App Wereld Uitvindingen & Ontdekkingen

Vuistbijl, werktuig, gereedschap

Een werktuig is een stuk gereedschap. Het kan om de uitvinding gaan van een eenvoudig stuk handgereedschap, maar ook om een ingewikkelde machine: een apparaat of een toestel.

Werktuigen dienen om arbeid eenvoudiger en lichter te maken. In de prehistorie bedachten mensen al werktuigen: houten speren, stenen bijlen, bronzen sikkels. Deze ontwikkeling is doorgegaan tot in de moderne tijd. Nu zijn er beroepen die zich speciaal met het ontwerpen en ontwikkelen van werktuigen bezig houden, zoals gereedschapmakers en werktuigbouwkundigen.

Een gereedschap is een hulpmiddel om de bewerkingen uit te kunnen voeren die een mens (of dier) met zijn lichaam zelf niet of moeilijk kan uitvoeren. Mensen en mensapen kunnen gereedschap gebruiken, maar ook bij kraaiachtigen, zeeotters en dolfijnen is het gebruik van gereedschap gezien. Gereedschap is danook een gebruiksvoorwerp. Andere termen die gebruikt worden voor bepaalde typen gereedschap zijn gerei (zoals eetgerei) en instrument (over het algemeen een meer geavanceerd of erg specialistisch stuk gereedschap, zoals medische instrumenten). Voor groter en zwaarder gereedschap wordt meestal de term werktuig gebruikt. Sommige stukken gereedschap, zoals een hamer of een mes, kunnen als wapen worden gebruikt. Er zijn stukken gereedschap die in verschillende velden worden gebruikt, maar vaak is gereedschap zeer gespecialiseerd voor een bepaalde toepassing. Denk aan: timmergereedschap, tuingereedschap en landbouwwerktuigen, scheepswerktuigen enz.

Met steentijd of stenen tijdperk wordt de periode uit de prehistorie aangeduid waarin mensen gebruiksvoorwerpen zoals werktuigen(gereedschappen), uitsluitend van steen maakten, en nog niet van metaal (helemaal aan het eind van de steentijd werden van sommige metalen wel sieraden gemaakt). Aannemelijk is dat ze al die tijd ook wel houten gebruiksvoorwerpen maakten maar die zijn uiteraard vrijwel nooit bewaard gebleven. Een uitzondering zijn de in 1994 bij het Duitse Schöningen gevonden houten speren van ongeveer 350.000 jaar oud. Die vondst maakte aannemelijk dat de voorlopers van de mens al zeer lange tijd actieve jagers waren en niet, zoals tot dan door veel archeologen werd aangenomen, vooral aaseters. De duur van de steentijd is afhankelijk van de plaats die bekeken wordt: voor bepaalde stammen op Borneo of Nieuw-Guinea is hij nog maar net afgelopen, en sommige stammen in het Amazonebekken bevinden zich aan het begin van de 21e eeuw nog in dit tijdvak. Meestal wordt de steentijd onderverdeeld in drie fasen: het paleolithicum of de oude steentijd, verreweg de langste periode, van ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden tot het einde van de laatste ijstijd, ongeveer 10.000 jaar geleden; het mesolithicum of de middensteentijd, een aanduiding voor culturen van jager-verzamelaars na het einde van de laatste ijstijd; het neolithicum of de jonge steentijd, een aanduiding voor culturen waar landbouw de belangrijkste sector in de economie was.

De oudste cultuurfase, Oldowan genoemd, wordt gekenmerkt door zeer eenvoudige werktuigen die het resultaat waren van het afslaan van schilfers (messen en schrapers) van geschikte stenen. Omdat hier de kern van een stuk steen werd gebruikt noemt met dit kernwerktuigen. Het is vaak bijzonder moeilijk te bepalen of een stuk steen met een scherpe rand een werktuig is of een natuurproduct.

Chopper: hiermee wordt in de archeologie een stenen werktuig bedoeld met maar één weinig bewerkte onregelmatige snijrand. Choppers komen bijna alleen voor in vondsten van meer dan 2 miljoen jaar oud en behoren tot het vroeg-paleolithicum. Choppers zijn het resultaat van een paar afslagen van de kernsteen aan één kant - dit in tegenstelling tot de chopping tools, die al wat meer ontwikkeld zijn. Waarschijnlijk konden vroege mensen door deze werktuigen, hoe primitief ze ook waren, vleeseter worden. Voor ze deze werktuigen gingen gebruiken konden ze slechts aas eten omdat hun gebit niet geschikt was voor het verscheuren van rauw vlees.

Chopping tool: is de benaming van de archeologie voor stenen werktuigen die bijna zonder uitzondering tot het vroeg-paleolithicum behoren. Nieuw was dat de steen aan twee zijden bewerkt werd om een scherpe rand te krijgen. De snede was door het splijtingsgedrag van het gebruikte gesteente niet recht maar meer een golflijn. Chopping tools zijn onder andere gevonden bij Zhoukoudian bij Peking in China, bij resten van de Pekingmens. De chopping tools werden later opgevolgd door de vuistbijl.

