App Nederland Geschiedenis NL

de Republiek

 - Vrede van Utrecht -

Met de naderende Spaanse troepen in het zuiden, verlieten de Staten-Generaal Antwerpen om neer te strijken in Den Haag. Ook Willem van Oranje verliet Brabant en vertrok voorgoed naar Delft, waar hij in 1584 werd vermoord door de rooms-katholiek Balthasar Gerards, nadat hij in 1580 door Filips II vogelvrij was verklaard. Holland was hiermee het enige machtscentrum geworden in de Nederlanden.

De Spanjaarden rukten in de Zuidelijke Nederlanden verder op en daarop besloten de Staten-Generaal in 1585 steun te vragen aan Elizabeth, de koningin van Engeland. Net als de daarvoor benaderde Franse koning Hendrik III, weigerde zij de aangeboden soevereiniteit. Wel wilde zij de Republiek steunen, in ruil voor zeggenschap in het bestuur en benoemde Robert Dudley, graaf van Leicester als politieke en militaire leider. Na het ondertekenen van het eerste verdrag dat de Verenigde Provincies met een land sloten, het verdrag van Nonsuch op 20 augustus 1585, was de Republiek een protectoraat van Engeland geworden. De komst van Leicester en zijn manier van werken zaaide verdeeldheid in de Republiek. Tussen Holland en Leicester ontstonden continu conflicten en ook in andere gewesten stonden de pro-Hollandse en de pro-Engelse partijen tegenover elkaar. Het wangedrag van de Engelse soldaten in de steden zorgde voor tegenstand van de bevolking. De druk vanuit de bevolking was zo groot dat enkele Engelse garnizoenen zich overgaven aan de Spanjaarden, waarmee steden als Deventer en Zutphen in Spaanse handen kwamen. Toen Leicester in 1586 tijdelijk naar Engeland vertrok, greep Holland de kans om de verloren macht naar zich toe te trekken. Nadat Leicester was teruggekeerd, probeerde hij door een militaire coup de macht terug te krijgen. Dit mislukte, waarna hij in december 1587 voorgoed terugkeerde naar Engeland. In 1588 werd, op basis van de Deductie Van Vrancken, besloten de soevereiniteit niet meer aan een vorst te laten, maar aan de Staten. Hiermee was de Republiek een feit.

Doordat Spanje in oorlog was met Frankrijk, en Filips II zijn militaire middelen in de zuidelijke Nederlanden inzette in Frankrijk, kreeg de Republiek kans om op sterkte te komen. Naast de adempauze die de Republiek kreeg, floreerden ook de handel, de scheepvaart en de steden. De financiële positie van Holland werd verder verstevigd door hervormingen op belastinggebied en met leningen in de vorm van gemenelandsrenten. De verbeterde financiële situatie maakte het mogelijk om het leger in grootte en in kwaliteit te verbeteren; het leger van de Republiek was na dat van Spanje het grootste en meest geavanceerde van Europa. Het was ook in deze tijd, dat onder Maurits van Oranje een groot aantal steden werd veroverd.

De veroveringen brachten grote schade toe aan het Spaanse prestige in de noordelijke Nederlanden. Dit militaire succes was alleen mogelijk door de samenwerking met de bekwame Hollandse landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt, die in staat was steun te krijgen van de doorgaans verdeelde Staten-Generaal.

Na de vrede tussen Spanje en Frankrijk in mei 1585 en de dood van Filips II in 1598 werden de gehoorzame provincies overgedragen aan zijn dochter, Isabella en haar man, de Oostenrijks-Habsburgse aartshertog Albrecht. Hoewel de gebieden waren overgedragen, behield Spanje er wel zijn leger, dat werd betaald door Spanje en waarvan de soldaten trouw waren aan de Spaanse koning. De zuidelijke Nederlanden bleven hiermee in feite Spaans bezit. Vanwege de grote staatsschuld van Spanje wilden de aartshertogen en de Spaanse koning in 1599 vrede met de Republiek. Deze vredesbesprekingen hadden geen kans van slagen, doordat geen van de partijen bereid waren tot concessies. Het Spaanse leger was door de slechte financiën van Spanje niet meer zo krachtig en dat gaf de Republiek de kans om diep in Vlaanderen een aanval uit te voeren op de Duinkerkerkapers. Dit plan werd goedgekeurd door Van Oldenbarnevelt, terwijl stadhouder Willem Lodewijk vanwege de grote risico's tegen was. De twijfelende Maurits besloot toch met het leger naar Duinkerke te trekken, maar stuitte bij Nieuwpoort op het Spaanse leger. De veldslag, in 1600, die erop volgde werd met moeite gewonnen door Maurits. Door het grote risico dat genomen was, een nederlaag had kunnen leiden tot een ondergang van de nieuwe Republiek, botsten Maurits en Van Oldenbarnevelt, waardoor hun relatie bekoelde.

De eerste jaren na de slag bij Nieuwpoort bleef de situatie gelijk, maar na de verovering van het laatste protestantse bolwerk in Vlaanderen, Oostende, na een beleg van drie jaar, stootte Spinola (Spaans militair strateeg) door in het oosten van de Republiek en veroverde daarbij een aantal steden. Deze Spaanse doorbraak veroorzaakte grote paniek in de Republiek en Maurits kon een aantal steden heroveren. Groenlo was te sterk om ingenomen te worden en wat volgde was een patstelling, die leidde tot een wapenstilstand en uiteindelijk tot het ondertekenen van het Twaalfjarig Bestand in 1609.

