App Wereld Uitvindingen & Ontdekkingen

Bloedsomloop, bloedvaten, hart, longen, transfusie

Info Contact Home

Het bloedvatenstelsel of de bloedsomloop bij de mens (zoogdier) is het gesloten systeem van vaten waardoor bloed stroomt. De vaten verbinden het hart en de organen en zorgen o.a. voor de aanvoer van voedingsstoffen en voor de afvoer van afvalstoffen.

Het bloedvatenstelsel of de bloedsomloop bij de zoogdieren (mens), reptielen, vogels en amfibieën is het gesloten systeem van vaten waardoor bloed stroomt. Er zijn 2 bloedsomlopen, de kleine en de grote. De vaten verbinden het hart en de organen en zorgen voor de aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen en voor de afvoer van afvalstoffen zoals koolstofdioxide. Ook zorgt de bloedsomloop voor circulatie van hormonen (stoffen die regelfuncties hebben) en afweerstoffen (afweermechanismen die in het lichaam voorkomen tegenover o.a. ziekteverwekkers) en warmte. Er zijn verschillende soorten bloedvaten: slagaders, aders, haarvaten. Nog niet eens zo lang geleden wist men niet van het bestaan van de bloedsomloop (circulatie) in ons lichaam af. Men dacht dat het bloed dat ons lichaam doorlopen had werd afgevoerd als afvalstof, en dat er in de lever continu steeds nieuw bloed bij werd aangemaakt. William Harvey (1578 – 1657) was een Britse bioloog en arts. Hij is degene die daadwerkelijk heeft ontdekt dat er wel degelijk een bloedcirculatie bestaat. In zijn boek uit 1628 beschrijft hij hoe hij deze ontdekking heeft gedaan. Eerst heeft hij de hoeveelheid bloed die het hart per half uur passeert bekeken. Het was niet zozeer een meting van dit volume, maar meer een ruwe schatting. Toch is het opvallend dat hij zeer dicht bij de werkelijke waarde zat. Hij berekende namelijk dat er per half uur 20 pond bloed het hart passeerde. Hieruit concludeerde Harvey dat het bloed dus in een kringloop moest bewegen om zo telkens opnieuw het hart te kunnen passeren.

Een 'slagader' is een bloedvat dat zorgt voor het transport van bloed van het hart naar de rest van het lichaam, zoals de organen en weefsels. De naam 'slagader' verwijst naar het feit dat men aan deze het hart kan voelen kloppen, omdat de daarmee gepaard gaande drukwisselingen zich in de slagaders voortplanten. Enkele grote slagaders zijn onder meer: * de aorta of lichaamsslagader, verbindt het hart met de gewone slagaders, * de kransslagaders, die het hart zelf van bloed voorzien, * de longslagader, de enige slagader die zuurstofarm bloed transporteert, van het hart naar de longen, * de hoofdslagaders, deze zorgen voor de bloedvoorziening van de hersenen en het aangezicht. Een 'ader' is een soort bloedvat dat zorgt voor de terugvoer van het bloed richting het hart. Het bloed stroomt hier rustiger dan in een slagader en onder lage druk. De wanden van aders zijn minder dik dan die van slagaders, omdat de druk in aders veel lager is. Aders liggen vaker aan de oppervlakte van het lichaam, terwijl slagaders meestal veel dieper liggen. Veel aders hebben terugslagkleppen die ervoor zorgen dat het bloed niet de verkeerde kant op stroomt. De aders bevatten zuurstofarm bloed, behalve de longader. De longader leidt namelijk het bloed terug van de longen naar het hart en bevat zuurstofrijk bloed. Voor een bloedcirculatie zou er in de uiteinden van de bloedsomloop volgens Harvey dus een verbinding moeten bestaan tussen slagaders en aders, wij kennen deze verbindingen nu als haarvaten (bloedvaten zo dun als een haar, maar in het echt nog veel dunner).

