App Wereld Muziek (klassieke muziek)

Muziekinstrumenten -3-: koperblazers

Koperblazers zijn de bespelers van de zogenaamde koperen blaasinstrumenten: Cornetten, Hoorns (waaronder ook Wagnertuba's), Saxhoorns (waaronder bugel, althoorn en bariton), Trombones (waaronder de alt-, tenor-, bas-, en contrabastrombone), Trompetten (waaronder ook natuurtrompetten), Tuba's (zoals bastuba en eufonium). Hoewel de trompetten de hoogste instrumenten in deze groep zijn, worden in een partituur de hoorns altijd tussen de houtblazers en de koperblazers genoteerd, omdat hun zeer boventoonrijke klank de beide groepen verbindt. De meeste koperblaasinstrumenten zijn van messing gemaakt. De benaming betreft echter niet het materiaal waarvan het instrument is gemaakt, maar de wijze waarop de toon wordt gevormd. Bij een koperblazer is dat door lucht te blazen door de gespannen lippen van de bespeler, die tegen een mondstuk gehouden worden dat grofweg de vorm heeft van een trechter. Daarom valt de (grotendeels houten) 'serpent' toch onder de koperinstrumenten. Koperen blaasinstrumenten kunnen verder worden ingedeeld in 'zacht' en 'scherp' koper. De eerste heeft een zachtere, ronde klank. De tweede heeft een scherpere, schellere klank. Dit komt door het verschil in de bouw van het instrument. Zachte koperen blaasinstrumenten bestaan uit een buis die steeds wijder wordt (conisch). Scherpe koperen blaasinstrumenten bestaan uit een buis die tot aan de beker niet in diameter verandert (cilindrisch). De hoorns en de cornetten behoren tot een derde groep, die zowel cilindrische als conische buis bevat.

Tegenwoordig kennen we de hoorn (waaronder ook Wagnertuba's) als blaasinstrument, maar vroeger werden hoorns ook gebruikt om signalen door te geven, zoals de posthoorn, signaalhoorn en bugel. Een hoorn is een koperen buis die begint met een mondstuk van ca. 17 mm. doorsnede, daarna breder wordt tot circa 12 cm. Na een cilindervormig gedeelte mondt de buis uit in een beker met een doorsnede van circa 30 cm. De beker is beduidend groter en anders van vorm dan die van de trompet. De totale lengte van de hoorn is afhankelijk van de grondstemming van het instrument: een Bes-hoorn is ongeveer 2,75 m, een F-hoorn 3,78 m en een C-hoorn 4,72 m. Tegenwoordig is een combinatie van twee hoorns in één instrument gebruikelijk, namelijk de dubbelhoorn (F - Bes). Dit is het standaardinstrument in professionele symfonieorkesten. Duizenden jaren werden hoorns en bazuinen gemaakt van de hoorns van dieren uit de familie van de holhoornigen. Door een gat aan het eind of aan de zijkant kon je door je lippen te laten trillen, tonen maken. Tussen de 12e en 16e eeuw ging men van de eenvoudig gekromde vorm van een dierenhoorn over op de gewonden vorm, waaruit zich de 18e-eeuwse natuurhoorn ontwikkelde. Op een natuur- of jachthoorn kon men de natuurtonenreeks spelen. Door de hand in de beker te brengen (het zgn. stoppen) kon de natuurtoonreeks gemanipuleerd(preciezer: verhoogd) worden zodat chromatische toonladders gespeeld konden worden. In het Duitse taalgebied werden rond 1815 ventielen op de hoorn ontwikkeld; eerst 2, later 3.

De saxhoorns (waaronder bugel, althoorn en bariton) zijn een familie van koperen blaasinstrumenten met ventielen, een conische boring en een diep komvormig mondstuk. Het geluid heeft een karakteristiek zacht en rond karakter, en mengt goed met andere koperblazers. De saxhoorns vormen een familie van zeven instrumenten (hoewel er tot tien verschillende maten lijken te hebben bestaan). De saxhoorns waren oorspronkelijk bedoeld voor het gebruik in blaasorkesten en zijn gestemd in Es of Bes, net als de saxofoongroep. Er was ook een soortgelijke familie van saxhoorns gebouwd voor het gebruik in symfonieorkesten gestemd in F en C, maar deze lijken te zijn verdwenen. De saxhoornfamilie werd in 1845 in Parijs gepatenteerd door Adolphe Sax (1814-1894); zijn grootste bekendheid heeft hij te danken aan zijn uitvinding van de saxofoon. Zo ontwikkelde hij een trombone met 6 onafhankelijke ventielen, omdat het op straat lopen met een schuiftrombone vaak moeilijk was (brassband). De saxhoorn was het meestgebruikte koperen blaasinstrument in blaasorkesten tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. De variant met de beker die over de schouder lag werd het meest gebruikt, zodat achteropkomende troepen de muziek konden horen. Bugel: is een koperen blaasinstrument, dat een belangrijk instrument is in fanfare-orkesten. De vorm van de bugel is geheel conisch voorbij het ventielhuis en met ruimere bochten dan de trompet, waardoor de bugel een veel zachtere, warmere en rondere klank heeft. De bugel moet niet verward worden met de Engelse "bugle", een natuurbugel, dus zonder ventielen.

