App Nederland Historische mannen en vrouwen

Pieter van Musschenbroeck  

Info Contact Home

Petrus (Pieter) van Musschenbroeck, werd geboren op 14 maart 1692 in Leiden en overleed aldaar op 19 september 1761. Hij was een Nederlandse medicus, wis- en natuurkundige, meteoroloog en astronoom. Hij was de zoon van Johannes Joosten van Musschenbroek (1660-1707) die in de Nederlanden allerlei nieuwe technische instrumenten vervaardigde, zoals telescopen en microscopen.

Na de Latijnse school studeerde hij aan de Universiteit van Leiden als leerling en vriend van professor Willem Jacob 's Gravesande, om in 1715 te promoveren tot doctor in de medicijnen. Aansluitend op zijn studie bezocht hij Engeland waar hij de lezingen van John Theophilus Desaguliers en Isaac Newton bijwoonde. Na zijn terugkeer in Nederland introduceerde hij Newtons ideeën en denkbeelden en schreef een aantal lesboeken erover.

Van 1719 tot 1723 was hij hoogleraar in Duisburg waar hij heeft samengewerkt met Gabriel Fahrenheit. In 1723 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de universiteit van Utrecht. Daar was hij in 1729 en 1730 rector magnificus. In 1734 werd hij gekozen tot Fellow of the Royal Society en werd hij lid van de Franse Académie des Sciences. In 1739 keerde hij terug naar Leiden waar hij zijn leermeester 's Gravesande opvolgde als hoogleraar wiskunde en wijsbegeerte. In de periode 1743-1744 was hij ook rector van de Universiteit Leiden. Ondanks diverse aanbiedingen van universiteiten uit verscheidene landen bleef hij tot aan zijn overlijden in 1761 verbonden aan deze universiteit.

Van Musschenbroeck hield zich vooral empirisch bezig met de leer van de elektriciteit en capillaire werkingen. Verder deed hij proefnemingen om de juiste verdeling van krachten te kunnen bepalen. Hierbij maakte hij gebruik van katrollen en weegschalen. Hij is ook bekend om zijn meteorologische metingen (Utrechtse Smeetoren tussen 1725 en 1740).

Hij was de uitvinder van verschillende natuurkundige instrumenten zoals de tribometer (om de kracht van wrijving te kunnen meten), de atmometer (verdampingsmeter), de pyrometer (een thermometer voor het meten van hoge temperaturen) en de Leidse fles (de voorloper van de condensator). Deze laatste uitvinding had hij samen met Andreas Cunaeus ontwikkeld. Tijdens zijn experimenten met statische elektriciteit merkte hij op dat geladen voorwerpen in de open lucht hun lading verloren. In een poging om de vonken en lichtflitsen te verzamelen verbond hij een met water gevulde glazen fles aan de elektriseermachine. De keuze voor een fles was niet zo vreemd omdat men in die tijd geloofde dat 'elektriciteit' een onzichtbare vloeistof was die van de ene plaats naar de andere plaats stroomde. Een fles was dus een geschikt middel om deze 'vloeistof' op te slaan. Naderhand bleek dat de Duitser Georg von Kleist ongeveer gelijktijdig een soortgelijke uitvinding had gedaan.            

De Leidse fles bestaat uit een wijde glazen fles die van buiten met tinfolie is bekleed. De fles is gevuld met (geleidend) water. Het glas van de fles isoleert en fungeert als diëlektricum. Aan de bovenkant van de fles zit een bolvormige elektrode die in verbinding staat met het water in de fles. Via de bol kan lading worden afgenomen of toegevoerd. Een Leidse fles kan worden opgeladen met een elektriseermachine zoals een vandegraaffgenerator. Met de lading die opgeslagen is in een Leidse fles, kunnen spectaculaire (en gevaarlijke) experimenten gedaan worden.

Een aantal parallel geschakelde Leidse flessen wordt een batterij genoemd. Zo'n batterij heeft een grotere elektrische capaciteit en kan dus meer lading bevatten. Zij werd ter vermaak gebruikt in publieksexperimenten, waarin het publiek bij aanraking van de batterij een schok kreeg.

De Leidse fles werd in 1746 in Leiden uitgevonden door Pieter van Musschenbroeck, die toen professor natuurkunde was aan de Universiteit van Leiden. Een jaar eerder was een dergelijke methode om elektrische lading op te slaan al uitgevonden door de Pruisische Duitser Ewald Georg von Kleist, maar doordat Van Musschenbroek over zijn vondst publiceerde, heeft zijn vondst ook internationaal de naam Leidse fles gekregen.

De Engelse natuurkundige William Watson verbeterde het ontwerp van de Leidse fles, door zowel de binnen- als de buitenzijde van metaalfolie te voorzien.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

+

TOP

Piet Heijn

Ontdekking van de Leidse fles. In 1746, Andreas Cunaeus, een assistent in het laboratorium van Pieter van Musschenbroek in Leiden, probeert elektriciteit in een glas water te condenseren (= op te slaan).

Bron: Downloaded August 12, 2013 from Augustin Privat Deschanel (1876) Elementary Treatise on Natural Philosophy, Part 3: Electricity and Magnetism, D. Appleton and Co., New York, translated and edited by J. D. Everett, p. 570, fig. 382 on Google Books

Pieter van Musschenbroek (1692–1761). Schilder: Hieronymus van der Mij (1687-1761).

Bron: Collectie Icones Leidenses 147 ( https://socrates.leidenuniv.nl/ )