App Wereld Muziek (klassieke muziek)

Muziek in de Oudheid

De vroegste periode van de muziekgeschiedenis tot ongeveer 500 na Christus wordt in de muziektheorie de Oudheid genoemd. Er zijn historisch slechts weinig bronnen die het ontstaan van muziek duidelijk kunnen maken. Historische bronnen wijzen op het begin van de tweede helft van de laatste (vierde) ijstijd in Europa, de periode van het Aurignacien tot aan het Magdalénien (ca. 50.000-10.000 voor Christus). De Crô-Magnon mens leefde toen. Het waren jagers, die in hutten en holen woonden, en wier kunstuitingen van magische aard waren, zoals grottekeningen en kleine voorwerpen. Er zijn aanwijzingen dat deze mensen een monotheïstisch (één god) wereldbeeld hadden waarin een oermoeder de aarde schiep en beheerde. Uit deze tijd komen drie soorten instrumenten naar voren: fluiten van voetkootjes, fluiten met toongaten, en fluiten gemaakt van holle beenderen. Op afbeeldingen uit die tijd zien we tovenaars met maskers en een muziekboog. Hier is dus al een zekere mate van cultuur bespeurbaar, die hoger ontwikkeld lijkt dan bij huidige primitieve natuurvolkeren zichtbaar is. In de periode daarvoor, het Riss-Würm ofwel Eemien interglaciale tijdperk (ca. 128.000 tot 116.000 jaar voor Christus) en de eerste helft van de laatste grote ijstijd Weichselien (ca. 116.000 tot 73.000 voor Christus), ofwel de Neanderthaler-tijd, heeft ook een soort oer-monotheïsme gekend, waarvan bewijzen in graven met grafgeschenken zijn gevonden.

De eerste aanwijzingen van muziekinstrumenten, te weten rendiervoetkootjes, stammen uit het Oud-Paleolithicum (het oudste stenen tijdperk vanaf 600.000 voor Christus). De conclusie van wetenschappers is dat muziek als tovermiddel werd gebruikt, als ritueel, waarbij er nauwelijks verschil was tussen gezongen woorden of het produceren van klanken met snorrebotjes of muziekbogen. De oudste fluiten zouden hebben kunnen dienen als signaalinstrument. De sprong van primitieve signaalfluiten tot fluiten met gaten was enorm, en wijst op het ontstaan van muziek als 'spel', met magische werking. Opmerkelijk is wanneer men de relatie van muziek tot cultuur tracht te bekijken dat er geen volk op aarde is zonder vorm van muziekbeoefening. Er was waarschijnlijk geen duidelijk begin van muziek, maar het evolueerde gestaag vanuit experimenten, doelen en voortschrijdend inzicht, waarbij de mens steeds zich bewuster werd van de mogelijkheden van het gebruik van klank en taal in diverse georganiseerde vormen. Muziek was dus vanaf het begin min of meer geordend geluid, door de mens geproduceerd.

In de periode van de Oudheid tot de Middeleeuwen werd getracht muziek te verklaren vanuit mythen. Muziek was van goddelijke oorsprong aan de mens gegeven. In het Bijbelboek Genesis wordt melding gemaakt van ene Jubal, die (als eerste) een vervaardiger was van muziekinstrumenten: hij was een vader van allen die fluit en citer bespelen. In de 19e eeuw probeerde men meer vanuit een wetenschappelijk gezichtspunt het ontstaan van muziek te verklaren. Zo dacht Charles Darwin dat muziek was ontstaan uit nabootsing van dierengeluiden (vogelzang). Jean-Jacques Rousseau probeerde daarna muziek te verklaren vanuit fixering van geluiden als abstract van de menselijke taal. Carl Stumpf stelt dat gezang ontstond uit spreken op hogere tonen of uit roepen. Andere theorieën waren dat muziek voortkwam uit het arbeidsritme, waaruit ook de dans verklaard zou kunnen worden. Herbert Spencer beweerde dat muziek een uiting van emoties was. Ook werd beweerd dat muziek vanaf de babytijd al bestaat, omdat een kind vanaf zijn geboorte geluid maakt en ordent.

