App Wereld Uitvindingen & Ontdekkingen

Boekdrukkunst is de kunst geschriften te vermenigvuldigen door middel van een drukpers.

Boekdrukkunst is de kunst geschriften te vermenigvuldigen door middel van een drukpers. Meer in het bijzonder door middel van het combineren van verschillende (herbruikbare) delen een gedrukte tekst (en/of afbeelding) in oplage produceren. Voorheen werden boeken en andere geschriften met de hand overgeschreven als men meerdere exemplaren wilde maken. Een typische oplage van een handgeschrift was vaak maar enkele honderden exemplaren. Met de introductie van de mechanische drukkunst werd dit al snel enkele duizenden exemplaren. Hiermee werd de verspreiding van kennis en nieuwe inzichten geweldig versneld. De betekenis van de boekdrukkunst is dan ook moeilijk te overschatten. De laatste jaren wordt mechanisch drukken meer en meer vervangen door digitaal boekdrukken. Hierdoor is het nu mogelijk om boeken concurrerend te drukken, van 500 tot zelfs aan een oplage van slechts één exemplaar. Hiervoor worden voor het binnenwerk hoog-productieve laserprinters ingezet. De omslag wordt gemaakt met een digitale kleurenprinter. De modernste ontwikkeling is die van het elektronische boek, het e-book (e-boek) op internet. Een afgeronde en elektronische (of digitale) tekst die minimaal voorzien is van een pagina-indeling zoals een conventioneel boek. Een ononderbroken digitale 'tekstrol' zonder indeling wordt niet als e-boek beschouwd. E-boeken hebben doorgaans een hoofdstukindeling, een zoekfunctie en een bladwijzer. De verwachting is dat in de loop van 2009 steeds meer auteurs en uitgevers titels ook als e-book beschikbaar zullen maken.

Een letter of karakter is een teken om in de geschreven taal één of soms meer klanken uit de gesproken taal weer te geven. De letters die in een taal gebruikt worden vormen samen het alfabet van die taal. Hoe beter de letters de spraak en dus alle klanken ofwel klankinventaris van een taal moeten kunnen vertegenwoordigen, hoe meer tekens er nodig zijn. Toch blijft dit aantal vrijwel altijd onder de vijftig, wat het alfabet tot een handiger middel om gesproken taal weer te geven maakt dan de hiërogliefen met vele duizenden afbeeldingen. De allereerste schriften bestonden uit gestileerde(ontdaan van alle versierselen) symbolen voor concrete begrippen. Als men het woord voor waterkan wilde opschrijven, maakte men een tekening van een kan. Dit noemt men pictogrammen. Later volgde het gebruik van ideogrammen: het teken voor "zon" werd ook gebruikt voor begrippen als "dag" en "licht". Nog later verbond men pictogrammen met de klank van het woord (fonogrammen). Het teken van de waterkan kon bijvoorbeeld ook gebruikt worden in de zin "dat kan ik" of in het woord "kant". Pictogrammen, ideogrammen en fonogrammen werden door elkaar gebruikt en leverden een soort rebusschrift op (zoals spijkerschrift, egyptische hiërogliefen). Ons Nederlandse alfabet (abc) telt 26 letters en behoort tot het Latijnse schrift. Grote invloed op de uiterlijke vorm van de lettertekens hadden de gebruikte schrijfmaterialen, het doel, de productiesnelheid en de heersende opvattingen over stijl en schoonheid. In de loop der tijden is de lettervorm daarom steeds blijven veranderen.

De Romeinen schreven met een rietpen (open punt gesneden aan een stuk rietstengel) op papyrusrollen. Het papyrus (gemaakt van de stengels van de papyrusplant) was ruw, waardoor men geen fijn schrift kon gebruiken en ook de rietpen leende zich daar niet voor. De Romeinse samenleving hechtte veel waarde aan ordening en geometrische (meetkundige) vormen. Zo ontstonden de grote Romeinse kapitalen (hoofdletters), die samenstellingen van vierkanten en cirkels zijn. Later ontwikkelde zich een makkelijker te schrijven variant van deze hoofdletters, de rustica of ook wel rotunda genoemd. Deze letters zijn wat smaller (nemen minder van het dure papyrus in beslag) en hebben minder hoekige vormen. Rond 300 raakte het gebruik van perkament (gemaakt van dierenhuiden) en vellum, de verfijnde en luxere vorm van perkament en oorsponkelijk van kalfshuid, vandaar onze benaming voor een 'vel' papier, meer en meer in zwang. Het oppervlak hiervan was veel gladder en leende zich voor fijner schrift. In die tijd raakte ook het gebruik van de ganzenveer in zwang, die ook een fijner schrift kon produceren. Papyrusgeschriften moesten opgerold bewaard worden, maar het gebruik van perkament maakte het mogelijk de "codex" te ontwikkelen: afzonderlijke bladzijden ingenaaid en ingebonden in een kaft, ofwel een boek. Na het uiteenvallen van het Romeinse rijk rond 400 verviel de eenheid in gebruikte lettervormen en in verschillende centra in Europa ontwikkelden zich uiteenlopende schriftvormen, die slechts een ding gemeen hadden: het gebruik van stokken en staarten aan de letters.

