App Wereld Uitvindingen & Ontdekkingen
Info Contact Home

Een 'automobiel' of kortweg 'auto' is een zelfstandig voortbewegend rijtuig om mensen, voorwerpen en/of dieren te verplaatsen.

Het woord automobiel is een Frans leenwoord en komt van automobile. Dit komt weer uit het Grieks en Latijn (Grieks auto = vanzelf en het Latijns mobile = bewegend). Normaal gesproken wordt met een auto een rijtuig met drie of meer wielen bedoeld. Maar niet meer dan zeven wielen. Voor de aandrijving worden hoofdzakelijk verbrandingsmotoren toegepast. Alternatieve aandrijvingen zijn de hybride aandrijving (een auto die gebruikmaakt van twee verschillende aandrijftechnologieën bijv. benzinemotor en elektromotor) en de elektrische aandrijving met accu’s of een brandstofcel (constant toegevoerde chemische energie omzetten in elektrische energie) als energiebron. In de loop der jaren zijn er talloze automerken en nog meer modellen op de markt verschenen. Door de hoeveelheid auto’s, en het intensief gebruik daarvan, doen er zich files voor, voornamelijk bij zogenoemde knooppunten. In Nederland dienen motorvoertuigen regelmatig een Algemene Periodieke Keuring te ondergaan om aan het verkeer te mogen deelnemen, in andere landen zijn soortgelijke keuringen, zoals de Engelse MOT, de Ierse NCT en de Duitse HU. Daar de auto ontwikkeld is uit o.a. het rijtuig, werden vroeger de carrosserieën van auto's gemaakt van hout, leder en riet, tegenwoordig wordt meestal metaal of kunststof gekozen. De automobiel zoals wij hem nu kennen ontstond geleidelijk uit de rijtuigen die getrokken werden door paarden, de fiets en de zogenaamde Ottomotor (mengselmotor).

Een kar verschilt van een wagen door het feit dat hij slechts één as met twee wielen heeft in plaats van twee assen met vier wielen zoals een wagen of een koets. Boerenkarren zijn meestal niet voorzien van vering. Tweewielige rijtuigen uit de negentiende en de twintigste eeuw werden vaak voorzien van bladvering. Ze worden gebruikt om dingen of personen te verplaatsen of te vervoeren. Karren hebben een lange geschiedenis. Ze kunnen voortbewogen worden door een mens of door een trekdier (ezel, paard, kameel). Een kar is eigenlijk een soort slee op wielen. Het is een zeer oude vorm van vervoer. Daarna ontstonden strijdwagens en boerenwagens; een wagen bestaat in principe uit twee aaneengeschakele karren, waarvan de assen tenopzichte van elkaar kunnen draaien door middel van een draaikrans. Lichte strijdkarren werden veelal getrokken door meerdere paarden naast elkaar maar zwaar beladen boerenkarren werden op moeilijke trajecten zoals zandwegen soms bespannen met meerdere paarden vóór elkaar (tandem). De meest bekende voorbeelden zijn de handkar die geduwd wordt en de oude hondenkar, die door een hond onder de kar werd voortgetrokken, ookwel werd een hond achter of voor de kar ingespannen.

Dit leidde tot zware dierenmishandeling/verwaarlozing, zoals slechte verzorging, en door het te langdurig-, en laten trekken van zware vrachten. Daarom is in Nederland, sinds 1963 bij wet, het gebruik van een hond als trekkracht verboden. Een wagen is een voertuig, meestal met vier wielen, die voortgetrokken wordt door één of meer trekdieren.

Een koets is een vierwielig rijtuig, getrokken door één of meer trekdieren (meestal paarden). In tegenstelling tot een boerenwagen of een kar is een koets goed geveerd en vaak gesloten of overdekt met een beweegbare kap, waardoor de passagiers comfortabel kunnen zitten en beschermd zijn tegen regen en wind. Aan de zijkanten van een koets bevinden zich meestal portieren, soms met raampjes. Koetsen worden over het algemeen vanaf de bok bestuurd door een koetsier. Het woord koets is afgeleid van de plaatsnaam Kocs (een dorp bij Komárom in Hongarije, waar het keizerlijk wagenpark zich bevond). Het eerdere gebruik van een draagstoel voor het vervoer van hooggeplaatste personen werd rond 1580 vanuit Hongarije door een nieuwe mode vervangen. De nieuwe mode bestond uit een lichtgebouwde cabine die met vier riemen tussen twee assen was opgehangen. De paarden werden bestuurd door een ruiter op het linker paard. Deze rijtuigen waren in tegenstelling tot ongeveerde boerenwagens en karren zeer comfortabel. Een voorbeeld van hedendaags gebruik is de rijtocht met de Gouden Koets, die de Nederlandse Koning elk jaar met Prinsjesdag aflegt. Ook in toeristische centra worden koetsen gebruikt. Verder zijn er verenigingen van koetsenliefhebbers. De koets is bij velen vooral bekend als postkoets in Amerika ten tijde van het Wilde Westen, waar de koets werd gebruikt om post en passagiers over lange afstanden te vervoeren. Er waren beroepsgroepen die nog lange tijd (tot ca. 1970) met paard en wagen de straat op gingen (melkboer, schillenboer enz.).