Een vuistbijl is een kerngereedschap uit het paleolithicum. Ze komen alleen voor in Afrika, Europa, het westen van Eurazië, India en het westen van China. Verder naar het oosten werden ze niet gebruikt. Vuistbijlen kunnen in een kwartier tijd uit vuursteen gehakt worden met behulp van een zogenaamde klopsteen, deze werd gebruikt om op de vuursteen te slaan (kloppen). Naast vuursteen werden ook enkele andere harde steensoorten gebruikt. Vuistbijlen zijn afgeplat, hebben meestal een scherpe rand rondom en de scherpe rand is altijd aan twee zijden bewerkt. De top is spits, het andere uiteinde rond. Archeologen zijn het er niet over eens hoe en waarvoor vuistbijlen precies gebruikt werden. Onder de meer waarschijnlijke gebruiken zijn het slachten van dieren en het houthakken. In 1939 vond de Friese aannemer en amateur-archeoloog Hein van der Vliet uit Lippenhuizen een vuistbijl bij het huidige Wijnjewoude. Deze vondst was van grote historische betekenis, omdat er voor het eerst mee werd aangetoond dat Noord-Nederland al voor de laatste ijstijd bewoond was geweest. Het duurde dan ook jaren voordat deze vuistbijl door de wetenschap als zodanig werd erkend, en als de Vuistbijl van Wijnjeterp een begrip werd in archeologische kringen.


Moustérien

Moustérien is een naam van archeologen voor een bepaalde stijl van overwegend van vuursteen gemaakte gereedschappen (of industrie) die vooral met de Neanderthaler wordt geassocieerd en dateert uit het midden-paleolithicum (oude steentijd).

De industrie is genoemd naar de vindplaats Le Moustier, een overhangende rots in de Dordogne, Frankrijk.

Vergelijkbare vuurstenen gereedschap is overal in Europa gevonden waar geen ijskappen lagen en ook in het nabije oosten en Noord-Afrika.

De industrie bestaat uit handbijlen, racloirs (een soort schrapers of messen) en punten.

Gereedschappen uit het Moustérien of beter midden-paleolithicum werden vervaardigd door neanderthalers en dateren van 300.000 tot 30.000 jaar geleden.

De technologie was belangrijk omdat hij het gebruik van de voortanden verving en ook omdat bepaalde delen van het gezicht minder robuust werden.

Door toepassing van de Moustérientechniek

werd de belasting van de voortanden geminimaliseerd.

Mesolithicum

Mesolithicum (10.000 tot 5000 v.Chr., loopt samen met het einde van de ijstijd). Er kwamen steeds meer gereedschappen bij, speciaal toegespitst op een bepaalde taak, zoals naalden, haken, pijlpunten en mogelijk religieuze voorwerpen. Ook maakte men nu voor het eerst werktuigen die nodig waren voor de landbouw. Neolithicum (5000 tot 3000 v.Chr.), de mens ging vee houden en landbouw bedrijven. Het mes werd nu gebruikt voor het dagelijkse leven, o.a. voor het prepareren van geslachte dieren, om de gewassen mee van het land te halen voor bij het koken. Bronstijd (3000 tot ongeveer 1000 v.Chr.), nu leerde men het metaal brons (bestaat uit koper en tin) te bewerken. Het werd vooral gebruikt voor bijlen, speer- en pijlpunten en messen. Door handel konden volkeren in Europa aan het koper en tin komen om hun brons mee te vervaardigen. IJzertijd: rond 1000 v.Chr., gebruikte men in het Midden-Oosten al ijzer. De Hallstatt-cultuur verspreidde rond 800-500 v.Chr. het gebruik van ijzer in Europa. Gedurende deze periode werden brons en ijzer naast elkaar gebruikt. In de late ijzertijd had ijzer het brons volledig vervangen. Met de komst van de Romeinen werd ijzer in veel grotere hoeveelheden geproduceerd en ontstond een grotere variatie aan gebruiksvoorwerpen en wapens.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP Info Contact Home

+

+

+

+

+

+

Acheuléen-vuistbijl uit Saint-Acheul tussen 500.000 and 300.000 v. Chr.

Vindplaats: Saint Acheul, Amiens, Somme, France - Former collection of Félix Régnault.

Bron: Museum de Toulouse. Foto: Didier Descouens

Gepolijste Neolithicum bijlen van dioriet (gesteente) uit Reims Frankrijk – Alexis Damour collection.

Bron: Museum of Toulouse. Foto: Didier Descouens

Bronzen kralenketting. Holoceen bronstijd 1800-1500 v.Chr.

Vindplaats: Cave called "Le Cuzoul d'Armand" (alias Grotte Mazuc) in Penne, Tarn, France. Collectie Jean-Baptiste Noulet 1881.

Bron: Museum Toulouse. Foto: Didier Descouens

Schraper van vuursteen.

Vindplaats: Moustérien plaats van Grotte du Noise Tier (Hautes-Pyrénées, Frankrijk.

Foto: V. Mourre