Een bijzonder type ader is de 'poortader', die bloed van de darmen naar de lever vervoert. Alle andere aders vervoeren bloed rechtstreeks naar het hart toe. Het bloed uit de poortader komt vanuit de darmen en gaat eerst langs de lever zodat de lever het bloed kan zuiveren. Als het bloed de lever gepasseerd is, stroomt het de onderste holle ader in. De onderste- en bovenste holle ader, zijn de grootste aders van het lichaam en kunnen worden beschouwd als de tegenhanger van de aorta. De aorta of grote lichaamsslagader loopt vanaf de aortaklep, die de begrenzing vormt met de linkerkamer van het hart, langs de wervelkolom naar de buik. Bij een volwassen mens heeft de aorta een diameter van twee à drie centimeter en in rust stroomt er zo'n vijf liter bloed per minuut doorheen. De kransslagaders zijn twee uit de aorta ontspringende slagaders die de hartspier zelf van bloed voorzien. De longslagaders zijn de bloedvaten die vanuit de rechter hartkamer naar de longen gaan. De longaders bevatten na de passage door de longen weer zuurstofrijk bloed dat wordt teruggevoerd naar de linker hartboezem. De hoofdslagaders zijn de bloedvaten, die de hersenen en het aangezicht van zuurstofrijk bloed voorzien. De cirkel van Willis (naar de ontdekker de Engelse arts Thomas Willis, 1621-1675,) is een vaatkring van slagaders die de hersenen van bloed voorzien. Het is een soort beveiligingsmechanisme; als een deel van de cirkel van Willis afgesloten raakt, bijvoorbeeld door aderverkalking, is de bloedvoorziening via de andere weg gewaarborgd.

Het hart is een holle spier die door zich samen te trekken bloed door het lichaam pompt. Een zoogdierhart (dus ook een mensenhart) is een zeer gespecialiseerd orgaan met vier afzonderlijke, door kleppen gescheiden kamers die samen twee pompen vormen die een in serie geschakelde, maar verder gescheiden long- en een lichaamscirculatie op gang houden. Het hart heeft 2 boezems en 2 kamers: 1 rechter boezem en 1 rechter kamer en 1 linker boezem en 1 linker kamer. Tussen de boezem en kamer zit in beide harthelften een hartklep, net als tussen kamers en slagaders. Een normale hartslag heeft bij volwassenen in rust ongeveer een frequentie tussen 60 tot 100 slagen per minuut. De hartslag is dynamisch en past zich snel aan de behoeften van het lichaam aan. Het hart bestaat uit de samentrekkende spieren van het hart en de hartkleppen. Het bloed dat uit de longen terugvloeit naar het hart komt terecht in de linker boezem. Het stroomt vandaar langs de mitralisklep (zie afbeelding) naar de linker kamer die een dikkere gespierde wand heeft. Door samentrekking van de linker kamerwand wordt het bloed uit het hart weggepompt via de aortaklep naar de aorta, de grote lichaamsslagader. Na een circuit door het lichaam te hebben gemaakt komt het nu zuurstofarme bloed in de rechter boezem terug. Daar gaat het langs de tricuspidalisklep naar de rechter kamer en wordt bij de volgende contractie (samentrekking) van het hart weer langs de pulmonalisklep naar de longslagader geperst waarna het in de longen kooldioxide afstaat en weer verzadigd wordt met zuurstof.

Het bloed bestaat uit 2 verschillende typen cellen: 'Rode bloedcellen', die voornamelijk gevuld zijn met het eiwit hemoglobine, dat het grootste deel van het zuurstof- en koolzuurtransport verzorgt en 'Witte bloedcellen', in een groot aantal variëteiten. En uit 'Bloedplaatjes' en het 'Bloedplasma'. Rode bloedcellen vervoeren zuurstof en koolstofdioxide. In de rode bloedcel zit het eiwit hemoglobine dat zuurstof en koolstofdioxide kan binden en afstaan respectievelijk opnemen in de lichaamsweefsels. Bijna 45% van het menselijk bloed bestaat uit rode bloedcellen, heel kleine ronde schijfjes, aan beide kanten wat ingedeukt. Witte bloedcellen spelen een belangrijke rol in het menselijk afweersysteem, ze beschermen het lichaam tegen infecties door onder andere bacteriën te doden, maar ook door andere ziekteverwekkers op te ruimen. Witte bloedcellen kunnen door de wand van bloedvaten naar buiten kruipen om zo overal in de lichaamsweefsels ziekteverwekkers te kunnen opruimen. Bij deze 'gevechten' gaan vele witte bloedcellen te gronde, die meteen worden vervangen door nieuwe bloedcellen die aangemaakt worden door het beenmerg. De Bloedplaatjes spelen een belangrijke rol bij de bloedstolling. Als er in een bloedvat een beschadiging optreedt (wond) worden bloedplaatjes aangetrokken en vormen zo met elkaar een plug in de wond zodat er niet meer bloed verloren gaat. Bloedplasma is het lichtgele of grijsgele vloeibare gedeelte van het bloed waarin zich normaal de bloedcellen en bloedplaatjes bevinden.