In het Oude Egypte speelden muziek en dans een belangrijke rol in de samenleving. De Egyptenaren beschouwden muziek als een manier om vreugde te bevorderen en om zorgen te vergeten. Bovendien diende muziek om godheden te eren : uit de Egyptische oudheid zijn diverse hymnen bewaard gebleven. Muziek is waarschijnlijk gedurende de hele Egyptische oudheid van belang geweest. Het eerste directe bewijs hiervan stamt echter pas uit ongeveer 31e eeuw v. Chr., toen verschillende reliëfs met dansen werden aangebracht in onder andere tempels en tombes. Muziek kwam in alle sociale kringen voor en werd gespeeld in tempels, paleizen, werkplaatsen , boerderijen en zelfs op slagvelden. De muzikanten die in tempels speelden (meestal vrouwen, de zogenaamde shemayets) stonden het hoogst op de sociale ladder. Veel goede, getalenteerde artiesten werden uitgenodigd door de farao om aan het hof te werken en zij werden daarom ook zeer gerespecteerd. Zij die muziek maakten op feesten stonden iets lager in de maatschappij. In het Oude Egypte waren het voornamelijk de slag- en snaarinstrumenten die gebruikt werden. De melodie werd voornamelijk gezongen. Instrumenten en handgeklap dienden als ritmische begeleiding. De crotales (slaginstrument), de aulos (Grieks: blaasinstrument) en de harp waren toen zeer populaire instrumenten. Het geheel werd vaak gedirigeerd door een centraal persoon. De instrumenten die zijn gevonden en de reliëfs die in Egyptische gebouwen zijn aangetroffen, scheppen een redelijk beeld van de muziek in het Oude Egypte.

De Chinezen hadden van oudsher een muzieksysteem waarbij de tonen voortkomen uit een gemeenschappelijke grondtoon en bijbehorende boventonen. De grondtoon werd 3 eeuwen voor Christus bij decreet door de keizer vastgesteld op het fluitgeluid van een aan een zijde afgesloten buis met een lengte van ongeveer 23 cm. Door overblazen verkreeg men de boventonen. De eerste schriftelijke vastlegging van het systeem stamt echter uit de Han-dynastie (206 voor Christus - 220 na Christus). Li Ki zegt omstreeks 100 na Christus, dat muziek het 'richtsnoer voor hemel en aarde, het grondbeginsel van evenwicht en harmonie' moet zijn. Yin en yang. Muziek heeft een veelomvattende invloed op het menselijk gevoelsleven. Een kosmologische visie op muziek wordt ongeveer gelijktijdig waargenomen in drie landen: China, Babylon en Egypte. Echter in China wordt de kunstvorm tot grote hoogte doorgevoerd, en blijven tradities vervolgens eeuwen heersen onder de verschillende dynastieën. De rituele gezangen hebben een plechtstatig karakter en zijn geordend in symmetrische perioden, waarbij al gauw een vierdeling in frasering en metriek ontstond, die weer overeenkwam met de vier basiselementen aarde, water, vuur en lucht.

