App Wereld Muziek (klassieke muziek)

Muziekinstrumenten -4-: snaarinstrumenten

Een snaarinstrument (chordofoon) is een muziekinstrument waarbij het geluid veroorzaakt wordt door het trillen van snaren. In het algemeen wordt het geluid van de trillende snaar ondersteund door een klankkast of resonator (klankholte). Snaarinstrumenten kunnen ingedeeld worden op basis van de constructie en de speelwijze. Verder is er een onderverdeling te maken in akoestische instrumenten en elektrische instrumenten die gebruikmaken van elektrische pick-ups (gitaarelementen). Constructie: 1. luitachtigen, bij deze instrumenten liggen de klankkast en de hals in elkaars verlengde; de snaren lopen evenwijdig aan de kast, zoals bij een gitaar. Het bouwprincipe is dat van een lijn (tweehoek), waaronder een klankkast is gemonteerd, 2. harpachtigen, bij deze instrumenten maken de klankkast en de hals een hoek met elkaar; de snaren lopen van de hals naar de klankkast zoals harp en Lier. Het bouwprincipe is dat van een driehoek, waarin een klankkast is geïntegreerd, 3. citers, zijn snaarinstrumenten zonder hals, zoals de piano. Het bouwprincipe is dat van een vierhoek (meestal een trapezium), waarin een klankkast is geïntegreerd. Speelwijze: snaarinstrumenten kunnen worden onderverdeeld aan de hand van de manier waarop de snaren in trilling worden gebracht. Bij luitachtigen kan dat zijn door middel van strijken, met een strijkstok: strijkinstrumenten (b.v. een viool) of tokkelen, vingers (b.v. een gitaar). Bij de citers worden de snaren tot klinken gebracht door ze via een toets aan te slaan met een 'hamertje' (b.v. een piano).

Strijkinstrumenten worden bespeeld met behulp van een strijkstok en behoren tot de snaarinstrumenten. Een uitzondering is bijvoorbeeld de zingende zaag, die eveneens met een strijkstok bespeeld wordt, maar geen snaren heeft. Klassieke voorbeelden van strijkinstrumenten zijn: de viool, altviool, cello en contrabas. Minder bekend is de violofoon, dat wordt bespeeld als een viool, zonder klankkast maar met een kelk die vergelijkbaar is met een trompet. Bij besnaarde strijkinstrumenten worden verschillende toonhoogtes verkregen door het plaatsen van de vingers op de snaren. Hoe verder men de vinger naar het uiteinde van de hals op de snaar plaatst, hoe lager de toon. De snaren kan men op verschillende manieren tot klinken brengen: con arco - snaren bestrijken met een strijkstok; pizzicato - tokkelen met de vingers (dit kan zowel met de linker- als rechterhand); Bartókpizzicato - zo hard aan de snaren trekken dat ze bij het loslaten tegen het hout van de toets slaan (Béla Bartók paste dit voor het eerst toe in zijn strijkkwartetten); con sordino - met een demper op de kam; col legno - met het hout van de stok strijken (zeer zelden toegepast), flageolet - techniek waarbij men met de ene hand een vinger zachtjes tegen de snaar houdt (zonder deze tegen de toets te drukken), zodat bij het aanstrijken een eigenfrequentie van de snaar weerklinkt. Een manier waarop het timbre (de klankkleur) kan worden beïnvloed, is het toepassen van vibrato: het laten trillen van de hand die de toonhoogten op de snaar maakt, zonder dat die verschuift.

