App Nederland Historische mannen en vrouwen

Graaf van Egmont en de graaf van Horne

Info Contact Home

De graaf van Egmont en de graaf van Horne zijn in de Nederlandse geschiedenis bekend geworden door hun onthoofding. De onthoofding van Egmont en Horne vond plaats op 5 juni 1568 op de Grote Markt van Brussel. De executie van deze twee vooraanstaande edellieden wordt vaak beschouwd als het definitieve sein voor de gewapende Nederlandse Opstand.

De graaf van Egmont (of Egmond) heette eigenlijk Lamoraal van Gavere en werd geboren op 18 november 1522 in Elzele (plaats en gemeente in de Belgische provincie Henegouwen). Lamoraal werd geboren op het kasteel Lahamaide in Henegouwen. Hij was de vierde graaf van Egmont. Hij stamde uit een van de rijkste en invloedrijkste families in de Nederlanden, voortgekomen uit de 'advocati' (= voogden) van de abdij van Egmond, die nabij het kasteel stond. Hij was een generaal en staatsman in de Zeventien Provinciën vlak voor het begin van de Tachtigjarige Oorlog.

Egmont was sinds 1544 ridder van het Gulden Vlies. Hij nam dienst in het Spaanse leger en versloeg de Fransen achtereenvolgens in Saint-Quentin (1557) en Grevelingen (1558). Na deze veldslagen stond hij in zo’n hoog aanzien bij de Spaanse koning, dat hij namens de koning naar Engeland vertrok om de hand van koningin Elizabeth I van Engeland te vragen voor Filips II. Als beloning voor zijn trouw werd Egmont in 1559 benoemd tot stadhouder van de graafschappen Vlaanderen en Artesië.

Als edelman maakte Egmont deel uit van de Raad van State. Samen met Willem van Oranje en de graaf van Horne (vormden zij het zogenaamde Driemanschap of Ligue der Groten, 1562). Zij verzetten zich tegen kardinaal Antoine Perrenot Granvelle, bisschop van Atrecht, die de inquisitie invoerde in Vlaanderen. In een brief aan Filips II (11 maart 1563) bood het Driemanschap hun ontslag aan als Granvelle niet zou vertrekken. Na het vertrek van Granvelle in 1564 verzoende Egmont zich opnieuw met de koning.

Op aandringen van de Raad van State vertrok Egmont in 1565 naar Spanje om Filips II de verlangens van de hoge adel over te brengen (Brieven uit het bos van Segovia). Tevens lichtte hij, samen met de graaf van Megen, de landvoogdes Margaretha in over het Eedverbond der Edelen.

Kort daarna brak de Beeldenstorm (10 augustus 1566) uit en werd het verzet tegen de Spaanse overheersing in de Nederlanden groter. Als overtuigd katholiek keurde Egmont de Beeldenstorm ten zeerste af en hij zwoer andermaal trouw aan de Spaanse koning. Na de Beeldenstorm stuurde Filips II de hertog van Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen.

Willem van Oranje ontvluchtte hierop Brussel; Egmont en Horne besloten niet te vluchten.   

De graaf van Horne heette eigenlijk Filips II van Montmorency en werd geboren in 1524 mogelijk op Kasteel van Ooidonk te Deinze. Hij was een krijgs- en staatsman in de Habsburgse Nederlanden vlak voor het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Sommige bronnen spreken overigens van 1518 als geboortejaar.

"Horne" of "Hoorne" verwijst naar zijn leen, het graafschap Horn. Dit was een graafschap, met als bestuursstad Weert, waar hij ook begraven is. Zijn grafsteen is nog steeds te bekijken in de Sint-Martinuskerk in Weert. Met de stad Hoorn (Noord-Holland) had de graaf niets te maken. Filips II van Montmorency (-Nevelle), graaf van Horne, was de zoon van Jozef van Montmorency, graaf van Nevele. Filips moeder, Anna van Egmont, hertrouwde met Jan van Horne (1480-1540), graaf van Horne, die zijn stiefzoon aldus het graafschap Horne en de heerlijkheden Heusden, Altena en Weert naliet. In 1546 trouwde Filips met Walburgis van Neuenahr. Filips was page, later kamerheer aan het hof van keizer Karel V.

Het leven van de graaf van Horne vertoont grote overeenkomsten met dat van zijn vriend graaf Lamoraal van Egmont, met wie hij uiteindelijk zou sterven. Graaf Horne was oorspronkelijk legeraanvoerder van het Spaanse leger. Hij werd in 1555 stadhouder (militair gouverneur) van Gelre en in 1556 ridder van het Gulden Vlies. In 1558 volgde hij Maximiliaan II van Bourgondië op als admiraal van de Nederlanden en was in 1559 de opperbevelhebber van de vloot die koning Filips II van Spanje naar Spanje bracht. Hij boekte enkele grote successen en werd als dank daarvoor in 1561 benoemd tot lid van de Raad van State.

