azzolino stierf zeven weken later; een deel van zijn/haar boeken werd aan paus Alexander VIII verkocht.


De handschriften die Vossius voor haar verzamelde, bevinden zich in het fonds Reginenses van de Biblioteca Apostolica Vaticana. De Aratea, uit de nalatenschap van Grotius, bevindt zich in Leiden. Carlo Fontana ontwierp haar grafzerk (1702). Willem Anne Lestevenon kocht in 1790 een belangrijk deel van haar collectie tekeningen (1700 werken van voornamelijk Italiaanse meesters) aan voor het Teylers Museum. Haar correspondentie werd in 1797 meegenomen door de troepen van Napoleon en is ondergebracht in Montpellier. Een ander deel is in Riksarkiv in Stockholm.




Christina I van Zweden als kind, geschilderd 1640 of 1642,

schilder onbekend. Bron: Nationalmuseum, Stockholm.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

+

+

Christina I van Zweden te paard 1653.

Schilder: Sébastien Bourdon (1616–1671)

Christina I van Zweden.

Schilder: David Beck voor 1656.

+

TOP

Desiderius Erasmus

Christina I van Zweden in sombere kleding, vlak voor haar troonsafstand en bekering (1653). Schilder: Sébastien Bourdon.  

Bron: National Museum.