Met de uitvinding van de stoommachine werd ook de eerste stap gezet van koets naar hedendaagse automobiel. Eén van de bekendste ontwerpers van de 'stoomauto' is Nicolas Joseph Cugnot (1725-1804). Hij gebruikte zijn stoomauto (1769-1771) voor opdrachten binnen het leger. In 1771 veroorzaakte hij het eerste gemotoriseerde verkeersongeluk door tegen een stenen muur aan te rijden. Ook Gurney ontwierp een stoomauto in 1832 voor de verbinding tussen Gloucester en Cheltenham in Engeland. De gangbare snelheid was toen ca. 25 kilometer per uur. In Nederland deed Sibrandus Stratingh uit Groningen in 1834 een succesvol experiment met een stoomauto. De stoomauto ontwikkelde zich geleidelijk, maar kon niet op tegen de uitvinding van de verbrandingsmotor.

De voordelen daarvan waren o.a. een veel lager gewicht en minder brandstofverbruik bij meer vermogen. François Isaac de Rivaz, een Zwitserse uitvinder, ontwierp de eerste verbrandingsmotor met waterstofgas in 1806. In 1862 bouwde Etienne Lenoir zijn eerste auto de hippomobile met een verbrandingsmotor op waterstofgas. Pas toen de Duitser Nikolaus Otto in 1878 verbeteringen aanbracht, werd de gasmotor van Lenoir een commercieel succes. Gottlieb Daimler ontwikkelde daaruit de eerste succesvolle hogesnelheidsverbrandingsmotor (patent 1885). De grootste verbeteringen aan de zware oliemotor zijn gedaan door Rudolf Diesel uit Duitsland, die zijn eerste patenten nam in 1892. Tegen het einde van de negentiende eeuw was de verbrandingsmotor de grote concurrent van de stoommachine in industrie en transport.

In verbrandingsmotoren komt door verbranding van een brandstof energie vrij in de vorm van hoge druk. De hoge druk wordt omgezet in een beweging. Bij een verbrandingsmotor, zoals bij een auto, gebeurt dat door uitoefenen van een druk op een zuiger of schoepen.

De meest gebruikte brandstoffen zijn aardoliederivaten: benzine, diesel (olie), zware stookolie, LPG, ethylalcohol. Vanwege de toenemende uitstoot van broeikasgassen door het wegverkeer wordt op kleine schaal geëxperimenteerd met alternatieve brandstoffen die niet van aardolie afkomstig zijn, zoals bio-ethanol, biodiesel, puur plantaardige olie, aardgas (CNG), HCNG, biogas en waterstof. Carl Benz bouwde in 1885 de (driewiel-)auto uitgerust met een benzinemotor. Dit voertuig was de start voor de ontwikkeling en doorbraak van dit type verbrandingsmotoren. De eerste in België gebouwde auto was de Vincke (1894) en de eerste in Nederland gebouwde auto de Eysink (1897). Welk merk auto de eerste personenauto in Nederland was is niet bekend, maar wel bekend is dat de industrieel Jos Bogaers de auto had gekocht en op 17 december 1895 zou hebben bereden. De verbrandingsmotor voor deze auto ontleent zijn energie aan de (explosieve) verbranding van benzine. Dit type noemen we een Ottomotor ofwel mengselmotor (ter onderscheidng van de dieselmotor): er wordt benzine in een speciale kamer (cilinderkamer) tot ontploffing gebracht door een bougie. De explosie drukt een zuiger naar beneden die de krukas aandrijft en vervolgens wordt die beweging overgebracht aan de wielen.


