App Nederland Geschiedenis NL

Willem van Oranje

 - de Opstand -

Hij begon zijn loopbaan in dienst van keizer Karel V. Zijn naam is Willem van Nassau. Hij was aanvankelijk stadhouder (plaatsvervanger) voor de regerend heer der Nederlanden (keizer Karel V dus).

In 1544 stierf een neef van Willem, René van Chalon, die in 1530 door een erfenis onder meer het onafhankelijke prinsdom Orange (Nederlands: Oranje) verworven had. Omsloten door Frankrijk, was het een twistappel tussen Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk (Karel V), de officiële soeverein. De 26-jarige René had bij testament bepaald dat Willem van Nassau zijn opvolger zou worden. Ook keizer Karel V, destijds Heer der Nederlanden en keizer van het Heilige Roomse Rijk, stemde daarmee in. De elfjarige Willem erfde daardoor het prinsdom Orange met de prestigieuze titel van prins. Naast de lijfspreuk “Je maintiendrai” (ik zal handhaven), voerde hij nu dus ook de titel Prins van Oranje.

Naast dit prinsdom erfde Willem van zijn neef belangrijke voorrechten en bezittingen in de Nederlanden. Karel V verbond aan de erfenis echter een voorwaarde: overgang tot het rooms-katholieke geloof en opvoeding aan het hof in Brussel (tot zijn elfde levensjaar kreeg Willem een opvoeding in lutherse zin op het stamslot Dillenburg in Duitsland. Zijn moeder was overtuigd protestant en bracht dat over op haar kinderen). Vanwege de belangrijkheid van de erfenis gingen de ouders en Willem akkoord met de eisen van Karel V en ging Willem over op het rooms-katholieke geloof.

Op 8 juli 1551 trad de 18-jarige Willem in het huwelijk met Anna van Egmont (links). Zoals gebruikelijk in zijn kringen was het huwelijk gebaseerd op berekening en familiebelang. Door het huwelijk vergrootte hij zijn belangen in de Nederlanden. De Nederlanden bestonden in die tijd uit 17 provinciën.




De jonge Willem werd een van de belangrijkste edelen aan het hof van Karel V. Toen Karel op 25 oktober 1555 terugtrad als koning van Spanje, keizer van Duitsland en heer der Nederlanden, zei hij tegen zijn zoon en opvolger Filips II: Houd deze jongeman in ere, hij kan je waardevolste raadgever en steun zijn. In deze tijd toonde Willem zich nog trouw aan de rooms-katholieke kerk.

In 1555 werd Filips II heer der Nederlanden en het jaar daarop ook koning van Spanje, waar hij overigens al vanaf 1539 als regent voor zijn vader optrad. Filips II was een overtuigd aanhanger van de rooms-katholieke kerk. De reeds in 1550 ingevoerde strenge 'plakkaten' (verordening) tegen de aanhangers van Maarten Luther hadden zijn volledige instemming. Hij zag het als zijn levensdoel om één groot rijk te scheppen met slechts één godsdienst, het rooms-katholicisme. Op dit punt wilde Filips van geen wijken weten.

Prins Willem had, hoewel trouw aan de rooms-katholieke kerk, waardering voor de kritische humanist Erasmus. De koning, Philps II, trachtte nadrukkelijk Willem van Oranje aan zich te binden. In 1556 werd Willem ridder in de Orde van het Gulden Vlies. In het kader van de vredesonderhandelingen met Frankrijk, die in april 1559 zouden leiden tot de vrede van Cateau-Cambrésis, kreeg Willem van Filips belangrijke diplomatieke opdrachten. Daardoor leerde hij de groten van Europa kennen. Hij ontmoette onder anderen koning Hendrik II van Frankrijk en was samen met de hertog van Alva een van de belangrijkste raadsheren van Filips. Willem werd bovendien door Filips benoemd tot stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht.

Filips had een Geheime Raad met vertrouwelingen ingesteld, hij voerde strenge plakkaten voor de vervolging van de protestanten in. Aangaande het rijksbestuur streefde hij naar een krachtig centraal gezag, ten koste van lokale privileges, waaronder bijvoorbeeld de eigen belastingpolitiek van de Staten-Generaal. Vooral de invoering van de Tiende Penning riep heel wat spanning en weerstand onder de burgers op. De politiek inzake de religie en het landsbestuur gaf ook spanning met de adel in de Nederlanden. Onder de hoge adel kwamen o.a. Filips van Montmorency (graaf van Horne), Lamoraal (graaf van Egmont), en Willem van Oranje in verzet. Op 11 maart 1563 stuurden zij een scherpe en waarschuwende brief aan koning Filips II. Het resultaat was echter averechts. Het deed Filips II zich nog meer vastbijten in zijn voorgestane intimidatiepolitiek.

