App Wereld Uitvindingen & Ontdekkingen

Geneeskunde, studie, kennis, toepassing

De moderne geneeskunde, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten, ontwikkelde zich in de 19e eeuw.

Een 'barbier' houdt zich bezig met het scheren, knippen en verzorgen van baarden en snorren. Het is een zeer oud beroep die bij de Egyptenaren al in hoog aanzien stond. De naam is afgeleid van het Latijnse barba dat baard betekent. In de middeleeuwen omvatte het werkterrein van de barbier ook dat van chirurgijn, een soort tandarts (alleen kiezen trekken) en praktisch geneesheer. Deze behandelaars deden allerlei ingrepen met het mes, verzorgden wonden en zweren, behandelden botbreuken, voerden amputaties uit en deden aderlatingen. De 'geneeskunde' in de brede betekenis van het woord is van alle tijden. De "geneeskundige wijsheid", aanwezig bij medicijnmannen, druïden, of "wijze vrouwen" werd algemeen aanvaard, totdat in de 11e en 12e eeuw de kerk bepaalde dat deze personen een bedreiging vormden, en zij als ketters en heksen op de brandstapel moesten worden gezet. Vanaf deze periode beschouwde men ziekte en dood het terrein van God, een lot dat je trof en dat door devotie (toewijding aan de Kerk/het geloof) en boetedoening moest worden weerstaan. Na de middeleeuwen begon dit te veranderen. Er ontstonden twee soorten geneeskundigen. Vooreerst had men de theoretici, de "doctores medicinae". Volgens hen werden ziekten veroorzaakt door wijzigingen in warmte, koude, droogte of vochtigheid, en men keek naar slijm, bloed, zwarte en gele gal. Men noemde dit de humorenleer. Demonen, geesten en allerlei bijgeloof werden aan deze "kennis" toegevoegd. Daarnaast waren er de uitvoerend genezers (de barbiers en chirurgijnen).

De chirurgijn was in de 17e eeuw een arts in steden en dorpen, maar ook een scheepsarts ten tijde van de zeilvaart. Het vak van chirurgijn komt voort uit het werk van de barbier. In de gasthuizen (voor zieken en ouderen) van de 17e eeuw had een chirurgijn een eigen verbandzaal. Hij werd tijdens het werk geassisteerd door zaalknechts of zaalmeiden. Er bestond een opleiding waarin chirurgijns het vak leerden. De patiënt was hierbij proefkonijn. Daarnaast namen zij deel aan openbare anatomielessen (soms in een anatomisch theater) waarbij terechtgestelde misdadigers werden ontleed. Veel voorkomende handelingen in die tijd zijn aderlating, wondverzorging en de zorg voor botbreuken. Laudanum (zo'n 90% wijn -of andere alcoholische drank- en tot 10% opium) was de toenmalige verdoving, niet zo efficiënt als tegenwoordig morfine (werkzaam bestanddeel van opium uit de papaverplant). In de zeilvaart had de chirurgijn de graad van officier. In deze functie had hij zijn eigen scheepskajuit waar hij zijn toenmalige medische instrumenten en medicijnen aan boord had. Zijn taak was om zieke of gekwetste matrozen en officieren te verzorgen. Het was soms benedendeks net een slachthuis. Alles was vol bloed en veel zwaar gekwetsten verloren een been of arm. Om koudvuur (gevaarlijke infectie waarbij gezond weefsel razendsnel aangetast wordt) te vermijden moest de chirurgijn onmiddellijk het ledemaat of ledematen doorzagen. Uiteindelijk heeft het werk van de chirurgijn geleid tot de ontwikkeling van de moderne chirurg of de chirurgie.

De vorming van de moderne geneeskunde ontstond in de 17e eeuw, toen de natuurwetenschappen een enorme ontwikkeling doormaakten. Men leerde meer en meer over de anatomie en het functioneren van het lichaam en de werking van organen en orgaanstelsels. Daardoor begon men de oorzaak van ziektes te zien als het gevolg van slecht functionerende organen en weefsels. Volgens dit medische model was iemand ziek als bijvoorbeeld zijn lever niet goed werkte: genees de lever en men geneest de patiënt. Binnen de geneeskunde ontwikkelden zich vele specialismen, die zich elk op een orgaansysteem of op een bepaald type behandeling richtten. Tot aan het eind van de 18e eeuw bestonden geneeskundige handelingen nog voornamelijk uit aderlatingen, primitieve operaties en botzettingen, laxeer- en braakkuren en bloedzuigers, en door het gebrek aan hygiënisch inzicht was het resultaat van de behandeling onzeker. In een reactie op de slechte resultaten van de medische wetenschap van die tijd, ontstond aan het eind van 18e eeuw de nu nog steeds bekende alternatieve geneeswijze, de homeopathie. De moderne geneeskunde, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten, ontwikkelde zich in de 19e eeuw. Het vertrouwen hier in als gevolg van de steeds verbeterende resultaten, leidde ertoe dat de tot dan toe gangbare behandelingen drastisch aan populariteit afnamen. In 1865 voerde Nederland de 'Wet op de Uitoefening der Geneeskunst' (WUG) in. Deze werd in december 1993 vervangen door de 'Wet op de beroepen in de Individuele Gezondheidszorg' (Wet BIG).

