App Wereld Muziek (klassieke muziek)

Barok muziek

De barok is een Europese stijlperiode, zich uitstrekkende van de 17e eeuw tot in de eerste helft van de 18e eeuw, die zijn oorsprong had in Italië en tot uiting kwam in de architectuur, tuinarchitectuur, schilderkunst, beeldhouwkunst, literatuur en muziek. Het woord barok komt van het Portugese barroco, wat 'onregelmatig gevormde parel' betekent. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vroeg-, hoog- en laatbarok. De eigenlijke start van de barok hangt af van streek tot streek, zo bloeide de barok al veel vroeger in Italië (Rome) terwijl in het noorden de renaissance nog aan het nabloeien was. We kunnen dus zeggen dat in het algemeen de barok duurde van 1600 tot 1750. De stijl bouwt voort op de renaissance, maar slaat snel zijn eigen weg in. In de loop van de tijd ontdekken ook veel heersers het effect van de dramatische barok; zo wordt de stijl benut door het Vaticaan en ingeschakeld in de contrareformatie. Door veel pracht en praal te gebruiken in de bouwstijl van de kerken proberen de katholieken, mensen te imponeren en zo terug te krijgen. De Spanjaarden exporteerden deze stijl naar de nieuwe wereld waar hij gretig onthaald werd om mensen te bekeren. In Frankrijk wordt de barok aan het Franse hof gebruikt. Lodewijk XIV maakt dankbaar gebruik van deze stijl, die hij leerde kennen dankzij Kardinaal de Mazarin, om zijn absolutistische ideeën kracht bij te zetten. Hij liet het paleis van Versailles bouwen. De barok werd dus vooral gebruikt om het publiek te imponeren en ze nietig te doen voelen bij het betreden van het kasteel.

Barokmuziek is een vorm van westerse klassieke muziek, ontstaan tijdens de barokperiode. Als stijl was het de opvolger van de renaissancemuziek. De periode waarin voornamelijk barokmuziek werd gecomponeerd wordt geplaatst tussen ca. 1600 (de opkomst van de monodie, onder andere door Monteverdi) en 1750, het sterfjaar van Johann Sebastian Bach. Jacob Burckhardt gebruikte in 1855 als eerste de term "barok" om een bepaalde stijlperiode in de kunst aan te duiden. Ruim een halve eeuw later werkte Alois Riegl de stijlkenmerken verder uit in zijn boek Die Entstehung der Barockkunst in Rom. De barokmuziek kon in het bijzonder gedijen door de bloeiende muziekcultuur aan de diverse Europese vorstenhoven. Veel rijke hooggeplaatsten hadden musici/componisten in dienst en/of fungeerden als hun mecenas. Veel hoogtijdagen en festiviteiten werden opgeluisterd door speciaal voor die gelegenheid in opdracht gecomponeerde werken. Ook ten behoeve van kerkelijke erediensten werden in het tijdperk van de barok nieuwe muziekvormen ontwikkeld.

Voor de barokmuziek werd gebruik gemaakt van: monodie (melodie met akkoordbegeleiding) op basis van basso continuo (verkorte notatie van de harmonie); affectenleer (muzikale weergave van gevoelens) als leidraad voor de muzikale expressie (uiting); harmonisch contrapunt (verband tussen twee of meer stemmen); da capo(vanaf het begin) aria (compositie voor één stem) en fuga (meerstemmigheid); opera's (vorm van muziektheater) met serieuze thema's uit de Griekse en Romeinse mythologie en oratoria, gebaseerd op bijbelse verhalen; typisch instrumentale vormen, zoals het concerto grosso (grote groep van solo-instrumenten) en de suite (gestyleerde dansen in verschillende tempo's), bedoeld voor uitvoering in adellijke kringen; diverse nationale dansen, zoals allemande (oorsprong Duitsland), bourree, gavotte, menuet (alle drie Frans), sarabande (Mexicaans). Later: in de 19e eeuw krijgt de barok opnieuw aandacht en komt een neobarokke stijl op.