Het zich steeds uitbreidende christendom ontwikkelde een verfijnder vorm van de Romeinse rustica: de unciaal. Kenmerken van deze letter zijn: de sierlijke ronde vorm, die geen stokken of staarten kent boven of onder de schrijflijnen. Bij de half-unciaal zijn er enkele kleine stokken of staarten te herkennen. Het schrijfwerk speelde zich voornamelijk in de kloosters af. Met name in Ierse kloosters werd dit schrift verfijnd, en ontstond de gewoonte het schrift rijkelijk te versieren in vorm en kleur (verluchten of illumineren heet dit). Doel van het produceren van schrift was bij te dragen tot de glorie van God en efficiëntie speelde geen rol. Uiteindelijk leidde dit tot de vervaardiging, rond 800, van het schitterende 'Boek van Kells' (bevat de vier evangeliën van het Nieuwe Testament in het Latijn), waarvan soms beweerd wordt dat aan de vervaardiging van een enkele pagina een monnik zijn hele leven besteedde. Kenmerkend voor dit boek en andere in Ierland en de Britse eilanden gemaakte handschriften zijn de sierlijke, van oorsprong keltische (verzameling volkeren en stammen voor onze jaartelling) geometrische versieringen. Toen rond 800 door Karel de Grote weer een eenheid gesmeed was binnen Europa, verstrekte Karel aan enkele schrijfmeesters de opdracht een lettertype te ontwikkelen dat algemeen gebruikt zou worden in kloosters en wetenschappelijke instituten. Zij grepen terug op de unciaalvorm, maar werkten deze letter uit met stokken en staarten. Deze letter werd de Karolingische minuskel genoemd. Zij stelden ook regels op voor het schrijfwerk.

Schrijven en lezen was voornamelijk voorbehouden aan de geestelijke stand. Op enkele uitzonderingen na konden koningen en edellieden meestal wel (moeizaam) lezen maar niet schrijven en zeker het gewone volk konden niet lezen of schrijven. Nog steeds was het zo, dat het schrijven door ambachtslieden werd uitgevoerd en in gilden voor schrijvers. Wel is er een nieuwe groep die het lezen machtig wordt: de wetenschappers. Ook voor kooplieden werd het steeds noodzakelijker dat ze zelf konden lezen en schrijven. Omdat het schrijven door ambachtslieden geschiedde, die voor opdrachtgevers werkten, ontwikkelden zich geen persoonlijke handschriften en daardoor is de vorm van de Karolingische minuskel eeuwenlang in gebruik gebleven. Toch is er wel invloed op de lettervorm te ontdekken: zo ontstond er door kennismaking met oosterse beschavingen een ietwat amandelvormige variant en zeker de gotische stijl was van invloed op het lettertype: er ontstonden hoekige vormen. In Duitsland ging men het verst met deze hoekige vormen. Daar schreef men de letters extreem smal en hoekig, waardoor een star en lastig leesbaar schriftbeeld ontstond, het Gotisch. Tijdens de Renaissance ontstond in Florence en Venetië bij wetenschappers de behoefte om zelf de schrijfkunst te beoefenen, en men zocht naar een schriftsoort dat sierlijker was dan de plompe gotische vormen en ook makkelijker schrijfbaar: het humanistische schrift, dat ietwat schuin geschreven werd. Uiteindelijk ontwikkelde dit tot de 'cursief', ook wel 'italiek' genoemd. Een elegant schrift met artistieke krullen.