Remonstranten en contra-remonstranten

Gedurende het bestand bleven er spanningen, maar beide partijen meden een gewapende confrontatie. Hoewel het op militair gebied rustiger was, was dat allerminst het geval in de maatschappij. De bevolking van de Republiek raakte in een tweedeling tussen twee stromingen in de publieke kerk, de remonstranten en de

Twaalfjarig Bestand

In eerste instantie gingen de onderhandelingen niet over een wapenstilstand, maar over een vrede tussen beide partijen en het erkennen van de onafhankelijkheid van de Verenigde Provinciën. In ruil voor erkenning wilde Spanje dat de pas opgerichte VOC zou stoppen met haar activiteiten in Afrika en Azië. Spanje zag de VOC als een grote bedreiging voor zijn eigen handelspositie. De Republiek wilde op dit punt niet toegeven, er was immers flink geïnvesteerd in de VOC. Om toch iets te bereiken, werd er een twaalfjarige wapenstilstand afgesproken van 1609 tot 1621, op voorwaarde dat er geen West-Indische tegenhanger van de VOC opgericht zou worden.

contra-remonstranten. Onder de aanhangers van de remonstranten waren de meeste Hollandse stadsbesturen en intellectuelen; onder wie Hugo de Groot en de landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt. Doordat de meeste stadsbesturen remonstrants waren, stelden zij alleen remonstrantse predikanten aan. Op het platteland, waar de regenten geen macht konden uitoefenen, waren juist veel contra-remonstranten actief. De contra-remonstranten kregen steeds meer aanhang en ook de stadhouder prins Maurits stond aan hun zijde. Door de toenemende druk op de remonstrantse stadsbesturen, stelden zij in naam van de Staten van Holland waardgelders (huursoldaten) aan om de remonstrantse steden te beschermen tegen contra-remonstrantse aanhangers. Omdat dit ongrondwettig zou zijn, oefende Maurits via de Staten-Generaal, die op Holland en Utrecht na volledig contra-remonstrants waren, druk uit om de huurlingen te ontbinden. Zo geschiedde, de waardgelders werden onder druk ontbonden en remonstrantse stadsbesturen, de provinciale Staten en andere organisaties werden gezuiverd. Leidende figuren van de remonstrantse beweging werden gearresteerd.

Op 12 mei 1619 werd Van Oldenbarnevelt schuldig bevonden aan hoogverraad en ter dood veroordeeld. Hugo de Groot en Hogerbeets werden veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Na de machtsovername was Maurits de nieuwe leidende persoon van de Republiek. In 1618 werd de Synode van Dordrecht gehouden, waar door theologen de remonstrantse leer werd veroordeeld.

Tijdens de wapenstilstand (Twaalfjarig Bestand) tussen de Verenigde Provinciën en Spanje, brak in Duitsland de Dertigjarige Oorlog uit tussen protestantse en rooms-katholieke staten. Omdat protestantse bondgenoten voor het voortbestaan van de Republiek belangrijk waren, werden die door de Republiek gesteund met geld, materiaal en manschappen. Spanje steunde de rooms-katholieke staten. Zo werd de strijd indirect voortgezet in Duitsland.

De rechtsgeleerde Hugo de Groot heeft zich tijdens zijn ballingschap nooit met zoveel woorden tot de ene of andere richting bekend, maar de publicaties van Hugo de Groot ademen zeer de sfeer van de remonstranten.

Remonstranten (rekkelijken)

Begin 1610 formuleerden in Gouda 44 hervormde predikanten bezwaren tegen de leer van de protestantse heersende kerk in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Het betrof de leerstellingen over met name de vrije wil van de mens en zijn of haar voorbeschikking tot heil of verdoemenis door God, de predestinatie. Deze opvattingen werden in 1610 vastgelegd in een 'verweerschrift' of 'remonstrantie'. Een belangrijk theoloog aan het eind van de 16e en het begin van de 17e eeuw die deze opvattingen van een tolerant christendom verkondigde was Jacobus Arminius. Hij was predikant in Amsterdam en begin 17e eeuw hoogleraar godgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Leiden. De volgelingen van Arminius werden Arminianen genoemd, ook wel remonstranten of de rekkelijken.

Contra-remonstranten (preciezen)

De opponenten van de remonstranten, contra-remonstranten genoemd, vonden dat de mens geen invloed heeft op zijn of haar eeuwige bestemming. De mens had bij de remonstranten een zekere invloed op zijn eeuwige bestemming, in die zin dat de mens voor zijn of haar redding ten minste de bereidheid moet hebben om deze redding te aanvaarden. Dit rook volgens de tegenstanders naar ketterij. Franciscus Gomarus werd de leider van de contra-remonstranten, de gomaristen ofwel preciezen.

In 1618 werd een algemene kerkvergadering gehouden, de Synode van Dordrecht. De Synode steunde in grote lijnen de contra-remonstranten, al werd de leer verworpen van de dubbele predestinatie (tot heil én verdoemenis), zoals geleerd door Gomarus. Op 14 januari 1619 tijdens de Dordtse synode werden 200 rekkelijke predikanten uit hun ambt gezet en verbannen. De standpunten tegen de remonstranten werden weergegeven in vijf punten, die bekendstaan als de Dordtse Leerregels.


Duinkerkerkapers, waren de kapers die o.a. tijdens de Tachtigjarige Oorlog vanuit Duinkerke, Oostende of Nieuwpoort opereerden.

Nadat de hertog van Parma in 1583 Duinkerke heroverd had, werd de Spaanse vloot in 1585 daarheen verplaatst.

Eerst bestond deze vloot uit zogenaamde koningsschepen. Al snel werd zo'n enorme schade toegebracht aan de scheepvaart van de Unie van Utrecht dat de Staten-Generaal van de Nederlanden in 1587 besloten deze Duinkerkerkapers als zeerovers te behandelen en het "recht van voetspoeling" toe te passen, dat wil zeggen: gevangengenomen bemanningsleden van kaperschepen zonder enige vorm van proces overboord te gooien of te knuppelen.

Er werden over en weer gruwelijke maatregelen genomen. Maar ook verdienden de Duinkerkers geld door paspoorten te verkopen die de bezitter een vrijgeleide gaven als hij hun kaperschepen tegenkwam.

In 1600 werd het leger van Maurits van Oranje op Duinkerke afgestuurd, maar de beroemde legeraanvoerder besloot, ondanks een overwinning in de Slag bij Nieuwpoort, de stad niet in te nemen. Hij was al tegen zijn zin door de Staten Generaal te ver van zijn basis gestuurd en vreesde te worden afgesneden. De voor de Republiek onverkwikkelijke situatie bleef nog jaren aanhouden.