De cornet is een aan de bugel verwant koperen blaasinstrument. In vergelijking met de bugel is de cornet moeilijker bespeelbaar door de engere mensuur (verhouding tussen de lengte en de doorsnede van de buis, en diens trillende luchtkolom). De toon van de cornet is hierdoor minder mild dan die van de bugel, maar duidelijk milder dan die van de trompet. De cornet lijkt veel op de trompet. Het instrument heeft evenwel een andere geschiedenis: het stamt af van de posthoorn (de naam betetent dan ook letterlijk "hoorntje". Het verschil is voornamelijk dat de buis van de cornet een gemengd cilindrisch-conische vorm heeft en die van de trompet een cilindrische: tussen het mondstuk en de beker wordt de diameter van de buis van de cornet na een recht deel steeds wijder. Ook is de cornet compacter gebouwd, met wijdere bochten dan de trompet. De cornet staat overwegend in Bes gestemd, maar in ouder repertoire komt ook de cornet in A voor (Stravinsky en Tsjaikovski). Verder komt in de brassband nog de Es-cornet (ook wel sopraan- of sopranocornet genoemd) voor. Met de eeuwwisseling kwam de jazz als muziekstroming op en de cornet kreeg daar meteen een belangrijke plaats. In de twintigste eeuw moest de cornet echter geleidelijk wijken voor de trompet. Een belangrijke rol is voor de cornet weggelegd in de (Engelse stijl) brassband; deze orkestvorm, o.a. gekenmerkt door een strikte bezetting, telt 10 cornetten (waarvan 9 in Bes en 1 in Es) op een totale bezetting van 25 koperblazers. De cornet wordt ook gebruikt in rock- en popmuziek, en in dweilorkesten.

De trombone (waaronder de alt-, tenor-, bas-, en contrabastrombone) is een blaasinstrument en wordt tot het scherpe koper gerekend. Een trombone bestaat uit drie onderdelen: 1. een ketelvormig of V-vormig mondstuk, 2. deze steekt in een lange cilindrische metalen u-vormige uitschuifbare buis (de coulisse), 3. de bekersectie, die wel conisch uitloopt. Door het uitschuiven kan de bespeler de buislengte verkorten of verlengen, waarmee ook de toonhoogte verandert. In het mondstuk wordt de lucht door liptrillingen in beweging gebracht en ontstaat een staande golf in de buis. Omdat in een gegeven buislengte meerdere gehele staande golven passen, is het mogelijk bij gelijkblijvende buislengte meerdere tonen te produceren (overblazen). In de verst uitgeschoven positie is de buislengte bijna anderhalf keer zo lang als in de meest ingeschoven stand. Door de schuif in te trekken ontstaat een staande golf met een kortere golflengte en wordt de toon hoger. Van alle mogelijke schuifposities worden er doorgaans 7 gebruikt die overeen komen met 7 opeenvolgende halve tonen. Alle tussenliggende posities worden vooral gebruikt voor glissandi (glijden van de ene toon naar de andere). De klank van de trombone is wat plechtig. Er zijn een achttal varianten trombones. Meest gebruikt zijn de tenor- en bastrombone, en in een enkel geval de alttrombone. De tenor- en bastrombone hebben als grondtoon Bb. Historisch gezien bestaan er in een aantal landen tradities aangaande de bouw en het gebruik van de trombone. Behalve de (schuif) trombone bestaan er ook ventieltrombones.