De belangrijkste periode in de muziekgeschiedenis van het Nabije Oosten loopt van ca. 3500 v.C. tot ca. 400 (globaal vanaf de vroege Bronstijd tot diep in de IJzertijd). De muziek blijft aanvankelijk cultus-gebonden in de antieke hoogculturen, en evolueert pas later naar een esthetische uitdrukkingskunst. Dat er weinig van bekend gebleven is hangt samen met de traditie van mondelinge overlevering. Improvisatie speelde een belangrijke rol. Opmerkelijk is wel dat de manier waarop tegen muziek aangekeken wordt in de loop der tijd verandert, maar dat het instrumentarium relatief gelijk blijft gedurende langere periodes. Gezien de centrale ligging van Mesopotamië, heeft dit land grote invloed op de cultuur van de regio, waarin Egypte, Syrië, en Palestina liggen. Zo ook in de muziek, waar de Arabische stammen in het zuiden, de Hethieten, Phrygiërs, Feniciërs, Egyptenaren en Grieken in het westen, de Iraniërs en Indogermaanse stammen in het noorden, en de Aziatische stammen tot aan Indië toe in het oosten. Zo is verklaarbaar waarom muziekinstrumenten uit Mesopotamië in alle omringende streken voorkomen, hoewel ze van elkaar kunnen verschillen door lokale ontwikkeling. Het was normaal dat bij veroveringen de musici van de vijand gespaard bleven, waarbij men de muziek zelve ook als kostbaar en goddelijk goed overnam. Bronnen waaruit diverse bevindingen kunnen worden getrokken zijn van literaire aard (geschriften), maar ook afbeeldingen (op perkamentrollen, kleitabletten en steengravures) en vondsten van instrumenten.

Veel van wat de West-Europese cultuur betreft in termen van filosofie, wetenschap en kunst heeft zijn oorsprong in de cultuur van het oude Griekenland. Met muziek is het niet anders. Muziek speelde een grote rol in de levens van de oude Grieken en was haast alom tegenwoordig in de samenleving, van huwelijk tot begrafenis, de religieuze ceremonie, toneel, volksmuziek en het reciteren van grote epische gedichten als Homerus en anderen. Er zijn belangrijke fragmenten gevonden van genoteerde Griekse muziek en vele literaire toespelingen op muziek, zodat voor een behoorlijk gedeelte duidelijk is hoe de muziek gespeeld en geklonken moet hebben en welke rol muziek speelde in het maatschappelijk leven. Ook het belang van professionele musici verschijnt in de bronnen. Op afbeeldingen(op vazen bijvoorbeeld) staan vele taferelen van musici. Het woord muziek krijgt zelfs in deze cultuur zijn naam, van de muzen, de dochters van Zeus, die symbool staan als de godinnen van het creatieve en intelligente. Bij de Grieken zat muziek, inclusief fluit- en lierspel, in het onderwijspakket, en het werd als een der belangrijkste vakken beschouwd. In Arcadië was muziekles verplicht tot het 30e levensjaar.

De magische kracht van muziek was bij de Grieken net zo belangrijk als bij de Oosterse volkeren. Die muzisch-magische kracht werd in het dagelijks leven ook verondersteld, in bijvoorbeeld de genezing van het lichaam. Voorbeelden zijn de Jubelzangen voor Apollon (latijn Apollo) één van de belangrijkste Griekse godheden, genezingsliederen die leken op Sjamaanse riten (geestenwereld). Athenaeus van Naucratis veronderstelde circa 200 na Christus, dat bijvoorbeeld mensen die last hadden van ischias (zenuwpijn in de rug) door fluiten die in de frygische toonladder spelen, van hun kwaal verlost zouden worden. Aristoteles merkte op dat godsdienstwaanzinnigen met zorgvuldig gekozen melodieën tot zichzelf zouden kunnen komen. Dit soort geloof in de kracht van muziek verklaart mede waarom Thaletas, een componist uit Kreta, rond 650 voor Christus, aan de zijde van Lycurgus, de wetgever van Sparta schreed. Die Spartanen kregen van het orakel van Delphi het advies om de musicus Terpandrus te raadplegen omdat zijn muziek vrede zou oproepen.