De viool is een snaarinstrument met vier snaren. De klank wordt voortgebracht door de snaren in trilling te brengen met een strijkstok (arco), of door te tokkelen met de vingers (pizzicato). De houten klankkast dient om het geluid van de trillende snaren te versterken. De viool wordt doorgaans bespeeld door het instrument tussen kin en schouder te klemmen en met de vingers van de linkerhand de snaren af drukken tegen de ebbenhouten toets om zodoende de snaar te verkorten, en dus hoger te doen klinken. De viool wordt bespeeld door een violist(e). Wie de eerste viool heeft gemaakt is onbekend( ca.1550). In de middeleeuwen bestonden er veel verschillende snaarinstrumenten. Sommige werden getokkeld, zoals de luit, andere werden gestreken, zoals de vedel en de rebec, een smal peervormig instrument. Ook de elegante lira da braccio, die al de vorm van de huidige viool had, kan als een voorloper worden beschouwd. De vier snaren zijn normaliter als volgt gestemd, van laag naar hoog: G, D, A, E.. De G-, D- en A-snaar zijn vaak van kunststof, omwikkeld met metaalfolie en titanium en slechts zelden is sprake van een staalsnaar. De betere snaren zijn echter vervaardigd uit schapendarm. De E-snaar is doorgaans van massief metaal. Darmsnaren zijn gevoeliger voor vocht, zodat de viool sneller ontstemt. De klank kan worden verzacht d.m.v. een sordino (houten of kunststof demper) op de kam. Altviool: is in Italië ontstaan (ca. 1530), en is iets groter dan de viool. Waar de klankkast van een viool zowat 35 cm lang is, is die van de altviool van 37,5 cm tot 44 cm (41 à 42,5 cm is de courantste maat).

De cello heeft een lage en warme klank, maar er kan ook heel hoog op gespeeld worden. De eerste cello werd in de 16e eeuw gebouwd in Italië. De eerst afbeelding van een cello is op een fresco van Gaudenzio Ferrari uit 1535, waarop een engel een cello bespeelt. Eerder dan de cello bestond de viola da gamba, die onder andere te onderscheiden is van de cello doordat de viola 6 snaren heeft. De cello heeft er 4. De cello werd pas aan het begin van de 17e eeuw echt van belang. De cello werd gebruikt als basso continuo-instrument, waarbij de cellist de baspartij van het klavecimbel meespeelt. Later, ondersteunden de celli in orkesten vooral de harmonieën van andere instrumenten. De cello werd op een gegeven moment zo van belang, dat de vioolbouwer Stradivarius zelfs het bouwen van basviolen stopte ten gunste van de cello. De cello werd tot in de 19e eeuw altijd tussen de knieën geklemd. Adrien-François Servais, een Belgische cellist, gebruikte voor het eerst een pin om de cello op te laten rusten. De cello is ongeveer 120 cm lang. Kleinere afmetingen van de cello worden aangeduid als 1/16, 1/8, 1/4, 1/2 3/4 en 7/8 cello's. De cello is bespannen met vier snaren en heeft twee f-gaten. De snaren van de cello zijn van hoog naar laag gestemd: A, D, G, C. De snaren lopen vanaf het staartstuk over de kam naar de stemsleutels aan de bovenzijde van de hals, onder de krul. De kam bevindt zich tussen de klankgaten op het bovenblad. De cello wordt meestal zittend bespeeld, de pin op de grond. De technieken om de cello tot klinken te brengen, zijn gelijk aan de andere besnaarde strijkinstrumenten.

De contrabas is het laagstklinkende van de strijkinstrumenten. Opmerkelijk is dat de contrabas in kwarten gestemd is (E - A - D - G), in tegenstelling tot de viool, altviool en cello, die in kwinten gestemd zijn. Er is ook een uiterlijk verschil: de contrabas heeft afhangende schouders. Deze verschillen vinden hun oorsprong in de afkomst van de contrabas. De contrabas, zoals wij die vandaag kennen, stamt uit de familie van de viola da gamba, terwijl de viool en de cello uit de vioolfamilie komen. Het equivalent van de contrabas in de vioolfamilie is de violone, die wél in kwinten is gestemd, en een bereik heeft dat een octaaf lager ligt dan de violoncello (de naam betekent "kleine viool"). De gambafamilie werd in kwarten gestemd, de contrabas dus ook. Doordat de stemming in kwarten een gemakkelijkere bespeling mogelijk maakt dan een kwintenstemming, is de contrabas sinds de tweede helft van de 19e eeuw meer in gebruik dan de violone. De viersnarige variant van de gamba, de contrabas zoals we hem nu kennen, werd voor het eerst in 1782 gebouwd. Evenals de cello staat de bas op een uitschuifbare punt. De bespeler (bassist) kan gebruikmaken van een kruk, maar zal zeker bij niet-klassieke muziek doorgaans staan. De contrabas wordt gebruikt in bijna alle muziekstijlen (popmuziek, klassieke muziek, jazz, zigeunermuziek, klezmer enz.). Het gewicht is mede afhankelijk van de dikte van het gebruikte hout. Meestal zijn (deels) van triplex gebouwde bassen lichter dan massief houten bassen. Er bestaan ook elektrische contrabassen waarbij de klankkast (gedeeltelijk) is weggelaten.

