App Wereld Uitvindingen & Ontdekkingen

Geluid - Taal - Muziek

Geluid is alom aanwezig, in de natuur en omgeving. We kunnen het zelf ‘maken’ en ontdekten van daaruit de mogelijkheid om elkaar iets te vertellen: gesproken taal, en om ervan te genieten: muziek.

Hoorbaar geluid is een kleine verandering in de luchtdruk, die zich door de lucht voortplant (geluidsgolf). Geluid kan door mensen of dieren met een gehoororgaan worden waargenomen wanneer het trommelvlies van het oor in trilling wordt gebracht en het gehoororgaan deze trillingen verwerkt tot signalen die, via de gehoorzenuw, door de hersenen worden geïnterpreteerd. Wanneer zo'n geluidsgolf het trommelvlies bereikt wordt deze aan het trillen gebracht in overeenstemming met de frequentie van de geluidsgolf. Frequentie: als de snelle veranderingen van de druk (frequentie) tussen 20 en 20.000 keer per seconde voorkomen dan is geluid hoorbaar (dat wil zeggen bij een frequentie tussen 20 Hz en 20 kHz, Hz=hertz is de eenheid van frequentie). De geluidssnelheid, de snelheid waarmee geluidsgolven zich voortbewegen, hangt af van de vastheid, temperatuur en samenstelling van de stof(fen) waarin dat gebeurt: door lucht bij kamertemperatuur is dat ca. 343 meter per seconde; in vloeistoffen en vaste stoffen is dat meestal hoger. Geluidsbron: de voortbrenger (maker) van het geluid, muziekinstrumenten en de menselijke stem zijn een voorbeeld van geluidsbronnen. Geluid is voor horende mensen erg belangrijk; het wordt onder andere als volgt gebruikt en ervaren: A. voor onderlinge communicatie (spraak en gehoor), B. als waarschuwingssignaal, bijvoorbeeld bij een toeter van een auto, een overweg, een brandalarm en dergelijke, C. voor amusement en ontspanning als muziek, film, D. als achtergrondgeluid (muzak), E. als hinderlijk lawaai, explosies, verkeer.

Alle talen beschikken in zowel de gesproken als de geschreven vorm over een woordenschat (lexicon), en een regelsysteem - de grammatica - om alle elementen uit de woordenschat tot welgevormde zinnen te verenigen. De meeste gesproken talen hebben tevens een alfabet of een ander op de spraak gebaseerd schriftsysteem waarmee taaluitingen kunnen worden vastgelegd. Spreektaal is een vorm van informeel taalgebruik, en is het tegenovergestelde van schrijftaal. Vaak bevat spreektaal ook enkele dialectwoorden, woorden uit een regio of sociale groep of uitingen die bij een bepaalde streek horen. Terwijl ieder mens die onder normale omstandigheden opgroeit in de loop van zijn of haar eerste levensjaren een moedertaal aanleert, is het tot nu toe niet gelukt om niet-menselijke primaten- met name chimpansees - het passieve taalniveau van een kleuter aan te leren. Niettemin zijn er in deze richting enige successen geboekt; gebleken is dat sommige apen woorden voor bepaalde voorwerpen aan dat voorwerp zelf kunnen verbinden, net als kinderen tussen de 1 en 3 jaar. Hieruit blijkt dus dat de menselijke taal weliswaar uitsluitend door de mensen zelf kan worden geproduceerd, maar dat het systeem in principe voor andere diersoorten toegankelijk is, althans tot op zekere hoogte. Ook huisdieren schijnen bepaalde in de menselijke taal uitgesproken korte commando's immers goed te begrijpen. De ontwikkeling van taal is vermoedelijk het resultaat van een geleidelijke toename van hersenmassa en intelligentie in de evolutie van de mens.

Met natuurlijke talen worden alle talen bedoeld die in de loop van de geschiedenis bij verschillende groepen ontstaan zijn en van generatie op generatie worden doorgegeven. Deze kunnen verder worden onderverdeeld in dode en levende talen. Voorbeelden van dode talen zijn: het Sanskriet, Oud-Grieks, Etruskisch, Fenicisch en Latijn. Deze oude talen blijven verder ongewijzigd, in tegenstelling tot de levende talen die steeds aan verandering onderhevig zijn, voorbeelden zijn: Arabisch, Hindi, Italiaans, Nederlands en (Nieuw-) Grieks. Computertalen, gebruiken zoveel mogelijk woorden uit de gesproken taal, zodat ze ook voor de menselijke bediener gemakkelijk te begrijpen zijn. Dierentaal: communicatiesystemen van dieren (bijen, dolfijnen, walvissen) worden soms ook wel als een soort taal beschouwd. Gebarentalen worden vooral gebruikt door dove mensen en zijn volledige communicatiesystemen. Lichaamstaal is het geheel van communicatieve boodschappen dat door middel van gebaren, mimiek (gezichtsuitdrukkingen), lichaamshouding en oogcontact wordt overgebracht. Naar aanleiding van verschillende onderzoeken wordt geschat dat minstens 70% van de totale communicatie tussen mensen door middel van stemklank (toon) en lichaamstaal plaatsvindt. Net als bij gesproken taal zijn ook bij lichaamstaal misverstanden mogelijk. Als bijvoorbeeld iemand geeuwt tijdens een gesprek, interpreteert men dat gemakkelijk als ‘is niet geïnteresseerd’, maar misschien heeft de ander een slapeloze nacht achter de rug. Vraag dus eerst wat de ander echt bedoelt.