Najaar van 1564 wendde de Raad van State van de Nederlanden zich opnieuw tot Filips over de gevolgen van de gevoerde politiek. In de besluitvorming over de brief aan Filips II sprak prins Willem op 31 december 1564 een beroemde rede uit, de zogenaamde

'Oudejaarsrede'. De rede behoort tot de hoogtepunten in de Nederlandse geschiedenis, maar slechts delen zijn bewaard gebleven. In deze urenlange rede voerde hij openlijk en duidelijk een pleidooi voor gewetensvrijheid van de onderdanen. Lange tijd is hieruit door latere geschiedschrijvers de volgende zin geciteerd: “Ik kan niet goedkeuren dat vorsten over het geweten van hun onderdanen willen heersen en hun de vrijheid van geloof en godsdienst ontnemen.” Pas op 18 januari 1565 bracht Egmont de wens van de Raad van State over aan Filips II. Filips wees het verzoek van de Raad van State radicaal af. Bovendien moesten de belastingmaatregelen zo nodig met geweld worden ingevoerd. De centralisatie van de besluitvorming werd doorgedrukt.

Het conflict tussen Filips en prins Willem was een feit. De aanloop naar de Opstand was begonnen. Op 25 december 1565 werd het Verbond der Edelen opgericht. Willem wachtte de door Filips II gestuurde Alva niet af. Hij vluchtte in april 1567 met zijn gezin naar Duitsland, waarna markies Maximiliaan van Hénin-Liétard op 17 juni 1567 benoemd werd tot stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht en deze Willems functie als stadhouder dus overnam. Alleen Willems 12-jarige zoon Filips Willem bleef achter in Leuven, waar hij studeerde. Hij werd in 1568 afgevoerd naar Spanje, om een goede katholieke opvoeding te krijgen. Willem zou hem nooit meer terugzien. Margaretha trad af als landvoogdes uit protest tegen Alva, die haar betrekkelijk verzoeningsgezinde beleid doorkruiste. Alva werd benoemd als haar opvolger.

Willem van Oranje vertrok op 15 april 1567, naar Dillenburg en hoewel hij Alva zijn diensten aanbood, viel op 16 december het besluit om ook hem te vervolgen. De dagvaarding werd in januari 1568 openbaar gemaakt. Alle bezittingen van de Prins van Oranje in de Nederlanden werden verbeurd verklaard. Willem begon daarop vanuit de Dillenburg in Duitsland met het aanwerven van troepen en nam de wapens op tegen de hertog van Alva, de vertegenwoordiger van koning Filips II.

Oranje lanceerde zijn eerste invasie in de Nederlanden. Zijn zwager Willem IV van den Bergh werd als eerste verslagen in de slag bij Dalheim (25 april 1568). Op 25 mei 1568 leverde een legertje van Oranje, o.l.v zijn broer Lodewijk, slag tegen de koningsgezinden o.l.v de stadhouder van Groningen, Jan van Ligne, graaf van Arenberg in de Slag bij Heiligerlee (zie links). Het was een overwinning voor de opstandelingen, maar hier sneuvelde wel Willems broer Adolf. Alva wist het effect te neutraliseren door de onthoofding op 6 juni 1568 op de markt in Brussel van Egmont en Horne. Daarna ging het slecht met de krijgsverrichtingen van Oranje.

Hij verloor in 1568 de Slag bij Jemmingen in Oost-Friesland. Ook in Brabant verloor hij de slag bij Geldenaken tegen Alva op 22/23 oktober 1568. Alles bij elkaar leverde het jaar 1568 militair-strategisch slechts winst op voor de Spanjaarden, en de financiële middelen van de prins waren eigenlijk uitgeput. Wel trachtte Willem in de volgende jaren, 1569-1571, slag te leveren, maar blijvende winst of opstand onder de bevolking leverde dit alles niet op. Militaire steun kreeg de prins van de watergeuzen, wier bezittingen ook geconfisqueerd waren. Aan hen reikte hij kaperbrieven uit om Spaanse schepen te plunderen.

De druk op de bevolking nam toe. Alva voerde de Tiende Penning in, een vorm van belasting die enorm veel verzet opriep. De Nederlanden werden in 1571 door de pest geteisterd. Duizenden calvinisten vluchtten het land uit. In 1572 werden Naarden en Mechelen uitgemoord door Alva's troepen, bij wijze van intimidatie, die echter averechts werkte. Zelfs in het katholieke zuiden, in Brussel, ontstond een winkelstaking tegen de belastingvoorstellen van Alva.

Tijdens toenemende spanningen veroverden de watergeuzen op 1 april 1572 Den Briel. De invloed op latere ontwikkelingen van deze verovering van Den Briel waarbij, ondanks Willems voorafgaand verbod hiertegen, ook negentien monniken werden vermoord, kan moeilijk worden overschat. De inname van Den Briel bleek uiteindelijk een signaal voor een algemene volksopstand waar Oranje en zijn broers al vijf jaar op uit waren. Het is één van de bekendste gebeurtenissen van de Tachtigjarige Oorlog en daarmee in de "vaderlandse geschiedenis" van Nederland. Alva hoorde hiervan, maar hij vond het niet noemenswaardig Den Briel verloren te hebben. De opstand zou zich echter spoedig uitbreiden over de Nederlanden, waarmee bleek dat hij de betekenis van de inname zwaar onderschat had. Men zegt ook wel eens: Op 1 april verloor Alva zijn Bril (Den Briel).

