App Wereld Muziek (klassieke muziek)

Muziekinstrumenten -1-:

soorten, aerofoon, fluit

Een muziekinstrument is een constructie die uit zeer verschillende materialen kan bestaan, bedoeld om muziek mee ten gehore te brengen. Muziekinstrumenten kunnen musicologisch aan de hand van de manier waarop het geluid wordt voortgebracht worden ingedeeld: 1. aerofonen blaasinstrumenten: trillende luchtzuil (fluit,trompet,enz.), 2. chordofonen snaarinstrumenten: trillen van snaren (viool,gitaar,piano,enz.), 3. idiofonen slagwerk: trillen van klankrijk materiaal (xylofoon,slaguurwerk,enz.), 4. membranofonen slagwerk: trillen van vel/membraan (trommels), 5. elektrofonen: elektronisch/automatisch (synthesizer). Een andere manier van indelen die veel gebruikt wordt is een indeling naar bespeelwijze: 1. strijkinstrumenten, 2. tokkelinstrumenten, 3. blaasinstrumenten, 4. toetsinstrumenten, 5. slaginstrumenten. De klassieke muziekinstrumenten uit het symfonieorkest worden in de praktijk in families onderverdeeld, in volgorde van de partituur: 1. houtblazers, 2. koperblazers, 3. slagwerk, 4. harp, 5. strijkers. Het Metropolitan Museum of Art in New York City heeft een grote collectie muziekinstrumenten van over de hele wereld. Organologie is de studie naar de eigenschappen van muziekinstrumenten. Museum: ook in Nederland is er een muziekinstrumentenmuseum: Museum Vosbergen in Eelde (Dr.) toont muziekinstrumenten in historisch perspektief: vrij complete series van ca 1700-heden van fluit, klarinet, hobo, fagot, hoorn etc., en bezit één van de zeer weinige Griekse auloi (meervoud van aulos, een dubbelschalmei).

Het muziekinstrumentmakersbedrijf is het bedrijf van het vervaardigen of herstellen van blaas-, snaar-, of kleine of mechanische muziekinstrumenten -met uitzondering van piano’s, vleugelpiano’s, clavichords, spinetten en clavecimbalen. Bekende inmiddels overleden instrumentenmakers: 1. Ivor Darreg, microtonale snaarinstrumenten, 2. Leo Fender, elektrische gitaren, 3. Robert Moog, elektronische muziekinstrumenten, 4. Harry Partch, microtonale snaarinstrumenten en marimba's, 5. Luigi Russolo, elektronische muziekinstrumenten. Muziekinstrumentenbouw is een vrij zeldzame studierichting in het Vlaamse secundair onderwijs. Ze bestaat alleen als BSO-richting in de derde graad in de Provinciale Technische school te Boom. Een zevende specialisatiejaar richt zich op restauratie van oude instrumenten. In samenwerking met deze school startte ook het conservatorium van Gent begin 21e eeuw met een Bachelor- en Masteropleiding "instrumentenbouw", onderverdeeld in: 1. lutherie (viool, altviool, cello), 2. clavecimbel, piano (forte), 3. orgelbouw. De afstudeerrichting instrumentenbouw legt vooral de nadruk op ambachtelijke kopieën van historische instrumenten. Tijdens de Master kan men ook opteren voor de bouw van experimentele instrumenten. Het curriculum bevat zowel theorie (gebruikte houtsoorten, lijmen, lak & vernis, snaren, ...) en praktijk van realisatie, evenals theoretische muzikale vakken en uitvoeringspraktijk op het gekozen soort instrument.

