App Wereld Uitvindingen & Ontdekkingen

Het Schrift

Geschreven taal (het schrift) is een uitvinding (moet aan kinderen geleerd worden), in tegenstelling tot gesproken taal, die zich samen met de moderne mens ontwikkeld heeft.

Een schrift is een systeem om taal grafisch (zichtbaar) weer te geven: het is een methode om een boodschap vast te kunnen leggen en over een afstand (in plaats én tijd) te kunnen vervoeren. Het is een communicatiemiddel (informatie-uitwisselingsproces). Het is een uitvinding die steeds verder (digitaal) ontwikkeld, denk maar aan zaken als internet, e-mail en e-reader.

Duizenden jaren geleden kwamen de eerste culturen tot bloei. Mensen trokken niet meer rond achter de dieren aan, maar vingen en domesticeerden (dieren en planten steeds meer aangepast laten raken aan het leven dichtbij en in dienst van de mens) dieren, en verbouwden groenten en andere gewassen.

Dit bracht veel veranderingen met zich mee. Mensen gingen niet én vee hoeden én groenten verbouwen. Dus gingen ze handelen. Al gauw bleek het handig te zijn als je kon onthouden wat je had verhandeld. Zo ontstonden de schriften. Vermoedelijk ontstond het schrift zo'n 5.000 tot 6.000 jaar geleden in Sumerië en later in zeer uiteenlopende gebieden van de wereld, zoals Egypte, de Indusvallei en China en (tussen 1.200 en 400 v. Chr.) ook in Meso-Amerika. Waarschijnlijk is het schrift verspreid van Sumerië naar de Indusvallei en naar Egypte. Aangenomen wordt dat het Chinese schrift onafhankelijk daarvan is uitgevonden.

Het schrift werd gebruikt om gebeurtenissen en handelsovereenkomsten op te schrijven. Het is hierdoor een belangrijke bron voor de geschiedenis van volkeren en culturen. Sommige schriften lijken op elkaar. Dit komt doordat volkeren ze van elkaar hebben overgenomen. Zo lijken zowel het Latijnse als het Cyrillische alfabet sterk op het Oudgriekse omdat de Romeinen en de Oost-Europeanen het van de Grieken hebben overgenomen en aan eigen behoeften aangepast. Ook in de vele Indiase alfabetten is verwantschap te ontdekken, omdat ze veelal gebaseerd zijn op het klassieke devanagari-alfabet, waarin de heilige taal Sanskriet als eerste werd geschreven. Ook gebarentalen kan men neerschrijven. Het meest bekende gebarenschrift is SignWriting. Voor blinden en slechtzienden is het brailleschrift ontwikkeld dat een reliëfalfabet is.

Men kan schriften naar het weergaveprincipe in drie typen verdelen: 'logografisch schrift', 'syllabisch schrift' en 'alfabetisch schrift'. Het 'logografisch schrift' is een soort waarbij voor elk woord of begrip een apart symbool (logogram) wordt gebruikt. Hierdoor wordt het zeer gecompliceerd, omdat men duizenden symbolen uit het hoofd moet kennen om zich perfect te kunnen uitdrukken in een taal, zoals in het Mandarijn, of een andere Chinese taal het geval is. Het werd ongeveer 6000 jaar geleden ontwikkeld in de vorm van het Proto-Sumerisch, een voorloper van het spijkerschrift. Latere logografisch schriften zijn de eerste hiërogliefen in Egypte, en veel later de Chinese karakters. Het 'syllabisch schrift' is een soort waarbij voor elke lettergreep een apart symbool wordt gebruikt. Dit komt in de moderne tijd zelden voor, voorbeelden zijn het Cherokee-syllabenschrift, het Japanse Katakana, en diverse Inuit talen. Vroeger was dit type vrij algemeen: zoals de hiërogliefen en het schrift van de Maya's. Het 'alfabetisch schrift' is een soort waarbij voor elke klank (soort) een symbool wordt gebruikt. De verzameling van de symbolen heet alfabet. Deze vorm van het schrift wordt nu het meest gebruikt en is het wijdst verspreid. Onder meer het Arabische-, het Griekse-, het Hebreeuwse (o.a. in Israel)-, het Latijnse (o.a. in Nederland)- en het Cyrillische (o.a. in Rusland) alfabet zijn vormen van alfabetisch schrift. Men veronderstelt, dat het minstens 3000 jaar oude Fenicische (ongeveer het huidige Libanon) alfabet aan de wieg van andere alfabetten heeft gestaan, zoals het Grieks.

Het spijkerschrift werd tussen 3300 en 2900 v. Chr. ontwikkeld vanuit een beeldschrift in het zuiden van Mesopotamië, in het land van Sumerië, in het huidige Irak. Daardoor is het Sumerisch de oudste bewaard gebleven taal van het Oude Nabije Oosten. Het spijkerschrift werd geschreven op kleitabletten, waarop men met een rietstengel wig- en spijkervormige inkepingen maakte. Een specifieke combinatie van inkepingen vormt één spijkerschriftteken, ook wel spijker genaamd. Er zijn in de loop van de tijd ongeveer 600 verschillende spijkers ontwikkeld. Gedurende een periode van 3000 jaar schreven de inwoners in het spijkerschrift op kleitabletten. Miljoenen kleitabletten zijn sinds ca. 1850 bij archeologische opgravingen aan het licht gekomen en worden bestudeerd. Het runenschrift is het oudst bekende schrift dat in Germaanse landen werd gebruikt; het bestaat uit letters samengesteld uit meestal rechte en hoekige lijnen die gemakkelijk in bijvoorbeeld steen of hout kunnen worden gekrast. Bij gebruik op metaal werden ook wel ronde vormen gebruikt. Futhark is de benaming voor verscheidene Oudgermaanse runenalfabetten. Runeninscripties zijn bekend van ca. 150 tot 1200 na Chr. en in Scandinavië nog een paar eeuwen langer. Hierna verloor het schrift geleidelijk de concurrentiestrijd met het Latijns alfabet. Het schrift werd met name voor inscripties op wapens, dagelijkse correspondentie, grafstenen etc. gebruikt. In bijna alle gebieden waar Germaanse volkeren (waaronder de Vikingen) zijn geweest, kunnen runeninscripties aangetroffen worden.



