App Wereld Uitvindingen & Ontdekkingen

Het Vuur

De eerste belangrijke ontdekking voor de mensheid, was wel die van het vuur maken.

Gevolgd door het ontdekken van de (vele) gebruiksmogelijkheden (koken, warmte, licht enz.) en toepassingen (kracht, sterilisatie, aanstekingsbron enz.)

De mens heeft het vuur niet uitgevonden, hij heeft het alleen zelf leren maken (een ontdekking) en gebruiken (meerdere gebruiksmogelijkheden en dus meerdere ontdekkingen). Vuur komt in de natuur voor, ondermeer als gevolg van blikseminslagen en vulkaanuitbarstingen. In oude beschavingen was vuur een kostbaar goed voor koken, licht, verwarming, ontginning van bos voor landbouwgrond en materiaalbewerking zoals smeden en pottenbakken. Het werd met moeite verkregen en onderhouden. Daarom was het heilig en met rituelen omgeven. Oorspronkelijk moest het waarschijnlijk uit de natuur gehaald worden bij een blikseminslag of bosbrand. Daarom werd het bewaard in een vuurhuis - ieder dorp of stad had er een. In Griekse steden had men een gebouw, het Prytaneion: de zetel van de Prytaneis (regering), met een eeuwige vlam. In Rome bewaakten de Vestaalse maagden (priesteressen van de Romeinse godin Vesta), een eeuwig vuur. De kaarsen en lampen in de katholieke kerk zijn een moderne afgeleide, net als de vlam bij gedenktekens van gesneuvelden in oorlogen. Ook onder de Arc de Triomphe brandt een eeuwig vuur. Deze triomfboog is een bekend bouwwerk in Parijs, Frankrijk waarvan de bouw begon in 1806, ter ere van één van Napoleons overwinningen bij Austerlitz. Pas rond 1834 was het gereed.

Vuur is het zichtbare (licht) en voelbare (warmte) verschijnsel, dat optreedt als een brandbare stof een oxidatiereactie ondergaat bij hoge temperatuur. Oxidatiereactie: oxidatie is een chemisch proces waarbij een stof elektronen afgeeft (de reductor) aan een andere stof (de oxidator). Vroeger definieerde men een oxidatie als een reactie met zuurstof. Voorbeelden zijn roesten en verbrandingsreacties. Het proces ontleent zijn naam dan ook aan het woord oxygenium, de Latijnse naam voor zuurstof. Buiten een brandstof en een oxidator is doorgaans ook een ontstekingsbron nodig om de verbranding in gang te zetten. Dat kan zijn opwekken van hoge hitte door wrijving (bijv. hout op hout), vonkvorming door ketsen met vuursteen; wrijving bij een lucifer, of een aansteker om een vuur aan te steken. De eenvoudigste verbranding is daarbij die met gasvormige brandstoffen. Ingewikkelder is de verbranding van vaste brandstoffen. Goede voorbeelden zijn steenkool of hout. Bij hout zal dit eerst moeten drogen door de warmte. Een houtvuur zal daardoor eerst witte rook afgeven. Dit is gewoon waterdamp. In tweede instantie zullen door de hitte de complexe organische moleculen uiteenvallen in kleinere brokstukken, die uiteindelijk als gasvorm vervluchtigen. Die gasverbranding geeft dan de vlammen. De vlammen zijn immers weer hete gassen die oplichten door hun temperatuur. De rook kan zwarte roetdeeltjes bevatten, maar ook andere niet-verbrande stoffen die in de vaste brandstof zitten en as vormen als reststof.

Wrijving is het natuurkundige begrip dat de weerstandskracht aanduidt, die ontstaat als twee oppervlakken langs elkaar schuiven, terwijl ze tegen elkaar aan gedrukt worden. Wrijving kan leiden tot vormverandering en warmteproductie. Wrijving kan optreden met vaste stoffen, gassen, vloeistoffen en combinaties daarvan. Een meteoriet die de dampkring binnentreedt ervaart dus wrijving door de lucht tegen het oppervlak van de meteoriet. Wrijving treedt ook op, binnenin voorwerpen, die vervormd worden. De getijdewerking van de maan op het inwendige van de aarde, veroorzaakt daar een vervorming. Door de inwendige wrijving warmt de aarde op. De energie die verbruikt wordt om wrijving te overwinnen produceert warmte. Enkele oude methoden om vuur te maken, zijn gebaseerd op de hitte die door wrijving ontstaat, bijvoorbeeld door een stokje snel rond te draaien (vuurboog) in een licht ontbrandbare stof die zich bevindt in een lichte uitholling in een stukje hout.