Trompet

De trompet (waaronder ook natuurtrompetten) is een blaasinstrument (koperblazers), waarbij het geluid ontstaat, doordat de lippen die tegen het mondstuk geplaatst worden, met de adem in trilling worden gebracht. In de klassieke muziek komt hij bijvoorbeeld in symfonie- en kamerorkesten voor, maar ook in kleinere ensembles zoals het koperkwintet, en als solo-instrument. Daarnaast wordt de trompet ook in de lichte muziek gebruikt, in de jazz, zowel in big bands als in kleinere formaties, en in de popmuziek. De trompet klinkt vrij hoog en heeft een heldere doordringende toon. De afstand van het mondstuk tot aan de beker is ca. 50 cm. De lengte van de buis varieert echter per stemming en is bij een trompet in C 116 cm, bij een trompet in Bes 131 cm, bij een trompet in D (Bach-trompet) 104 cm, bij een trompet in F 177 cm en bij een trompet in Es 202 cm. De buis is voorzien van een drietal ventielen, of in het geval van de schuiftrompet van een schuif, die de buislengte in een aantal combinaties verlengen. Hij eindigt in een trechtervormige beker. De trompet heeft van oudsher een cilindrische buis die een scherpe klank ontwikkelt. Door de eeuwen heen zijn de mondpijp (na het mondstuk), en de beker echter steeds meer conisch geworden om het instrument makkelijker bespeelbaar te maken. De Romeinen kenden drie soorten trompetten: tuba, lituus en cornu. In de Middeleeuwen raakte de trompet in West-Europa uit. De kruisvaarders kwamen echter in aanraking met de islamitische wereld, die de trompet wel kende. Vanaf 1600 maakte de trompet een bloeiperiode door (barok).

Tuba

De tuba (zoals bastuba en eufonium), is de naam voor een koperen blaasinstrument in het bas-register. Instrumenten die onder de tubafamilie worden geschaard zijn het eufonium (soms tenortuba genoemd) en de (bas) tuba's (gestemd in F, Es, C of Bes). Tuba is een benaming die in vele talen wordt gebruikt en ongespecificeerd verstaat men onder 'tuba' meestal een bastuba. Het instrument werd in de jaren dertig van de negentiende eeuw, in Duitsland, door Wilhelm Wieprecht en J.G. Moritz ontwikkeld om zowel in militaire blaasorkesten als symfonieorkesten de leegte in het bas-register op te vullen. De tuba is conisch gebouwd en heeft meestal drie of vier ventielen, bij symfonische tuba's veelal vijf en bij F-tuba's vaak zelfs zes ventielen. Het neerdrukken van de ventielen bij een tuba vergroot in feite de lengte van de gebruikte buis, waardoor de toon verlaagd wordt. Het tweede ventiel doet zo de noot een halve toon dalen, de eerste twee halve tonen, de eerste en de tweede samen drie, de tweede en de derde samen vier, de eerste en de derde samen vijf en de drie kleppen samen zes (dit laatste komt zelden voor). Het (eventuele) vierde ventiel doet de toon meteen met een kwart dalen en wordt daarom kwartventiel genoemd. Meestal is het vijfde een verlaagde hele toon en zesde ventiel een verlaagde halve toon. De ventielen kunnen zowel voor aan het instrument staan (front action) als bovenaan(top action). Tuba's bestaan in verschillende formaten die men aanduid met 3/4 (compact), 4/4, 5/4, 6/4 (uitgebreid). Apart van het formaat kan de beker eerder breed of smal zijn.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

Info Contact Home TOP

+

+

+

+

+

+

Mondstuk van een trompet.

Foto: Adnergje

New Orleans, 1910. Jack Laine band voor entertainment tent. Drummer / bandleider "Papa" Jack Laine zit vooraan. Staande van links naar rechts, Manuel Mello, cornet; Alcide "Yellow" Nunez, klarinet; Leonce Mello, trombone; Alfred "Baby" Laine, althoorn; "Chink" Martin Abraham, bas hoorn; Tim Harris, drums.

Foto: 1910 fotograaf onbekend

Tuba: een Eufonium van Boosey & Hawkes.

Auteur: Hidekazu Okayama

Onbekende bandleden (blaasinstrumenten) spelen in front van een huis in Metlakahtla, Alaska - NARA - 297346.

Bron: U.S. National Archives and Records Administration Series: Photographs of the Inhabitants of Metlakatla, British Columbia and Metlakatla, Alaska, compiled ca. 1856 - 1936 (ARC identifier: 297169

Plesshoorn met kleppen. Ontworpen door Hertog Hans Heinrich von Pless, Opperjachtmeester van de Duitse keizer Wilhelm I.

Foto: I, Berndt Meyer

Een standaardbugel met 3 ventielen.

Foto: Jessealderliesten from nl

Roy Benson Bb school trompet, goudkleurig.

Foto:  PJ

Alt Trombone.

Auteur: w:user:Esolomon

Wieliczka zoutmijnarbeiders hoorn, in Wieliczka zoutmijn in Polen. Hoorn waarschijnlijk van een oerrund afgewerkt met montuur van zilver. Voorstellende figuur die de hoorn draagt: Hercules als zoutmijnwerker. Onder invloed van de Neurenbergse goudsmidkunst.

Geschenk van de zoutmijneigenaar Seweryn Bonar.Maker: artist: Andreas Dürer (?), Kraków, 1534. Foto: Ukko.de

Cornetspelers op de in 2008 Highland Games, Percy Perry Stadium, Coquitlam, British Columbia, Canada.

Auteur: Kashmera