App Wereld Muziek (klassieke muziek)

Componisten - 3 -

Wilhelm Friedemann Bach, 1710 – 1784 (oudste zoon van Johann Sebastian Bach), was een Duits organist, klavecinist, fortepianospeler, dirigent, muziekpedagoog en componist. Hij was werkzaam in Dresden, Halle, Braunschweig en op het laatst in Berlijn. Hij gold als de grootste organist van zijn tijd en was vermaard vanwege zijn orgelimprovisaties. In 2010 wordt herdacht dat Wilhelm Friedemann Bach 300 jaar geleden werd geboren. De muziek van Wilhelm Friedemann vertoont de 'bouwkundige' degelijkheid die aan de muziek van zijn vader eigen is, met name wat betreft het contrapunt. Daarnaast zocht (en vond) hij nieuwe uitdrukkingswijzen waarin gevoelssubjectiviteit de muzikale uitdrukking bepaalt, met veel stemmingswisselingen en veranderingen in het ritme. Wilhelm Friedemann was hierin een duidelijke exponent van een nieuwe literaire en muzikale beweging in zijn tijd, de Sturm und Drang. In dit verband is de opvatting van Zelter aan Goethe opmerkelijk (hier in vertaling): Als componist had hij de tic om zwaarmoedig origineel te zijn, zich van zijn vader en broeders te verwijderen. Zijn composities zijn door zijn biograaf Martin Falck - decennialang de onbetwiste Wilhelm Friede­mann Bachkenner - van een catalogusnummer voorzien. In 1993 promoveerde de Duitse musicoloog Peter Wollny op Wilhelm Friedemann's composities, met een inmiddels als gezaghebbend te boek staande dissertatie. Dit vormt de basis van een 'officiële' werkenlijst -is in voorbereiding- en van een beoogde complete uitgave van alle (overgeleverde) composities van Wilhelm Friedemann Bach.

Frederik II, 1712 – 1786, bijgenaamd Frederik de Grote, was koning in Pruisen vanaf 1740, en koning van Pruisen vanaf 1772 (na de annexatie van West-Pruisen). Frederik ontwikkelde een zeer gespannen verhouding met zijn vader, die vond dat zijn in muziek, filosofie, (Franse) literatuur en wetenschap geïnteresseerde zoon maar een zwakkeling was. Frederik was niet alleen een kundig veldheer, maar ook een groot diplomaat. Frederik was een groot muziekliefhebber en een goed fluitspeler. In 1731 hoorde hij de opera Cleofide van Johann Adolf Hasse, tijdens een bezoek aan Dresden. De keurvorst August II van Polen stuurde een aantal musici naar Berlijn. Aan het hof waren jarenlang de componisten Carl Heinrich Graun, de violist Johann Georg Pisendel, C.Ph.E. Bach als klavecimbelspeler en, vanaf 1741, de fluitist Johann Joachim Quantz verbonden. Het schrijven van fluitmuziek voor Frederik was niet altijd even makkelijk, want hij haatte maatstrepen. Quantz componeerde voor de vorst ongeveer 300 concerti en 200 kamermuziekwerken met fluit, in de galante stijl. Frederik had een grote voorliefde voor de fluitsonates van Muzio Clementi. In 1747 schreef Johann Sebastian Bach zijn Musikalisches Opfer op een thema van Frederik. Frederik de Grote leverde het libretto voor de opera Montezuma van Graun. Het oeuvre van Frederik de Grote bestaat uit drie wereldlijke cantates die verloren zijn gegaan, tal van opera-aria's, onder andere een gedeelte van een opera genaamd Il Re Pastore, vier fluitconcerten, 121 fluitsonates en enige marsen.

Franz Joseph Haydn, 1732 - 1809, was een Oostenrijks componist. Toen hij vijf jaar was nam zijn oom hem mee naar het stadje Hainburg, waar hij naar school ging en muziekles kreeg. Op achtjarige leeftijd werd hij sopraan in het knapenkoor van de Stephansdom in Wenen (tot zijn 17e). Hierna hield Haydn zich met wat losse baantjes in leven, zoals het meespelen in ensembles, het geven van muziekonderricht en het begeleiden van zangers zoals Nicola Porpora. Deze laatste bracht hem in contact met bekende operacomponisten als Christoph Willibald Gluck, Johann Christoph Wagenseil en Carl Ditters von Dittersdorf. Tussen circa 1765 en 1775 benoemt men zijn werk met “Sturm und Drang”: het zit vol met snel afwisselende akkoorden, abrupte wisselingen en mineurharmonieën. Haydn schreef een zeer groot aantal werken waaronder pianowerken, liederen en 125 bariton-trio’s. Verder componeerde Haydn 24 opera’s. In 1782 ontmoette Haydn Mozart; in 1790 ging Haydn naar Londen. Daar schreef hij de laatste 12 van zijn 106 symfonieën. Hij verbleef te Londen in 1791-1792 en 1794-1795. In 1795 keerde hij definitief terug naar Wenen. Daar hield hij zich tot zijn dood in 1809 vooral bezig met religieuze muziek. Vele missen en twee oratoria, Die Schöpfung en Die Jahreszeiten heeft hij daar geschreven. Deze werken waren zijn laatste en getuigden nog van een geweldige scheppingskracht. Haydn heeft grote invloed gehad op de muziekgeschiedenis. Hij ontwikkelde het strijkkwartet en gaf het zijn vorm door de vier strijkers op een gelijkwaardig niveau te plaatsen. Haydn schreef 68 strijkkwartetten.

