App Wereld Muziek (klassieke muziek)

Componeren

Een compositie is een muziekstuk, waarvan de noten of structuur geheel of gedeeltelijk zijn vastgelegd door een componist, meestal met behulp van notatie. Dit in tegenstelling tot volledig geïmproviseerde muziek. Voorbeelden niet-genoteerde composities: elektronische (tape) muziek, en uit mondelinge tradities. In de klassieke traditie worden composities d.m.v enige vorm van notenschrift of door het noteren in een schema of grafiek, vastgelegd in een partituur. Voor het componeren in de klassieke traditie moet een aantal vaardigheden worden toegepast: 1. het neerschrijven van muzieknotatie, 2. het inzetten van muziekinstrumenten, rekening houdend met de mogelijkheden daarvan (instrumentatie), 3. het gebruikmaken van de mogelijkheden van een muziekensemble (orkestratie), 4. het gebruikmaken van artistieke vaardigheid. Voorbeelden van klassieke composities zijn: een symfonie, een vioolconcert (o), een pianotrio, een opera, een lied. Elke componist heeft zijn eigen manier van componeren. Toch zijn er bepaalde overeenkomsten tussen de verschillende werkwijzen. Uitgangspunt voor het beginnen van een compositie is het 'idee'. In de vroegere perioden van de klassieke muziek is dat meestal een thema of motief, vaak uit slechts enkele noten opgebouwd (voorbeeld: de vijfde symfonie van Beethoven (G G G Es). In het modernisme is het idee ruimer op te vatten; zo is in 'atmospheres' van Ligeti het idee een klankveld waarin afzonderlijke instrumenten niet meer herkenbaar zijn. Verder kiest de componist voor het materiaal waarmee hij werkt; de noten waarmee hij zijn thema schrijft.

Hij kan kiezen voor tonaliteit, bitonaliteit, atonaliteit (bijvoorbeeld 12 toons, heletoons), microtonaliteit, of combinaties daarvan. Tijdens het componeren kan een componist op elke plek in het muziekstuk 4 keuzes maken: 1. iets wat eerder geschreven is herhalen, 2. variëren, 3. ontwikkelen of 4. iets nieuws schrijven. Het 'idee' kan ook ingegeven zijn door buiten-muzikale indrukken. Bij analyse van een compositie is niet steeds eenduidig aan te geven wat het 'idee' was. In de volksmuziek en populaire muziek wordt soms een eenvoudiger notatiesysteem dan het notenschrift gebruikt, bijvoorbeeld de Abc-notatie. Vaak wordt ook vooral vanuit het geheugen gewerkt. Partituur is in de muziek het volledige overzicht, meestal op papier, van een muziekstuk, waarin alle afzonderlijke partijen onder elkaar genoteerd staan. De dirigent kan in de partituur met één blik het totale verloop van de muziek overzien. Bij symfonische werken beslaat elke regel uit een partituur vaak een volledige bladzijde. De componist of arrangeur is degene die de partituur samenstelt en de notatie erin verzorgt. Bij composities voor het klassieke orkest, is er een specifieke partituurvolgorde, deze omschrijft de volgorde, van boven naar beneden, waarin de notenbalken dienen te worden geplaatst. De partituurvolgorde rangschikt de instrumenten volgens de diverse instrumentgroepen, en bovendien van hoog naar laag. Deze partituurvolgorde gaat als volgt: Houtblazers, Koperblazers, Piano, Harp, enz..., Strijkers, Zang. In geval een partituur wordt samengevat spreekt men van een uittreksel.