Een oratorium is een omvangrijk vocaal werk veelal met een geestelijke of wereldlijke inhoud voor orkest, zangsolisten en koor, waarbij veelal een verteller de drager van de handeling wordt. In tegenstelling tot een opera heeft een oratorium geen decor en speciale kostuums en wordt er in een oratorium niet geacteerd op een scène. Als een oratorium het lijdensverhaal van Christus als onderwerp heeft, spreekt men van een passie. Het in het midden van de 17e eeuw ontstane, barokke Italiaanse oratorium, had in het algemeen geestelijke doeleinden, hoewel het nooit onderdeel was van de liturgie. De naam 'oratorium' verwijst naar de plaats waar de eerste oratoria werden opgevoerd, het "Oratorio" van de Chiesa Nuova (Santa Maria in Vallicella) te Rome, waar de congregatie van de Oratorianen voor hun bijeenkomsten van gebed en ontmoeting deze nieuwe muziekvorm ontwikkelden. Het woord oratorium komt van het Latijnse werkwoord orare, bidden. Het dramatische oratorium, uitgevonden door Georg Friedrich Händel, is muziekhistorisch gezien een belangrijke uitvinding, fungeerde feitelijk als een opera en kon ook op toneel opgevoerd worden. Een aantal van zijn oratoria waren gebaseerd op de Griekse en Romeinse mythologie.

Opera is een vorm van muziektheater, (taalkundig het meervoud van opus) waarbij een overwegend gezongen toneelstuk, in dichtmaten met orkestbegeleiding, wordt uitgebeeld. Opera is onderdeel van de Westerse klassieke muziekcultuur. Er zijn ook niet-Westerse vormen van muziektheater die vaak opera genoemd worden, met een onderscheidend bijvoeglijk naamwoord ervoor, bijvoorbeeld de Chinese opera. De vierhonderdjarige geschiedenis van de opera zoals we die heden ten dage kennen, vindt haar oorsprong in Florence. De opera ontstond in Italië rond 1600. De Florentijnen concludeerden dat het klassieke drama volledig gezongen moest zijn geweest. De eerste componist die een poging deed dit in de praktijk om te zetten, was Jacopo Peri (1561-1633), die hiervoor het Grieks mythologische drama Dafne aanwendde. Zijn werk Euridice (1600) dat daaruit voortkwam, werd daarmee de eerste opera. De eerste opera's bestaan uit zangstem die ondersteund wordt door begeleiding. Ze werden 'recitatief' genoemd. De zangstem spreekt op muziektekst, met instrumentale begeleiding (tokkel- of toetsinstrument). Recitare betekent 'vertellen'. De zanger moest iets vertellen, en de begeleiding moest de zangstem volgen. Verstaanbaarheid (tekst) is meester van de muziek, en de muziek zelf is meer bijzaak: eenvoudig, sober. Vandaar dat de eerste opera's niet direct erg boeiend klinken.



Ouverture

Een ouverture is een instrumentaal muziekstuk dat gespeeld wordt voor het begin van een opera, oratorium, ballet of toneelstuk of, als concertouverture, als zelfstandig orkestwerk aan het begin van een concert. Het oorspronkelijk Franse woord betekent dan ook opening. De ouverture moet het publiek alvast warm maken voor wat gaat volgen: muzikaal wordt dan ook sinds de tijd van Mozart meestal vooruitverwezen naar de rest van het werk. Ouvertures worden overigens vaak ook uitgevoerd of opgenomen zonder de bijbehorende opera (oratorium, ballet) en sommige opera's hebben hun bekendheid uitsluitend aan hun ouverture te danken. De oudste ouvertures stammen uit de 17e eeuw. Het waren de canzona-ouvertures van de Venetiaanse opera. Eind 17e eeuw kwam de Franse ouverture op, een langzaam en plechtig gespeeld stuk. Door het plechtige karakter kwam deze ouverture in zwang als opening van de hogere kunst, de opera. De ontwikkeling van de Franse ouverture staat op naam van Jean-Baptiste Lully (1632-1687). Jean-Philippe Rameau (1683-1764) zette deze traditie voort. Ook Purcell en Händel gebruikten deze vorm. Iets later, na 1700, ontstond in Italië een andere vorm, de Italiaanse ouverture, ook sinfonia genoemd, onder andere door Stradella en Scarlatti. Componisten die deze vorm gebruiken zijn Telemann en Bach. Deze ouverturevorm ging later over in de symfonie. In de loop van de 18e eeuw ging men de hoofdvorm van de orkestsuite gebruiken, bestaande uit expositie, doorwerking en reprise. Dit is de vorm die Beethoven