De Longen

De 'longen' zijn een gepaard (uit twee aanliggende delen bestaand) ademhalingsorgaan van gewervelde dieren, uitgezonderd de vissen en sommige amfibieën. In de longen vindt gaswisseling plaats tussen lucht en bloed ten behoeve van de stofwisseling. Door te ademen kan gaswisseling plaatsvinden; zuurstof wordt opgenomen in het bloed en de koolstofdioxide eruit. Er is zuurstof nodig voor de verbranding van voedsel, waarbij energie vrijkomt voor een groot aantal processen. Voorts wordt met de ademhaling koolstofdioxide (ookwel koolzuurgas genoemd) verwijderd, dat wordt geproduceerd bij de verbranding van voedingsstoffen. De concentratie van koolzuurgas in het bloed wordt geregeld door het ademcentrum in de hersenen. Ademhalen is meestal onbewust, we hoeven nooit te denken: ik moet ademhalen. Ook 's nachts gaat het proces gewoon door. Anders dan bij de hartslag, kunnen we de ademhaling echter wel bewust een poos onderdrukken of extra ademhalen. In de hersenstam bevindt zich het ademhalingscentrum. Dit centrum reguleert op basis van de koolzuurgasconcentratie in het bloed de ademhaling en houdt zo het koolzuurgasgehalte in het bloed vrijwel constant. Daarmee wordt tegelijkertijd de zuurstofconcentratie in het bloed op peil gehouden. De longen zijn goed beschermd. In de luchtwegen (neus en keelholte, strottenhoofd en luchtpijp) wordt de ingeademde lucht gezuiverd van grotere stofdeeltjes, voorverwarmd en vochtig gemaakt. Koude winterlucht is dus al op temperatuur (30 graden Celsius) voor zij de longen bereikt.

Bloedtransfusie

Bij een 'bloedtransfusie' brengt men bloed, afkomstig van een bloeddonor, in de aderen van een patiënt die dit bloed nodig heeft vanwege ernstige bloedarmoede door bijvoorbeeld bloedverlies. Een bloedtransfusie is alleen mogelijk als ontvanger en donor dezelfde of een compatibele (verenigbare) bloedgroep hebben, omdat anders gevaarlijke afweerreacties kunnen optreden. De eerstbeschreven mislukte poging tot bloedtransfusie was die in april 1492 toen paus Innocentius VIII op zijn sterfbed bloed kreeg toegediend. In Engeland verrichtte in modernere tijden Richard Lower (1631-1691) in 1665 de eerste directe bloedtransfusie tussen twee honden door een slagader direct op een ader aan te sluiten via een zilveren buisje. De eerste historisch vermelde daadwerkelijke transfusie is, die werd toegepast door de koning van Frankrijk en zijn lijfarts op een jongen van 16 jaar op 15 juni 1667, waarbij zij gebruik maakten van het bloed van een lam. Helaas is het onmogelijk om bloed van dieren aan mensen te geven en omgekeerd: de cellen zijn voor het lichaam meteen herkenbaar als "lichaamsvreemd" en er treedt een acute en ernstige afweerreactie op. In hetzelfde jaar pasten zij de eerste bloedtransfusie toe van mens naar mens, die echter ook mislukte. In de 19e eeuw werden experimenten met bloedtransfusies weer hervat, maar ook toen hadden vele daarvan een dodelijke afloop. In de 20e eeuw werden achtereenvolgens de bloedgroepen en de resusfactor van het bloed ontdekt, waardoor bloedtransfusies van 'gelijk' bloed voortaan met succes kon worden gerealiseerd.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP

+

+

+

+

Bloedsomloop bij de mens. Rood: bloedvaten met zuurstofrijk bloed, blauw: bloedvaten met zuurstofarm bloed.

Auteur: Sansculotte

Schematisch voorstelling van de kleppen in een ader.

Auteur: Was a bee

Links een rode bloedcel, rechts een witte bloedcel en in het midden een bloedplaatje.

Bron: Electron Microscopy Facility at The National Cancer Institute at Frederick (NCI-Frederick)

Werking van het hart en de hartkleppen.

Auteur: josiño

Anatomie van de longen - bewerkt van afbeelding 962 uit de online editie van Gray's Anatomy De longen bij de mens 1 = luchtpijp (trachea) 2 = rechter bronchus 3 = linker bronchus 4 = rechter long (pulmo dexter): bovenste (4a), middenste (4b) en onderste (4c) longlob 5 = linker long (pulmo sinister): bovenste (5a) en onderste (5b) longlob 6(dextra/rechts) = fissura horizontalis 6(sinistra/links) = fissura obliqua 7 = fissura obliqua 8 = arteria pulmonalis.

Auteur: Edelhart Kempeneers

Schematische vereenvoudigde voorstelling bloedsomloop.

Auteur: Melvin95

De leverpoortader ook kortweg poortader genoemd (vena portae hepatis) is een ader die bloed van de darmen, maag, milt, alvleesklier en blaas naar de lever vervoert.

Bron: Henry Gray (1918) Anatomy of the Human Body (See "Book" section below)/ Bartleby.com: Gray's Anatomy, Plate 591