In de Raad van State vormde hij samen met Willem van Oranje en de graaf van Egmont een Driemanschap (Ligue der Groten), dat in opstand kwam tegen het beleid van de kardinaal Antoine Perrenot Granvelle, bisschop van Atrecht, die de Inquisitie invoerde in Vlaanderen. Na diens afzetting bleef Horne zich verzetten tegen de Spaanse terreur: als protest hiertegen leverde de graaf van Horne zijn insignes van het Gulden Vlies in. Hij was aanwezig op de vergaderingen van Breda en Hoogstraten. Hij stond de calvinisten te Doornik kerkbouw toe buiten de muren, hetgeen later een van de aanklachten tegen hem zou vormen.

De graaf van Horne is zijn hele leven overtuigd katholiek gebleven. Maar door zijn gedoogbeleid jegens de protestanten en zijn regelmatige afwezigheid, groeide Weert onder zijn bewind uit tot een bolwerk van de Reformatie. Dit gebeurde onder de leiding van de gravinnen Anna van Egmont (zijn moeder) en Walburgis van Nieuwenaar (zijn vrouw).

Hierdoor was de Beeldenstorm in Weert extra hevig in vergelijking met andere steden. Na de Beeldenstorm voerde de graaf Horne een beleid dat gericht was op het herstel van de katholieke macht, omdat hij de onderdrukking van zijn katholieke geloofsgenoten niet kon tolereren en bovendien zijn trouw aan Margaretha van Parma moest laten zien. Filips II stuurde de hertog van Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen na de Beeldenstorm.  

Willem van Oranje ontvluchtte hierop Brussel; Egmont en Horne besloten niet te vluchten.

Onthoofding

Alva liet vrijwel direct na zijn aankomst de graaf van Egmont, diens secretaris Jan van Casembroot en de graaf van Horne arresteren, op 9 september 1567. Dit geschiedde met een vals voorwendsel: Alva had een overleg aangekondigd om bij een maaltijd over de situatie te praten. Direct na hun arrestatie werden ze naar Gent overgebracht en in het kasteel opgesloten.

Zij werden vervolgens wegens hoogverraad voor de Raad van Beroerten gesleept. Hoewel Egmont tot het einde toe katholiek bleef en trouw bleef aan de Spaanse koning, werd hij samen met graaf van Horne ter dood veroordeeld, ondanks het inroepen van hun staat van onschendbaarheid als Vliesridders en de vele protesten van andere edelen.

Op 3 juni 1568 werden Egmont en Horne van het Spanjaardenkasteel te Gent naar Brussel teruggebracht en opgesloten in het Broodhuis; op 4 juni tekende de Spaanse landvoogd Alva hun doodvonnis; in de motivering vormden hun steun aan het Eedverbond en en de bouwtoelating voor een calvinistisch gebedshuis buiten de muren van Doornik de hoofdpunten.

Op 5 juni 1568 werden beide edellieden en vrienden kort na elkaar onthoofd op de Grote Markt van Brussel. De dood van Egmont en Horne leidde tot grote protesten onder de bevolking en heeft bijgedragen aan het openlijke verzet tegen de Spanjaarden.

Willem van Oranje trok zijn lessen uit de situatie en werd als Willem de Zwijger de spil van het verzet tegen de Spaanse koning. Toenadering kwam er met de Unie van Brussel, maar toen de Franstalige gewesten zich min of meer achter de koning schaarden met de Unie van Atrecht ten koste van de eenheid van de Nederlanden (waarbij de Nederlandstalige Nederlanden zich verenigden in de Unie van Utrecht), was het hek van de dam, en koos het verzet rond Willem van Oranje voor een oplossing buiten de Spaanse context: de onafhankelijkheid van de Republiek der Verenigde Nederlanden.

          

+

+

Onthoofding van Egmond en Hoorne op de Grote Markt te Brussel, 5 juni 1568.

Ets: Johannes Gysius (-1652). Bron:  Bibliotheek van het Vredespaleis

+

Graaf van Egmont 1522 - 1568.

Foto: Alexandra de Carniere

+

Portret van Philiipe de Montmorency, graaf van Hoorne, 1562.

Bron: Rijksmuseum Amsterdam

TOP

Hannie Schaft

Links: Lamoraal, graaf van Egmont. Rechts: Filips van Montmorency, graaf van Hoorne. Bijschrift: "Bruxellae publicè decollati sunt 5 Junii 1568" = Ze werden te Brussel publiekelijk onthoofd op 5 juni 1568.

Bron: Bibliotheek van het Vredespaleis


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.