App Nederland Geschiedenis NL

Nederlandse

 Spoorwegen

De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM of HSM) werd op 8 augustus 1837 te Amsterdam opgericht en was de eerste Nederlandse spoorwegmaatschappij. De oprichters waren de civiel (burger) ingenieur Brade en de zakenmannen Serrurier en Le Chevelier, allen uit Amsterdam.

De eerste concrete stappen voor een spoorlijn in Nederland waarbij de overheid initiatiefnemer was dateren uit 1839. Koning Willem I kondigde op 30 april 1838 per Koninklijk Besluit de aanleg van de Rhijnspoorweg aan. Deze verbinding tussen Amsterdam en Arnhem was in 1843 af en werd gebruikt door de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij (NRS).

Ontstaansgeschiedenis van het Spoor

Spoorwegen zijn in het begin van de 19e eeuw in Engeland ontstaan als innovatie in de mijnbouw. Werk in kolenmijnen was zwaar en gevaarlijk, en dus bestond er grote behoefte aan hulpmiddelen om dit werk te verlichten. Een hulpmiddel was het gebruik van karretjes die over spoor reden, om de kolen in te vervoeren; dan hoefden de kolen niet meer in manden op de rug vervoerd te worden. Aanvankelijk werden houten rails gebruikt, later kwamen rails van gietijzer beschikbaar. Het gebruik van rails zorgde ervoor dat de rolweerstand laag was, zo konden meer kolen vervoerd worden. De karretjes werden verplaatst met handkracht, met paarden of door ze op zwaartekracht van de helling te laten rollen.

In de mijnen was ook behoefte aan arbeidsvermogen om grondwater weg te pompen en om liften te bewegen. Aanvankelijk werd hiervoor handkracht, paardenkracht of waterkracht gebruikt, maar later werden stoommachines ingeschakeld. Vervolgens werd bedacht dat men de stoommachine ook voor het vervoer van de kolenkarretjes zou kunnen gebruiken. Richard Trevithick was in 1804 de eerste die een stoommachine op rails zette. Zijn probleem was dat de gietijzeren rails niet bestand waren tegen het gewicht van de stoommachine en geregeld braken. Later is dit opgelost door rails van gewalst staal te gebruiken. Ook andere “kinderziektes” maakten zijn ontwerp onbruikbaar.

In 1825 werd de Stockton and Darlington Railway geopend, bedoeld als verbinding om kolen van de mijn naar de haven te brengen. Locomotiefbouwer George Stephenson bewerkstelligde dat voor deze verbinding stoomtractie (-kracht) in plaats van paardentractie (-kracht) werd gebruikt. Bovendien werd besloten de lijn openbaar toegankelijk te maken, zodat hij ook voor andere zaken dan het vervoer van kolen gebruikt kon worden. Het was min of meer een verrassing dat de lijn ook voor reizigersvervoer erg in trek bleek. Door dit succes werd de lijn een voorbeeld voor andere spoorwegen, die spoedig volgden.

De eerste spoorwegen waren vooral aangelegd voor het goederenvervoer. Al vrij snel kwamen ook de eerste rijtuigen voor het vervoer van personen. Er waren open rijtuigen met zitbanken en de meer comfortabele postkoetscarrosserieen, toegankelijk met zijdeuren, die op spooronderstellen gemonteerd werden. Pas later zijn er rijtuigen gekomen waar reizigers aan de balkonuiteinden konden instappen en van rijtuig tot rijtuig konden doorlopen.

Zoals begin 21e eeuw de telecommunicatie als de drijvende industrie wordt gezien, gold dat in de 19e eeuw voor de spoorwegen.

Nederland

Na de opening van de eerste spoorwegen in het Verenigd Koninkrijk en België, werden er ook in Nederland plannen gemaakt voor spoorwegen. In 1831 kwam voor het eerst het plan ter sprake voor het openen voor de eerste lijnen, die de havens van Amsterdam en Rotterdam een snelle verbinding moesten gaan bieden met Duitsland. Uiteindelijk zou de eerste spoorlijn in 1839 niet richting Duitsland lopen, maar van Amsterdam naar Haarlem.

In Nederland reed op 20 september 1839 de eerste trein tussen Amsterdam en Haarlem. Het was een initiatief van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM). De locomotief De Arend vertrok die dag om precies 13:30 uur vanuit station d'Eenhonderd Roe aan de rand van Amsterdam (ongeveer ter hoogte van de huidige Van Hallstraat) met een sleep van negen rijtuigen. Ook stoomlocomotief De Snelheid reed mee voor het geval dat de locomotief uit zou vallen. Na een klein half uur arriveerde de colonne onder muzikale begeleiding en een groot aantal genodigden in Haarlem. Het afgelegde traject bedroeg 16 kilometer. De rit was zeer succesvol en de machinisten, stokers en conducteurs werden beloond met een bonus ter hoogte van een half weekloon. Vier dagen later werd de lijn voor het publiek opengesteld. Deze spoorlijn werd uitgebreid en bereikte Leiden in 1842, Den Haag in 1843 en Delft en Rotterdam in 1847. Deze lijn wordt ook wel de Oude Lijn genoemd. Deze eerste spoorlijn werd aangelegd met een spoorwijdte van 1945 mm (breedspoor). Alle latere spoorlijnen werden aangelegd met het inmiddels gebruikelijke normaalspoor (1435 mm). In 1866 was al het breedspoor omgebouwd tot normaalspoor.