Uitvinding van de luchtband

Met massieve wielen met enige snelheid over een (stenen) weg rijden is geen pretje. De uitvinding van de luchtband bracht de oplossing die we nog steeds gebruiken. Een luchtband is een (meestal van rubber gemaakte) opblaasbare omhulling van de velg van een wiel en al of niet voorzien van een ventiel. De luchtband werd aanvankelijk in 1841 uitgevonden door de Schot Robert William Thomson en toegepast op de fiets. Hij liet zijn patent echter verlopen waarna John Dunlop dit opnieuw kon vastleggen in 1888. John Boyd Dunlop (1840 - 1921) was een Schots industrieel ontwerper. Hij zag hoe zijn zoontje moeite had om op zijn driewieler met harde rubberbanden te rijden, en om hem te helpen maakte hij een opgeblazen rubberen slang om de wielen. Zijn zoon won de driewielerrace, en zijn vader had een briljant idee. Hij ontwikkelde de opblaasbare rubberband. Zijn eerste ontwerp bestond uit een rubberen binnenband die omhuld was met linnen stof, met een buitenkant die ook van rubber was. De binnenband kon worden opgepompt met een voetbalpomp en de band werd aan het wiel bevestigd met zijstukken van de linnen stof die met rubbercement aan het wiel werden geplakt. Dunlop richtte zijn bedrijf voor de massaproductie van banden op in 1891. Hij verkocht het patent en het bedrijf na vijf jaar. Een radiaalband of staalgordelband (1946-Michelin) is een luchtband voor motorvoertuigen die zijn naam aan de stevigere constructie te danken heeft en de eerdere diagonaalband heeft verdrongen.

Auto's maken tegenwoordig gebruik van

luchtbanden zonder binnenband (tubeless),

ventiel in de velg.


Eysink eerste Nederlandse Autofabriek

Eysink staat bekend als de 'eerste Nederlandse autoproducent' (1897) en automerk dat alles volledig zelf maakte, inclusief motoren. Dick Eysink begon in 1886 de Amersfoortse Rijwiel-, Automobiel- en Machinefabriek. Zijn zoons bouwden in 1897 de 'eerste Nederlandse auto'. In de eerste jaren begint Eysink met slechts enkele auto's, waarna rond 1905 het even stil viel. In 1907 werd er weer geadverteerd met auto's. Men profiteerde van het stilvallen van de productie bij Spyker. Men produceert tot rond 1910 vooral grote auto's, tot blijkt dat kleine auto's beter verkocht worden. Eysink probeert het in die markt, maar men was eigenlijk al wat te laat. Hun meest bekende auto was de zogenaamde Bèbè, een kleine auto die vlak voor de Eerste Wereldoorlog in opkomst kwam. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog begon goed voor Eysink. Import stopte en orders van het Nederlandse leger zorgden voor een overvolle portefeuille. Tegen 1917 liep de vraag terug, waarna de productie weer op volle toeren liep na het einde van de oorlog. Maar al snel daarna kwam de import van goedkope Amerikaanse auto's op gang. Na de oorlog werden er nog een paar Eysinkauto's gemaakt. De hogere prijzen bij Eysink doet hem als autoproducent de das om(1919). Sinds die tijd maakte Eysink alleen nog maar fietsen en motorfietsen. Eysink heeft door de jaren waarschijnlijk iets meer dan 300 automobielen geproduceerd. In 1956 sloot de fabriek definitief. Spyker was het merk van een Nederlandse automobielfabriek die begin 20e eeuw internationaal doorbrak, maar in 1926 werd opgeheven.



  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

Auto, (honden) kar, wagen, koets, motor, luchtband

TOP

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Carl Benz' "Velo"-model uit 1894.

Foto: Foto by Softeis

 Alfa Romeo Type 6C 1750 Super Sport of 1929, official competition car, with frame (n.0312961) in wood ash.

Foto: Thesupermat

 Handkar vervoer van gasmeters en nieuwe emmers.

Foto: Abraham Pisarek. Bron: Original image description from the Deutsche Fotothek Herstellung von Gasometern und Blecheimern.

 Paardenkar nabij Santiago de Cuba.

Foto:  Dirk van der Made

Postkoets op de Gotthardpas in Zwitserland.

Foto: Terra3.

De Engelse koning en koningin maken een uitstapje in Schotland, 1930.

Bron:  Bundesarchiv, Bild 102-10103 / CC-BY-SA 3.0

De Toyota Prius, een hybride auto, 2010.

Foto: Corvettec6r

De eerste auto met een benzinemotor werd door Benz ontwikkeld in 1885.

Foto: M.M.Minderhoud.

Melkventers met hondenkar in Brussel, België.

Foto van de foto: Snapshots Of The Past

Een straatkar getrokken door twee muilezels in Limoeiro-PE (Brazil) in 1951.

Foto: Johannes Schneider

Stoomvoertuig van Cugnot uit 1771.

Bron: Musée des Arts et Métiers, Parijs. Photo et photographisme © Roby. Grand format sur demande