De oudste vermelding van de Prinsenvlag, voorloper van de huidige vlag van Nederland, komt uit een verslag over de inname van Den Briel: "vendelen orangien, wit en blaauw". Sindsdien wordt het oranje-blanje-bleu in toenemende mate het symbool van de opstand. De vlag was gebaseerd op de voorloper de Hollandsche vlag in de kleuren rood, wit en blauw. Door de prinsgezinden werd het rood vervangen door oranje, ter ere van de prins van Oranje.  Na 1663 is alleen nog de Statenvlag (Hollandsche vlag) rood, wit en blauw in gebruik. Alva wist in het najaar zonder slag of stoot de stad Mechelen te heroveren. De prins begaf zich daarop naar Holland om op 20 oktober 1572 in Enkhuizen voet aan wal te zetten. In december 1572 begon het beleg van Alva rond Haarlem. In de jaren 1572-1576 wist de prins wel vele Hollandse en Zeeuwse steden te bewegen tot een opstand tegen Filips.

In december 1573 hield de prins een toespraak tot de kapiteins van de Zeeuwse vloot. Zo diep was de indruk die zijn woorden maakten, dat de officieren als één man uitriepen te zullen vechten tot de laatste druppel bloed, al zouden ze een jaar geen geld ontvangen en ook alles verliezen wat zij bezaten. Bij de protestanten kon de prins geen kwaad doen; de katholieken echter bleven terughoudend, mede door de bloedbaden tegen katholieke geestelijken door de opstandelingen. De tot dan toe formeel nog katholieke prins van Oranje ging eind 1573 weer over naar het protestantisme - nu in zijn Calvinistische vorm, waar hij tot zijn elfde levensjaar Luthers was opgevoed. Hij bezocht in deze periode verschillende steden in Holland en Zeeland. De situatie bleef wankel. Haarlem gaf zich in juli 1573, na een beleg van 9 maanden, over aan de Spanjaarden. Alkmaar wist echter een Spaans beleg te doorstaan, tot het op 8 oktober 1573 door de watergeuzen werd ontzet. Op 18 december 1573 verliet Alva de Nederlanden. Zijn missie was mislukt. Zijn opvolger was Requesens.

In april 1574 sneuvelden de jongere broers van Willem, Lodewijk en Hendrik, in de Slag op de Mookerheide, maar in mei werd de Spaanse vloot op de Zuiderzee verslagen door de watergeuzen, onder leiding van admiraal Lodewijk van Boisot. Middelburg werd door de geuzen ingenomen en Leiden werd op 3 oktober 1574 door admiraal Boisot ontzet. Oranje legde in oktober 1574 in de Staten van Holland belangrijke verklaringen af over de voortgang en het doel van de Opstand. Via zijn netwerk zocht hij in Engeland, Frankrijk en onder de Duitse vorsten steun. Zijn huwelijk met Anna van Saksen was inmiddels ontbonden, nadat zij krankzinnig verklaard was. In 1568 was zij wel de moeder geworden van prins Maurits. Op 12 juni 1575 trouwde de prins met Charlotte van Bourbon. In tegenstelling tot de andere huwelijken, zo blijkt uit zijn briefwisseling, ging het hier niet om een huwelijk uit louter berekening maar om wederzijdse genegenheid. Op 11 juli 1575 droegen de Staten van Holland en Zeeland aan prins Willem de Hoge Overheid op. In maart 1576 overleed landvoogd Requesens plotseling, terwijl Spanje in ernstige financiële moeilijkheden verkeerde. De onrust nam in de loop van 1576 in alle 17 gewesten toe doordat de Spaanse soldaten, die geen soldij kregen, aan het muiten sloegen. De prins speelde hierop in en wist in deze periode in alle gewesten een goede positie te verwerven. Begin 1576 riep bijvoorbeeld Gent de hulp van de prins in tegen de Spanjaarden. De muiterij bereikte een dieptepunt met de Spaanse Furie, toen Antwerpen op 4 november zwaar te lijden had van plundering. De afkeer van Spanje was toen algemeen, zowel onder protestanten als katholieken. Op 8 november 1576 kon Oranje daardoor zijn grootste politieke succes boeken met de Pacificatie van Gent. Deze legde de bestaande toestand in alle 17 gewesten van de Lage Landen op het terrein van de religie vast en verenigde die tegen het Spaanse gezag.