Een aerofoon is een muziekinstrument dat voor zijn geluidsvoortbrenging een luchtstroom nodig heeft; technisch gezien ontstaat bij een aerofoon de klank door trillende lucht in een buis. Veruit de meeste aerofonen zijn derhalve blaasinstrumenten. Een pijporgel en een windorgel zijn wel een aerofoon maar geen blaasinstrument. Een snorrebot geeft geluid doordat het wordt rondgeslingerd in de lucht, terwijl er van blazen geen sprake is. Een snorrebot, hor, bromhout of snorhout (ook bekend onder de namen bullroarer, rhombus, turndun of Bora-Bora) is een aerofoon muziekinstrument dat sinds de oudheid al gebruikt wordt. Een snorrebot of snorhout bestaat uit een dun plaatje van hout of bot dat aan een koord rondgeslingerd wordt. Door luchtwervelingen gaat het plaatje om zijn as tollen waarbij het een zoemend of snorrend geluid voortbrengt. Hiermee is ook de naamgeving verklaard. De toonhoogte varieert met de snelheid waarmee het snorrebot wordt rondgeslingerd. Snorrebotten en snorhouten werden vooral als ritueel instrument ingezet. Pijporgel: het pijporgel (ook wel kerkorgel, of kortweg orgel) is in essentie een aerofoon dat met een klavier bespeeld wordt. De bespeler noemt men organist. Het pijporgel heeft een lange geschiedenis achter de rug. Het is een van de weinige 'antieke' instrumenten die nog frequent worden bespeeld. Het pijporgel heeft (zoals zoveel instrumenten) hoofdzakelijk in Europa een grote bloeiperiode gekend, vooral om religieuze redenen. Maar ook in de rijkere burgermilieus was een 'positief' (kistorgel) als begeleidingsinstrument eeuwenlang geen zeldzaam verschijnsel.

Een accordeon is een aerofoon. Op basis van de bespeling is het een toetsinstrument. Het instrument wordt accordeon genoemd vanwege de constructie van het mechaniek van de linkerhand. Door een matrix van stangen en knoppen wordt een drietal tonen tegelijk geproduceerd, een akkoord. De accordeon werkt volgens hetzelfde principe als de mondharmonica. De lucht wordt hier echter aangevoerd door een balg. In de kast zitten de tongen die het geluid voortbrengen. Wanneer een toets of knop wordt ingedrukt, stroomt de lucht langs een of meer tongen, waarbij deze gaan trillen en het geluid ontstaat. De accordeon wordt vaak verward met andere instrumenten die gebaseerd zijn op het gebruik van doorslaande tongen, zoals de trekzak, de melodeon, de harmonica, de concertina en de bandoneon. De accordeon is echter niet wisseltonig; bij de accordeon wordt bij trekken en duwen dezelfde toon geproduceerd. De accordeon wordt wel eens als buik-orgel beschreven. De bandoneon verschilt wezenlijk van de accordeon omdat elke afzonderlijke toets aan beide kanten van het instrument een afzonderlijke toon geeft (wisseltonig), in plaats van een akkoordmogelijkheid onder een knop aan de linkerhand. Er zijn historisch vele modellen bandoneon, maar de basiselementen van de bouw komen overeen. In Argentinië (vermoedelijk rond 1880 geïntroduceerd) werd het één van de populairste volksinstrumenten en het ontwikkelde zich tot het kenmerkende instrument van de Argentijnse tango, zoals Adiós Nonino, die gespeeld werd op het huwelijk van Prinses Máxima en Prins Willem-Alexander.

Een harmonium, ook wel 'traporgel' genoemd, is een toetsinstrument dat gerekend wordt tot zowel de lamellofonen als de aerofonen. Het geluid wordt geproduceerd doordat lucht uit de balg langs metalen tongetjes geleid wordt (drukwind = bovendruk), of door een balg langs dergelijke tongetjes gezogen wordt (zuigwind = onderdruk). De luchttoevoer wordt in gang gezet bij het indrukken van een toets op een klavier. De balg wordt gewoonlijk voorzien van lucht door een tweetal pedalen. Veelal zijn net als bij een orgel registers aanwezig waarmee de lucht naar verschillende groepen van tongetjes geleid kan worden, ten behoeve van de klankkleur en het volume. Harmoniums kunnen meerdere manualen en registers bevatten. De naam 'harmonium' werd ingevoerd door de Fransman Alexandre Debain, die in 1840 voor het eerst een dergelijk toetsinstrument op basis van drukwind met doorslaande tongen maakte. Debain probeerde de naam harmonium zelfs door middel van een patent te beschermen. In de Verenigde Staten werd ongeveer in dezelfde periode ook een dergelijk instrument, maar dan met zuigwind ontwikkeld, dat daar bekend staat onder de naam 'reed organ' (of 'parlor organ', 'pump organ', 'cabinet organ' of 'cottage organ'). De zuigwindtechniek levert een zachtere klank, die meer geschikt is voor huiskamergebruik. Bovendien was een zuigwindharmonium ook goedkoper te bouwen, waardoor dit type geleidelijk aan het drukwindmodel verdrong. Instrumenten met drukwindtechniek werden toegepast in concertzalen, salons en kerken.



