App Wereld Muziek (klassieke muziek)

Dirigenten

Een dirigent is de leider van een orkest, koor of ander muziekgezelschap. Het leiden van het orkest zelf wordt directie genoemd. Ook het vak van het opleiden van muziekstudenten tot dirigent wordt aan conservatoria directie genoemd. Een dirigent leidt de repetities en de officiële uitvoeringen voor publiek of opname en beslist hoe een compositie gespeeld en/of gezongen wordt, de zogenaamde interpretatie. De werkelijke kunst van het dirigeren bestaat niet zozeer in het aangeven van de maat, alswel in het overbrengen van emoties, musici overtuigen van de gewenste interpretatie, en hen motiveren. Tot de vereisten voor een goede dirigent behoren een ijzeren wil, grote stressbestendigheid, grote algemene cultuurkennis, overredingskracht, verbeelding, en, naast een goede slagtechniek (al dan niet met dirigeerstokje), een uitstekende conditie. De dirigent maakt veelal gebruik van een partituur, een muziekboek waarin de partijen van alle instrumenten en stemmen staan met hun muzieknotatie. Veel dirigenten spelen ook zelf een instrument en zo kan het gebeuren dat vele musici later dirigent worden. Ook componisten hebben vaak het dirigeerstokje gehanteerd. Voor het eind van de 18e eeuw werden orkesten op verschillende manieren geleid. Bij orkesten aan een vorstelijk hof kon er een kapelmeester zijn die behalve voor de kerkmuziek ook bij andere gelegenheden musici leidde. Soms stond de leider staande te spelen en werd Stehgeiger (staande violist) genoemd, soms werd de maat geslagen met behulp van een manshoge zware dirigeerstaf.

In het begin van de negentiende eeuw gebruikte componist en dirigent Ludwig Spohr een klein stokje om de maat aan te geven en halverwege deze eeuw was het dirigeerstokje ingeburgerd. Het was tevens een gewoonte dat componisten hun eigen stukken dirigeerden. Haydn deed dat vaak vanachter het klavecimbel, Beethoven stond voor het orkest. Andere componisten, zoals Weber, Franz Liszt, Sergej Rachmaninov, Spohr, Berlioz, Louis-Antoine Jullien en Mendelssohn dirigeerden ook werken van anderen. Vanaf omstreeks 1850 werd dirigeren een beroep. Grote dirigenten waren Hans von Bülow, Gustav Mahler, Arthur Nikisch, Luigi Mancinelli en Arturo Toscanini. Tegen het eind van de negentiende eeuw was het vak van dirigent uitgegroeid tot artistiek leider van orkesten. In de twintigste eeuw werd het vak verder ontwikkeld door grote dirigenten als Willem Mengelberg, Wilhelm Furtwängler, Herbert von Karajan, Leonard Bernstein en Bernard Haitink. In Wenen leidde Hans Swarowsky een generatie lang dirigenten als Claudio Abbado, Mariss Jansons, Lorin Maazel en Zubin Mehta op. Ook Franco Ferrara stond bekend als een uitstekend docent orkestdirectie bij wie velen het vak leerden. Tijdens het jaarlijkse zomerfestival van het Boston Symphony Orchestra te Tanglewood krijgen ook jonge dirigenten veel ruimte; wijlen Leonard Bernstein begeleidde er velen van hen, bijvoorbeeld Marin Alsop. Een assistentschap bij een dirigent of orkest van wereldnaam heeft vele jonge dirigenten in hun carrière aanzienlijk geholpen.

Hans von Bülow, 1830 - 1894, was een Duits dirigent, virtuoos, pianist en componist. Hij was één van de beroemdste dirigenten van de 19e eeuw; zijn bemoeienis was voor diverse belangrijke componisten uit die tijd een factor van betekenis om succes te krijgen. Één van zijn vindingen was de contrabas met vijf snaren en de pauken die voorzien waren van pedalen in te voeren in het orkest; die pauken werden vanaf dat moment standaard instrumenten in het symfonieorkest. Door zijn bijzonder accurate, gevoelige en diepzinnige musicale interpretaties, vestigde hij zijn naam als een virtuoos dirigent. Gustav Mahler, 1860 – 1911, was een Oostenrijkse componist en dirigent. Mahler gold als één van de belangrijkste dirigenten van zijn tijd, maar wordt tegenwoordig vooral gezien als de componist die de Late Romantiek verbonden heeft met de moderne periode van de klassieke muziek. Arthur Nikisch, 1855 - 1922, was een Hongaarse dirigent. Hij staat bekend om zijn interpretaties van de muziek van Bruckner, Tsjaikovski, Beethoven en Liszt. Nikisch werd later dirigent van het Boston Symphony Orchestra en van 1893 tot 1895 dirigent van de Koninklijke Opera in Boedapest. In 1895 volgde hij Carl Reinecke op als dirigent van het Gewandhausorchester in Leipzig. In hetzelfde jaar werd hij chefdirigent van de Berliner Philharmoniker. Nikisch wordt gezien als een van de grondleggers van de moderne orkestdirectie, met een grondige analyse van de partituur, een eenvoudige slag en een charisma dat de volledige orkestklank en diepte in de muziek tot zijn recht liet komen.