In 1629 kwam Piet Hein om bij een expeditie tegen de kapers. De Staten-Generaal besloten dat het nu genoeg geweest was: men beval luitenant-admiraal Maarten Tromp om de havens te blokkeren terwijl Lodewijk XIII van Frankrijk met zijn leger eerst Grevelingen (29 juli 1644), toen de forten (10 juli 1645) en op 11 oktober 1646 Duinkerke zelf innam. Alleen vanuit Oostende was er nog wat kaapvaart tot de Vrede van Münster in 1648.

Hugo de Groot, (ook wel Grotius) was een Nederlands rechtsgeleerde en schrijver. Zijn belangrijkste werken liggen op historisch en juridisch gebied. Zijn beroemdste werk is De iure belli ac pacis (Over het recht van oorlog en vrede) uit 1625. Het vormt de basis voor het moderne volkenrecht. Hij is ook bekend vanwege zijn pleidooi voor de vrije toegang tot de zee (en de vrijhandel) het Mare Liberum (1609), eerst in 1864 teruggevonden en gepubliceerd. Hedendaagse rechtsgeschiedkundigen beschouwen hem als een van de grootste juristen ooit. Grotius heeft een immense invloed op het internationaal publiekrecht uitgeoefend, zijn ideeën met betrekking tot de zeevaart bijvoorbeeld domineren het grootste deel van het hedendaags zeerecht.

Even na 1610 laaiden er in de nog jonge Nederlandse Republiek godsdiensttwisten tussen de protestanten onderling op, die tot in de politiek werden uitgespeeld. Hugo de Groot trad in vele geschriften naar voren als verdediger van het kamp der Arminianen (remonstranten) of, vanuit zijn gezichtspunt gezien, het kamp van hen die voor tolerantie ijverden, en van mening waren dat de staat het hoogste gezag was, en dus boven de kerk stond. Dat was ook het standpunt van Van Oldenbarnevelt, die bovendien weigerde een nationale synode van staatswege bijeen te roepen, omdat daarin ongetwijfeld Arminius veroordeeld zou worden. Prins Maurits, die zelf zei dat hij niet veel verstand had van theologie zag in de godsdiensttwisten een kans om de vredespartij buitenspel te zetten, dat wil zeggen degenen die voor de omzetting van het Twaalfjarig Bestand met Spanje in een permanent vredesverdrag waren. Het bestand had voor hem als legeraanvoerder geleid tot verlies van veel macht en aanzien en derving van buitgeld.

In augustus 1618 wist de prins dankzij de kwestie van de waardgelders de machtsstrijd in zijn voordeel te beslechten. Van Oldenbarnevelt en De Groot werden op 29 augustus 1618 gevangengenomen. Van Oldenbarnevelt werd ter dood veroordeeld en terechtgesteld. Een college van 24 rechters veroordeelde de remonstrant Hugo de Groot 'ter eeuwige gevangenisse'. Aanvankelijk werd hij te Den Haag in hechtenis gehouden, maar op 5 juni 1619 werd hij overgebracht naar Slot Loevestein, toen een staatsgevangenis, later gevolgd door zijn vrouw en dienstmeisje. Hij mocht wel blijven studeren en schreef in gevangenschap zijn Inleiding tot de Hollandsche Rechtsgeleerdheid. Daarvoor kreeg hij regelmatig een kist boeken, die soldaten bij een familie in Gorinchem ophaalden; later werd die kist terugbezorgd. Dat bracht zijn vrouw Maria na anderhalf jaar op een idee. Zij maande Hugo: "Kruip in die kist en zorg dat je er twee uur in kunt blijven zitten zonder geluid te maken". Ze liet hem avonden lang oefenen. De tijd begon te dringen, omdat het Twaalfjarig Bestand met Spanje binnenkort afliep, waarna mogelijk de vluchtroutes minder veilig zouden zijn.

Op 22 maart 1621 ontsnapte Hugo uit Loevestein. Op deze dag was het jaarmarkt in Gorinchem, en de gevangenisbaas was weg. Maria legde met dienstmeisje Elselina de boeken in het bed, zodat het net leek of Hugo ziek was. Met alleen zijn ondergoed en zijden kousen aan kroop hij in de kist. Elselina ging met de soldaten mee naar Gorinchem om de kist in de gaten te houden. Eenmaal bij de familie aangekomen stapte Hugo eruit om ijlings in metselaarskleren naar Antwerpen te vluchten. Vandaar vertrok hij naar Parijs, waar hij uiteindelijk weer in vrijheid zijn vrouw ontmoette en een toelage (jaargeld) van de Franse koning kreeg.

Vrede van Münster

De gevluchte remonstranten keerden na het overlijden van Maurits van Oranje in 1625 geleidelijk terug naar de Republiek. Daar was de remonstrantse kerk officieel verboden, maar in de praktijk gedoogd. De remonstranten stichtten vele schuilkerken. (Pas na de stichting van de Bataafse Republiek in 1795 werd het kerkgenootschap officieel erkend.) De strijd tussen de Republiek en Spanje werd met het aflopen van het Twaalfjarig Bestand in 1621 hervat. Vanaf die tijd begon ook een economische neergang door onder andere het opnieuw invoeren van handelsembargo's, opvoeren van blokkades van grote rivieren en aanvallen door kapers. Naast de economische teruggang moesten de belastingen worden verzwaard om het eigen leger te versterken. De crisis werd verergerd doordat de Republiek geen financiële steun meer kreeg van Frankrijk en Engeland. In 1624 belegerde Spanje de goed verdedigde stad Breda. Op dat moment was prins Maurits erg ziek en overleed uiteindelijk in april 1625 in Den Haag. Twee maanden later zou Breda ingenomen worden door Spanje. Omdat Spanje ook in een slechte financiële situatie verkeerde, werd het leger na de inname van Breda ingekrompen en werd er voor een verdedigende strategie gekozen. Frederik Hendrik volgde zijn halfbroer Maurits op als stadhouder en legeraanvoerder.

In tegenstelling tot Maurits koos Frederik Hendrik geen partij tussen de remonstranten en de contra-remonstranten en streefde hij meer naar evenwicht. Zodoende konden remonstranten weer positie nemen in de stadsbesturen en in de Staten.

