App Wereld Uitvindingen & Ontdekkingen

Telecommunicatie, telegrafie, telefoon, radio, televise, internet

Telecommunicatie (Grieks: tèle = ver en het Latijns: communicare = mededelen) is het overbrengen van informa tie van de ene plek naar een andere, zonder dat iets of iemand zich zelf daar naartoe verplaatst.

Moderne vormen van telecommunicatie zijn: (mobiele) telefoon, radio, televisie en internet. Een oudere vorm is telegrafie. Experimenten om te communiceren op afstand zijn zeer oud: vuur, rooksignalen, heliograaf (met behulp van spiegels en zonlicht), de optisch-mechanische telegrafie ontwikkeld door Claude Chappe in Frankrijk vanaf 1793 zoals semaforen (vlaggen- en andere zichtbare seinen). Voor een betrouwbare overdracht van informatie zijn communicatiekanalen nodig zoals een coax-kabel, glasvezel of de lucht(ookwel de ether genoemd). Door de kanalen te koppelen met rand-apparatuur, multiplexers (elektronische schakelaar) en schakel-apparatuur, bijvoorbeeld een telefooncentrale, of een IP-router of een ATM-switch (netwerkschakelmethodes) ontstaan telecommunicatie-netwerken waarop grote aantallen gebruikers kunnen worden aangesloten. Telegrafie (afgeleid van de Griekse woorden tèle = ver en grafie = schrijven) is het versturen van berichten (telegrammen) over een lange afstand. Het verschil met gewone post is dat bij telegrafie alleen de informatie verstuurd wordt, niet de fysieke( tastbare) brief. In de loop van de geschiedenis werden hier verschillende technieken voor gebruikt. Een telegraaf is een toestel om seinen door te geven en te ontvangen.

Semafoor: tijdens de Franse Revolutie experimenteerde o.a. de Fransman Claude Chappe met diverse methoden om snel berichten over grote afstanden door te geven. In 1794 werd zijn semafoor- of optische telegraafsysteem tussen Parijs en Rijsel (ca. 220 km) voor het eerst in gebruik genomen. De snelheid waarmee de Chappe-telegraaf werkte was voor die tijd verbluffend. Via de vijftien seinposten deed een bericht er dertien minuten over. Een koerier te paard had daar minstens twintig uur voor nodig. Zijn telegraaf bestond uit een keten van seintorens op onderlinge afstanden van 10 à 20 km. Op een toren bevond zich een seinpaal met armen, die in een bepaalde stand konden worden gezet (196 standen en dus evenzoveel codes). Van veel kerktorens werd de spits verwijderd om er een telegraaf op te kunnen zetten. De bedienende telegrafist had met twee krachtige telescopen zicht op de vorige en volgende toren. Het net werd uigebreid over heel Frankrijk en heeft ruim 50 jaar dienst gedaan. In andere landen ontwikkelde men eigen soortgelijke systemen. Het werd pas met de komst van de elektrische telegraaf rond 1850 verdrongen. Elektrische telegrafie: in 1843 kwam een doorbraak met de uitvinding van de elektrische telegrafie. Het principe is eenvoudig. Een elektrische stroom wordt in een bepaald patroon onderbroken en weer ingeschakeld met een seinsleutel. Een tekst wordt in code (meest bekende: morsecode) overgeseind en aan de ontvangstkant weer ontcijferd en eventueel op schrift gesteld en als telegram bezorgd aan de geadresseerde.

De eerste telegrafieverbinding over zee kwam in 1851 tot stand tussen Dover en Calais. Aanvankelijk vereiste de telegrafie een draadverbinding tussen de zender en de ontvanger, maar rond dezelfde periode was Guglielmo Marconi druk bezig met de ontwikkeling van draadloze telegrafie – ofwel het versturen van signalen via radiogolven. In 1896 gaf hij met succes een demonstratie in Londen, in 1899 wist hij het Kanaal te overbruggen en in 1901 verzond hij als eerste een morsebericht draadloos over de Atlantische Oceaan. De opkomst van de telefoon eind 19e eeuw deed de invloed van de telegraaf als berichtenzender afnemen. Met de ingang (1933 in Nederland) van de telex (in plaats van een seinsleutel werd een soort elektrische schrijfmachine, de telex, gebruikt), werd het telegrafie-netwerk alleen nog gebruikt voor de overseining van telegrammen. Men kon met elektrische telegrafie berichten over lange afstand versturen, maar er was tijdverlies tussen de telegrafische boodschap en het antwoord daarop. Bovendien was er een opgeleide telegrafist nodig. Het lag dus voor de hand dat men zocht naar mogelijkheden om de boodschap mondeling over te brengen. Telefoon: telefonie, ook wel telefoon (Grieks:tèle = ver en phónè = geluid), is een systeem waarmee gesprekken mogelijk zijn tussen personen die zich buiten gehoorbereik van elkaar bevinden. Zij hebben een telefoontoestel nodig, en tussen die toestellen moet een verbinding zijn. De meeste telefoontoestellen zijn aangesloten op het wereldwijde netwerk van telefooncentrales met draad (kabel) of draadloos (mobiel).