Hiërogliefen

Egyptische hiërogliefen (Grieks: hieros - "heilig", glyphoi - "groeven") vormen het schrift van het Oude Egypte. Door de Egyptenaren werden ze ook Medu Netjer of "Goddelijke Woorden" genoemd, hetgeen verwijst naar de overlevering dat de god Thoth ooit het schrift aan de Egyptenaren gaf. Het schrift is rond 3100 v.Chr. ontstaan. De hiërogliefen werden lange tijd als 'onvertaalbare' tekens aangezien, doch, het lukte de Fransman Jean-François Champollion toch als eerste, definitief in 1822, met behulp van de Steen van Rosetta het schrift te begrijpen. De steen van Rosetta, is een donkere granieten steen (van 112 bij 76 cm) die in juli 1799 in Egypte door Franse genietroepen werd ontdekt bij de Egyptische plaats Rosetta (nu El Rashid). Op de steen staat op drie verschillende manieren een tekst geschreven: in het Egyptisch door middel van hiërogliefen en het demotisch (is een late schrijfvariant: hiërogliefen>hiëratisch>demotisch>koptisch>arabisch) en in het Grieks. Met het Grieks was men bekend en aannemende dat de andere twee teksten dezelfde inhoud zouden bevatten kon men gaan vergelijken. Het demotische schrift was het tweede schrift dat op de Steen van Rosetta staat, en werd ontcijferd voordat de hiërogliefen dat waren. Een belangrijk persoon bij de ontcijfering was Sylvestre de Sacy. De steen bleek een belangrijke sleutel te zijn voor het ontcijferen van hiërogliefen door Thomas Young en Jean-François Champollion (publiceerde als eerste in 1822). De originele steen kan sinds 1802 worden bezichtigd in het British Museum in Londen.

Alfabet

Het woord alfabet is een samenstelling van alpha(a) en beta(ß), de namen van de eerste twee letters van het Griekse alfabet. Een Latijnse alfabet of 'abc', is een verzameling symbolen om gelijkwaardige klanken in de gesproken taal schriftelijk weer te geven. Het Latijnse alfabet is het alfabet dat voor vrijwel alle westerse spellingen wordt gebruikt, zo ook voor de Nederlandse spelling. De voorloper van het Latijnse alfabet is ontwikkeld door het Semitische volk in Egypte. In gewijzigde vorm is het door de Feniciërs overgenomen. De Grieken hebben daar weer een eigen alfabet van afgeleid, dat in een aantal tekens van de voorloper verschilde. Het klassieke Latijnse alfabet is weer van het Etruskische en Griekse alfabet afgeleid en telde in de tijd van Cicero (106 v.Chr.–43 v.Chr., Romeins staatsman en schrijver), 21 letters. Voor het weergeven van Griekse woorden werden later de Y en de Z toegevoegd. De I en de V waren zowel klinker als medeklinker: I=J en V=U. In de middeleeuwen kwamen de J en de U er echt bij. De W is een dubbele V om bijvoorbeeld w in woord weer te geven. Tegenwoordig wordt het Latijnse alfabet meestal geacht de volgende 26 letters te bevatten: a,b,c,d,e,f,g,h,i,j,k,l,m,n,o,p,q,r,s,t,u,v,w,x,y,z. In Nederland wordt soms de IJ als aparte letter beschouwd. In de meeste naslagwerken wordt de IJ als een combinatie van de letters I en J of als variant van de Y behandeld. De J, U en W zijn aparte letters, hoewel het oorspronkelijk dus varianten zijn van andere letters.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP Info Contact Home

+

+

+

+

+

+

Spijkerschrift uit Iran, tussen 3300 en 2900 v.Chr.

Bron:  Musée du Louvre

Informatie pictogram. Pictogram komt uit het Latijn. Picto komt van 'pictus' of in het Nederlands: 'geschilderd'. Gram komt van 'gramma' ofwel 'letter'.

Auteur pictogram: Laurensvanlieshout at nl.wikipedia November 2005.

Voorbeeld van een Latijns alfabet gebruikt in Westerse landen. Lettertype: Times New Roman.

Auteur tekening: M. Adiputra

Tegenwoordig gebruikte schriftsystemen. Infografischoverzicht van de meest gebruikte schriftsystemen in de wereld. Dit overzicht is niet volledig, talloze Afrikaanse schriftsystemen ontbreken dit is mede doordat de documentatie van deze schriftsystemen niet optimaal is. Ook door plaatsgebrek zijn er keuzes gemaakt. Dit is een vertaalde versie van originele Duitstalige versie.

Auteurs: Maximilian Dörrbecker deze versie door Wobuzowatsj. Bron: Wikipedia

Steen van Rosetta in het British Museum.

Foto: Hans Hillewaert (CC BY-SA 4.0)