Getokkelde luitachtigen: o.a. gitaar, basgitaar, ukelele, luit, mandoline, sitar, banjo en balalaika zijn snaarinstrumenten en worden bespeeld met de vingers/nagels of een plectrum. Het woord gitaar is van Perzische oorsprong; het Perzische woord "taar" betekent "snaar". Gitaren hebben over het algemeen 6 snaren. De meest gangbare stemming is (van laag naar hoog) E-A-d-g-b-e. Slechts weinig instrumenten hebben een geschiedenis van ruim 500 jaar. Het succes van zowel de Spaanse Vihuela da mano, zeskorig (zes dubbele snaren), als de Italiaanse renaissancegitaar, vierkorig (vier dubbele snaren), heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van de Guitarra Española. Deze rijkelijk versierde en met vijf dubbele snaren bespannen barokgitaar is ontstaan in Spanje op het einde van de zestiende eeuw. Rond 1780 wordt er nog een zesde paar snaren toegevoegd aan de Guitarra Española. De meeste zeskorige gitaren in Spanje zijn gebouwd in Cádiz. Bijna gelijktijdig worden de zes koren ontdubbeld, eerst in Frankrijk en Italië, Spanje volgt pas veel later. Ook de snaarspanning wordt verhoogd. Dit wordt dan de zes-snarige “romantische gitaar” genoemd, met haar typische snorvormige kam. Klassieke gitaar of Spaanse gitaar: een gitaar met nylon snaren (vroeger darmsnaren) en de bassnaren met metaalomsponnen zijdevezels. In de negentiende eeuw worden er mechanische stemschroeven aan toegevoegd, en rond 1884 bouwt Antonio de Torres Jurado de eerste gitaar die qua vorm en bouwprincipes maar weinig meer verschilt van de 'klassieke gitaar' zoals wij die vandaag kennen.



Citerfamilie

Tot de citerfamilie behoren snaarinstrumenten, die voornamelijk bestaan uit een klankbodem die bespannen is met snaren: o.a. citer, piano, vleugel, klavecimbel, spinet, hakkebord, hommel. Piano: is een slag-, toets- en snaarinstrument uit de citerfamilie dat bespeeld wordt met een enkel klavier en 2 of 3 pedalen. De moderne piano is geëvolueerd uit de pianoforte, het instrument waarop bijvoorbeeld Mozart al zijn pianomuziek heeft gecomponeerd. Pianoforte betekent in het Italiaans letterlijk zacht (en) sterk. Doordat de kracht waarmee een hamer van het speelmechaniek de snaren bespeelt afhangt van de wijze van bespelen van een toets, kan elke toon afzonderlijk zowel luid als zacht (en de nuances daartussen) gespeeld worden. Dit ontbrak bij de voorlopers van de piano, waaronder bijvoorbeeld het klavecimbel. Later werd de naam verder ingekort tot piano; heden heeft de term pianoforte de betekenis gekregen van "authentiek instrument" van de barok- en klassieke periode. Soms ziet men ook wel de term fortepiano, wanneer men de voorloper van de moderne piano bedoelt. De huiskamerpiano (ook 'buffetpiano' of 'pianino' genoemd) is meestal verticaal opgebouwd (staand) en de piano met de snaren horizontaal noemt men een vleugelpiano. Regelmatig moet de piano gestemd worden; d.w.z. de tonen moeten weer op de juiste onderling corresponderende hoogten worden gebracht. Het stemmen van een piano is een vaardigheid die de bespeler - de pianist - over het algemeen niet zelf bezit. Een speciaal opgeleide pianostemmer komt de piano ter plekke stemmen.