Rond 1628/1629 verschoven de verhoudingen in de Lage Landen, dankzij verschillende ontwikkelingen. Zo verbeterde de financiële situatie van de Republiek, waar die van Spanje verslechterde. Het Spaanse leger werd ingekrompen, waar dat van de Republiek werd uitgebreid. Engeland werd betrokken in de oorlog tegen Spanje en dit land raakte in conflict met Frankrijk over de opvolging in Mantua (Italië). Vooral de strijd tussen Spanje en Frankrijk om de opvolging in Mantua was belangrijk voor de Republiek, omdat die ervoor zorgde dat Spanje veel geld en manschappen in Italië moest inzetten in plaats van in de Nederlanden.

In 1629 veroverde Frederik Hendrik 's-Hertogenbosch. Spanje wilde vervolgens graag een nieuwe wapenstilstand, maar door de politieke verdeeldheid in de Republiek ging dat niet door. In 1632 werden tijdens de veldtocht langs de Maas door Frederik Hendrik onder andere de steden Roermond, Venlo en Maastricht veroverd. Om tegemoet te komen aan de rooms-katholieke bevolking in deze steden, mocht die er vrij haar geloof belijden. Wel moest in iedere stad één kerk afgestaan worden aan de protestanten. Opnieuw wilde Spanje praten over vrede, maar ook deze onderhandelingen mislukten door de politieke strubbelingen in de Republiek.

De nieuwe Republiek werd door de omliggende landen als soevereine staat erkend.

Stadhouderloze Tijdperken

Uiteindelijk kwam het in de jaren veertig van de 17e eeuw tot vredesbesprekingen, die in 1648 leidden tot de Vrede van Münster. erkend als zelfstandige natie, hoewel er bij het ingaan van het Twaalfjarig Bestand al sprake was van officieuze erkenning door meerdere staten. Hiermee kwam er een eind aan de Tachtigjarge Oorlog.

Een belangrijk indirect gevolg van dit verdrag was dat het Nederduits-Gereformeerde geloof de staatskerk van de Republiek werd. Alle Rooms-katholieke Kerk goederen vervielen aan de overheid; kerken, kapellen, kloosters en andere bezittingen. De rooms-katholieken moesten tot 1795 gebruikmaken van 'schuilkerken': ze mochten kerkdiensten houden, maar niet in gebouwen die aan de buitenkant als kerk herkenbaar waren.

Ook kwam er een grens tussen de Republiek en de Zuidelijke Nederlanden. Die werd bepaald door de actuele frontsituatie tussen die van de Nederlandse opstandelingen en de Spanjaarden. De grens in Limburg werd pas in 1661 definitief vastgelegd met het partagetractaat (overeenkomst). Het belangrijkste gevolg voor Antwerpen was dat de Schelde bijna twee eeuwen lang afgesloten bleef (tot in 1813).

Een jaar voor de Vrede van Munster overleed stadhouder Frederik Hendrik en werd opgevolgd door zijn zoon Willem II van Oranje. De grote vraag was wie nu eigenlijk het land regeerde. In oktober, na een jachtpartij op de Veluwe, kreeg de prins koorts. Hij bleek aan pokken te lijden en op 6 november stierf hij op 24-jarige leeftijd. Acht dagen later werd zijn erfgenaam geboren, de latere stadhouder Willem III. Willems stoffelijk overschot werd in maart 1651 bijgezet in de grafkelder van Oranje-Nassau in de Nieuwe Kerk in Delft. De Staatsgezinden maakten gebruik van de verwarring in het vijandelijke orangistische kamp. Er was een grote meerderheid ontstaan die geen stadhouder meer wenste en het Eerste Stadhouderloze Tijdperk was geboren.

Een periode waarin geen stadhouder benoemd werd in de provincies Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel. In Friesland bleef Willem Frederik stadhouder en Groningen en Drenthe benoemden Willem Frederik als hun nieuwe stadhouder. Gedurende deze periode waren er constant spanningen tussen Oranjegezinden, die wilden dat Willem III de nieuwe stadhouder moest worden en republikeinen, die helemaal geen stadhouder wilden. Door deze spanningen waren de provincies intern instabiel en volgden ze veelal het beleid van Holland, waar raadpensionaris Johan de Witt grote invloed had. De jaren na de Vrede van Münster verliepen voor een deel van de Nederlanden economisch erg voorspoedig. De handel op zee met andere gebieden groeide flink, ten koste van Engeland.

Dit veroorzaakte een ernstige economische teruggang in Engeland en als reactie hierop nam het Engelse parlement de Akte van Navigatie aan om de eigen handel te beschermen. Deze nieuwe wet ging gepaard met kaperijen van Nederlandse schepen door Engelse piraten en de Engelse marine. Om de dominante positie in de wereldhandel niet te verliezen ging de Republiek in de tegenaanval en in 1652 brak de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog uit. Engeland won de strijd op de Noordzee, waarbij Maarten Tromp, de belangrijkste admiraal van de Republiek, sneuvelde. Om de handel niet nog meer te schaden werd er in 1654 vrede gesloten. Deze vrede nam de wrijving tussen de twee landen niet weg en in 1665 brak er opnieuw een oorlog uit, de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. In deze oorlog vernietigde Michiel de Ruyter een groot deel van de Engelse vloot bij de tocht naar Chatham. Wel wisten de Engelsen Nieuw-Amsterdam (het huidige New York) op de Republiek de te veroveren. De vredesbepalingen aan het eind van deze oorlog waren gunstig voor de Republiek. Zo mocht de Republiek het op de Engelsen veroverde Suriname houden en werden de Engelse Scheepvaartwetten versoepeld. Nieuw-Amsterdam bleef in Engelse handen.

