App Wereld Muziek (klassieke muziek)

Componisten - 5 -

Georges (Alexandre César Léopold) Bizet, 1838 - 1875, was een Frans componist die het meest bekend is van zijn opera Carmen en zijn orkestsuites L'Arlésienne. Als muzikaal wonderkind studeerde hij vanaf zijn negende jaar aan het Conservatorium in Parijs waar hij vele competities won. In 1857, Bizet was toen negentien, won hij de prestigieuze Prix de Rome voor de eenakter Le Docteur Miracle. Deze aanmoedigingsprijs stelde hem in staat enige jaren in Italië te studeren. Bizet is het meest bekend van zijn opera’s, maar schreef ook symfonieën en liederen. Zijn bekendste symfonie is zijn eerste, de Symfonie in C uit 1855. Het stuk werd pas in 1935 voor het eerst uitgevoerd nadat het manuscript door dirigent Felix Weingartner (1863-1942) in Parijs was ontdekt. Hij schreef het op zijn zeventiende en nam daarbij Charles Gounods (1818-1893) Symfonie Nr. 1 als voorbeeld. Één van zijn weinige directe successen was de opera Les pêcheurs de perles (De parelvissers). Hij schreef het stuk voor de Opéra-Comique in Parijs in 1863. De opera is vooral bekend om het duet voor tenor en bariton, Au Fond Du Temple Saint. Zijn bekendste werk is de opera Carmen (1875). Het stuk is een bewerking van een novelle met dezelfde titel van Prosper Mérimée (1803-1870) over een dramatische liefdesgeschiedenis van een Spaanse zigeunerin. Carmen was niet onmiddellijk succesvol. Het publiek was aanvankelijk geschokt door het warmbloedige hoofdpersonage en de tragische afloop van het verhaal. Carmen zou uitgroeien tot een van de bekendste en meest populaire opera’s ter wereld.

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski, 1840 – 1893, was een Russisch componist wiens muziek door landgenoten uit zijn tijd, in het bijzonder de leden van Het Machtige Hoopje (rond 1870 gevormd gezelschap van vijf belangrijke Russische componisten van die tijd), als (te) westers werd bestempeld. Tsjaikovski was ambtenaar en studeerde muziek aan het Conservatorium van Sint-Petersburg, en werd vervolgens leraar aan datzelfde conservatorium. Tsjaikovski reisde veel, werd overal geëerd, maar was een eenzelvig en eenzaam mens. Naast 6 symfonieën schreef hij o.a. symfonische gedichten, opera's, pianowerken en werken voor viool. Vooral zijn eerste pianoconcert, zijn vioolconcert, zijn laatste drie symfonieën, zijn balletmuziek en zijn bombastische Ouverture 1812 worden vaak uitgevoerd. Tsjaikovski slaagde erin om invloeden uit de West-Europese klassieke muziek succesvol te verbinden met de Russische muziek. Zijn muzikale voorkeur ging uit naar Mozart en Mendelssohn. Zijn werken zijn ook geliefd vanwege de zeer welluidende orkestratie en de rijkdom aan melodieën. Tsjaikovski verwerkte in een aantal composities op bijzondere wijze de wals, niet alleen in zijn balletten, maar ook in zijn symfonieën. Bekende werken: balletten als Het Zwanenmeer, op. 20 (1877); De Schone Slaapster (Doornroosje), op. 66 (1890); De Notenkraker, op. 71 (1891 - 1892). Opera: De Maagd van Orléans (1878 - 1879, herzien in 1882). Symfonische gedichten: Romeo en Julia, ouverture naar Shakespeare (1869, herzien in 1870 en 1880); Slavische Mars, op. 31 (1876); Hamlet ouverture, op. 67a (1888).