Hippocrates van Kos (ca. 460 v.Chr.-370 v.Chr.) was een Griekse arts. Zijn naam betekent paardentemmer. Hij wordt beschouwd als de grondlegger, de 'vader' van de geneeskunde omdat hij als eerste natuurlijke in plaats van bovennatuurlijke oorzaken voor ziekten zag. Hij was een van de eersten die op basis van lichamelijke symptomen een diagnose kon stellen en daarbij een bepaalde therapie voorschreef. Hij haalde dus de geneeskunde uit de taboesfeer van tovenarij en godsdienst. Hij legde sterke nadruk op hygiëne, zowel voor arts als patiënt, op gezonde eet- en drinkgewoonten, het belang van frisse lucht en een natuurlijk verloop van processen in het lichaam. Hij was ervan overtuigd dat gezondheid bij de mens afhing van de balans tussen lichaamssappen; onbalans zou ziekte veroorzaken. Dit wordt de leer der humores genoemd. Het menselijk lichaam zou bestaan uit vier soorten lichaamssappen: slijm, bloed, gele gal en zwarte gal. De fysieke en mentale toestand (het temperament) en ziekteverschijnselen werden verklaard uit het bestaande gehalte aan de verschillende sappen. Een teveel aan slijm (flegma) zou een flegmatisch of kalm temperament tot gevolg hebben; een teveel aan bloed een sanguïnisch of optimistisch, gepassioneerd temperament; een teveel aan gele gal een cholerisch of prikkelbaar, opvliegend temperament; en een teveel aan zwarte gal een melancholisch, depressief temperament. Een onbalans zou behandeld moeten worden met een dieet.

Eerst dacht men dat de ziekte epilepsie te maken had met de goden, die iemand met de vallende ziekte stevig aanpakten, nadat ze hem betrapten op een goddeloze daad. Hippocrates ontdekte dat het een lichamelijk fenomeen was, en dus geen straf. Later werden al zijn ideeën, die lange tijd grote invloed op de medische wetenschap zouden houden, overgenomen door de invloedrijke Grieks/Romeinse arts Claudius Galenus (131 n.Chr. – tussen 201 en 216 n.Chr.) die in de geschiedenis van de westerse geneeskunde een belangrijke plaats inneemt (zijn geneeskundig systeem domineerde de medische wetenschap bijna 1500 jaar lang). Hippocrates had een praktijk en een artsenschool op zijn geboorte-eiland Kos, waar hij zijn leerlingen een hoge beroepsmoraal bijbracht. Hij ontwierp een plechtige artseneed waar hij zijn pupillen aan verplichtte en die heden ten dage ook in Nederland door artsen bij hun afstuderen wordt afgelegd. Hoewel er verschillende vormen van de eed bestaan wordt hij nog altijd de 'Eed van Hippocrates' genoemd. Reeds 2000 v.Chr. gebruikten de Assyriërs wilgenbladeren voor de behandeling van pijnlijke gewrichten. Geschriften uit rond 1550 v.Chr. tonen aan dat ook de Egyptenaren een brouwsel van wilgenbladeren gebruikten tegen pijn en ontstekingen. Ook Hippocrates propageerde het gebruik van wilgenbastextract. Het heeft een gering pijnstillend en koortsverlagend effect, smaakt bijzonder bitter en ligt slecht op de maag. Voor gebruik als eenvoudige pijnstiller wordt modern medisch gezien algemeen de voorkeur gegeven aan paracetamol.