Luigi Mancinelli, 1848 - 1921, was een Italiaans componist en dirigent. In 1879 dirigeerde hij een openingconcert met werken van Weber, Mendelssohn, Beethoven, Mozart en Liszt. Vervolgens werd hij gevraagd om Aïda van Verdi te dirigeren, wat hem een aanstelling als dirigent aan het Teatro Apollo in Rome opleverde. In 1884 dirigeerde hij in Bologna werken van Beethoven. Mancinelli begon nu naam te maken en kreeg opdrachten om te dirigeren, o.a. vanuit Parijs, Londen, Madrid, Buenos Aires en de Metropolitan Opera in New York. Arturo Toscanini, 1867 - 1957, was een Italiaanse dirigent. In 1886 maakte hij als dirigent een tournee door Brazilië. In 1895 werd hij vaste dirigent in Turijn, en in 1898 bij het operahuis van La Scala te Milaan. In 1908 kreeg hij een aanstelling aan de Metropolitan Opera in New York. In Nederland dirigeerde Toscanini enige keren het Residentie Orkest. Zijn interpretaties van de werken van Beethoven, Brahms, Verdi en Giacomo Puccini zijn beroemd. Joseph Wilhelm Mengelberg, 1871 – 1951, was een Nederlands dirigent, die van 1895 tot 1945 aan de leiding stond van het Concertgebouworkest in Amsterdam. Mengelberg studeerde piano, compositie en orkestdirectie aan het conservatorium van Keulen. Na zijn glansrijk afstuderen ging hij in 1892 in Luzern werken als koor- en orkestdirigent. In 1895 werd hij uitgenodigd om Willem Kes bij het Concertgebouworkest op te volgen. Deze had het orkest omgevormd tot een gedisciplineerd beroepsorkest. Mengelberg bouwde het in vijftig jaar verder uit tot één van de toonaangevende orkesten.

Wilhelm Furtwängler, 1886 – 1954, was een Duits dirigent en componist. Op twintigjarige leeftijd maakte Furtwängler zijn debuut als dirigent. Hij had toen al enkele composities op zijn naam staan. In 1920 kreeg hij een vaste aanstelling bij de Staatskapelle Berlijn en in 1922 tegelijkertijd bij het Gewandhausorchester te Leipzig en de Berliner Philharmoniker. Later werd hij muzikaal leider van de Wiener Philharmoniker, de Salzburger Festspiele en de Richard-Wagner-Festspiele, hetgeen werd gezien als de toppositie die een dirigent kon bereiken in Duitsland in die dagen. Herbert von Karajan, 1908 — 1989, was een Oostenrijks dirigent. Hij dirigeerde vele jaren de Berliner Philharmoniker. Von Karajan wordt in muziekkringen veelal als één van de meest prominente uitvoerende musici van de 20e eeuw beschouwd. Aan zijn uitvoeringen valt vooral de aandacht voor de klankschoonheid op. Hij dirigeerde een bijzonder breed repertoire. Hij had met name grote affiniteit met de werken van Ludwig van Beethoven, Johannes Brahms, Anton Bruckner en Jean Sibelius. Pas laat waagde Von Karajan zich aan de symfonieën van Gustav Mahler. Leonard Bernstein, 1918 – 1990, was een Amerikaanse componist, dirigent, pianist en muziekpedagoog. Hij werd voor het eerst bekend toen hij in 1943 bij een concert te New York als dirigent inviel. Hij brak internationaal vooral door met zijn musical West Side Story. Bernstein musiceerde meeslepend, met inzet van heel zijn wezen. Hij legde veel emoties in de muziek, soms ook als er meer aanleiding was tot distantie. Hij was lang de icoon van de klassieke muziek in Amerika.