Op 22 september 1577 werd Oranje feestelijk onthaald in Brussel. De macht en invloed van Oranje bereikten een hoogtepunt. De nieuwe landvoogd Juan van Oostenrijk moest met lede ogen de intocht van Oranje in Brussel aanzien. Verzoening met koning Filips en vrijheid van godsdienst voor de calvinisten waren echter niet te combineren. De Pacificatie van Gent liep op een mislukking uit. In april 1577 kwam de eerste Unie van Brussel met de Spaanse landvoogd Don Juan tot stand, gesloten door de Staten-Generaal van de Nederlanden. Terwijl de eerste Unie van Brussel de gewesten verplichtte het katholiek geloof te behouden of vrij toe te staan (dat laatste voor wat Holland en Zeeland betrof), was de eenzijdig door de Staten-Generaal afgekondigde Tweede of Nadere Unie van Brussel van december 1577 toleranter richting de gereformeerde godsdienst die ook toegestaan moest worden. De tweede of Nadere Unie van Brussel van de Staten-Generaal die tegemoet wilden komen aan de opstand en ook de calvinisten verregaande godsdienstvrijheid toestond, werd op 1 februari 1578 door koning Filips II de facto beëindigd, door afzetting van de leden van de Staten-Generaal. Willem van Oranje stond vrijwel buitenspel tijdens de Unie van Brussel, ondanks zijn hoge overheid over de gewesten Holland en Zeeland. De Unie van Atrecht (met name de vrijwel geheel katholieke Franstalige gewesten) en de Unie van Utrecht (met name de Nederlandstalige gewesten) in 1579 betekenden het begin van de eigen weg van Noord- en Zuid-Nederland. Uiteindelijk bleek Oranjes ideaal van één land met één landheer en religievrijheid te hoog gegrepen.

De noordelijke Nederlanden, verenigd in de Unie van Utrecht, vervolgde o.l.v de prins en Holland en Zeeland de weg van de Opstand. Verschillende vredesbesprekingen, o.a in Keulen, liepen op niets uit. Filips wilde onder geen beding vrijheid van godsdienst toestaan. De laatste jaren van zijn leven waren voor de prins moeilijk. In 1579 kwam Alexander Farnese, een zoon van Margareta van Parma en later hertog van Parma, als landvoogd naar de Nederlanden. De hertog van Parma was een geduchte tegenstander, die door militaire en politieke behendigheid het zuiden grotendeels voor Philips II wist te behouden. In augustus 1579 ontsnapte Willem tijdens de slag om Baasrode, bij Antwerpen, ternauwernood aan gevangenneming door Spaanse troepen. Op 15 maart 1580 tekende Philips II een vogelvrijverklaring van de Prins van Oranje. De prins verdedigde zich hiertegen in zijn Apologie. De Staten gaven op 17 december 1580 toestemming de Apologie te laten drukken en uit te geven.

Op Willems initiatief werd de Franse kroonprins, de Hertog van Anjou, naar de Nederlanden gehaald. Hij zou als een soort boegbeeld de soevereiniteit op zich moeten nemen, met als bedoeld effect dat Frankrijk een bondgenoot zou worden tegen de gemeenschappelijke vijand Spanje. Dit liep uit op een heftige competentiestrijd tussen de hertog van Anjou en de Staten-Generaal, die de feitelijke macht wilden blijven uitoefenen. Op 5 juli 1581 droegen de Staten van Holland en Zeeland de Hoge Overheid opnieuw op aan de prins van Oranje. Op 26 juli 1581 zwoeren de Staten-Generaal Filips II formeel af als koning in de Plakkaat van Verlatinghe; tot dan toe ging de Opstand in wezen om niet meer dan herstel van traditionele vrijheden en privileges van de provincies. Dit plakkaat is een van de geboortepapieren van de Nederlandse natie. Daarmee was de jonge republiek nog niet van Frans van Anjou af. Op 19 februari 1582 hield hij met zijn troepen een 'blijde inkomst' in Antwerpen om zijn machtspositie te versterken, maar dat liep op een ramp uit. De wantrouwende Antwerpse bevolking vreesde een 'Franse furie' en slachtte 1500 man van zijn Franse troepen af. Daarop hield Anjou het voor gezien en keerde terug naar Frankrijk. Het idee van Willem om Anjou binnen te halen werd hem algemeen kwalijk genomen.

De moord op Willem van Oranje

Na Willems vogelvrijverklaring werden er verschillende aanslagen op het leven van de prins gepleegd. Op 18 maart 1582 pleegde Jean Jaureguy in Antwerpen een mislukte aanslag. Op 5 mei 1582 overleed Charlotte van Bourbon die hem ten koste van haar eigen gezondheid verpleegd had. De prins huwde op 12 april 1583 met Louise de Coligny, dochter van de leider van de hugenoten in Frankrijk. Op 29 januari 1584 werd Frederik Hendrik geboren. De toestand in de Nederlanden werd echter zienderogen moeilijker. Parma wist op allerlei gebied het initiatief te krijgen. Op 22 juli 1583 moest Oranje Antwerpen verlaten. In mei 1584 verzoende Brugge zich met Parma. De Zuidelijke Nederlanden kwamen weer onder Spaanse heerschappij.

