App Nederland Historische mannen en vrouwen

Willem van Oranje  

Info Contact Home TOP

Willem van Oranje (bijnaam Willem de Zwijger: niet omdat hij niets zei, maar omdat hij nooit het achterste van zijn tong liet zien). Hij werd geboren op 24 april 1533 op het slot Dillenburg in Duitsland als graaf van Nassau-Dillenburg (Willem van Nassau) en protestants opgevoed. In 1544 erfde Willem (11) het prinsdom Orange (in Frankrijk) met de prestigieuze titel van Prins en daarmee naast de lijfspreuk “Je maintiendrai Chalon” ook de titel Prins van Oranje. Aan dit prinsdom waren zeer belangrijke voorrechten en bezittingen in de Nederlanden verbonden. Keizer Karel V, destijds Heer der Nederlanden, verbond aan deze erfenis wel de voorwaarde: overgang tot het rooms-katholieke geloof en opvoeding aan het hof in Brussel. Om het familiebelang van de Nassaus gingen de ouders en Willem hiermee akkoord.

Op 8 juli 1551 trad de 18-jarige prins Willem in het huwelijk met Anna van Egmont hiermee vergrootte Willem van Oranje zijn belangen in de Nederlanden. De Nederlanden bestonden in die tijd uit 17 provinciën (gewesten).

In 1555 werd Filips II heer der Nederlanden en het jaar daarop ook koning van Spanje. Hij was een overtuigd aanhanger van de rooms-katholieke kerk. Hij zag het als zijn levensdoel om één groot rijk te scheppen met slechts één godsdienst, het rooms-katholicisme. Willem werd door Filips benoemd tot stadhouder (plaatsvervanger van Filips) van Holland, Zeeland en Utrecht. In de Nederlanden kreeg het protestantisme steeds meer voet aan de grond, hetgeen Filips en Willem uit elkaar deed drijven. Tot 1559 zou Willem koning Filips in ieder geval nog loyaal dienen. De weerslag daarvan is te lezen in het Nederlandse volkslied: Den koning van Hispanje heb ik altijd geëerd. Filips II benoemde in 1559 Margaretha van Parma tot landvoogdes voor de Nederlanden. De initimidatiepolitiek van Filips stuitte op steeds meer weerstand in de Nederlanden. Op 11 maart 1563 stuurden prins Willem van Oranje, graaf van Horne en de graaf van Egmont een scherpe en waarschuwende brief aan koning Filips II. Het resultaat van dergelijke brieven was echter averechts. In de besluitvorming over een volgende brief aan de koning sprak prins Willem op 31 december 1564 een beroemde rede uit, de zogenaamde 'Oudejaarsrede'. Waarin hij o.a. zei “... dat het hem echter niet kon behagen, dat vorsten willen heersen over het geweten van mensen, en hun de vrijheid van geloof en godsdienst ontnemen. Het conflict tussen Filips en prins Willem was een feit. De aanloop naar “de Opstand” was begonnen. Willem vluchtte naar Duitsland. Hertog van Alva (kortweg Alva) werd door Filips benoemd tot landvoogd voor de Nederlanden. Alle bezittingen van de prins van Oranje in de Nederlanden werden verbeurd verklaard.

Hij begon daarop vanuit de Dillenburg (kasteel) in Duitsland met het aanwerven van troepen en nam de wapens op tegen de hertog van Alva. Hierna lanceerde Oranje zijn eerste invasie in de Nederlanden. Zijn zwager Willem IV van den Bergh werd echter verslagen in de slag bij Dalheim (25 april 1568). Op 25 mei 1568 leverde een legertje van Oranje, onder leiding van zijn broer Lodewijk, slag tegen de koningsgezinden (van Filips) onder leiding van de stadhouder van Groningen, in de Slag bij Heiligerlee. Het was een overwinning voor het opstandelingenleger van Oranje, maar hier sneuvelde wel Willems broer Adolf. Alva wist het effect te neutraliseren door de onthoofding op 6 juni 1568 op de markt in Brussel van de graven van Egmont- en van Horne. Daarna ging het slecht met de krijgsverrichtingen van Oranje. Van een opstand onder de gewone bevolking in de Nederlanden was ook al geen sprake. Militaire steun kreeg de prins van de watergeuzen, wier bezittingen ook geconfisqueerd waren door Filips. Aan hen reikte hij kaperbrieven uit om Spaanse schepen te plunderen. De druk op de bevolking nam toe. Alva voerde de Tiende Penning in, een vorm van belasting die enorm veel verzet opriep. De Nederlanden werden in 1571 ook nog door de pest geteisterd.