Maar betrekkelijk weinig van de muziek werd door beroepsmusici uitgevoerd, en slechts de oude barden die de Homerische epossen voordroegen, zichzelf dikwijls instrumentaal begeleidend, werden als beroepsmusici gezien. Deze barden deden ook aan muziekwedstrijden, en werden doorgaans verwend, en reisden vaak van stad tot stad om op te treden. Muziek was ook onderdeel van het Drama, waarbij acteurs tevens zongen, reciteerden, en waarbij een koor van achtergrondacteurs commentaren zong. Muziek was geheel onmisbaar bij plechtigheden, processies, orakelraadplegingen, bij feesten en in de huizen. De meeste muziek was vocaal, omdat de combinatie van tekst en muziek de muziek een duidelijke betekenis gaf. Plato vroeg zich bijvoorbeeld af wat een melodie of ritme zonder tekst zou kunnen betekenen. Hierdoor bleven de instrumenten, die hoofdzakelijk ter ondersteuning van de zang werden gebruikt, in een laag ontwikkelingsstadium steken. Pas na de gouden eeuw van Perikles (490 v.Chr. - 429 v.Chr.) staatsman, werden de instrumenten sterk verbeterd en ontstond er belangstelling voor puur instrumentale muziek.

Van de Griekse muziek uit de oudheid zijn slechts 11 stukken, hetzij op perkament hetzij op stenen gegraveerd, bewaard gebleven, waaronder 2 hymnen aan Apollo, 1 drinklied (Skollion), het Seikiloslied, geschreven door ene Seikilos in de 1e of 2e eeuw voor Christus, 3 plechtige hymnen van Mesomedes (2e eeuw na Chr.), de 1e Pythische ode van Pindarus(twijfel over de echtheid). Opmerkelijk is, dat de meeste van de bewaard gebleven stukken vocaal waren, en dat het enige korte instrumentale stuk waarschijnlijk een oefening voor de lierspeler is geweest.

De Romeinen namen veel (vooral theoretische) kennis en gebruiken van de Grieken over. Niet enkel werd het Griekse godensysteem verromeinst, maar ook in dagelijkse zaken zijn veel erfenissen zichtbaar. Reeds voor de geboorte van Christus bijvoorbeeld was er sprake van de Ritus Graecus, de Griekse rite, en kenden de Romeinen een vereniging van Griekse zangers. Maar bovenal namen ze het theoretische systeem der Grieken over in de latere ontwikkeling. Tijdens de Romeinse tijd werden diverse militaire blaasinstrumenten ingevoerd van het type hoorn of trompet, de cornu of buccina, de lituus en de tuba. Omdat het Romeinse Rijk zich over een groot gebied uitstrekte was er een voortdurende toevloed en uitwisseling van uitheemse stijlen, uit West- en Noord-Europa, uit Azië, uit Afrika en andere gebieden, zoals het gebied van de Etrusken. De gezangen van de katholieke kerk groeiden ten tijde van het Romeinse Rijk op Italiaanse grond, en sluiten Italiaanse invloeden in zich. Echter is er bijna geen bron van de oude Italiaanse muzikale taal bekend. De vele uit de Griekse cultuur overgenomen terminologie die de Romeinen hanteerden kan derhalve niet steeds eenduidig worden uitgelegd wanneer men het over de Romeinse muziek heeft. Daarnaast lijkt het absurd om te veronderstellen dat gedurende meer dan 500 jaar van het Romeinse Rijk de Romeinen zelf louter op Griekse oude muziek zouden zijn teruggevallen. Gezien het peil waarop beschaving in het Romeinse Rijk opbloeide mag men veronderstellen dat ook de muziek zich verder ontwikkelde.


Oude gezangen

Hoewel er weinig bekend is van oude gezangen, is wel bekend dat instrumentarium in verschillende landen werd gebruikt en uitgewisseld, zoals de opmerkelijke dubbelhobo's van de Perzen en Egyptenaren, die tevens in Rome werden gebruikt. Ook de 'lyra' die de Nubiërs in het Boven-Nijl gebied spelen op de wijze van de oude Grieken duizenden jaren eerder is een voorbeeld van zo'n kruisbestuiving. Het antifonaal zingen, met wisselkoren, werd aangetroffen in Mesopotamië, Libië en de Afrikaanse kustlanden. Ook dit element namen de Romeinen over, en geraakte later in de kerkmuziek verweven. De invloed van de taal was ook groot: veel vocale muziek nam steeds meer de Latijnse, Romeinse dialecten over, zodat ook de Latijnse teksten, immers de officiële taal, over het hele Romeinse Rijk werden verspreid in de vroeg-christelijke muziek.