Op 10 juli 1584 pleegde de Fransman Balthasar Gerards (die zich voordeed als de protestant François Guyon) zijn fatale aanslag. Oranje lunchte die middag met Rombertus van Uylenburgh, burgemeester van Leeuwarden, zijn zus, zijn vrouw en zijn dochter in het Prinsenhof te Delft. Oranje wilde van deze Friese rechtsgeleerde in het bijzonder informatie over het unieke Friese rechtssysteem. Na deze maaltijd wilde Oranje de trap naar zijn slaap/werkkamer oplopen en werd van zeer korte afstand door Gerards met een pistool doodgeschoten. Oranjes laatste woorden waren volgens overlevering

Mon Dieu, mon Dieu, ayez pitié de moi et de ce pauvre peuple, wat wordt vertaald als "Mijn God, Mijn God, heb medelijden met mij en met dit arme volk"


Aan het hof van keizer Karel (in Brussel) werd de Duitstalige Willem ingewijd tot diplomaat. Hij leerde Latijn, Frans, Spaans, Italiaans en het plaatselijke Nederlands. Er ontstonden contacten op allerlei niveaus. Fernando Álvarez de Toledo, hertog van Alva en staatssecretaris Granvelle leerde hij kennen. Ook kreeg hij in 1545 Karel V te zien, toen deze uit Duitsland naar Brussel was teruggekeerd en in 1549 Karels zoon Filips, die uit Spanje kwam. Het bleek dat de jonge prins zich uitstekend wist te redden. Zijn levenshouding werd gekenmerkt door optimisme en welsprekendheid. Hij bleek over diplomatieke gaven te beschikken. Hij kreeg zijn bijnaam de De Zwijger niet vanwege zwijgzaamheid, maar vanwege zijn gewoonte nooit het achterste van zijn tong te laten zien.

Duitse kaart van Nederland met de 17 provincién

Tussen Filips en de Nederlandse adel boterde het niet erg. Filips maakte liever gebruik van raadgevers van elders, zoals de Spanjaard Ruy Gómez de Silva en de topdiplomaat van Franse afkomst Nicolas Perrenot de Granvelle, die zijn vader al zo goed gediend had. Toen Filips in het najaar van 1559 naar Spanje vertrok, was geen enkele Nederlandse edelman daar echt rouwig om. Volgens niet geheel bevestigde bronnen zou hij prins Willem bij het afscheid hebben toegevoegd: Niet de Staten (Nederlandse adel), maar gij, gij, gij. Filips was kennelijk vooral in Willem teleurgesteld. Ze zouden elkaar nooit meer zien.

Filips II benoemde in 1559 Margaretha van Parma tot landvoogdes voor de Nederlanden. De feitelijke machthebber was echter een vertrouweling van Filips, Antoine Perrenot de Granvelle als adviseur van Margareta, die in 1561 bovendien aartsbisschop van Mechelen werd.

Het Verbond der Edelen werd aangevoerd door Hendrik van Brederode, geflankeerd door de graven Floris van Culemborg en Lodewijk van Nassau. Zij kanaliseerden de toenemende onvrede onder de lagere en middelgrote adel met protestantse sympathieën. Zij wilden naar het voorbeeld van de Franse Hugenoten de krachten bundelen van al wie godsdienstvrede voorstond. De kopstukken van de hoge adel - graaf Lamoraal van Egmont, de graaf van Horne, Filips van Montmorency, baron Floris van Montigny, de graaf van Hoogstraten, Antoon II van Lalaing en Willem van Oranje - hielden zich aanvankelijk afzijdig.

Willem van Oranje stond in contact met het Verbond via zijn broer Lodewijk van Nassau. Naast de vrees voor de invoering van de Spaanse inquisitie en afkeer van strenge godsdienstplakkaten, speelde voor de adel het streven naar het behoud van de eigen positie een rol. Vele edelen waren verarmd en door de opkomst van ambtenaren als uitvoerders van het bestuur van hun invloed beroofd.

Op 5 april 1566 kwamen zo'n 200 edelen bijeen afkomstig uit alle delen van de Nederlanden. Ze verschaften zich toegang tot het Paleis op de Koudenberg en overhandigden het Smeekschrift der Edelen aan landvoogdes Margaretha van Parma. Bij de overhandiging werden de edelen bedacht met de Franse naam gueux (bedelaars), die ze als een eretitel gingen aannemen (in het Nederlands verbasterd tot: geuzen).

Willem van Oranje had lang geaarzeld voor hij iets ondernam tot hulp aan de verdrukte Nederlanden. Nog in maart 1567, tijdens de slag bij Oosterweel, weigerde hij (vanuit Antwerpen) het protestantse leger te hulp te komen. Maar door de manier waarop hij behandeld werd door de Spaanse overheerser, gecombineerd met dagelijkse verzoeken tot hulp, veranderde hij van mening. Hij benaderde verscheidene Duitse vorsten om financiële hulp en verkocht: 'zilverwerk, kleinodiën, tapijten en ander vorstelijk huissieraad'. Zijn broer graaf Lodewijk van Nassau zou in Friesland en Groningen een aanval ondernemen. De Staatse huurlingen trokken bij Bellingwolde het land binnen en namen de Wedderborg, het bezit van de (afwezige) Spaanse stadhouder in Groningen Jean de (Jan van) Ligne in beslag.                        