Een componist of toondichter is een persoon die muziek componeert: hij bedenkt, creëert en schrijft deze meestal op. Het ordenen van tonen tot een muziekstuk noemt men componeren. Daarbij spelen de volgende elementen een rol: melodie, harmonie, ritme, dynamiek, tempo, instrumentatie en uitvoering. Voor de meeste geschreven vormen van muziek, zeker bij klassieke muziek, is de componist de belangrijkste factor. De componist vermeldt bij zijn compositie, in de vorm van een partituur, hoe met al de hierboven vermelde aspecten bij de uitvoering ervan rekening gehouden moet worden. Door deze vastlegging op schrift zorgt de componist er tevens voor dat de compositie bewaard blijft en gereproduceerd kan worden op de manier zoals de componist de compositie ooit bedoeld heeft. Daarnaast kan op deze manier auteursrecht geclaimd en geregistreerd worden. Bij vormen van muziek die op het gehoor gespeeld worden, bijvoorbeeld volksmuziek, Indiase of Turkse muziek, is de bron echter vaak anoniem. Thema (melodie): hieronder wordt in de muziek verstaan: een opeenvolging van tonen, d.w.z. van toonhoogten en toonduren, die in combinatie met het ritme een bepaalde muzikale gestalte vormt. Een melodie is een soort muzikale gedachte, met een specifiek karakter en met een duidelijk begin en eind. Beschouwt men, los van het ritme, enkel de intervallen van een melodie dan spreekt men van het 'melos'. In klassieke muziek wordt een melodie in regel een thema genoemd. Een compositie bestaat doorgaans uit meerdere thema's met uitwerkingen.

Harmonieleer is het onderwerp binnen de muziektheorie, dat de opeenvolging van akkoorden en hun samenhang beschrijft. In de klassieke muziek is er traditioneel sprake van zogeheten tonaal-functionele harmonie (functioneel verwijst naar tonaliteit of tonale muziek), alternatieven zijn onder andere de modaal-functionele harmonie en de atonaliteit (opzettelijk grondtoonloze muziek, waarbij geen toon belangrijker mag zijn dan de andere). Er is sprake van harmonie wanneer er meerdere en verschillende tonen tegelijk klinken. In de striktere zin wordt in de harmonieleer onder harmonie verstaan: de (al dan niet functionele) opeenvolging van akkoorden. Een akkoord is in de klassieke harmonieleer doorgaans een opeenstapeling van minimaal 2 tertsen (ook wel een 'trap' genoemd). In de ruimere zin wordt onder harmonie verstaan: het omgaan met samenklanken binnen een stuk of stijl. Bij harmonieleer ligt het accent op de verticale verbinding van de akkoorden (homofonie). Parallelverbod: volgens deze regel is het niet toegestaan dat tussen twee dezelfde stemmen opeenvolgende reine kwinten, octaven en primen optreden. Gedurende de drie opeenvolgende eeuwen (1600-1900) werden steeds ingewikkelder akkoorden en cadensen gebruikt. Zo gebruikte bijvoorbeeld Chopin regelmatig passages met niet-functionele parallelharmoniek, en ontwikkelde Wagner zwevende tonaliteit, waarbij een (functionele) grondtoon niet meer aanwezig of moeilijk te herkennen is.

Onder het tempo wordt in de muziek de snelheid verstaan waarmee een muziekstuk gespeeld wordt. Ter aanduiding van het tempo worden enkele Italiaanse termen gebruikt, zoals: allegro, vivace, presto e.d., waarmee globaal het tempo bepaald is. Voor een nauwkeuriger aanduiding wordt de duur van een bepaalde noot vastgelegd, door verwijzing naar de metronoom. Meestal komt de snelheidsaanduiding met een metronoomcijfer overeen met de teleenheid (puls) van de maatsoort, en is de Italiaanse tempoaanduiding gerelateerd aan dat pulsgevoel. In oude Europese muziekstukken stond veelal een aanduiding als tempo giusto ofwel het juiste tempo. Later gebruikten componisten ter aanduiding van het tempo een reeks Italiaanse termen, waarmee al iets meer duidelijk werd over het te spelen tempo. Weer later, na de uitvinding van de metronoom, werd het gebruikelijk het tempo aan te geven met een metronoomaanduiding. Men noteerde een noot met daarachter een getal dat aangeeft hoeveel van deze noten per minuut gespeeld moeten worden. Afhankelijk van de maatsoort is dan het tempo bepaald. Ritme is een specifieke beweging in de tijd door middel van accenten, die meestal een zeker patroon of regelmaat vertonen. In muziek is het ritme doorgaans in overeenstemming met een maatsoort. De snelheid van een ritme wordt niet het tempo genoemd, immers wordt het tempo bepaald aan de hand van het metrum of maat, maar het ritme kan wel het tempo duidelijk maken, daar het het metrum kan voorzien van hoorbare pulsen.