Van oudsher hadden de niet-christelijke volkeren van Noord-Europa hun magische en bezwerende muziek. Aangezien er geen notaties zijn overgeleverd is er weinig van bekend. Wel zijn vondsten gedaan bij archeologische opgravingen, waarbij in zowel het Germaanse gebied, het Keltische gebied, en het Frankische gebied diverse instrumenten en afbeeldingen zijn gevonden. Hoogstwaarschijnlijk was muziek ter versterking van rituele handelingen bedoeld. Ook zou muziek een rol kunnen hebben gespeeld bij het dagelijks leven, als medium om sagen en legenden over te leveren aan jongere generaties. Het instrumentarium was eenvoudig: fluiten, harpjes en diverse trommels. Pas toen het Romeinse Rijk oprukte kwamen invloeden van de Romeinse cultuur een groot deel van Europa binnen, echter de grootste invloed ontstond later, door de kerstening van de 'heidense' volkeren. Waarschijnlijk was voor die tijd veel muziek pentatonisch (toonreeks bestaande uit vijf tonen), wat nog terug te horen is in bijvoorbeeld Ierse volksmuziek, of diatonisch (muziek met hele en halve toonafstanden). Een instrument als de Schotse doedelzak zou zich in deze periode ontwikkeld hebben uit een varkensblaas met houten of benen pijpjes, waarop verschillende tonen gespeeld konden worden. Hoewel er hoogstwaarschijnlijk veel niet-christelijke muziek bestond, die zelfs tot in de diverse volksmuziek van nu doordrong is er om twee redenen weinig bewaard gebleven: ten eerste de kerstening van Europa, ten tweede het ontbreken van notatiesystemen.

De Oude Egyptenaren

De Oude Egyptenaren gebruikten achtereenvolgens: blaasinstrumenten, slaginstrumenten en snaarinstrumenten. Aanvankelijk hadden de blaasinstrumenten de vorm van de aulos, een soort dubbele hobo van Griekse oorsprong. Onder militairen en bij de verering van goden als Ptah en Ra werden ook trompetten gebruikt. In de 2e eeuw v.Chr. introduceerde Ktesibios (285 v.Chr. - 228 v.Chr.) uit Alexandrië het waterorgel, dat in de laatste eeuwen van de Egyptische oudheid steeds populairder werd. De twee belangrijkste slaginstrumenten uit de Egyptische oudheid waren de menat, een kleinere variant op de castagnetten, en het sistrum. Leden van een orkest, maar ook het publiek, klapten in hun handen ter ondersteuning. Sinds het Oude Rijk werden bogen uit de jacht gebruikt om harpen van te maken. De Egyptenaren waren waarschijnlijk de eersten die de luit gebruikten. De lier geldt als Soemerisch nationaal instrument, en wordt vanaf 400 v.Chr. frequent afgebeeld. Met goud, zilver en schelpen versierde instrumenten zijn gevonden in koningsgraven. De klankkast van deze grote lieren, die op de grond moesten staan om bespeeld te worden, hadden de vorm van een stier. Hieruit ontwikkelde zich de handlier, die gedragen kon worden. De vroegste afbeelding daarvan stamt uit Babylon, 1800 v.Chr.. De harp is een in Soemerië ontwikkeld instrument. De slaginstrumenten waren veel soortig: ratels, schellen, bellen, bronzen klokken, handcymbalen, ketelpauken, cilindrische trommels, tamboerijn, grote raamwerktrommels met vel bespannen.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP Info Contact Home

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

KARNA, een van de oudste Perzische muziekinstrumenten, ca. 500 v.Chr. Persepolis Museum, Iran.

 Foto: Payam Jahangiri / PDN.

Een lier bespeler afgebeeld op de Standaard van Ur, Mesopotamië (Irak), geschat tussen 2600–2400 v.Chr.