Boekdrukkunst, blokdruk, letters, papyrus, e-book

Info Contact Home

Boekdrukkunst

Het is onmogelijk te bepalen wanneer of door wie de boekdrukkunst is uitgevonden. De vinding wordt aan een aantal personen toegeschreven, maar de enige die historisch gezien inderdaad voor de eer in aanmerking zou kunnen komen is de Chinees Pi Chang, die al in de elfde eeuw Chinese karakters zou hebben gedrukt. In de oudheid was het principe van drukken van afbeeldingen al bekend zoals de vondsten bewijzen van rolcilinders in Mesopotamië. Deze waren gegraveerd met afbeeldingen en spijkerschrift in spiegelschrift. Ook zijn kleitabletten gevonden met afbeeldingen die met behulp van de cilinders zijn gedrukt. Eveneens gebruikten hooggeplaatste personen zegelringen om hun persoonlijke zegel of 'handtekening' op belangrijke berichten te drukken. Vanaf het jaar 1000 zijn in Europa al boeken gedrukt met blokdruk. Hiervoor werd iedere pagina van een boek uitgesneden in een houtblok. De productie van omvangrijke geschriften was hierdoor zeer tijdrovend. Iets later werd wel de 'massaproductie' van bidprenten, heiligenafbeeldingen en vlugschriften door middel van blokdruk populair omdat hiervoor maar een paar blokken nodig waren. In de Westerse wereld wordt de Duitser 'Johannes Gutenberg' algemeen gezien als een waarschijnlijker uitvinder dan de Nederlander Laurens Janszoon Coster of de Vlaming Dirk Martens. Maar het lijkt wel vast te staan dat men in die tijd, rond 1450, in het Oosten al bekend was met zowel blokdruk als letterdruk. In het Westen was het drukken met losse letters een enorm succes en verspreidde zich razendsnel over het continent.

Losse letters

De grote verbetering voor het drukken van teksten kwam toen men op het idee kwam om losse loden letters samen te voegen om zo een drukvorm voor een complete pagina samen te stellen. Ook kon men dan eenvoudig een losse afbeelding – uitgesneden in hout of metaal – plaatsen tussen de letters in de drukvorm. Na het drukken van een oplage kon men de letters weer hergebruiken om een nieuwe pagina samen te stellen. Deze techniek werkte veel sneller. De letters werden verdeeld in kapitalen ('bovenkast') die in het bovenste deel van de zetkast lagen, en kleine letters ('onderkast') die in het onderste deel van de kast werden bewaard. Kasten werden opgeslagen in een zetbok. Later werd de productiesnelheid verder verhoogd, omdat men losse letters in lood ging gieten (monotype) met behulp van matrijzen. Dit was goedkoper dan blokdruk. De regelzetmachine deed zijn intrede rond 1890 vanuit Amerika en Europa. Deze regelzetmachines konden complete regels gieten. Dat was in die tijd een enorme versnelling van het drukproces, mede omdat het gebruikte zetwerk niet weer hoefde te worden teruggelegd in de letterkasten. Vanaf begin jaren 70 van de 20e eeuw maakte de boekdrukkunst steeds meer plaats voor vlakdruk (offset- en rotatiedruk), omdat lood het af moest leggen tegen fotozetmachines en het digitale Desktop publishing (DTP) aan haar opmars begon. In de Lage Landen vond de grootste bloei van de boekdrukkunst plaats in de 17e eeuw. In die tijd werden de producten van drukkers, zoals de in Antwerpen en Leiden werkende Christoffel Plantijn, algemeen als superieur beschouwd.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

De twee oudste drukpersen van de wereld 16e eeuw

in het Plantin-Moretus Museum (Antwerpen). Foto: Riopelle

Drukkerijmuseum Maastricht: Interieur, begane grond, overzicht.

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Foto: Kris Roderburg/ Booms, C.S. (Fotograaf)

National Print Museum Ierland: letterlade met losse loden zetletters.

Foto: Miguel Mendez

Inkten (met inktrol) van een zetsel: printing tentoonstelling in het Museum van karton en afdrukken van Valréas in de Vaucluse - Frankrijk.

Foto: ServiceComDigne

Blik in een digitale drukkerij.

Foto:  KHöhne

Een houtblok van het soort dat werd gebruikt door Yangzhou's drukkerijen in het verleden voor het drukken van boeken.

Uit de collectie van de China Block Printing Museum in Yangzhou. Auteur: Vmenkov

Een rijk versierde ijzeren pers uit de vroege 19e eeuw.

Bron: International Printing Museum in Carson, California, USA

Peter Small demonstreert het gebruik van de Gutenbergpers

 in het internationaal Printing Museum in Carson, California, USA.

Drukkerij, houtgravure door Abraham Van Wendt (zeventiende eeuw).

Auteur: Morburre.