Ook deze vrede hield niet lang stand. De Franse koning Lodewijk wilde zijn grondgebied uitbreiden en van Frankrijk een handels- en koloniale grootmacht maken, vergelijkbaar met Engeland en de Republiek. Daartoe sloot Lodewijk een bondgenootschap met de Engelse koning en de bisschoppen van Keulen en Münster tegen de Republiek. In mei van het jaar 1672, ook wel het rampjaar genoemd, begon de Hollandse Oorlog en werd de Republiek binnengevallen. Het Staatse leger was sterk in de minderheid en slecht voorbereid, waardoor de Fransen makkelijk konden oprukken tot aan Holland, dat dankzij de Hollandse waterlinie veilig bleef. De inval veroorzaakte een hevige volkswoede richting de regenten, omdat door hun toedoen het leger in zo'n slechte staat zou zijn vervallen. Daarnaast verlamde de oorlog ernstig de handel. De woede resulteerde in het afzetten van regenten, de moord op de gebroeders De Witt en het aanstellen van Willem III als stadhouder van Holland en Zeeland. Op zee werd de oorlog tegen Engeland gewonnen. In 1674 sloot de Republiek vrede met Engeland en de Duitse bisdommen. Met steun van Spanje en de Oostenrijkse keizer werd de oorlog tegen Frankrijk voortgezet. In 1678 werd in Nijmegen de vrede getekend.

Vrede van Utrecht

Willem III overleed kinderloos in maart 1702. Hoewel hij de Friese stadhouder Johan Willem Friso als opvolger had aangewezen, werd er na zijn dood in Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel wederom geen nieuwe stadhouder benoemd. Hiermee brak het Tweede Stadhouderloze Tijdperk aan. Johan Willem Friso verdronk op 14 juli 1711 toen zijn schip omsloeg op het Hollandsch Diep. Zijn zoon Willem IV zou zes weken later geboren worden.

Twee jaar voor het overlijden van Willem III was de Spaanse koning Karel II overleden. Hij had geen nakomelingen en in zijn testament had hij Filips van Anjou, de kleinzoon van de Franse koning Lodewijk XIV, aangewezen als opvolger. Hierdoor zou een machtig Frans-Spaans blok ontstaan, dat des te bedreigender was omdat men vreesde dat de handel met de Spaanse koloniën door de Fransen overgenomen zou worden. Een alliantie van de Oostenrijkse Habsburgers met onder andere de Verenigde Provinciën en Groot-Brittannië trachtte tijdens de Spaanse Successieoorlog het Frans-Spaanse machtsblok te breken en aartshertog Karel als koning van Spanje te installeren. Toen Franse troepen de Spaanse Nederlanden binnentrokken verdween de barrière tussen Frankrijk en de Republiek die de Republiek moest verdedigen. Gedurende de oorlog bracht de Republiek met 119.000 man het grootste leger uit haar bestaan op de been. Om dit te betalen moesten de Staten veel geld lenen. De hoge uitgaven aan het leger gingen ten koste van de uitgaven aan de marine, waardoor de Britten het overwicht op zee kregen. De eerste jaren van de oorlog leidden tot veel successen aan geallieerde zijde. Zo werden de Fransen uit de Spaanse Nederlanden verdreven, werd de strijd om de Middellandse Zee gewonnen en boekte men successen in Castilië. Later werden de geallieerden weer uit Castilië verdreven en volgde er een patstelling. De Fransen begonnen vervolgens vredesonderhandelingen die in 1713 leidden tot de Vrede van Utrecht. Filips van Anjou bleef aan als koning van Spanje, maar moest de Spaanse bezittingen in Nederlanden en in Italië afstaan aan Oostenrijk.

Na de vrede werden legereenheden ontbonden en de uitgaven voor het leger verminderd. Deze inkrimping betekende een definitieve breuk met het verleden en was de Republiek van een wereldmacht verworden tot een middelgrote mogendheid. De Republiek raakte in een economische crisis. De handel met de koloniën stagneerde, de nijverheid in de steden ging achteruit en de belastingen moesten worden verhoogd om de hoge schuld te kunnen terugbetalen. Dit veroorzaakte een ernstige malaise in de Republiek en wakkerde de ontevredenheid van de bevolking over de regenten aan.

Toen Willem IV in 1729 meerderjarig werd, werd hij uitgeroepen tot stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Gelderland. Deze benoeming zorgde voor een feller worden van de strijd tussen republikeinen en orangisten.


Gedurende de Oostenrijkse Successieoorlog moest de Republiek vanwege een verdrag een bijdrage leveren aan de zijde van Groot-Brittannië en Oostenrijk. Het leger werd opnieuw uitgebreid en ingezet in de Oostenrijkse Nederlanden dat werd binnengevallen door de Fransen. Toen de Fransen in april 1747 doorstoomden tot in Staats-Vlaanderen en de zwakte van de verdediging duidelijk werd, veroorzaakte dat onder de bevolking een hevige oproer. Vanuit de bevolking was de roep om de stadhouder zo groot, dat de regenten genoodzaakt waren het stadhouderschap te steunen. Van de stadhouderloze provincies was Zeeland de eerste provincie die het stadhouderschap opnieuw instelde. Holland, Utrecht en Overijssel volgden snel daarna, waardoor Willem IV in het midden van mei 1747 de eerste stadhouder van alle provincies van de Unie werd. Ook nadat Willem IV stadhouder was geworden, bleef het onrustig, omdat hij in de ogen van het volk, maar weinig regenten liet vervangen. Het pachtersoproer, waarbij huizen van pachters werden geplunderd, was een uiting van de woede. Wel kon Willem veel macht naar zich toe trekken, waardoor de Republiek trekken kreeg van een constitutionele monarchie zonder gekroonde vorst. In 1748 werd de oorlog beëindigd met de Vrede van Aken.

Onverwachts overleed Willem IV op 22 oktober 1751 op 40-jarige leeftijd. Het stadhouderschap was daarvoor al erfelijk verklaard, maar zijn zoon Willem V was bij diens vaders overlijden nog maar 3 jaar. Tot zijn meerderjarigheid werd zijn functie waargenomen door zijn moeder, Anna van Hannover, en na haar dood door de beroemde legeraanvoerder Brunswijk. In die jaren bleef de bevolking rustig ondanks de economische en sociale spanningen.