In 1843 werd de tweede Nederlandse spoorlijn geopend, de Rhijnspoorweg van Amsterdam naar Utrecht, in 1845 verlengd naar Arnhem. Deze lijn werd aangelegd door de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij (NRS), die in 1855 ook een zijlijn opende van Utrecht naar Rotterdam.

In de eerste decennia van spoorwegaanleg in Nederland was dit voornamelijk op particulier initiatief. Tot in de jaren vijftig van de 19e eeuw waren enkele hoofdspoorlijnen aangelegd, maar vergeleken bij de omringende landen was er inmiddels een grote achterstand. Daar waren al grote spoorwegnetten aan het ontstaan, terwijl in Nederland de aanleg stagneerde. In Nederland waren er in 1860 een aantal kleine, geheel los van elkaar staande, spoorwegnetwerken. In 1860 werd de Nederlandsche Centraal-Spoorweg-Maatschappij (NCS) opgericht, deze legde tussen 1863 en 1865 de lijn Utrecht – Amersfoort – Zwolle – Kampen aan.

Het kabinet-Rochussen diende in 1860 een wetsvoorstel in inzake de aanleg en exploitatie van de Noorder- en Zuiderspoorweg. Dit werd door de Eerste Kamer verworpen, waarna het kabinet viel. Het kabinet werd opgevolgd door het kabinet-Van Hall-Van Heemstra dat er wel in slaagde een Spoorwegwet tot stand te brengen. Er kwam daardoor spoorwegaanleg van staatswege, terwijl de wijze van exploitatie later bij wet zou worden geregeld. In de wet werd de staatsaanleg van tien Staatslijnen vastgelegd naar alle delen van het land, die werden geopend tussen 1863 en 1873. Elke staatslijn werd aangeduid met een letter; A t/m K (tien lijnen).

De door de staat aangelegde spoorwegen werden niet geëxploiteerd door een staatsbedrijf, maar door de particuliere Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (SS) die in 1863 werd opgericht. Een aantal staatslijnen werd echter niet geëxploiteerd door de SS, maar door de HSM (HIJSM).

De twee grootste maatschappijen, de HSM en SS, waren in een felle concurrentiestrijd gewikkeld.

De eerste elektrische spoorlijn in Nederland was de Hofpleinlijn. Geopend op 1 oktober 1908 en geëxploiteerd door de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij (ZHESM). In 1934 reed de eerste dieseltrein in Nederland.  

Op 1 januari 1938 leidde dit tot een fusie en de oprichting van de N.V. Nederlandsche Spoorwegen, waarvan de aandelen volledig in handen kwamen van de Nederlandse staat.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het Nederlandse spoorwegnet wederopgebouwd en tegelijk gemoderniseerd. Vanaf 1948 werd een groot aantal nieuwe locomotieven en treinstellen gebouwd.

Deze grote hoeveelheid nieuwe materieel betekende ook dat er steeds minder stoomlocomotieven nodig waren, en uiteindelijk reed op 7 januari 1958 de laatste stoomtrein in reguliere dienst in Nederland.

Het Spoorwegmuseum, voorheen Nederlands Spoorwegmuseum (NSM), is sinds 1954 gevestigd in het in 1874 gebouwde Maliebaanstation aan de Oosterspoorweg in de stad Utrecht.

In 1951 wees F.Q. den Hollander, toenmalig president-directeur van de NS, het in 1939 gesloten Maliebaanstation in Utrecht aan als nieuwe locatie voor het museum. Na verbouwing werd het museum op 5 november 1954 officieel geopend. Er was hier veel meer ruimte om de collectie aan het publiek te tonen, en historisch materieel kon op de sporen van het voormalige station opgesteld worden. Tot 2003 was de lange rij historische stoomlocomotieven langs het eerste perron het meest in het oog springende deel van deze collectie.

Na verschillende verbouwingen werd in 2002 besloten het museum opnieuw ingrijpend te verbouwen. Het stationsgebouw uit 1874 werd na de sluiting in september 2003 weer geheel leeggehaald en nu grotendeels teruggebracht in de 19e-eeuwse staat, aangevuld met de Koninklijke wachtkamer afkomstig uit het in 1973 gesloopte station Den Haag Staatsspoor. De restauratiearchitect was Leo Wevers van Bureau Vlaardingerbroek & Wevers te Utrecht.


Op het terrein ligt sinds 2005 ook een stuk breedspoor t.b.v. locomotief 'De Arend' (replica). In het kader van het 175 jarig bestaan van de spoorwegen in Nederland is dit breedspoor op 19 juli 2014 verlengd op het spooremplacement. Dit 1945 mm breedspoor is grotendeels als drierailig spoor aangelegd en bied de mogelijkheid bij bijzondere gelegenheden met het aanwezige breedspoor materieel te rijden.