Harp

De harp is een snaarinstrument dat met de vingers wordt aangetokkeld. De harp is opgebouwd uit een langwerpige klankkast waarop een groot aantal snaren gespannen zijn, die van elkaar verschillen in lengte en dikte van de snaar. Elke snaar brengt slechts één toon voort: hoe langer (en dikker) de snaar, hoe lager de toon. Harpen bestaan al een paar duizend jaar. In de prehistorie gebruikten de mensen hun jachtbogen al als muziekinstrumenten, maar die hadden maar één snaar. Door verschillende bogen achter elkaar te zetten konden ze meerdere tonen maken. Later maakten ze boogharpen; bogen met meerdere snaren. De eerste 'echte' harpen zijn al van rond 3500 v.Chr. uit Egypte bekend. De Europese harp uit de Middeleeuwen was in wezen diatonisch, net als bijvoorbeeld een doedelzak, dat wil zeggen dat hij in één bepaalde toonladder gestemd werd. Met de komst van de Ars Nova werd het gebruikelijker te muteren naar een fictief hexachord en dat betekende dat er soms verhogingen of verlagingen nodig waren. Al snel werden er een soort haakjes uitgevonden om dit probleem te verhelpen. Het bespelen van zo'n instrument is echter niet eenvoudig. Pas tijdens de 19e eeuw werd er een definitieve oplossing gevonden door Sébastien Erard; hij vond de dubbelpedaalharp uit, waarvoor hij in 1810 patent aanvroeg. De pedaalharp heeft naast 46 of 47 snaren ook een 7-tal pedalen, die elk drie standen hebben: los, halverwege ingetrapt of helemaal ingetrapt. Dankzij de pedalen was de harp een instrument geworden dat in het groeiende orkest van die dagen zijn partij mee kon blijven spelen.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP Info Contact Home

+

+

+

+

+

+

+

+

Muziekinstrumenten gemaakt door soldaten in de loopgraaf tijdens de Eerste Wereldoorlog: helmdeeel gebruikt voor een mandoline,  kalebas omgezet in een viool en een veldflesdeel ook voor een viool.

Poster van de tijdelijke tentoonstelling over de Eerste Wereldoorlog (juni-november 2014) in Parijs-Est spoorwegen station (Frankrijk). Foto: Tangopaso

Viool spelende bedoeïenen.

Bron: Bonfils, Félix (1831-1885) - 613 - Middle East, circa 1880s.

De Nederlandse violist Willem Wolthuis bespeelt hier de strohviool: de strohviool, trompetviool of violofoon (ook wel schaatsviool genoemd), is een viool zonder de houten klankkast. Het geluid wordt versterkt door een hoorn.

 Foto: Femke Wolthuis

Voor- en zijaanzicht van een viool.

Foto: Just plain Bill

Kruislings besnaarde chromatische harp.

Foto: JErika Malinoski HarpCon 2003

Voor- en zijaanzicht van de contrabas. Het heeft een piëzo pick-up, want ik gebruik het meestal in een jazzband tegenwoordig.

Foto: AndrewKepert

Cello, belangrijkste onderdelen.

Foto: Georg Feitscher. NLversie: Ed Stevenhagen at nl.wikipedia

Jali Fily Cissokho, een Mandinka kora speler uit Senegal. De kora bestaat uit een kalebas die met de huid van een koe of een antilope is bespannen. Tussen de kalebas en de mahoniehouten hals van het instrument zijn 21 snaren gespannen, in twee groepen - 11 links en 10 rechts.

Bron: Performance in the Pitt Rivers Museum". Foto: kevinzim

Jongen met een zelf gemaakt kora instrument: dat tot de harpen wordt gerekend en met beide handen wordt bespeeld; uiterlijk lijkt het instrument meer op een gitaar dan op een harp.

Gefotografeerd in de buurt Banjul in Gambia. Foto: Henryk Kotowski

Diverse snaarinstrumenten in display, zoals gitaren en violen in het Museum of Artes Populares in Mexico City.

Foto: AlejandroLinaresGarcia

+

+