Wolfgang Amadeus Mozart, 1756 – 1791, was een componist, pianist, en dirigent van klassieke muziek. In de standaardvisie was W.A. Mozart een wonderkind, dat op uitzonderlijk jonge leeftijd een aantal instrumenten kon bespelen en kwalitatief hoogstaand werk kon componeren. Mozart wordt als één van de belangrijkste en meest invloedrijke componisten beschouwd. Zijn werk heeft veel invloed gehad op latere componisten, onder anderen Ludwig van Beethoven en Johannes Brahms. In maart 1766 woont de familie Mozart de plechtige inhuldiging bij van stadhouder Willem V in Den Haag. Voor de gelegenheid componeert Wolfgang Amadeus Mozart er een reeks variaties op het Wilhelmus (KV 25). In 1769 wordt Mozart benoemd tot onbezoldigd concertmeester aan het hof van aartsbisschop Hieronymus von Colloredo van Salzburg. Daarna reizen vader en zoon Mozart samen en treedt Wolfgang solo op. Op 11 april hoort de jonge Mozart in de Sint-Pietersbasiliek te Rome het beroemde Miserere van Gregorio Allegri dat nooit ter inzage wordt gegeven, en weet de compositie nadien feilloos op papier te zetten. Kort daarna begint hij te werken aan zijn opera seria Mitridate( KV 87) die in december in première gaat in het Teatro Ducal in Milaan. De opera oogst er veel succes. Mozart verdient nauwelijks geld, maar wordt overal uitgenodigd om 'gratis' te spelen. In deze periode schrijft Mozart zijn balletmuziek "Les Petits Riens" (KV 299b) en de bekende "Parijse" symfonie in D groot (KV 297). De symfonie beleeft haar triomfantelijke openbare première tijdens de zogenaamde Concerts Spirituels op 18 juni.

Ludwig van Beethoven, 1770 – 1827, was een Duitse componist. Zijn stijl sluit direct aan op die van Wolfgang Amadeus Mozart en Joseph Haydn, waardoor hij vaak tot de Eerste Weense School wordt gerekend. Hij bracht het classicisme tot voltooiing en bereidde de weg voor de romantiek. Beethoven wordt als één van de belangrijkste en invloedrijkste componisten beschouwd. Beethoven nam in 1779 in Bonn lessen bij Christian Gottlob Neefe, een hoforganist, die hem in contact bracht met de werken van Bach, Haydn en Mozart. Op elfjarige leeftijd kon Beethoven Das wohltemperierte Klavier van Bach bijna in zijn geheel uit zijn hoofd spelen en schreef hij zijn eerste composities. Op twaalfjarige leeftijd kon Beethoven al invallen voor Neefe als organist en theaterkapelmeester. In 1781 bezocht Beethoven met zijn moeder Rotterdam en Den Haag, waar hij optrad voor Erfstadhouder Prins Willem V van Oranje-Nassau en zijn entourage. In 1784 componeerde Beethoven op 13-jarige leeftijd zijn allereerste pianoconcert in Es majeur (Wo04). Op 29 maart 1795 gaf Beethoven zijn eerste openbare concert in Wenen. Beethoven kreeg te kampen met toenemende slechthorendheid. Rond 1819 was Beethoven volledig doof. In de periode van juni tot en met oktober 1803 schreef Beethoven de Eroïca, zijn derde symfonie, die hij aan Napoleon opdroeg. Beethoven heeft de hele 19e eeuw overheerst met zijn muziek. We noemen: 9 symfonieën, waarvan de 3e, de 5e en de 9e de bekendste zijn en de laatste (de 9e) met 4 zangsolisten en koor, met het slotkoor Ode an die Freude op tekst van Schiller.