Het eerste uitgewerkte voorstel voor telefonie werd gedaan door de Franse telegrafiebeambte Charles Bourseul. In het tijdschrift l'Illustration van 26 augustus 1854 beschreef hij hoe spraak over een telegrafielijn geleid zou kunnen worden. Hoewel hij ook probeerde om zijn theorie in de praktijk te brengen, lukte het hem niet om een duidelijk verstaanbaar gesprek ten gehore te brengen. De Duitse natuurkundeleraar Philipp Reis kwam in 1860 met het eerste concept van telefonie. Zijn telefoontoestel – de naam 'telephon' (telefoon) is van hem afkomstig – bestaat uit een opnemer en een weergever die via twee draden met elkaar verbonden zijn. De toestellen waren echter niet geschikt voor praktisch gebruik. Hierdoor raakt zijn uitvinding in de vergetelheid. Op 14 februari 1876 werd door Alexander Graham Bell een patent aangevraagd op de uitvinding voor "verbetering van de telegrafie". Enkele jaren daarvoor was het de Italiaans immigrant Antonio Meucci al gelukt om een telefoonverbinding tot stand te brengen. In 1871 wilde hij zijn teletrophone patenteren, maar omdat hij het benodigde geld niet had verliep de aanvraag na drie jaar. Wegens verder geldgebrek kon die ook niet door hem worden verlengd. Hierdoor was het Bell die op 7 maart 1876 het eerste patent verkreeg op de telefoon. Deze werd door Thomas Edison verbeterd. Die paste de koolmicrofoon toe; deze zorgt direct voor versterking van het geluid waardoor de verstaanbaarheid verbeterde. Vergroting van de reikwijdte werd verkregen door verbeterde kabeltechniek en versterkers.

E-mail (Engels voor 'elektronische post' ookwel kortweg 'mail') is het versturen van digitale boodschappen via onder andere internet. De eerste e-mail over een computernetwerk werd in 1971 door Ray Tomlinson verzonden. Rond 1995 werd het populair bij het grote publiek, samen met het wereldwijde web (www). E-mail wordt vaak gebruikt voor korte, informele berichten. In tegenstelling tot een brief op papier wordt het bij e-mail geaccepteerd om korte en compacte zinnen te gebruiken. Door het meesturen van bijlagen (Engels: attachments) is het ook mogelijk om inhoud in een andere vorm dan tekst te versturen zoals een foto. Recentelijk heeft communicatie per e-mail dezelfde wettelijke status gekregen als die per brief. De mailtjes moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De authenticiteit moet zijn gewaarborgd; er moet zekerheid bestaan over de afzender, en er moet niet achteraf aan kunnen worden geknoeid. De zogenaamde "elektronische handtekening" biedt hier uitkomst. De voordelen van een dergelijk gebruik van e-mail ten opzichte van andere vormen van communicatie zijn: snellere communicatie; sneller tot een overeenkomst kunnen komen; besparing van (verzend) kosten; hoeft niet meer fysiek te worden bezorgd. E-mail waaraan de ontvanger weinig waarde toeschrijft wordt junkmail genoemd. Een vorm daarvan is spam, e-mail die ongevraagd aan een groot aantal ontvangers wordt verstuurd. Een e-zine is een tijdschrift dat via e-mail wordt verzonden. Een variant hierop is de e-mail-nieuwsbrief. Voorgangers van e-mail zijn brief, telegram, telex en telefax.



