App Nederland Historische mannen en vrouwen

Lodewijk Napoleon Bonaparte  

Info Contact Home

Lodewijk Napoleon Bonaparte, koning van Holland, werd geboren op 2 september 1778 in Frankrijk op het eiland Corsica als Louis Napoléon Bonaparte, in Nederland bekend als Lodewijk Napoleon. In 1806 werd hij, op last van zijn broer Napoleon Bonaparte, koning van Holland. Hij maakte zich snel geliefd omdat hij dicht bij het volk stond en werd 'Lodewijk de Goede' genoemd. Zijn optreden bij rampen werd nagevolgd door alle Nederlandse staatshoofden die na hem kwamen.

Lodewijk werd, na de dood van zijn vader in 1785, opgevoed door zijn oudere broer Napoleon Bonaparte. Deze arrangeerde in 1802 een huwelijk tussen zijn broer Lodewijk en zijn stiefdochter Hortense de Beauharnais. Hortense hield het niet lang uit bij haar man in Holland en vertrok weer naar Frankrijk, waarna het echtpaar gescheiden leefde. Niettemin kregen ze drie zoons.

Napoleon Bonaparte besloot in 1806 een eind te maken aan het Bataafs Gemenebest, omdat hij een sterk gezag wenste in de strategisch gelegen Nederlanden. Hij plaatste daarom zijn jongere broer Lodewijk Napoleon op de troon: door een familielid tot vorst te benoemen kon Napoleon toch invloed uitoefenen. Door het overlijden van stadhouder Willem V op 9 april 1806 stond Napoleon daartoe niemand meer in de weg. Na een georganiseerd, maar formeel verzoek uit Nederland op 5 juni 1806, werd Lodewijk Napoleon koning van Holland. Vreemd genoeg was van verzet nauwelijks sprake. Bij Lodewijks intocht in Den Haag waren slechts her en der toeschouwers te bespeuren, die meer uit nieuwsgierigheid dan enthousiasme een blik van de onbekende vorst wilden opvangen. Op enkele pamfletten na, met kritiek op de opgedrongen koning, van de polemiste Mietje Hulshoff, die daarvoor werd opgesloten, bleven protesten en revolutie uit. Al viel het verzet dus mee, de nieuwe vorst nam geen genoegen met de gelatenheid, maar poogde daadwerkelijk de sympathie van het volk te winnen en zijn gezag te rechtvaardigen. Reeds in zijn welkomsttoespraken haastte Lodewijk zich de Hollanders gerust te stellen. Om de Nederlandse patriciërs aan zijn troon te binden stelde de nieuwe koning op 12 december 1806 een ridderorde, de "Orde van de Unie" in. Nederland kende voordien geen ridderorden, maar deze orde werd een onverwacht succes.

Lodewijk mocht dan op Corsica zijn geboren, hij beloofde plechtig het belang van zijn Hollandse onderdanen in het oog te houden. Lodewijk nam zijn taak zo serieus, dat hij taallessen nam bij de hoogleraar David Jacob van Lennep en bij de schrijver en hofdichter Willem Bilderdijk om het Nederlands onder de knie te krijgen. Maar zoals voor alle Franstaligen ging hem de Nederlandse accentuering niet gemakkelijk af. Zo zou hij zichzelf bij een toespraak in Amsterdam konijn van Olland genoemd hebben. De historiciteit van deze gebeurtenis staat echter niet vast. Ook Deventer, dat hij op 4 mei 1809 bezocht, beweert dat de koning daar zichzelf konijn genoemd zou hebben. Daarnaast had Lodewijk het Nederlands verheven tot de officiële taal in het bestuur, en hoewel dit besluit vooral was bedoeld om Franse spionnen te dwarsbomen, kreeg hij met zijn taalinteresse wel enige sympathie bij het Nederlandse volk.

Koning Lodewijk sloot zich niet op in zijn Haagse paleis, maar ging regelmatig op tournee. Op zijn rondreizen deed hij ook de uithoeken van het koninkrijk aan, waar stadhouder Willem V zich zelden of nooit had vertoond. De tournee was niet slechts een slimme daad om sympathie te verwerven, want Lodewijk was ook daadwerkelijk gegrepen door de problemen die hij in deze afgelegen gebieden tegenkwam en pakte deze voortvarend aan. Zo woedde in Brabant de geheimzinnige zweetziekte, maar zonder angst zijn toch al wankele gezondheid te schaden, bezocht de koning de slachtoffers. Geschokt door het lijden liet hij meteen de benodigde geneesmiddelen komen, gaf voldoende geld voor de eerste noden, en liet een arts uit Boxmeer halen. Een paar weken later al was de epidemie bedwongen. Door als redder in nood op te treden, met altijd een oplossing binnen handbereik, kreeg hij al gauw nationaal respect.

Daarnaast was een deel van Brabant door overstromingen zwaar getroffen. Een ander belangrijk thema was de teruggave van katholieke kerken die in 1648 aan de protestanten waren toebedeeld en volgens de nieuwe grondwet van 1798 teruggegeven hadden moeten worden aan de katholieken. In 1809 ondernam hij van 13 april tot en met 17 mei 1809 een inspectiereis door de departementen (provincies) Brabant en Zeeland. Tijdens deze reis werden de dorpen Tilburg, Oosterhout en Roosendaal tot stad verheven. ’s Konings reis in 1809 had grote culturele, politieke, religieuze en sociale gevolgen voor Noord-Brabant. De reis voerde in het voorjaar van 1809 langs Grave, via Eindhoven, 's-Hertogenbosch, Heusden, Waalwijk, Oosterhout, Tilburg, Steenbergen naar Bergen op Zoom. Tijdens deze reis toonde de koning zich een echte "polderaar". Dit kwam tot uiting dat hij via draagvlak en overleg zaken wilde realiseren. Tevens vormde deze reis de langste reis die een vorst ooit in het Koninkrijk Holland heeft gemaakt.