Bron: British Museum

De koninginne lier (links met de gouden stierenkop) en rechts de zilveren lier. Vindplaats: het koninklijke graf van Ur, zuidelijk Mesopotamië, Irak. Vroeg dynastieke periode, circa 2500 v. Chr.

Bron: The British Museum, London.

Etruskische dansers en musici uit Tarquinia, Italië, 475 v.Chr.

Foto: Yann Forget. Bron: from Le Musée absolu, Phaidon, 10-2012

Egyptische danseressen en musici (rechter figuur met de harp), Graftombe van de nacht, 18e Dynastie, Westelijk Thebe, Egypte.

Bron: The Yorck Project: 10.000 Meisterwerke der Malerei. DVD-ROM, 2002. ISBN 3936122202. Distributed by DIRECTMEDIA Publishing GmbH.

Traditionele Chinese muziek gespeeld door Naxi musici.

Bron:  Lijiang, Yunnan province, China. Foto: Peter Morgan from Beijing, China

Het sistrum is een ratel muziekinstrument (er bevonden zich meerdere metalen schijfjes op de drie dwarsstangen in de boog) en was populair in de cultus van de godin Hathor. Sistrum, in het Egyptisch "Sesheshet", de naam  staat voor het zwiepende geluid dat de kleine metalen schijven maken als het instrument werd geschud. Priesteressen en koninklijke vrouwen die deelnemen aan rituelen en ceremonies bij tempels en heiligdommen speelden met het sistrum. Het gezicht van de godin Hathor, met koeienoren, wordt afgebeeld op het handvat van de rammelaar, brons, ca. 380 tot 250 v.Chr.

Bron: Walters Art Museum

Vrouw met een Menat (linkerhand) en een Sistrum (rechterhand), Deir el-Medina (Egypte); ca. 1400 v.Chr.

Foto: Anagoria

De buccina of cornu is een gebogen blaasinstrument, dat ruim drie meter lang kon zijn. Halverwege zat er een houten lat zodat het instrument op de schouder van de speler kon steunen. In de Romeinse Tijd werd hij dan ook gebruikt als begeleiding bij gladiatorenwedstrijden. Met de instorting van het Romeinse Rijk ging de kunst van het buigen van de buis voor honderden jaren verloren. Voor een lange tijd waren metalen hoorns altijd recht omdat niemand meer wist hoe ze te buigen.

Schets: Brogi. Bron: Illustration from 1911 Encyclopædia Britannica, article BUCCINA. Original caption: FIG. 1.—Buccina in the National Museum, Naples.

Geschiedenis van de klassieke muziek.

Muziekboog is een soort muziekinstrument waarbij een opgespannen snaar aangeslagen wordt. De foto representeert instrument uit de collectie van het KMMA, Vlaanderen, België.

Foto: Ocorneli from nl.

Fluit gemaakt van een bot, Neolithicum.

Bron: Henan Provincial Museum, China. Foto: asgitner

 “Ludovisi Throne”: naakte vrouw bespeelt de aulos (dubbele fluit). Marmer, Grieks, ca. 460 v.Chr. Gevonden in 1887 gedurenmde werkzaamheden in de Villa Ludovisi.

Bron: Museo Nazionale Romano , Rome, Italië. Foto: Marie-Lan Nguyen

 Guqin (Chinese citer),De guqin is een van de oudste bekende snaarinstrumenten, maar wordt ook vandaag de dag nog bespeeld.

Lingfeng Shenyun in the Zhongni form. Foto: CharlieHuang

Nagebouwd klassiek Romeins waterorgel door Martin Braun en Justus Willberg uit Weißenburg.

Foto: Manfred E. Fritsche

Detail van een Romeins mozaïek van een straatbeeld met musici uit de Villa del Cicerone in Pompei. Het mozaïek is ontworpen door Dioskourides van Samos.

Bron: Museo Archeologico Nazionale (Napels). Foto: Mikimoss