Gustav Mahler, 1860 – 1911, was een in Bohemen geboren en opgegroeide Oostenrijkse componist en dirigent van Joodse afkomst. Mahler gold als één van de belangrijkste dirigenten van zijn tijd, maar wordt tegenwoordig vooral gezien als de componist die de late romantiek verbonden heeft met de moderne periode van de klassieke muziek. Als dirigent was hij onder andere actief aan de operahuizen van Boedapest en Hamburg en aan de hofopera te Wenen. In Wenen was hij tevens dirigent van de Wiener Philharmoniker. Typerend voor Mahlers werk is de unieke wijze waarop hij zang kan verbinden met instrumentale muziek. Verder maakte hij het aspect klankkleur steeds belangrijker door het tot onderdeel van de muzikale structuur te maken. Het eerste deel van de 9e symfonie is hiervan een goed voorbeeld. Zijn houding tot de symfonische vorm heeft zijn gehele leven en tot op heden toe grote bewondering, maar ook tegenstand gekend. De meeste van zijn symfonieën zijn groots van structuur, hebben een tijdsduur van tenminste een vol uur en doen een beroep op maximale orkestrale middelen. In navolging van Beethovens 9e symfonie maakte hij gebruik van zangstemmen in de 2e, 3e, 4e en 8e symfonie. De laatstgenoemde vereist een groot aantal executanten en wordt daarom wel "Sinfonie der Tausend" genoemd. Daartegenover staat de orkestrale liedcyclus Das Lied von der Erde, die hij ook "eine Sinfonie" noemde. De 10e symfonie bleef onvoltooid, maar diverse musicologen, onder wie Deryck Cooke, hebben 'uitvoeringsversies' gemaakt van de nagelaten schetsen.

Giacomo (A.D.M.S.M.) Puccini, 1858 – 1924, was een Italiaans componist. Hij wordt beschouwd als één van de beste operacomponisten aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw. Hoewel hij als operacomponist vrijwel onmiddellijk op handen werd gedragen door het publiek, heeft hij lange tijd moeten wachten op erkenning van critici en kenners. Het gevoel dat hij in de schaduw stond van de reuzen Verdi en Wagner heeft hem gedurende zijn gehele leven gemotiveerd om zichzelf te overtreffen. Zijn laatste en onvoltooide opera Turandot getuigt hiervan en wordt algemeen aanvaard als een absoluut meesterwerk. Na een korte carrière als kerkorganist besloot hij, na een opvoering van Verdi's Aïda, operacomponist te worden. In 1882 deed Puccini mee aan een wedstrijd voor een opera in één bedrijf. Hoewel hij niet won, werd zijn inzending Le Villi in 1884 opgevoerd aan het Teatro Dal Verme en trok daarbij de aandacht van uitgever Giulio Ricordi. Die bestelde een tweede opera: Edgar. Zijn derde opera Manon Lescaut was een succes. De volgende opera, La Bohème, wordt beschouwd als één van zijn beste werken en ook als één van de meest romantische opera's ooit. Zijn volgende opera, Tosca, was Puccini's eerste uitstapje naar verismo, de naturalistische stijl in literatuur en opera. Deze opera werd bij de première zeer vijandig ontvangen. Deze kritiek was grotendeels georkestreerd door rivalen van Puccini. Na enkele herzieningen is het een van zijn meest succesvolle opera's geworden. De meeste musicologen zijn het erover eens dat Puccini's werk getuigt van groot meesterschap.

Sergej Vasiljevitsj Rachmaninov, 1873 – 1943, was een Russisch componist, pianist, dirigent en muziekpedagoog. Hij geldt als één van de belangrijkste pianisten van de 20e eeuw en was als componist voortzetter van de Russische romantiek. Tot zijn bekende werken behoren het tweede en derde pianoconcert, de prelude in cis mineur uit Morceaux de Fantaisie, zijn tweede symfonie en Rapsodie op een thema van Paganini. Muzikaal talent werd bij Rachmaninov reeds vroeg ontdekt. Zijn oudere neef introduceerde de 12-jarige Rachmaninov bij Nikolaj Zverev, een conservatoriumdocent die begaafde jongelingen voorbereidde op het conservatorium. Na vier jaar werd Rachmaninov toegelaten tot het conservatorium van Moskou. Tijdens die periode componeerde Rachmaninov zijn eerste pianoconcert (1891). Dit werk staat bekend als opus 1. In 1892 ontstond de beroemde prélude in cis (op. 3 nr. 2, "Klokken van Moskou"), uit de aan Arenski opgedragen reeks pianowerken Morceaux de Fantaisie, op. 3. Hij schreef de sonate voor cello en piano (op. 19) welke tegenwoordig als één van de belangrijkste cellowerken van de 20e eeuw wordt beschouwd. In 1909 ontstond ook het virtuoze en vooral in Amerika succesvolle derde pianoconcert (op. 30). Rachmaninov is tegenwoordig bekend om zijn fascinerende pianomuziek, die de reputatie heeft technisch zeer moeilijk te zijn. Bekend zijn de Préludes op. 23 en 32, zijn Études-Tableaux op. 33 en 39. Hij heeft vele genres beoefend: symfonieën, opera's, koorwerken, liederen, symfonische gedichten, transcripties en kamermuziek.