Rode draad tijdens Lodewijks bewind was het scheppen van nationale eenheid in een land waar het gewestelijk besef diep was geworteld. De koning verstevigde de greep van de centrale overheid op het lokale bestuur. In de ogen van Lodewijk moest het versplinterde Nederland een organische eenheid worden. Steden en gewesten voerden grotendeels een eigen beleid en trokken zich weinig aan van besluiten die in het verre Den Haag werden genomen. Lodewijk verdeelde het land in tien departementen en stelde aan het hoofd van elk een landdrost, die naar voorbeeld van de Franse prefect op lokaal niveau het regeringsbeleid in het oog hield. Burgemeesters in de grote steden werden voortaan benoemd door de vorst.

Lodewijk Napoleon bewees in beraadslagingen een verlicht, maar absoluut vorst te willen zijn. Hij was enerzijds een tegenstander van onterende straffen zoals foltering en dwangarbeid en hechtte aan zijn koninklijk prerogatief (voorrecht) van gratie, anderzijds vond hij, anders dan zijn ministers, dat hij rechters moest kunnen afzetten als ze hem niet bevielen. Daarmee maakte hij bewust een inbreuk op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en volgde hierin zijn broer Bonaparte. Lodewijk verklaarde in 1808 alle religies wettelijk gelijk.

Lodewijk was een groot liefhebber van cultuur en wetenschappen. Hij liet daarom verschillende instituten oprichten die nu nog steeds, in aangepaste vorm bestaan, zoals het Koninklijk Instituut van Wetenschappen, de Koninklijke Bibliotheek en het Rijksmuseum. Zelf bezocht hij graag het Teylers museum te Haarlem.

Door twee nationale catastrofes kreeg Lodewijk onvoorzien de kans zich opnieuw als volkskoning te profileren. Op een kille wintermiddag in januari 1807 ontplofte een schip volgeladen met buskruit in het centrum van Leiden, de zogenaamde Leidse buskruitramp. De klap was tot in Den Haag te horen. Van het kruitschip werd alleen het anker teruggevonden, in een weide buiten de stad. Lodewijk spoedde zich nog dezelfde dag naar de plaats des onheils, waar hij diep getroffen was door de ravage. Honderden huizen waren van de aardbodem weggevaagd, een hele schoolklas was onder het puin bedolven en tussen de zwartgeblakerde ruïnes trof hij de verdwaasde slachtoffers aan. De vorst trad doortastend op. Hij zette de koninklijke garde onmiddellijk aan het werk om het puin te ruimen, coördineerde de reddingswerkzaamheden, gaf bakkers in Delft opdracht brood te bakken voor de slachtoffers, ontbood zijn hofchirurg in Leiden en liet Paleis Huis ten Bosch als hospitaal voor de gewonden inrichten. Pas de volgende dag keerde hij terug naar Den Haag. Ook had Lodewijk oog voor de toekomst: hij verbood het vervoer van buskruit door dichtbevolkte plaatsen, richtte een rampenfonds op waarin hij 30.000 gulden stortte en stelde de stad Leiden de komende tien jaren vrij van belasting. Het volk sloot de vorst meteen in de armen. Overal zong de naam Lodewijk de Goede rond.

Overstromingen in 1809 waren opnieuw aanleiding voor optreden. Hele dorpen werden verzwolgen toen de grote rivieren als gevolg van ijsdammen buiten hun oevers traden, de Betuwe veranderde in een gigantische binnenzee. Zonder een spoor van angst hielp Lodewijk echter eigenhandig mee de dijken met zandzakken te versterken. Hij coördineerde de hulpacties en bezocht afgelegen dorpen in het gebied om de getroffenen een hart onder de riem te steken.


Napoleon Bonaparte raakte intussen steeds ontevredener over het beleid van zijn broer. Hij verweet Lodewijk de Nederlandse belangen telkens te laten prevaleren boven de Franse. Alhoewel hij de meeste bevelen van zijn broer uitvoerde, zoals het sluiten van de havens voor Engelse schepen in 1808, nam Lodewijk het inderdaad steeds vaker op voor de Hollandse belangen.


Lodewijk begreep in 1810 dat zijn zaak verloren was, en trad zonder zijn broer Napoleon Bonaparte te consulteren af, ten gunste van zijn zoontje Napoleon Lodewijk. Zelf vluchtte hij naar Wenen. Nederland werd vervolgens in dat jaar ingelijfd bij het Franse keizerrijk.

TOP

Maarten Harpertszoon Tromp


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

+

+

Lodewijk Napoleon Bonaparte.

Schilder: Charles Howard Hodges. Bron: Rijksmuseum Amsterdam

Het Rapenburg te Leiden, drie dagen na de ontploffing van het kruitschip op 12 januari 1807. Koning Lodewijk Bonaparte, links, inspecteert de schade.

Schilder: Carel Lodewijk Hansen. Bron:  Rijksmuseum Amsterdam.

Lodewijks echtgenote Hortense de Beauharnais.

Schilder: François Gérard. Bron: http://hal.ucr.edu/~cathy/artists/ger6.html