Door moordpartijen van de troepen van Alva en de hoge belasting nam het verzet toe. Tijdens toenemende spanningen veroverden de watergeuzen op 1 april 1572 Den Briel. De inname van Den Briel bleek uiteindelijk een signaal voor een algemene volksopstand waar Oranje en zijn broers al vijf jaar op uit waren. Onmiddellijk riep de prins de bevolking der Nederlanden in een schrijven van 14 april 1572 op tot verzet tegen de koning van Spanje en heer van de Nederlanden Filips. Steeds meer steden kozen de zijde van de prins van Oranje. In december 1572 begon het beleg van Alva rond Haarlem.

In december 1573 hield de prins een goed ontvangen toespraak tot de kapiteins van de Zeeuwse vloot. De situatie bleef echter wankel. Haarlem gaf zich in juli 1573, na een beleg van 9 maanden, over aan de Spanjaarden. Alkmaar wist echter een Spaans beleg te doorstaan en op 8 oktober 1573 werd de stad door de watergeuzen ontzet. Op 18 december 1573 verliet Alva de Nederlanden. Zijn missie was mislukt. Zijn opvolger was Requesens. In april 1574 sneuvelden de jongere broers van Willem, Lodewijk en Hendrik, in de Slag op de Mookerheide, maar in mei werd de Spaanse vloot op de Zuiderzee verslagen door de watergeuzen, onder leiding van admiraal Lodewijk van Boisot. Middelburg werd door de geuzen ingenomen en Leiden werd op 3 oktober 1574 door admiraal Boisot ontzet. Oranje legde in oktober1574 in de Staten van Holland belangrijke verklaringen af over de voortgang en het doel van de Opstand.

Via zijn netwerk zocht hij in Engeland, Frankrijk en onder de Duitse vorsten steun. In maart 1576 overleed landvoogd Requesens plotseling, terwijl Spanje in ernstige financiële moeilijkheden verkeerde. De onrust nam in de loop van 1576 in alle 17 gewesten in de Nederlanden toe doordat de Spaanse soldaten, die geen soldij kregen, aan het muiten sloegen. De prins speelde hierop in en wist in deze periode in alle gewesten een goede positie te verwerven. In april 1577 kwam de eerste Unie van Brussel met de nieuwe Spaanse landvoogd Don Juan tot stand, gesloten door de Staten-Generaal van de Nederlanden. De Unie van Atrecht (met name de vrijwel geheel katholieke Franstalige gewesten) en de Unie van Utrecht (met name de Nederlandstalige gewesten) in 1579 betekenden het begin van de eigen weg van Noord- en Zuid-Nederland. Uiteindelijk bleek Oranjes ideaal van één land met één landheer en religievrijheid te hoog gegrepen.

De noordelijke Nederlanden, verenigd in de Unie van Utrecht, vervolgde onder leiding van de prins en de staten van Holland en Zeeland de weg van de Opstand. Verschillende vredesbesprekingen, onder andere in Keulen, liepen op niets uit. Filips wilde onder geen beding vrijheid van godsdienst toestaan. In 1579 stuurde Filips de hertog van Parma, als landvoogd naar de Nederlanden. De hertog van Parma was een geduchte tegenstander, die door militaire en politieke behendigheid het zuiden van de Nederlanden grotendeels voor de koning (Filips) wist te behouden.

In augustus 1579 ontsnapte Willem tijdens de slag om Baasrode, bij Antwerpen, ternauwernood aan gevangenneming door Spaanse troepen. Op 15 maart 1580 tekende de koning (Filips) een vogelvrijverklaring van de Prins van Oranje. De prins verdedigde zich hiertegen in zijn Apologie. Op Willems initiatief werd de Franse kroonprins, de Hertog van Anjou, naar de Nederlanden gehaald. Hij zou als een soort boegbeeld de soevereiniteit op zich moeten nemen, met als bedoeld effect dat Frankrijk een bondgenoot zou worden tegen de gemeenschappelijke vijand Spanje. Dit liep uit op een heftige competentiestrijd tussen de hertog van Anjou en de Staten-Generaal, die de feitelijke macht wilden blijven uitoefenen. Op 26 juli 1581 zwoeren de Staten-Generaal Filips II formeel af als koning in de Plakkaat van Verlatinghe. Dit plakkaat is een van de geboortepapieren van de Nederlandse natie. Daarmee was de jonge republiek nog niet van Frans van Anjou af. Op 19 februari 1582 hield hij met zijn troepen een 'blijde inkomst' in Antwerpen om zijn machtspositie te versterken, maar dat liep op een ramp uit. De wantrouwende Antwerpse bevolking vreesde een 'Franse furie' en slachtte 1500 man van zijn Franse troepen af. Daarop hield Anjou het voor gezien en keerde terug naar Frankrijk. Het idee van Willem om Anjou binnen te halen werd hem algemeen kwalijk genomen. Na Willems vogelvrijverklaring werden er verschillende aanslagen op het leven van de prins gepleegd. Op 18 maart 1582 pleegde Jean Jaureguy in Antwerpen een mislukte aanslag. Op 5 mei 1582 overleed Charlotte de Bourbon die hem ten koste van haar eigen gezondheid verpleegd had. De prins huwde op 12 april 1583 met Louise de Coligny, dochter van de leider van de hugenoten in Frankrijk. Op 29 januari 1584 werd Frederik Hendrik geboren. De toestand in de Nederlanden werd echter zienderogen moeilijker. Parma wist op allerlei gebied het initiatief te krijgen. Op 22 juli 1583 moest Oranje Antwerpen verlaten. In mei 1584 verzoende Brugge zich met Parma. De Zuidelijke Nederlanden kwamen weer onder Spaanse heerschappij. Op 10 juli 1584 pleegde de Fransman Balthasar Gerards (die zich voordeed als de protestant François Guyon) zijn fatale aanslag. Oranje lunchte die middag met Rombertus van Uylenburgh, burgemeester van Leeuwarden, zijn zus, zijn vrouw en zijn dochter in het Prinsenhof in Delft. Oranje wilde van deze Friese rechtsgeleerde in het bijzonder informatie over het unieke Friese rechtssysteem. Na deze maaltijd wilde Oranje de trap naar zijn slaap/werkkamer oplopen en werd van zeer korte afstand door Gerards met een pistool doodgeschoten. Oranjes laatste woorden waren volgens overlevering: Mon Dieu, mon Dieu, ayez pitié de moi et de ce pauvre peuple, wat wordt vertaald als: "Mijn God, Mijn God, heb medelijden met mij en met dit arme volk".   