Gioacchino Antonio Rossini, 1792 - 1868, was een Italiaanse componist. In een periode van twintig jaar( 1810-1829) componeerde hij maar liefst 40 opera's. Zoals bij veel beroemde componisten kreeg hij zijn eerste muziekonderricht van zijn vader, die hoornist en trompettist was. Vervolgens ging hij in 1806 naar Bologna, waar hij studeerde aan het Liceo Musicale bij Padre Stanislao Mattei. In 1810 kreeg hij zijn eerste compositieopdracht voor een opera. In 1813 boekte hij grote successen met zijn opera's Tancredi en L'Italiana in Algeri. Twee jaar later, in 1815, toen hij verbonden was aan het Teatro San Carlo in Napels, componeerde hij naast opera seria's ook komische werken (opera buffa's), zoals Il barbiere di Siviglia (gebaseerd op het toneelstuk Le Barbier de Séville, 1775, van Pierre Beaumarchais), La Cenerentola en La gazza ladra. In 1822 huwde hij met de sopraan Isabella Colbran en na de laatste opera voor zijn Italiaanse publiek geschreven te hebben, Semiramide, vertrok hij naar Londen. Zijn laatste grote theaterstuk, Guillaume Tell, schreef hij in 1829. Vervolgens componeerde hij alleen nog geestelijke werken, zoals het Stabat Mater en de Petite Messe Solennelle. Tot zijn bekendste werken (voornamelijk opera's) behoren La Cenerentola, Il barbiere di Siviglia, La gazza ladra (De stelende, of diefachtige, ekster), La scala di seta (De zijden ladder), L’Italiana in Algeri en Guillaume Tell. Enkele kenmerken van zijn muziekstijl: virtuoze zangpartijen, zonnige en prettig in het gehoor liggende melodieën, het fameuze Rossini-crescendo, en een overwegend homofone stijl.

Franz Peter Schubert, 1797 — 1828, was een Oostenrijks componist. Toen hij acht jaar was begon zijn vader hem vioollessen te geven en zond hij de kleine Franz voor zanglessen naar Michael Holzer. Franz zong zo mooi, dat hij werd aangenomen als 'Sängerknabe' bij de Weense hofkapel. Nadat hij op 19 oktober 1814 zijn eerste meesterlijke lied 'Gretchen am Spinnrade' had geschreven, ontwikkelde zijn compositorische vermogen zich geheel in 1815, het vruchtbaarste jaar van zijn leven. Vier opera's, twee symfonieën, 144 liederen - waaronder 'Erlkönig' en 'Heidenröslein' -, twee Missen, een strijkkwartet en twee pianosonates, waren het resultaat. In Wenen woonde hij afwisselend bij vrienden. Hij componeerde dagelijks van 's morgens zes tot 's middags een uur, zonder een pauze in te lassen. 's Avonds trof hij zijn vrienden in het café. In 1820 werd voor het eerst een Singspiel van Schubert opgevoerd: 'Die Zwillingsbrüder'. Men riep enthousiast om de componist, maar Schubert weigerde te verschijnen omdat hij zo armoedig gekleed was. Schubert werd ernstig ziek. Uit deze tijd stamt zijn 'Rosamunde' muziek en de liederencyclus 'Die schöne Müllerin'. Het grootste gedeelte hiervan werd in het ziekenhuis geschreven. Volgens de chronologische ordening van al Schuberts werken door Otto Erich Deutsch schreef hij 988 stukken waaronder 8 symfonieën, 10 ouverturen en andere orkestwerken, 15 strijkkwartetten, 3 pianotrio's, 31 dansen voor piano, 7 missen, 46 werken voor mannenkoor, 567 liederen met pianobegeleiding, impromptus en moments musicaux voor piano solo, en 36 solo zangstukken.

Info Contact Home


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP

Reliëf, Wilhelm Friedemann Bach, Alte Jakobstraße 56, Berlin-Mitte, Duitsland.

Foto: OTFW, Berlin

Franz Joseph Haydn, 1791.

Schilder: Thomas Hardy. Bron: Royal College of Music Museum of Instruments

Wolfgang Amadeus Mozart, uitsnede uit schilderij 1780 van Johann Nepomuk Della Croce.

Bron: Stiftung Mozarteum in Salzburg/Austria.

Franz Peter Schubert.

Schilder: W. A. Rieder: F S. Oil painting, 1875, after Rieder's watercolor painting of 1825. Bron: Historisches Museum der Stadt Wien

 Ludwig van Beethoven.

Schilder: Joseph Karl Stieler, 1819 or 1820. Bron: Beethoven-Haus, Bonn

Gioacchino Antonio Rossini, 1865.

Fotograaf: Étienne Carjat. Bron: harvardartmuseums.org

Ingekleurde tekening van Frederik II.

Inkleuring: Jan Arkesteijn. Bron:  http://www.lib.utexas.edu/photodraw/portraits/index.html