De vroegste periode van de muziekgeschiedenis tot ca. 500 na Chr. wordt in de muziektheorie de Oudheid genoemd. Er zijn historisch weinig bronnen die het ontstaan van muziek duidelijk kunnen maken. Deze wijzen op het begin van de tweede helft van de laatste (vierde) ijstijd in Europa, de periode van ca. 50.000-10.000 voor Chr. De Crô-Magnon mens leefde toen. Het waren jagers, die in hutten en holen woonden. Uit deze tijd komen drie soorten instrumenten naar voren: fluiten van voetkootjes, fluiten met toongaten, en fluiten gemaakt van holle beenderen. De eerste aanwijzingen richting muziekinstrumenten, te weten rendiervoetkootjes, stammen uit het Oud-Paleolithicum (het oudste stenen tijdperk vanaf 600.000 voor Christus). De conclusie van wetenschappers is, dat muziek als tovermiddel werd gebruikt, als ritueel, waarbij er nauwelijks verschil was tussen gezongen woorden of het produceren van klanken met snorrebotjes of muziekbogen. De sprong van primitieve signaalfluiten tot fluiten met gaten (tonen) was enorm, en wijst op het ontstaan van muziek als 'spel', met magische werking. Muziek was dus vanaf het begin, door de mens geproduceerd min of meer geordend geluid. Bij de eenvoudigste natuurvolkeren zien we nauwelijks instrumenten. Het lichaam (klappen, stampen, klikken en dansen) zorgt voor ritme. Al snel worden echter ook deze klanken overgebracht op objecten, zoals stammen, stokken, speren, ratels en holle voorwerpen. De eerste instrumenten: fluiten, bamboebuis, muziekboog, trommels, xylofonen, schelp, dierenhoorn, worden door één individu bespeeld.








In het Oude Egypte speelden muziek en dans een belangrijke rol. Zij beschouwden muziek als een manier om vreugde te bevorderen en om zorgen te vergeten, en om godheden te eren. Het eerste directe bewijs stamt uit ongeveer de 31e eeuw v. Chr., toen verschillende reliëfs met dansen werden aangebracht in onder andere tempels en tombes. De muzikanten die in tempels speelden stonden het hoogst op de sociale ladder. Veel goede, getalenteerde artiesten werden uitgenodigd door de farao en zij werden daarom ook zeer gerespecteerd. Zij die muziek maakten op feesten stonden iets lager in de maatschappij. In het Oude Egypte waren het voornamelijk de slag- en snaarinstrumenten die gebruikt werden. De melodie werd voornamelijk gezongen. Instrumenten en handgeklap dienden als ritmische begeleiding. De 'crotales' (slaginstrument), de 'aulos' (blaasinstrument) en de 'harp' waren toen zeer populair. Het geheel werd vaak gedirigeerd door een centraal persoon. Blaasinstrumenten waren de eerste muziekinstrumenten die in de Egyptische muziek werden gebruikt. Onder militairen en in het kader van de verering van goden als Ptah en Ra werden ook trompetten (sinds het Nieuwe Rijk: ca. 1550 - 1070 v.Chr) gebruikt, waarvan de trompetten van Toetanchamon een voorbeeld zijn. Sinds het Oude Rijk (ca. 2639 v.Chr. - ca. 2216 v.Chr.) werden bogen uit de jacht gebruikt om harpen van te maken. De Egyptenaren waren waarschijnlijk de eersten die de luit gebruikten.