De stad Groningen ging niet mee in de opstand. Het gevolg was dat na zes weken beleg de troepen van Alva naderden en Lodewijk niets anders restte dan te vluchten naar Oost-Friesland. Tijdens deze vlucht werden de troepen van graaf Lodewijk ter hoogte van Heiligerlee onderschept door Spaanse troepen. Toen Lodewijk van Nassau vernam dat zijn tegenstander (Alva) tegen hem optrok, wist hij zijn troepen toch te motiveren* en stelde hen op bij het klooster van Heiligerlee. (* Op deze 23e mei 1568 verkeerde het Staatse leger in slechte toestand door honger en achterstallige soldijbetaling). Door militiare strategie en omstandigheden werd de Slag bij Heiligerlee toch een overwining voor de opstandelingen.

Naschrift

Welke rol Oranje voor zichzelf had weggelegd, zal een discussie tussen historici blijven. De prins overleed en de zaak van de Opstand leek in deze tijd op een dieptepunt gekomen. De politiek-maatschappelijke, alsmede de strategische leiding, viel na de dood van de prins feitelijk in handen van de uiterst bekwame landsadvocaat van Holland, Johan van Oldenbarnevelt. Het lukte niet om buitenlandse vorsten, zoals de Franse kroonprins Frans van Anjou en Robert Dudley, de graaf van Leicester, als vertrouweling van Elizabeth I van Engeland aan de Republiek te binden.


Rond 1589 was de rolverdeling tussen Willem van Oranjes zoon Maurits van Nassau en Oldenbarnevelt duidelijk. De militaire leiding kwam in handen van Maurits.

Van Oldenbarnevelt wist voor de Staten in

de loop van circa vijftien jaren de zaak van

de Republiek effectief te bepleiten. Zij bleken

in staat het tij van de Tachtigjarige Oorlog definitief ten gunste van de Republiek te

keren.

Willems moordenaar Balthasar Gerards werd na een wilde achtervolging gegrepen en veroordeeld tot de zwaarste lijfstraf die beschikbaar was:

"Zijn rechterhand waarmee hij het moorddadige feit gepleegd heeft, zal met een gloeiende tang afgeknepen worden; vervolgens zal men met gloeiende tangen op verscheidene plaatsen op zijn lichaam het vlees afknijpen tot op het bot. Vervolgens vierendele men hem levend waarna het hart uit zijn borstkas gesneden en hem in het gezicht geworpen zal worden. Tenslotte zal men zijn hoofd afhakken waarna zijn vier uiteengetrokken delen op de Haagpoort, Oostpoort, Ketelpoort en de Waterslootsepoort tentoongesteld dienen te worden. Zijn hoofd moet op een staak gespietst en vervolgens bij het voormalige huis van de prins geplaatst worden."

Gerards tartte desondanks zijn beulen, die daardoor meenden dat ze met de duivel zelf te maken hadden. Het hoofd prijkte enige tijd als afschrikwekkend voorbeeld op de stadsmuur tot de priester Sasbout Vosmeer - hij was apostolisch vicaris in Delft - het meenam naar de bisschop van Keulen, die er overigens weinig prijs op stelde.

De Tiende Penning van Alva was een belastingmaatregel in 1569 ingevoerd door Fernando Álvarez de Toledo, hertog van Alva en landvoogd over de Nederlanden namens koning Filips II van Spanje. De belasting leidde tot woede en verzet in de Nederlanden en kan als een belangrijk element gezien worden voor de Nederlandse Opstand, die later de Tachtigjarige Oorlog genoemd zou worden.

Na zijn benoeming als landvoogd in de Nederlanden voerde Alva drie belastingen in:

De Honderdste Penning: Een eenmalige belasting van 1% op alle bezittingen van roerende en onroerende aard (hedendaags: onroerendgoedbelasting oftewel WOZ - waardering onroerende zaken)

De Twintigste Penning: Een omzetbelasting van 5% op de verkoopprijs van onroerende goederen (huizen, landgoederen, enz.), geïnspireerd door een soortgelijke belasting die was ingevoerd door de Romeinse keizer Augustus (hedendaags: overdrachtsbelasting)

De Tiende Penning: Een omzetbelasting van 10% op de verkoop van roerende goederen (eten en drinken, kleding enz.), identiek aan de in de Spaanse landen gebruikelijke Alcabala-belasting (hedendaags: btw)

Vooral tegen de Tiende Penning van Alva rees veel verzet. In de Nederlanden was het bovendien een verworvenheid dat de landsheer slechts een nieuwe belasting hief via een bede of verzoek. Alva negeerde de instellingen en gebood zijn hervorming voor de gehele Nederlanden. De Nederlanden dreigden als handelsnatie door de Tiende Penning in hun concurrentiepositie te worden aangetast.