Info Contact Home

Robert Stolz, 1880 - 1975, was een Oostenrijks componist en dirigent. Hij schreef meer dan 60 operettes en talrijke filmmuziek. Hij wordt nog steeds de koning van de Weense operette genoemd. Vele nu nog bekende en geliefde "schlagers" kwamen van zijn hand, bijvoorbeeld: "Adieu, mein kleiner Gardeoffizier", "Du sollst der Kaiser meiner Seele sein", "Im Prater blüh'n wieder die Bäume" en "Zwei Herzen im Dreivierteltakt". Robert Stolz bleef tot op hoge leeftijd actief in de muziek en heeft ook vele televisieoptredens gedaan samen met de tenor Rudolf Schock. Niccolò Paganini, 1782 – 1840, was een in het Italiaanse Genua geboren vioolvirtuoos en componist. Op elfjarige leeftijd trad hij voor het eerst op als violist, na muziekonderricht van zijn vader te hebben genoten en les op gitaar zowel als viool. Zijn oeuvre bevat onder meer 6 vioolconcerten, concertstukken voor viool en orkest, 12 sonata's voor viool en gitaar, als ook de beroemde 24 Capriccio's voor viool voor viool solo, studies voor viool, enzovoort. Vanaf 1797 reisde hij door Europa en trad op in onder andere Wenen en Parijs. Zijn bekendheid groeide hierdoor. In 1831 ging hij voor het eerst op tournee in Engeland. Paganini en zijn werk hebben veel andere componisten geïnspireerd. Het grootste deel van zijn leven bespeelde hij de viool Il Cannone. Hij leed aan het Marfan syndroom, hierdoor had hij zeer lange vingers.

George Gershwin, 1898 – 1937, was een Amerikaans componist. Gershwin werd vooral bekend door zijn werk op de grens van het bestaande klassieke genre en de opkomende jazz. Gershwin begon zijn loopbaan rond 1916 als liedjescomponist. Een liedjescomponist speelde zijn muziek in een winkel waar bladmuziek verkocht werd, met het doel de verkoop van zijn bladmuziek te vergroten. Al snel kreeg Gershwin landelijke bekendheid in Amerika en kwam hij in contact met theaterproducenten. Hij begon musicals te schrijven voor Broadway die grote successen werden. Hij schreef bijvoorbeeld bijdragen aan een aantal van de Ziegfield Follies. Verder schreef hij de muziek voor musicals als Lady, Be Good!, Oh, Kay!, Funny Face, Show Girl, Strike up the Band, Crazy for You en Of Thee I Sing. Ondanks zijn grote successen bevredigde het lichte genre hem niet. Hij wilde als een serieuze 'klassieke' componist gezien worden. Zijn eerste en belangrijkste poging daartoe was het in 1924 schrijven van de Rhapsody in Blue, die te beschouwen is als een poging om klassieke muziek en jazz tot elkaar te brengen. Gershwin zette zich daarna aan het componeren van zijn meesterwerk: de opera Porgy and Bess, die in 1935 voltooid werd en waarin alle gezongen rollen door negerzangers en -zangeressen vertolkt werden. Slechts een paar zeer kleine 'sprekende' rollen werden door blanken vertolkt. De Amerikaanse componist Ferde Grofé heeft het stuk later voor piano en symfonieorkest bewerkt. Dat zou de versie worden die de geschiedenis in ging en die ook tegenwoordig altijd gespeeld wordt.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP

Georges Bizet, tussen 1860 and 1875.

Foto: Étienne Carjat. Bron: Derivative works of this file: Classical music composers montage.JPGImage:Georges bizet.jpg. Auteur: Verlag Hermann Leiser, Berlin-Wilm.

Gustav Mahler, 1860-1911.

Bron: Prints and Photographs division van de Library of Congress via digitaal ID cph.3a00825

George Gershwin, 1920 - 1930.  

Bron:  Prints and Photographs division van de Library of Congress via digitaal ID cph.3a40628

Pjotr I. Tsjaikovski, 1893.

Schilder: Nikolai Dmitriyevich Kuznetsov. Bron: Tretjakovgalerij, Moskou. Image taken from BG-Gallery.ru

Giacomo Puccini, 1908.

Bron:  Prints and Photographs division van de Library of Congress via digitaal ID cph.3a40628

Sergei Rachmaninov, 1901.

Bron: http://www.senar.ru/photos/