De Bataafse Republiek

In 1766 werd Willem V meerderjarig en daarmee de nieuwe stadhouder. Brunswijk bleef een invloedrijk persoon aan het hof. Traditionele bondgenootschappen in Europa veranderden, doordat Oostenrijk met Frankrijk een bondgenootschap aanging en Groot-Brittannië een met de nieuwe grootmacht Pruisen. Het liefst wilde de Republiek een neutrale positie innemen, maar dat was moeilijk door grensconflicten met Oostenrijk en de aanwezigheid van Pruisen langs de oostgrens. Ondanks de oorlogsdreiging werden het leger en de marine nauwelijks uitgebreid door de tegengestelde belangen van de provincies. Toen de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog uitbrak, zorgde dat voor toenemende spanningen tussen de Republiek en Groot-Brittannië. De Nederlanders verkochten wapens en munitie via het eiland Sint Eustatius aan de Amerikaanse opstandelingen, tot woede van de Britten, met als gevolg dat in 1780 de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog uitbrak, waarbij de Republiek verpletterend werd verslagen en veel overzeese gebiedsdelen verloren gingen.

Tegen 1782 kwam, geïnspireerd door de Amerikaanse Revolutie en de Verlichting, een beweging op: de patriotten, die meer vrijheid eisten voor het volk. De vonk die dit revolutionaire proces ontstak in vele steden van de Republiek was de publicatie van het door Joan Derk Van der Capellen geschreven pamflet Aan het Volk van Nederland. Hierin schreef Van der Capellen dat de overheid van het land verantwoordelijkheid moest tonen richting het volk. Ook wilde hij meer democratisering in het bestuur en door het volk geleide vrijkorpsen om het volk te beschermen. De patriotten zagen hun zaak als de voortzetting van de Nederlandse Opstand voor meer vrijheid - vrijheid die in hun ogen door de stadhouder en zijn gunstelingen werd onderdrukt. Door een stroom van pamfletten en aanplakbiljetten en massademonstraties kregen de patriotten meer en meer aanhang. In steden met veel patriottische aanhangers werden vrijkorpsen opgericht en werden, al dan niet met geweld, hervormingen doorgevoerd zoals het beperken van de macht van de stadhouder en het instellen van nieuwe stadsbesturen. De opkomst van de patriotten zorgde voor spanningen en geweld tussen hen en orangisten. Omdat Den Haag niet meer veilig was voor de stadhouder en zijn familie, weken zij uit naar Gelderland, dat nog wel orangistisch was. Toen het er in 1787 op leek dat de stadhouder de patriottenbeweging niet meer kon tegenhouden, viel de Pruisische koning Frederik Willem II, tevens de zwager van de stadhouder, gesteund door de Britten de Republiek binnen met een leger om de stadhouder te helpen. Als directe aanleiding voor de inval wordt beschouwd de aanhouding bij Goejanverwellesluis van zijn zus Wilhelmina van Pruisen. Ondanks de gewapende vrijkorpsen was er vrijwel geen verzet tegen de Pruisische troepen. Na deze interventie trok de stadhouder terug naar Den Haag en werden er enkele maatregelen tegen de patriotten ingevoerd. Ook in de Zuidelijke (Oostenrijkse) Nederlanden kwam de bevolking in opstand. Daar werden de Verenigde Nederlandse Staten opgericht, die echter door ingrijpen van Pruisen maar kort bestonden. In Frankrijk had de Franse Revolutie, die begon in 1789, meer succes. In 1795 trokken Franse soldaten, nadat zij in de Zuidelijke Nederlanden de Oostenrijkers hadden verslagen, de Republiek binnen, waar zij met veel enthousiasme onthaald werden. Hiermee kwam de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ten einde en ontstond een nieuwe staat: de Bataafse Republiek.



Duinkerkerkapers

Engels-Nederlandse Oorlogen

Willem IV

Raadspensionares Johan de Witt was tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk negentien jaar lang raadpensionaris van het graafschap Holland en daarmee de belangrijkste politicus van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hij was tevens een begenadigd wiskundige die beschouwd wordt als een van de grondleggers van de verzekeringswiskunde. Johan werd met zijn twee jaar oudere broer Cornelis de Witt door Orangisten vermoord en op gruwelijke wijze verminkt. De moord behoort tot de meest gedenkwaardige in de vaderlandse geschiedenis. Hoewel hedendaags Nederland hem kent als Johan met zijn voornaam, noemden zijn vrouw en veel tijdgenoten hem Jan.

Na de plotselinge dood van stadhouder Willem II wilde de meerderheid van de Nederlandse provinciale besturen geen nieuwe stadhouder van het Huis van Oranje. Het Eerste Stadhouderloze Tijdperk was een feit. De Witt was er een groot voorstander van. Hij noemde het de periode van "De Ware Vrijheid". Er was geen staatshoofd. Beslissingen die de hele republiek aangingen, werden door de zeven provincies gezamenlijk genomen op basis van meerderheid van stemmen. Bij erg belangrijke zaken diende er eenstemmigheid te zijn. De provincies zelf bleven autonoom, evenals de steden.

Johan de Witt was met zijn broer Cornelis de leider van de staatsgezinden, een anti-Orangistische groepering die door Johan de Witt de partij van de vrijheid genoemd werd. Sinds zijn vader, die ook tot de staatsgezinden behoorde, met zes andere voormannen door Willem II korte tijd vastgehouden werd in de staatsgevangenis slot Loevestein, werden de staatsgezinden in de wandelgangen Loevesteiners genoemd. "Vertrouw nooit een Oranje", had zijn vader hem na zijn vrijlating toevertrouwd. De waarschuwende woorden zouden hem vormen om de Orangisten uit belangrijke posities te houden.


Maarten Tromp was een Nederlands zeevaarder en luitenant-admiraal in de Nederlandse marine. Tromp geniet faam als bekend zeeheld in de Nederlandse geschiedenis.

De Nederlandse marine heeft verschillende schepen naar hem vernoemd.