In werkelijkheid is de Tiende Penning van Alva nooit geheven, maar gedurende twee jaar afgekocht voor een bedrag van twee miljoen gulden.

De Pacificatie van Gent is een op 8 november 1576 gesloten overeenkomst tussen de 17 gewesten van de Nederlanden om zich aaneen te sluiten in een zogeheten Generale Unie. Ze werd ondertekend in de pacificatiezaal van het Stadhuis van Gent. Dit politieke succes van Willem van Oranje was mogelijk dankzij de Spaanse Furie, de plundering op 4 november 1576 van Antwerpen door Spaanse soldaten die hun achterstallige soldij wilden aanvullen. Hierdoor was onder alle gezindten in de Lage Landen een sterk anti-Spaanse stemming ontstaan.

De pogingen van Filips II om het protestantisme te onderdrukken en om regering, rechtspraak en vooral belasting te hervormen en te centraliseren leidden tot een opstand in de Lage Landen. De stadhouder van de Spaanse koning Willem van Nassau, prins van Oranje, liep over naar de opstandelingen. Hoewel er ook in het Zuiden veel wrevel tegen de koning was, begon de openlijke opstand in Holland (Den Briel op 1 april 1572) en Zeeland. Koning Filips II behaalde wel wat militaire successen, maar de opstand werd er niet mee bedwongen; hij ging bovendien bankroet aan de hoge kosten van de huurlingen. Deze gingen in 1576 muiten wegens gebrek aan soldij, met name in Antwerpen; dit werd de Spaanse Furie genoemd. Gent werd door aanhangers van Oranje overgenomen en de Staten van Brabant riepen eigenhandig de Staten-Generaal bijeen. Met de Pacificatie van Gent (1576) sloten de Staten van Brabant, Vlaanderen, Artesië en Henegouwen een overeenkomst met de Staten van Holland en Zeeland, en namen de Prins van Oranje aan als hun stadhouder. Het vredesverdrag werd bekrachtigd op 7 januari 1577 in Brussel door de Staten-Generaal van de Nederlanden. Deze Eerste Unie van Brussel hield in dat Zeeland en Holland, Buren en Bommel alleen het calvinisme werd toegestaan en in de andere gewesten ook de katholieke godsdienst, maar de besturen mochten de calvinisten niet vervolgen. De prins van Oranje werd erkend als stadhouder van Holland en Zeeland.

De Pacificatie van Gent leek het grote ideaal van Willem van Oranje, met name eenheid van de 17 gewesten van de Lage Landen op basis van godsdienstvrijheid, binnen handbereik te brengen. Al snel bleek dit ideaal niet haalbaar. Drie jaar later vielen de zuidelijke en noordelijke Nederlanden uiteen in respectievelijk de Unie van Atrecht en de Unie van Utrecht.

De Apologie (verdediging) van Willem van Oranje is een verdediging van Willem van Oranje tegen de ban door Filips II, koning van Spanje en heer der Nederlanden.

Koning Filips II deed Willem van Oranje op 15 maart 1580 in de ban. Dit betekende dat Willem vogelvrij was verklaard. Ieder had het recht om hem op staande voet te doden. Bovendien zou de moordenaar voor zijn daden beloond worden en zouden hem zijn daden vergeven zijn. Over dat laatste waren afspraken met de paus gemaakt. De moordenaar van Willem van Oranje, Balthazar Gerards, werd ook in de adelstand verheven en verkreeg absolutie van de paus voor zijn daad, maar hij werd meteen gevangengenomen en terechtgesteld (zie Moord op Willem van Oranje).

De landvoogd in de Nederlanden, Alexander Farnese, hertog van Parma, heeft lang geaarzeld om de ban te tekenen. Het zou in ieder geval heel veel reactie oproepen. Op 15 juni 1580 heeft Parma uiteindelijk de ban getekend en verkreeg deze daarmee rechtskracht in de Nederlanden. Oranje heeft zich in de Apologie tegen deze ban verzet. De tekst van de Apologie is geschreven door zijn hofprediker Loyseleur de Villiers, in nauwe samenwerking met twee vooraanstaande Hugenoten, Hubert Languet en Philippe du Plessis-Mornay. De Apologie werd op 13 december 1580 aan de Staten-Generaal der Nederlanden aangeboden. Op 17 december 1580 besloten de Staten de Apologie te laten drukken en ruim te verspreiden.

Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht

De Slag op de Mookerheide vond plaats aan het einde van Oranjes derde invasie op 14 april 1574 tussen het Spaanse leger onder Sancho d'Avila en Bernardino de Mendoza enerzijds, en huurtroepen onder Lodewijk en Hendrik van Nassau anderzijds. De veldslag was een Spaanse overwinning en zowel Lodewijk als Hendrik van Nassau sneuvelden. De verslagenheid over de nederlaag op de Mookerheide en het sneuvelen van twee van Willems broers was groot. De Spanjaarden hervatten het beleg van Leiden. De Leidenaren weigerden zich over te geven, waarna opnieuw besloten werd de dijken door te steken. Na twee maanden, op 3 oktober 1574 stond het water rondom Leiden zo hoog dat de Spanjaarden hun beleg moesten opgeven. De Geuzen werden op platte schuiten over het ondergelopen land als overwinnaars binnengehaald, daarbij haring en wittebrood uitdelend aan de uitgehongerde bevolking. Tot op de dag van vandaag wordt het ontzet zowel in Alkmaar als in Leiden jaarlijks gevierd. In Leiden werd op initiatief van Willem van Oranje kort daarna, op 8 februari 1575, de universiteit gesticht. De twee aanvoerders Lodewijk en Hendrik van Nassau sneuvelden samen met ongeveer 3000 man uit het leger.  