De moordenaar werd na een wilde achtervolging gegrepen en veroordeeld tot de zwaarste lijfstraf die beschikbaar was:

"Zijn rechterhand waarmee hij het moorddadige feit gepleegd heeft, zal met een gloeiende tang afgeknepen worden; vervolgens zal men met gloeiende tangen op verscheidene plaatsen op zijn lichaam het vlees afknijpen tot op het bot. Vervolgens vierendele men hem levend waarna het hart uit zijn borstkas gesneden en hem in het gezicht geworpen zal worden. Tenslotte zal men zijn hoofd afhakken waarna zijn vier uiteengetrokken delen op de Haagpoort, Oostpoort, Ketelpoort en de Waterslootsepoort tentoongesteld dienen te worden. Zijn hoofd moet op een staak gespietst en vervolgens bij het voormalige huis van de prins geplaatst worden."

Welke rol Oranje voor zichzelf had weggelegd, zal een discussie tussen historici blijven. De prins overleed en de zaak van de Opstand leek in deze tijd op een dieptepunt gekomen. De politiek-maatschappelijke, alsmede de strategische leiding, viel na de dood van de prins feitelijk in handen van de uiterst bekwame landsadvocaat van Holland, Johan van Oldenbarnevelt. Na ongelukkige pogingen om buitenlandse vorsten aan de Republiek te binden via de Franse kroonprins Frans van Anjou en Robert Dudley, de graaf van Leicester, als vertrouweling van Elizabeth I van Engeland, was rond 1589 de rolverdeling tussen Willem van Oranjes zoon Maurits van Nassau en Oldenbarnevelt duidelijk. De militaire leiding kwam in handen van Maurits. Van Oldenbarnevelt wist voor de Staten in de loop van circa vijftien jaren de zaak van de Republiek effectief te bepleiten. Zij bleken in staat het tij van de Tachtigjarige Oorlog definitief ten gunste van de Republiek te keren.

De Vrede van Münster was een voor de Nederlanden belangrijk verdrag dat op 15 mei 1648 in Münster werd gesloten tussen Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarmee aan de Tachtigjarige Oorlog tussen de opstandelingen in de Republiek en Spanje (Habsburg) een einde kwam, en de Republiek als soevereine staat werd erkend.

In Nederland bewaart het Nationaal Archief twee exemplaren van de Vrede van Münster, een Spaanse en een Franse versie. Beide versies zijn door koning Filips IV ondertekend en voorzien van zijn zegel in massief goud. Ze zijn beide te zien in De Verdieping van Nederland.                             


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

+

+

Portret van Willem I, graaf van Nassau, prins van Oranje, tussen 1582 en 1592.

Bron: Rijksmuseum Amsterdam

Portret van Willem I (1533-1584), Prins van Oranje, genaamd Willem de Zwijger, ca.1579.  

Schilder: Adriaen Thomasz Key. Bron: Rijksmuseum Amsterdam

De Moordt des Prinsen van Oranje, tot Delft, in den Jaare 1584 (Willem van Oranje).

Ets: Jan Luyken uit Hugo de Groots Nederlandtsche jaerboeken en historien,.. Bron: Bibliotheek van het Vredespaleis

Delft, Nieuwe Kerk. Graftombe Willem van Oranje.

Foto: Wikifrits