Leonardo da Vinci

Leonardo da Vinci (1452-1519): misschien nog wel indrukwekkender dan zijn kunstwerken zijn Leonardo's studies van de anatomie. Zijn uiteindelijk vergevorderde kennis van de anatomie van het menselijk lichaam leerde Da Vinci zichzelf. Het is bekend dat hij in het holst van de nacht de lichamen van pas gestorven mensen uit hun graven stal. Vervolgens ontleedde hij deze lichamen thuis. 'William Harvey' (1578-1657) was een Britse bioloog en arts. Hij staat bekend als de man die de grootste verandering heeft gebracht in het beeld dat bestond over de bloedsomloop. Hij is ook degene die daadwerkelijk heeft ontdekt dat er weldegelijk een bloedcirculatie bestaat. Harvey concludeerde dat het bloed dus in een kringloop moest bewegen om zo telkens opnieuw het hart te kunnen passeren. Hiervoor zou er in de periferie(aan de rand) van de bloedsomloop volgens Harvey een verbinding moeten bestaan tussen slagaders en aders, wij kennen deze verbindingen nu als haarvaten. Een collega van 'Ignaz Semmelweis' (1818-1865), kreeg door een verwonding met een ontleedmes symptomen die dezelfde waren als zich bij kraamvrouwenkoorts voordeden: na dit dodelijk voorval en omdat de kraamzaal door de medische studenten bezocht werd aansluitend op anatomiecolleges, veronderstelde Semmelweis dat "lijkstof" via de handen in de bloedsomloop kwam en de boosdoener zou kunnen zijn. Hij verlangde dat iedereen zijn handen in bleekwater zou wassen voordat er onderzoek op de kraamzaal gedaan zou worden. Halverwege 1847 daalde de sterfte van 18% in mei tot onder de 1% in augustus.

Meer geneeskunde hier

TOP

Meer medische ontdekkingen en hun ontdekkers

Rudolf Virchow (1821-1902) was de grootste Duitse arts van zijn tijd, een tijd waarin de Duitse geneeskunde de meest geavanceerde ter wereld was. Hij was de grondlegger van de cellulaire pathologie (ziekteleer op celniveau) en de vergelijkende pathologie (leren door vergelijken van ziektebeelden). In 1845 ontdekte hij leukemie (kanker van witte bloedcellen), in 1846 liet hij zien hoe een bloedstolsel trombose {verstopping van een (slag) ader} en embolie (afsluiting van een orgaan) veroorzaakt. Louis Pasteur (1822-1895) ontwikkelde de theorie dat de oorzaak van veel ziekten een minuscuul levend wezen was, een 'micro-organisme'. Zijn "ziektekiem-theorie" of "microbe-theorie" (waaronder bacteriën) is één van de belangrijkste ontdekkingen in de medische geschiedenis. Hij introduceerde nieuwe concepten als sterilisatie van gereedschappen en wondverbanden. Hij was de uitvinder van het pasteuriseren, het proces waarin schadelijke microben in aan bederf onderhevige voedselproducten worden vernietigd door het voedselproduct kortstondig te verhitten. Pasteur ontwikkelde een virus-vaccin tegen hondsdolheid. 'Sir Alexander Fleming' (1881–1955) was een Britse arts en microbioloog in het veld van de medische microbiologie, die voor de ontdekking van penicilline (dood bacteriën) een Nobelprijs heeft gekregen. 'Wilhelm Röntgen' (1845-1923) vooral bekend door zijn ontdekking van de naar hem vernoemde röntgenstraling. Röntgen wordt beschouwd als de vader van diagnostische radiologie (diagnose met behulp van de röntgenfoto). Dit is slechts een beperkt overzicht van de vele ontdekkingen.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

Info Contact Home

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Een verpleger bezig met het uitvoeren van een amputatie.

Gravure uit 1540. Bron: Populär historia 2/2015

Aderlaten: Jacob Franszn (ca. 1635-1708) en zijn gezin in zijn kappers- en chirurgijnshop.

Schilder: signed b.r.: HKerck 1669 (Egbert van Heemskerck). Bron: Amsterdam Museum

Praktijkles anatomie door middel van modellen in een medische opleiding.

Foto: Realmastery. Bron: Department of biology and anatomical sciences of medical school of SBMSU,Tehaan Tran.

Anatomische Tafels van leraar John Banister's, met studenten. Het schilderij bestaat uit een portret van Banister die een anatomische les geeft in het Barber-Surgeons Hall, Monkwell Street, Londen. c. 1580.

Bron: University of Glasgow

Middeleeuwse tandarts bezig een kies te trekken.

Bron: Antall, József (1981) Bilder aus der Geschichte der europäischen Heilkunde und Pharmazie, Boedapest: Corvina Kiadó ISBN: 963 13 1084 1. p33

Het uitvoeren van een keizersnede.

Foto: Fadhley, Salim (2014). "Caesarean section photography". Wikiversity Journal of Medicine 1 (2). DOI:10.15347/wjm/2014.006. ISSN 20018762. London, England Caesearian Surgery, obstetricians at work. This is an edit of the original image, reducing colour and luminosity noise.