Vuursteen of keisteen, silex of flint ("flinterdun") is een gesteente dat vaak in klompen in kalksteen wordt aangetroffen en meestal bruin of grijs van kleur is. Dergelijke 'klompen' worden in de geologie 'concreties' genoemd. Het is een erg hard gesteente. Bij een harde slag op een stuk vuursteen ontstaat er vaak een schelpvormig breukvlak met scherpe kanten. Dit ontstaat door een spanningsgolf in het gesteente door de inslag. Het gesteente wordt vuursteen genoemd omdat een slag met een stuk vuursteen op een stuk ijzer of pyriet (ijzerhoudend mineraal) kan resulteren in vonken, waarmee, met de nodige ervaring, een droog, brandbaar materiaal (zoals een plukje los katoen of gedroogd mos, of tondelzwam) aangestoken kan worden. De vonken ontstaan door kleine ijzerdeeltjes die spontaan in de lucht oxideren waarbij veel warmte vrij komt zodat de deeltjes gaan gloeien.

Nadat er op voorgaande manier zo een gloeiend deeltje is verkregen, wordt er zachtjes, gelijkmatig en constant, van onderaf over het gloeiend deeltje/kooltje geblazen. Door de toevoer van zuurstof in de luchtstroom, zal het deeltje verder opgloeien. Er wordt nu een stukje lichtontvlambaar materiaal, zoals bijvoorbeeld een velletje berkenbast, in contact gebracht met het gloeiende deeltje terwijl geblazen blijft worden tot de berkenbast tot ontbranding komt. Nu kan meer bast worden bijgevoegd en langzaamaan kan dan wat dikker materiaal worden toegevoegd, zoals dun droog hout (takjes en/of snippers) en zo verder. Het vuur kan worden opgebouwd door takjes rechtop in een cirkeltje schuin tegen elkaar te zetten, gevolgd door steeds dikker (en langer) wordende takken. Vervolgens kan (ook) met dikkere stammetjes, de uiteinden kruislings over elkaar, een steeds hoger en steeds iets kleiner vierkant om het vuur worden opgebouwd, een zogenaamde pagodeopbouw/pagodevuur (kampvuur). Of stammetjes in een stervorm rond het vuur met de koppen in het vuur. Naar mate de verbranding plaatsvindt worden de stammetjes naar voren het vuur ingeschoven, een zogenaamd stervuur (kookvuur).

Tondel

Tondel is de benaming voor een licht ontvlambaar materiaal, wat dient voor het maken van vuur. Het wordt ook wel 'tonder' genoemd. Tondel kan bestaan uit: lisdoddepluis, tondelzwam, verkoold linnen of katoen, en alle andere materialen die goed droog zijn en licht ontvlambaar. In de prehistorie werd vuur mogelijk als volgt gemaakt: met behulp van vuursteen en een knol marcasiet (familie van pyriet, ijzerhoudend mineraal), sloeg men vonken. Deze werden opgevangen in de tondel, die daardoor ging gloeien en een ontstekingsbron vormde voor vuur. Er werd veel gebruik gemaakt van de tondelzwam. Dit is een vrij zeldzame, beschermde zwam die vooral op berken, beuken en populieren maar ook wel op andere bomen voorkomt. De bereiding ging als volgt: de zwam werd eerst geprepareerd, daartoe werd als eerste de buisjeslaag verwijderd en het overgebleven gedeelte in reepjes gesneden en gedroogd. Daarna werd de tondel gekookt in paardeurine of een salpeteroplossing en weer gedroogd. Deze laatste behandeling maakt de tondel nog beter ontvlambaar. Voor het maken van een vuur werd of wordt een reepje geprepareerd tondelzwam met een scherp voorwerp geschraapt, hierdoor ontstaat een pluizig materiaal dat zeer geschikt is om tot ontbranding (gloeien) te brengen. Ook tondel als verkoold linnen werd wel behandeld met urine of een salpeteroplossing. De tondel werd droog bewaard in een tondeldoos. Bij de ijsmummie Ötzi (Nieuwe Steentijd, 5300 jaar geleden), die in de Alpen is gevonden, werd ook een stuk tondelzwam aangetroffen.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

Info Contact Home

+

+

+

+

TOP

+

+

+

+

Methode om vuur te maken, door middel van wrijving op hout.

Film: im Januar 2005 --Plenz

Een van de vier basiselementen, uit het klassieke Griekse denken, dat deze een deel van het fundamentele bestaan/ leven zijn. Uit een reeks GIF-animaties van de vier Griekse elementen: Aarde, Water, Lucht en Vuur.

Experimentele digitale fotografie door Rick Doble.

Tondelzwam (Fomes fomentarius) groeiend op een boomstam.

Foto: Jerzy Opioła

Close-up van een Tondelzwam (Fomes fomentarius) groeiend op een boomstam.

Foto:  XN uit de.wikipedia.org

Bliksem (animatie) boven over Toulouse (Frankrijk).

Auteur: Sebastien D'ARCO, animate: Koba-chan original source is Image:Lightnings sequence 2.jpg,

Eeuwig vuur: (mythe  Mount Chimera) Yanartaş, Çıralı, Turkije, gas ontbrandt in combinatie met zuurstof aan de oppervlakte.

Auteur: Jyri Leskinen

Vuurstenen met stukjes (flinters) afgeslagen vuursteen.

Foto: Anton (rp) 2004

Kampvuur: kookvuur:

Foto: Mirdsson2

Kampvuur: een zgn. Pagodevuur.

Tekening: Jazzmanian