Op 23 juli 1622 ging Tromp bij de vloot als luitenant op de brik Bruynvisch bij de Admiraliteit van de Maze, onder kapitein Cornelis Cornelissen de Bagijn. Dat jaar en in 1623 was dit schip betrokken bij aanvallen op de Spaanse kust. Op 1 januari 1624 werd Tromp overgeplaatst naar een schip, van kapitein Dirck Gerritszoon Verburgh, dat deel uitmaakte van de blokkadevloot tegen Duinkerke. Op 29 maart 1627 sloeg hij bij Plymouth een aanval van vijf Duinkerker kapers op een konvooi af, zijn eerste belangrijke gevecht als kapitein. April 1629 werd hij luitenant-admiraal Piet Heins vlaggenkapitein op de Vliegende Groene Draeck.  Tromp, erg nerveus of hij wel aan de verwachtingen kon voldoen, weigerde eerst nog maar werd na herhaald aandringen op 27 oktober 1637 benoemd tot luitenant-admiraal van Holland en West-Friesland. In januari 1648 gaf Tromp aan de Staten-Generaal zijn mening over de minimale omvang die de Nederlandse vloot moest hebben om haar taken te vervullen. Zijn grootste overwinning was de Slag bij de Singels (de Battle of Dungeness) op 9 december waarna hij volgens een Engelse legende een bezem in zijn mast zou hebben gevoerd als teken dat hij de zee van vijanden had schoongeveegd.

Tijdens de Driedaagse Zeeslag werd Tromp echter weer verslagen en opnieuw in de Zeeslag bij Nieuwpoort. De Britten begonnen een blokkade van de Nederlandse kust. Bij een geslaagde poging die te breken, de Slag bij Ter Heijde, werd Tromp op de Brederode door een Engelse scherpschutter vanaf het schip van admiraal William Penn (de vader van William Penn), dodelijk in de linkerborst getroffen.

Michiel de Ruyter is de bekendste zeeheld uit de Nederlandse geschiedenis. Hij wordt algemeen beschouwd als de grootste admiraal van zijn tijd. De Ruyter was afwisselend in dienst van de staat en van reders, en was zelfs een tijdlang als zelfstandig ondernemer actief in de walvisvaart. Vermogend geworden had hij de zee al vaarwel gezegd toen in 1652, bij het uitbreken van de Eerste Engelse Zeeoorlog, de Zeeuwse Admiraliteit met succes een beroep deed op zijn plichtsbesef en hij een belangrijk vlootvoogd werd. Hij bleef van nu af aan bij de marine in vaste dienst, die de hele periode van de eerste drie Engels-Nederlandse Oorlogen bestreek. Na de vrede met Engeland in 1653 nam hij als vice-admiraal van de Admiraliteit van Amsterdam deel aan diverse oorlogen in de Oostzee en aan acties tegen piraterij in de Middellandse Zee. Eind 1664 heroverde hij, in de aanloop naar de Tweede Engelse Zeeoorlog, in West-Afrika Nederlandse forten op de Britten en voer daarna naar Amerika om daar hun koloniën schade toe te brengen. Bij thuiskomst in 1665 werd hij door toedoen van raadpensionaris Johan de Witt in de rang van luitenant-admiraal benoemd tot opperbevelhebber. De Ruyter behaalde tijdens de verdere duur van de oorlog belangrijke successen tegen de Engelsen met als hoogtepunt de Tocht naar Chatham die in 1667 leidde tot een voor Nederland gunstige vrede. In de Derde Engelse Zeeoorlog redde De Ruyter de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën van de ondergang door in vier zeeslagen sterkere Engels-Franse vloten in het nauw te brengen. Op 22 april 1676 in de Slag bij Agosta werd De Ruyter door een kanonskogel geraakt aan zijn rechterbeen dat verbrijzeld werd, en aan zijn linkervoet, waarvan het voorste deel werd afgeschoten. Zijn been werd geamputeerd en in eerste instantie leek hij te herstellen. Na enige dagen trad er wondkoorts op omdat de wond geïnfecteerd was geraakt. Michiel de Ruyter overleed een week later in de baai van Syracuse aan de gevolgen daarvan, aan boord van 's lands schip van oorlog d'Eendraght.  

Vrede van Utrecht (1713) is de verzamelnaam voor een reeks van verdragen waarvan het eerste op 11 april 1713 in Utrecht werd gesloten. Hiermee kwam een einde aan de Spaanse Successieoorlog en Queen Anne's war en daarmee aan anderhalve eeuw van twisten en godsdienstoorlogen. Het succes was mede te danken aan de gelijkwaardige behandeling van overwinnaar en overwonnene en het grote belang dat werd gehecht aan het behoud van het machtsevenwicht. Het verdrag markeerde ook het einde van de Republiek als grootmacht, geïllustreerd door de woorden van de Franse onderhandelaar Melchior de Polignac; Nous traiterons sur vous, chez vous, sans vous ('Wij onderhandelen over u, bij u, zonder u'). Bijzonder aan deze historische gebeurtenis was dat de anderhalf jaar durende onderhandelingen omlijst werden door kunst- en cultuuruitingen.

De Vrede van Utrecht uit 1713 is in feite het tweede internationale vredesverdrag dat in de stad Utrecht werd gesloten. De eerste Vrede van Utrecht maakte in 1474 een eind aan een omvangrijke handelsoorlog die in 1469 was begonnen tussen aangesloten leden van de internationale vereniging van handelssteden de Hanze en het koninkrijk Engeland.

Daarnaast maakte de Vrede van Utrecht 1713 een einde aan twee eeuwen van godsdiensttwisten en zeer bloedige oorlogen in Europa waarin de hegemonie van 'Rome of Reformatie' en het machtsevenwicht tussen de grote landen en vorsten werd uitgevochten. De Vrede van Münster van 1648 had het nieuwe machtsevenwicht moeten bezegelen, maar bleek al snel niet meer dan een wapenstilstand te zijn.

De Verenigde Provinciën, alhoewel aan de kant van de overwinnaars, verloren hun overwicht op zee en mochten de Zuidelijke Nederlanden niet behouden. Ze kregen wel meer veiligheid. Georg Friedrich Händel schreef vanwege het afsluiten van de Vrede van Utrecht ten behoeve van een feestelijke kerkdienst (een plechtige 'Morning Prayer') in de Saint Paul's Cathedral te Londen het Utrecht Te Deum en het Utrecht Jubilate. Sinds 2005 wordt het Utrecht Te Deum van Händel weer jaarlijks uitgevoerd in Utrechts Domkerk om de herinnering aan dit historische feit levend te houden.