De 'Tachtigjarige Oorlog'(1568-1648) begon als opstand tegen het machtigste rijk in Europa, het Spaanse Rijk onder Filips II. Aanvankelijk trokken de uit zeventien gewesten bestaande Lage Landen (Nederlanden) min of meer gezamenlijk op. Na 1576 groeiden de noordelijke en zuidelijke Nederlanden echter steeds meer uit elkaar. In 1581 ontstond de noordelijke Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar het calvinisme(protestantisme naar Calvijn) de toon aangaf. In 1585 bezegelde de val van Antwerpen(overwinning voor de Spanjaarden) de scheiding van noord en zuid. Een hechte eenheid was er overigens nooit geweest. De Zuidelijke Nederlanden bleven onder het bewind van een landvoogd, die door de koning van Spanje benoemd werd. Het katholicisme bleef daar de enige toegestane godsdienst. .... In januari 1646 kwamen 8 vertegenwoordigers van de Staten aan in Münster om mee te onderhandelen met de Spanjaarden over vrede. Tijdens de onderhandelingen werden de Republiek en Spanje het snel eens, en de Republiek(Nederlanden) werd door Spanje als soevereine staat erkend. Op 15 mei 1648 werd de vrede definitief getekend !

De Nederlandse Opstand ('De Opstand'), is in de moderne geschiedschrijving de benaming voor wat vroeger uitsluitend de Tachtigjarige Oorlog werd genoemd. Veelal doelt men op de periode 1568 (het officiële begin van de Tachtigjarige oorlog met de slag bij Heiligerlee) tot 1589, waarna de Staten (bestuur der Nederlanden) geen nieuwe landvoogd (vorst) meer zochten, maar zelf de soevereiniteit op zich namen. In 1589 is de zaak van De Opstand ook reeds goeddeels in het voordeel van de Staten beslist.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP Info Contact Home

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Willem I van Nassau, prins van Oranje en Stadhouder, 22 jaar,1555.

Schilder: Anthonis Mor van Dashorst. In Museum Schloss Wilhelmshöhe

 Anna van Egmont, Gravin van Buren, 1550. De eerste vrouw van Willem van Oranje.

Philips II in wapenuitrusting, 1557.

Schilder: Anthonis Mor. In Monasterio San Lorenzo de El Escorial

 De zeventien provinciën van Nederland, 1581.

Bron: vandervaartenomstreken.nl

Hendrik van Brederode biedt Margaretha van Parma namens het Verbond der Edelen het Smeekschrift der Edelen aan, 1567.

Auteur: Famiano Strada (1572-1649); Pierre Du Ryer (ca.1606-1658). In Peace Palace Library

Nicolas Perrenot de Granvelle, 16e eeuw.

Schilder: Titan. In Besançon, musée du Temps

 Karel V en Philips II.

Auteur: Antonio Arias Fernández.

 De gebieden van  Philip II van Spanje in Europa en Noord Afrika (1580).

Auteur: Tyk, http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.nl

 Philips II beschuldigt prins Willem van Oranje te Vlissingen, bij zijn vertrek uit de Nederlanden in 1559, persoonlijk het verzet van de adel te leiden.

Schilder: Cornelis Kruseman. In Rijksmuseum AmsterdamBron: vandervaartenomstreken.nl

+

Portret van Filips van Montmorency, Graaf van Horn (Hoorn).

Emanuel van Meteren: Historie der Neder-land-scher ende haerder na-buren oorlogen, 1614. Collection Peace Palace Library, The Hague. In Besançon, musée du Temps

 Lamoral, Graaf van Egmont.

In Grafik aus dem Klebeband Nr. 1 der Fürstlich Waldeckschen Hofbibliothek Arolsen

De Prinsenvlag bij de iname van Den Briel op 1 april 1572. Oranje- blanje- bleu.

De Nederlandse vlag. Rood, wit en blauw.

Auteur:  public domain by its author, Zscout370.

Beleg van Leiden (Leidens ontzet), 1574.

Schilder: Otto van Veen.

De pacificatiezaal stadhuis van Gent

Auteur: Paul Hermans CC. 3.0 Unported, 2.5 Generic, 2.0 Generic and 1.0 Generic license.

 Balthazar Gerards, de moordenaar van Willem van Oranje, schiet de prins neer met dodelijke afloop.

De Republiek - Vrede van Utrecht