Muzikale dynamiek

Muzikale dynamiek is de leer der sterkteverhoudingen. Het is een bouwsteen voor de componist om het wezen van het melos te bepalen, door regulering van de toonsterkten. Wanneer een melodie eenmaal sterk- en eenmaal zacht gespeeld wordt, ervaren we een verschil in karakter. De toonsterkte kan binnen een melodie veranderen: toenemende toonsterkte geeft een toenemende spanning en omgekeerd. Er zijn in principe vier hoofdsoorten dynamiek: 1. stabiele dynamiek; schommelingen in sterkte ontbreken geheel. Deze dynamiek komt voornamelijk voor in oude objectiverende muziek uit de middeleeuwen en renaissance, 2. terrassendynamiek, ook wel registerdynamiek genoemd. Deze soort dynamiek zien we veel in de barok en vroege classicistische periode. In dit type dynamiek zijn verschillende sterktegraden naast of tegenover elkaar geplaatst zonder geleidelijke overgangen. Een speciaal geval is de echodynamiek, de herhaling van een frase in een zachtere dynamische sterkte, 3. labiele dynamiek, ook wel overgangsdynamiek genoemd, waarin verschillende sterktegraden geleidelijk in elkaar over kunnen gaan, van bijvoorbeeld zacht naar sterk of omgekeerd. Vooral toegepast vanaf de late classicistische periode tot en met heden, 4. seriële dynamiek, waarbij de dynamische sterktegraden volgens een serieel patroon zijn gerangschikt. In muzieknotatie is het gebruikelijk om het (relatieve) volume waarmee een toon, passage, of gedeelte van een muziekstuk tot klank dient te komen aan te geven met dynamiektekens.

Orkestratie of instrumentatie

Orkestratie of instrumentatie is het toekennen van muziekinstrumenten aan een partij van een compositie. De meeste partijen zijn niet voor een willekeurig instrument geschikt of zelfs maar geschikt te maken. Instrumenteigenschappen, waar met componeren / arrangeren rekening mee gehouden moeten worden, zijn: 1. de ambitus van het instrument (hoogste/laagste nog comfortabel te spelen noot), 2. de klankkleur, 3. instrumentspecifieke (on) mogelijkheden; een viool kan twee tonen tegelijk spelen, de meeste blaasinstrumenten niet; een harp kan geen lange noten spelen; blazers moeten ademhalen; violisten hebben te maken met stokvoering enz., 4. het dynamisch bereik, 5. de samenklank van verschillende instrumenten: fagot en cello versmelten bijzonder mooi met elkaar, maar altviool en klarinet net weer minder. Een orkest is een groep musici en muziekinstrumenten van allerlei soort. Het woord orkest komt van de Griekse opera. Het toneel was half rond en werd orchestra genoemd. Voor het toneel zaten de mensen die een instrument bespeelden. Verschillende soorten orkesten kunnen worden ingedeeld naar grootte: bijvoorbeeld een groot symfonieorkest met volledige klassieke bezetting versus een kleinere bezetting, zoals in een kamerorkest. Samenstelling: alleen strijkers (strijkorkest), alleen blazers (blaasorkest of harmonieorkest), alleen koperblazers en saxofoons (fanfare), alleen koperblazers (brassband). het soort muziek dat wordt gespeeld: dansorkest, salonorkest, tango-orkest, cobla.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP

+

+

+

+

+

+

+

+

Info Contact Home

Emilie Mayer (1812-1883), Duitse componiste van romantische muziek. Voorpagina Faust ouverture.

Een compositie van Bach (door hem geschreven van de koraalprelude "Wie schön leuchtet der Morgenstern" BWV 739).

Bron: Staatsbibliothek Preussischer Kulturbesitz, Berlin, Mus. ms. autogr. Bach P 488

Eerste bladzij in de partituur van de ouverture van de opera Prins Igor van Alexander Borodin, 19e eeuw.

Een partituur op de lessenaar van de dirigent.

Foto: Lupin at the English language Wikipedia

Titelpagina van de eerste druk van de uitgave van Van Beethoven's String Trios, Op. 9, gepubliceerd in Wenen in 1799.

Volksmuziek/ Wereldmuziek: 19e eeuwse afbeelding van een liedzanger met een smartlap (roldoek).

Jazzmusici Reggie Workman, Pharoah Sanders en Idris Muhammad spelen de improvisatie-rijke Free jazz tijdens een optreden in 1978.

Foto: Einar Einarsson Kvaran