gebruikt.

Sonate

Een sonate is een muziekstuk met meestal een vaste opbouw uit meerdere delen. De term sonate duikt voor het eerst op in de barokmuziek. De oervorm van de sonate vinden we bij Domenico Scarlatti, die zijn ruim 500 'sonates' geen sonates noemde maar 'essercizi', ofwel oefeningen. Dit waren losse stukken in de Forma Bipartita. Fuga: komt van het Latijnse fugere (vluchten), is een muziekvorm waarin meerstemmigheid (contrapunt) en gevarieerde herhaling een hoofdrol spelen. Een fuga heeft meerdere episodes, de eerste wordt ook wel expositie genoemd, omdat daaruit blijkt uit hoeveel stemmen de fuga bestaat. Over het algemeen heeft een fuga drie tot vijf stemmen (melodielijnen), maar in grote koor- of orkestrale fuga's zijn zelfs acht tot tien stemmen mogelijk. Minder dan drie stemmen zijn erg zeldzaam. De meester van de fuga is Johann Sebastian Bach, die talloze fuga's gecomponeerd heeft. Een prelude is een instrumentaal voorspel, zonder een vastliggende vorm. Oorspronkelijk was het een soort improvisatie, die vlak voor het echte werk werd gespeeld, enerzijds als opwarmer voor de speler of om zijn virtuositeit te tonen, anderzijds om het instrument te stemmen (vooral bij het bespelen van de luit). Vanaf de 17e eeuw werd de prelude een officieel muziekstuk. Hij werd gecomponeerd als inleiding van een suite, als een muziekstuk dat een fuga voorafgaat en hiermee een contrast vormt, of als een zelfstandige compositie (o.a. Chopin, Debussy, Bach).


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP Info Contact Home

+

+

+

+

+

+

Portret van Johann Sebastian Bach in 1748 door de Duitse schilder Elias Gottlieb Haussmann (1695-1774) (tweede versie).

Bron: Bach-Archiv Leipzig

Replica's van een vroege barokviool en een Violoncello da Spalla.

Foto: Frinck51

Houtblazers muziekinstrumenten uit de barok. Van rechts naar links: blokfluit; klarinet in C door Denner (Nürenberg, 1707-1735; piccolo in C door JHJ Rottenburgh; fluit van Naum (Parijs, ca. 1700) en fluit door Hotteterre le Romain (Parijs, 1650-1675)

Muziekinstrumentenmuseum Berlijn. Auteur: Joan

Detail van een barok piano klavier.

Foto: Jorge Royan

In dit portret van de 26-jarige prins (Frederick, Prins van Wales) zien we het spelen van de cello met drie van zijn jongere zussen verbeeld; van links naar rechts, Anne, kroonprinses (leeftijd 24) bij de klavecimbel, Prinses Caroline (leeftijd 20) tokkelt een mandora (een vorm van luit) en Prinses Amelia (leeftijd 22) leest John Milton: was een Brits dichter.

Schilder: Philippe Mercier. Bron: National Portrait Gallery in Londen.

Barok trompetten - Johann Wilhelm Haas, Nuremberg, 1671 - Paris, musée de la musique.

Foto:  BenP