Info Contact Home

Fluit

Fluit is een verzamelnaam voor een aantal blaasinstrumenten (aerofonen), die hun geluid produceren door middel van een luchtstroom die op een scherpe rand gericht wordt. Fluitinstrumenten: Bamboefluit, Blokfluit, Dwarsfluit, Fluier, Kaval, Ocarina, Panfluit, Tin-whistle. In september 2008 is in Duitsland, in de Hohle Fels grot, een fluit gevonden van 35 000 jaar oud, gemaakt uit het bot van een vale gier. Tot op heden het oudste muziekinstrument. In Frankrijk waren al eerder fluiten gevonden van 30 000 jaar oud en in Oostenrijk van 19 000 jaar oud. De dwarsfluit - in een klassiek orkest gewoon fluit genoemd - wordt, zoals de naam aangeeft, dwars op de lippen geblazen; de luchtstroom uit de mond staat haaks op de boring van het instrument. De kleinere en hoger gestemde uitvoering wordt piccolo genoemd, de grotere uitvoeringen altfluit en basfluit. Een dwarsfluit bestaat uit een smalle, rechte buis met drie onderdelen, namelijk het kopstuk met een lipplaat, het middenstuk met kleppen die door de vingers bewogen kunnen worden en het voetje als extraatje om nog lagere noten te kunnen spelen. Hij wordt bij het spelen dwars naar rechts gehouden. De dwarsfluit heeft een toonomvang (ambitus) van meer dan 3 octaven. Hoewel dwarsfluiten tegenwoordig vaak van metaal worden gemaakt, worden ze traditioneel tot de houtblazers gerekend. Van alle houtblazers heeft een dwarsfluit het kleinste aantal kleppen. Drieduizend jaar geleden was de dwarsfluit in China al bekend. Deze fluit was van hout gemaakt, metalen fluiten zijn een veel recentere ontwikkeling.

Panfluit

De panfluit is een fluit die is opgebouwd uit een aantal aan de onderzijde gesloten buizen van verschillende lengte. Als materiaal wordt voor de Zuid-Amerikaanse panfluit veelal bamboe gebruikt. Daarnaast zijn er ook panfluiten gemaakt van hout, glas of metaal. Een panfluit wordt bespeeld door lucht over de buis tegen de rand te blazen. Iedere buis levert zo zijn eigen toon. Door de panfluit te kantelen kan de fluitist de toon met enige oefening wat laten zakken. Het bereik is afhankelijk van het aantal pijpjes en kan variëren van een octaaf tot ongeveer drie octaven. De toonhoogte is (vooral) afhankelijk van de lengte en (enigszins) van de doorsnede van de pijpjes. De panfluit kan wat worden verstemd door kleine wasbolletjes op de bodem van een pijpje plat te drukken. Musici als Simion Stanciu, Nicolae Pirvu en anderen hebben aangetoond dat de panfluit zich ook goed leent voor uitvoeringen van klassieke muziek. De blokfluit is een houten blaasinstrument met een labium (rand waartegen de lucht wordt geblazen) dat zich achter het blok bevindt, dat in een cilindrische buis geschoven wordt (vandaar de naam blok-fluit). Op de blokfluit wordt voornamelijk barokmuziek gespeeld, maar er is ook veel oudere muziek en veel modernere muziek voor geschreven. Een blokfluit komt niet in een symfonieorkest voor, maar wel vaak in een barokorkest. Verder wordt dit instrument vaak solo gebruikt of met piano- of klavecimbel- begeleiding. In de op de barok volgende perioden werd er nauwelijks meer voor blokfluit gecomponeerd. De moderne periode luidde een heropleving van de blokfluitmuziek in.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

+

+

+

+

Klavecimbel, 1677, Bologna, Italië.

Bron: Musee de la Musique de Paris. Foto: Pline

120-bas Pigini pianoklavieraccordeon.

Foto di un mio strumento. Foto: .jhc..

Gheorghe Zamfir, panfluit, 10-th Crossroad Festival, Main Squere in Cracow, Polen 2008.

Foto: Dariusz.Biegacz

Instrumenten uit de 18e eeuw.

Bron: Musee de la Musique de Paris. Foto: Pline

Harmonium 19e eeuw in het Barr Colony Heritage Cultural Centre.

Foto: SriMesh. Parlor organ manufactured by Ferrand & Votey Organ Company, Detroit

Flutiste op de markt in Sineu, Mallorca, Spanje.

Auteur: helmuthess. Bron: Flickr: more music on market in Sineu

TOP