Muziek speelde een grote rol in de levens van de oude Grieken. Er zijn belangrijke fragmenten gevonden van genoteerde Griekse muziek en vele literaire toespelingen op muziek, zodat voor een behoorlijk gedeelte duidelijk is hoe de muziek gespeeld en geklonken moet hebben, en welke rol muziek speelde in het maatschappelijk leven. Op afbeeldingen (op vazen bijvoorbeeld) staan vele taferelen van musici. Bij de Grieken zat muziek, inclusief fluit- en lierspel, in het onderwijspakket, en het werd als één der belangrijkste vakken beschouwd. Van de Griekse muziek uit de oudheid zijn slechts 11 stukken, hetzij op perkament, hetzij op stenen gegraveerd, bewaard gebleven. De meeste muziek was vocaal (zang), omdat de combinatie van tekst en muziek de muziek een duidelijke betekenis gaf. Hierdoor bleven de instrumenten, die hoofdzakelijk ter ondersteuning van de zang werden gebruikt, in een laag ontwikkelingsstadium steken. Pas na de 'eeuw van Perikles' (Grieks veldheer en staatsman -leider van Athene-, 490 v.Chr. - 429 v.Chr.) werden de instrumenten sterk verbeterd en ontstond er belangstelling voor puur instrumentale muziek. Muziek was geheel onmisbaar bij plechtigheden, processies, orakelraadplegingen, bij feesten en in de huizen. De magische kracht van muziek was bij de Grieken net zo belangrijk als bij de Oosterse volkeren. Die muzisch-magische kracht werd in het dagelijks leven ook verondersteld, in bijvoorbeeld de genezing van het lichaam. Een bekend instrument is de panfluit. Deze is naar de Griekse god Pan vernoemd.

De Romeinen namen veel (vooral theoretische) kennis en gebruiken van de Grieken over. Niet enkel werd het Griekse godensysteem verromeinst, maar ook in dagelijkse zaken zijn veel erfenissen zichtbaar. Tijdens de Romeinse tijd werden diverse militaire blaasinstrumenten ingevoerd van het type hoorn of trompet, de cornu, de lituus en de tuba. Omdat het Romeinse Rijk zich over een groot gebied uitstrekte was er een voortdurende toevloed en uitwisseling van uitheemse stijlen, uit West- en Noord-Europa, uit Azië, uit Afrika en andere gebieden, zoals het gebied van de Etrusken. Hoewel er weinig bekend is van oude gezangen, is wel bekend dat instrumentarium in verschillende landen werd gebruikt en uitgewisseld, zoals de opmerkelijke dubbelhobo's van de Perzen en Egyptenaren, die tevens in Rome werden gebruikt. Ook de 'lyra' die de Nubiërs in het Boven-Nijl gebied spelen op de wijze van de oude Grieken duizenden jaren eerder is een voorbeeld van zo'n kruisbestuiving. Het antifonaal zingen, met wisselkoren, werd aangetroffen in Mesopotamië, Libië en de Afrikaanse kustlanden. Ook dit element namen de Romeinen over, en geraakte later in de kerkmuziek verweven. Pas toen het Romeinse Rijk oprukte kwamen invloeden van de Romeinse cultuur een groot deel van Europa binnen. Een instrument als de Schotse doedelzak zou zich in deze periode ontwikkeld hebben uit een varkensblaas met houten of benen pijpjes, waarop verschillende tonen gespeeld konden worden. Hoewel er hoogstwaarschijnlijk veel niet-christelijke muziek bestond, die zelfs tot in de diverse volksmuziek van nu doordrong is er weinig bewaard gebleven.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

Info Contact Home TOP

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Anatomie van het menselijk oor 1. Schedel (rotsbeen) Buitenoor: 2. gehoorgang, 3. oorschelp Middenoor: 4. trommelvlies, 5. ovaal venster, 6. hamer, 7. aambeeld, 8. stijgbeugel, 12. buis van Eustachius Binnenoor: 9. labyrint, 10. slakkenhuis, 11. Gehoorzenuw.

Tekening: Iain

Een schematische weergave van het horen. (Blauw: geluidsgolven. Rood: trommelvlies. Geel: geluidomzetmechanisme van het oor. Groen: gehoorzenuwen. Paars: frequentiespectrum van het geluidssignaal. Oranje: zenuwsignaal.)

Bron: Public Library of Science

Bosgod Pan (Griekse en Romeinse mythologie) die herder Daphnis (Griekse mythologie) les geeft op de panfluit. Romeinse kopie van een Grieks marmeren beeld door Heliodorus. Ca. 100 v.Chr., gevonden in Pompeii, uit de collectie van het Napels Archeologisch Museum, foto uit 1999.

Foto: Haiduc

Kaart uit 2009 die de geografische spreiding op wereldschaal toont van de belangrijkste wereldtalen: Engels (geel), Frans (groen), Arabisch (oranje), Portugees (roze), Spaans (rood), Duits (zwart), Russisch (blauw), Mandarijn (paars) en Indonesisch (bruin). Een lichte kleur betekent dat de taal in het betreffende gebied als tweede taal gesproken wordt.

Invulling tekening: KVDP

Vrouwelijke muzikanten, met van links naar rechts: aulos (blaasinstrument met twee pijpen), luit en harp. Plek: Tomb of Nakht,Thebe, Egypte.

Bron: The Yorck Project: 10.000 Meisterwerke der Malerei. DVD-ROM, 2002. ISBN 3936122202. Distributed by DIRECTMEDIA Publishing GmbH.