In het voorjaar van 2005 werd door Het Spoorwegmuseum een geheel nieuwe museumformule gepresenteerd. De formule is geïnspireerd op de wetenswaardigheid dat men het station in de negentiende eeuw ook wel de poort naar de wereld noemde. Het station werd ervaren als het beginpunt van een ontdekkingsreis.


In Het Spoorwegmuseum maakt de bezoeker via verschillende Werelden een reis door de geschiedenis. De werelden vertegenwoordigen elk een belangrijke tijdspanne in de ontwikkeling van het spoor ingedeeld in historisch, maatschappelijk, romantisch of technologisch opzicht. De werelden 1, 3 en 5 zijn hierbij ingericht als pretparkattractie zoals een walkthrough (wereld 1), darkride (wereld 3) en simulator (wereld 5). Wereld 2 - La belle époque 1860-1900: Droomreizen (de hoogtijdagen van de internationale treinen rond 1900), Wereld 4 - Op weg naar vandaag 1950-2005: De Werkplaats (de grote hal met treinen).

De collectie rollend materieel bevat onder meer stoomlocomotieven, elektrische locomotieven, locomotoren, diesellocomotieven, motorrijtuigen, treinstellen, rijtuigen, goederenwagons en enkele trams.

Info Het Spoorwegmuseum: http://www.spoorwegmuseum.nl

George Stephenson is bekend als uitvinder van de eerste praktisch toepasbare stoomlocomotief.

Stephensons vader werkte als stoker bij een kolenmijn en George werd ook machinist in de mijn van Killingworth. Hij had veel belangstelling voor techniek en vooral in de stoommachine. Hij werd gepromoveerd tot onderhoudsmonteur en kreeg van de mijndirectie toestemming om met de stoommachine te experimenteren.

In 1814 had hij zijn eerste stoomlocomotief gebouwd, de Blücher, genoemd naar de Pruisische maarschalk Gebhard Leberecht von Blücher. Deze locomotief was in staat om 30 ton steenkool met een snelheid van 4 mijl per uur te trekken. Met de Blücher was de eerste locomotief op rails een feit. In de volgende vijf jaren bouwde hij 16 locomotieven.


In 1829 werd Stephenson winnaar van een wedstrijd om £ 500 uitgeschreven door de Liverpool & Manchester spoorwegdirecteuren om te bepalen welke stoomlocomotief ze gingen gebruiken voor hun spoorwegen. Stephenson nam deel met The Rocket waarmee hij op een indrukwekkende wijze won en een bekendheid werd. Door dit succes kreeg hij vele contracten. Het geld dat hij verdiende investeerde hij in talrijke projecten.

De eerste stoomlocomotief werd al in het jaar 1804 door Richard Trevithick gebouwd, 10 jaar voor Stephensons eerste locomotief. Omdat Trevithicks locomotief met veel kinderziektes te kampen had, en praktisch niet toepasbaar was, wordt Stephenson toch als de bouwer van de eerste bruikbare locomotief gezien.

De locomotief fluit en de stoker schept kolen op het vuur. Klaar voor vertrek? Een avontuurlijke reis door een andere tijd begint!

Tussen de historische Zuiderzeesteden Hoorn en Medemblik v.v. rijden de stoomtrams van dorp naar dorp over het platteland.

Meer info Museumstoomtram Hoorn-Medemblik: http://www.museumstoomtram.nl

Stoomtrein Goes-Borsele v.v. Onze authentieke museumtreinen rijden over onze eigen spoorlijn van Goes via Kwadendamme naar Hoedekenskerke.

Meer info Stoomtrein Goes-Borsele: http://www.destoomtrein.nl

TOP Info Contact Home

+

+

+

+

+

+

Paleis op de Dam, Amsterdam 1890-1900 middelpunt van paardentrams; getrokken door 1 paard, nu onacceptabel (dierenwelzijn).

Foto: Reproduction number: LC-DIG-cph-3g02127 from Library of Congress, Prints and Photographs Division, Photochrom Prints Collection.

De laatste paardentram in Zurich Zwitserland, 5 Augustus 1900.

Auteur: upload by Adrian Michael.

Locomotion Nr. 1 (eerst Active genoemd) van Stephenson opening van de Stockton and Darlington Railway op 27 September 1825, om kolenkarren te trekken.

It is now housed in the Darlington Railway Centre and Museum. Foto: Chris55.

Stephenson's Rocket at the Science Museum, London.

 Transferred from en.wikipedia to Commons using CommonsHelper / PushForCommons. Auteur: William M. Connolley (talk · contribs).

Loc 30 ("Hoorn") van de Museumstoomtram (Hoorn-Medemblik).

Foto: Erik Baas.

Bezoek met rondleiding Museum JoCas jeugd in 2006 in Het Spoorwegmuseum: Koninklijke wachtkamer.

Foto: Cor Bastinck

Replica van De Arend uit 1839 onder stoom.

 Auteur: Quistnix

Entree van Het Spoorwegmuseum, Voormalig Maliebaanstation te  Utrecht, Nederland.

Foto: Bert van As, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Willem II - Grondwet 1848


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.