Patriotten waren burgers in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden die aan het einde van de 18e eeuw democratisering wilden stimuleren en aan het absolutisme van een falende stadhouder Willem V een halt wilden toeroepen. De patriotten - vaak uit christelijke, maar ook uit seculiere verlichte kringen - waren beïnvloed door de ideeën van Jean Jacques Rousseau over de volkssoevereiniteit en algemene wil. De patriotten wilden dat niet de stadhouder, maar de burgers hun burgemeesters en bestuurders kozen en dat de vroedschappen een afspiegeling vormden van de bevolking. Dat katholieken en doopsgezinden in geen enkel bestuur zaten, was voor hen onverteerbaar.

Patriotten waren voorvechters van een meer representatieve volksvertegenwoordiging, vrijheid van vergadering en vrijheid van meningsuiting. Vanaf 1781 verzetten ze zich tegen de aristocratie met haar lucratieve en erfelijke ambten, privileges en pro-Engelse houding. De ideeën over gelijkheid van protestanten, joden, dissenters en katholieken waren afkomstig van Franse en Schotse natuurfilosofen uit tijde van de Verlichting.

De patriotten raakten geïnspireerd door de Amerikaanse onafhankelijkheid in 1776 en waren derhalve anti-Engels en pro-Frans. Hun voorman was Joan Derk van der Capellen tot den Pol, die in 1778 uit de Overijsselse Staten werd gezet vanwege zijn pro-Amerikaanse houding.

Wilhelmina van Pruisen, de vrouw van stadhouder Willem V, was op 28 juni 1787 op weg naar Den Haag om de Staten van Holland te bewegen haar verdreven echtgenoot naar Den Haag terug te laten keren. Om dit te voorkomen hielden Patriotten uit Gouda haar tegen (*aanhouding bij Goejanverwellesluis). De aanhouding was de directe aanleiding voor haar broer, Frederik Willem II van Pruisen om de republiek binnen te vallen en dit leidde weer tot de val van de Patriotten. Het stadhouderlijk paar keerde vervolgens terug naar 's-Gravenhage.

*De aanhouding vond overigens niet plaats in Goejanverwellesluis (zw/wt foto rechts) maar bij Bonrepas aan het riviertje de Vlist, aan de weg van Schoonhoven naar Haastrecht.

De betekenis van de Patriottenbeweging moet niet worden onderschat. Van orangistische zijde werden de patriotten als exercerende winkeliers of landverraders afgeschilderd, vanwege hun heulen met Frankrijk. Veel van de ideeën uit de Franse Revolutie, zoals de eenheidsstaat, scheiding van kerk en staat, gelijkberechtiging en kritiek op slavernij werden tijdens de Bataafse Republiek verwezenlijkt. De hervormingen zijn tijdens het Koninkrijk Holland verder uitgewerkt en na 1813 door het Koninkrijk der Nederlanden overgenomen.


Deductie van Vrancken, is een in 1587 door François Vranck geschreven document dat in 1588 werd uitgevaardigd door de Staten-Generaal van de opstandige noordelijke gewesten en steden van de Nederlanden. Het poogde "historisch bewijs" te geven voor de stelling dat de macht over de Nederlanden bij de Steden en Edelen lag, en niet bij de soeverein, de Spaanse vorst Filips II, die in 1581 met het Plakkaat van Verlatinghe van de troon vervallen was verklaard.

TOP Info Contact Home

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

 Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Auteur: Joostik

Het spinnen, het scheren van de ketting, en het weven in Leiden, 1594-1596.

Schilder: Isaac Claesz. van Swanenburg. In Collectie Lakenhal Leiden.

Johan van Oldenbarnevelt, 1590-1624.

Schilder: Michiel Jansz. van Mierevelt. In Rijksmuseum Amsterdam.

Hugo de Groot, 1631.

Schilder: Michiel Jansz. van Mierevelt.In Museum Het Prinsenhof.

Michiel de Ruyter, 1668.

Schilder: Hendrick Berckman.

Kaart die de aanval op Chatham in 1667 door de Nederlandse vloot onder leiding van Admiraal De Ruyter weergeeft.

Auteur: OSeveno, using work created by User:Memnon335bc -  Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International

Het verbranden van de Engelse vloot voor Chatham door de Nederlandse vloot olv Michiel de Ruyter.

Schilder: Peter van de Velde. In Rijksmuseum Amsterdam.

Patriotten: Exercitiegenootschap 'De Vrijheid' 1783 te Dordrecht.

In Stadsarchief Dordrecht

Maurits van Nassau, prins van Oranje en Stadhouder.

Schilder: Michiel Jansz. van Mierevelt. In Palace of Versailles.

Prins Maurits tijdens de Slag bij Nieuwpoort (1600).

Schilder: Hendrick Ambrosius Packx. In Instituut Collectie Nederland.

Ondertekening van het verdrag van Münster, 15 mei 1648.

Schilder: Gerard ter Borch. In Rijksmuseum Amsterdam.

20 augustus 1672, de moord op de gebroeders De Witt. Het schilderij laat als in een stripverhaal van links naar rechts (boven) zien hoe Johan de Witt, gekleed in deftig zwart pak, en Cornelis de Witt, links naast hem, in Japanse mantel, aan hun einde kwamen.

Schilder: Pieter Frits. In Haags Historisch Museum.

Johan de Witt, ca. 1670.

Schilder: Caspar Netscher.In Rijksmuseum Amsterdam.

Maarten Harpertszoon Tromp, afgebeeld met het ordeteken van de Orde van de Heilige Michaël.

Naar een gravure van Jan Lievensz.Transferred from en.wikipedia to Commons. (Original source:www.nmm.ac.uk)

Portret van stadhouder Willem IV (overleden 1751).

De aankomst van prinses Wilhelmina van Pruisen bij Goejanverwellesluis te Hekendorp op 28 juni 1787.

Auteur: Dirk Johannes van Vreumingen. (Original text : Eigen scan van en afbeelding uit Gouda van sluis tot sluis door dr. Jan Schouten; origineel in het Catharina Gasthuis te Gouda)

Vlaggen gebruikt in de Bataafse Republiek, 1796.

Scan of a plate in Maritiem Museum Rotterdam. Auteur scan: H. Roosing

Gouden Eeuw - VOC - Rembrandt - Spinoza


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.