Radio

Radio is draadloze telefonie en telegrafie, maar de betekenis is ruimer. Het woord radio wordt eveneens gebruikt als afkorting voor radio-omroep, radio-ontvanger en zend- en ontvangstapparatuur. Het is een techniek om met radiogolven draadloos boodschappen over te brengen van zender naar ontvanger. In 1895 wilde Nikola Tesla als eerste een demonstratie geven om elektrische signalen over een grote afstand te versturen. Helaas vatte zijn werkruimte vlam en kon hij het experiment niet uitvoeren. In hetzelfde jaar lukte het Guglielmo Marconi (1874-1937) wel om als eerste een radioverbinding van enkele kilometers te maken met een zelfgemaakte zender en ontvanger die was gebaseerd op een oscillator (elektronische schakeling die een periodiek signaal opwekt) van Nikola Tesla's ontwerpen. Ongeveer tegelijkertijd deed Alexander Stepanovitsj Popov hetzelfde. Beiden bouwden voort op het werk van Heinrich Hertz, die in 1887 ontdekte hoe elektromagnetische radiogolven konden worden opgewekt en terug ontvangen. Eerst werd radio alleen gebruikt als middel om morsesignalen uit te zenden. Door de uitvinding van de elektronenbuis in 1906 werd het mogelijk werkelijke geluiden uit te zenden. Berichten konden nu rechtstreeks ingesproken worden en hoefden niet meer in morsecode vertaald te worden. Na de uitvinding van de transistor in 1947 werd het mogelijk veel kleinere ontvangers te bouwen, die tevens minder energie nodig hebben om te kunnen werken. 1919: het eerste Nederlandse radioprogramma gaat de ether in door radio-pionier ir. Idzerda vanuit zijn woning in Den Haag.

Televisie

Televisie is een telecommunicatiesysteem voor het verzenden en ontvangen van bewegende beelden en geluid over afstand (Grieks: tèle = ver, Latijn: visio = te zien). Het bijhorende ontvangstapparaat heet televisietoestel (televisie). Het woord 'televisie' wordt in de volksmond (sinds ca. 1960) vaak afgekort tot tv (teevee). De Nederlandse televisiegeschiedenis is nauw verbonden met die van Philips. De eerste zenders werden gebouwd door televisiepionier Erik de Vries die werkzaam is bij het Natuurkundig Laboratorium van Philips. Hij deed daarmee de eerste proeven en uiteindelijk vonden in 1930 de eerste uitzendingen in Nederland plaats, vanaf het torentje van het Amsterdamse Carltonhotel. In het jaar 1935 zou de eerste persoon op de Nederlandse televisie verschijnen. Philips verzorgde tussen 1948 en 1951 264 experimentele televisieuitzendingen, die werden geleid door Erik de Vries. Ze werden ontvangen door enkele honderden toestellen die in Eindhoven stonden opgesteld, voornamelijk bij Philipsmedewerkers. De presentatie van de eerste uitzendingen was in handen van Fred Knol die ook bekend was van de radio. De officiële introductie van de televisie in Nederland was op 12 december 1949. De toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat gaf toen toestemming voor deze introductie. Twee jaar later was de Nederlandse Televisie Stichting (NTS) opgericht (nu NOS en NPO). Er is in die tijd veel geëxperimenteerd en gedebatteerd. De eerste (zwart-wit) televisie-uitzending was op 2 oktober 1951, 20.15 uur, vanuit de NTS-studio Irene in Bussum.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP Info Contact Home

+

+

+

+

Antonio Meucci, 1878, uitvinder van de telefoon.

Bron: http://www.radiomarconi.com/marconi/meucci/index.htm

Een acteur figureert in 1926 voor Alexander Graham Bell die praat in een vroege telefoon (model 1876).

Bron: Early Office Museum: Szene aus einem 1926 veröffentlichten Werbefilm der American Telephone & Telegraph Company (AT&T).

Model van de eerste telefoon zender / ontvanger uitgevonden door de Amerikaanse wetenschapper Alexander Graham Bell in 1875 in de historische collectie van het Museum voor Telecommunicatie in Pleumeur-Bodou, Frankrijk. Het instrument aan weerszijden zijn modellen van de ontvanger (oortelefoon) later uitgevonden door Bell.

Foto: Zubro

Historisch telexapparaat.

Foto: Flominator

Semafoor:"Optische Telegraaf" (replica) van Claude Chappe uit het "Litermont" bij Nalbach in Duitsland.

Foto: Lokilech

Telefoneren anno 1910.

Eerste in Duitsland verkochte transistor radio, de Akkord Peggie, 1957.

Foto: Hihiman

Familie kijkt televisie in 1958.

Foto: Hihiman