Bernard Johan Herman Haitink, 1929 - , is een Nederlands dirigent. Hij was violist in een aantal orkesten voor hij muziekdirectie ging studeren. In 1955 werd hij tweede dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest. Na in 1961 samen met Eugen Jochum (tot 1964) tot eerste dirigent van het Concertgebouworkest te zijn benoemd, vergaarde hij internationale vermaardheid, wat in 1967 leidde tot zijn benoeming als eerste dirigent van het London Philharmonic Orchestra, dat hij leidde tot 1979. In 1988 nam hij afscheid van het Concertgebouworkest. Kenmerkend voor zijn stijl van dirigeren is de wijze waarop hij grote muzikale spanningsbogen weet te realiseren en zowel aan de grote lijn als aan details in de muziek evenwichtig aandacht schenkt. Claudio Abbado, 1933, - , is een Italiaanse dirigent. Zijn debuut was in 1960 in La Scala in Milaan. Van 1968 tot 1986 was Abbado muzikaal leider van La Scala, en vanaf 1979 tot 1988 ook van het London Symphony Orchestra. Na zijn periode bij het Scala werd Abbado muzikaal leider van de Wiener Staatsoper. In 1989 werd hij benoemd tot muzikaal leider van de Berliner Philharmoniker. Mariss Jansons, 1943 - , is een Lets dirigent. Jansons was dirigent van het Filharmonisch Orkest van Sint-Petersburg en het Filharmonisch Orkest van Oslo, waar hij 20 jaar aan verbonden was. Jansons is bij vooraanstaande orkesten gastdirigent geweest. Sinds 2003 is hij chef-dirigent van het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks in München. In 2004 volgde hij Riccardo Chailly op als chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam.

Lorin Varencove Maazel, 1930 - , is een Amerikaans/Frans dirigent, violist en componist. Al op zevenjarige leeftijd kreeg hij les in dirigeren, en hij debuteerde toen hij acht was. Op zijn twaalfde toerde hij door Amerika als dirigent van belangrijke orkesten. Op vijftienjarige leeftijd debuteerde hij als violist. In Wenen studeerde hij orkestdirectie. Maazel werd vooral bekend door zijn optreden als dirigent van het nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker waarbij hij ook viool speelde. Zubin Mehta, 1936 - , is een Indiaas dirigent. In 1958 werd Mehta benoemd tot assistent-dirigent bij het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra. Twee jaar later al werd hij bevorderd tot plaatsvervangend chefdirigent van het Los Angeles Philharmonic Orchestra. In 1961 werd hij artistiek leider van het Montreal Symphony Orchestra. Van 1962 tot 1978 bekleedde hij dezelfde functie bij het Los Angeles Philharmonic Orchestra. In 1968 werd hij aangesteld als muzikaal adviseur van het Israëlisch Philharmonisch Orkest. Negen jaar later werd hij muzikaal leider van dit orkest, waarvan hij uiteindelijk in 1981 tot 'dirigent voor het leven' benoemd werd. Sinds 1998 is Zubin Mehta eerste dirigent van de Bayerische Staatsoper te München. Sinds 2006 is hij vaste gastdirigent van het Orquestra de la Comunitat Valenciana in Valencia. Marin Alsop, 1956 - , is een Amerikaanse violiste en dirigente. Zij begon al na haar tweede verjaardag met pianolessen en vanaf haar vijfde studeerde ze ook viool. Tussen 1979 en 1988 studeert ze orkestdirectie. In 2007 werd Alsop muziekdirecteur van het Baltimore Symphony Orchestra.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP Info Contact Home

+

+

Een dirigeerstok of baton.

Auteur: "Benutzer:Mary_C."

Ludwig Spohr als jonge man.

Auteur/ Bron: de:Datei:Louis spohr.jpg. Original uploader was Trallewatsch.

Luigi Mancinelli.

Bron: http://www.luigiverdi.it/.

Lorin Maazel.

Bron: Barbara Haws at English Wikipedia (Uploader claims to be 'Chris Lee'.)

Dirigeergrafiek, 1905: 14 opvallende poses van de moderne dirigent;

tekening van Hans Schliessmann. Auteur en Bron: Schließmann, Hans (1928) Dirigenten von Gestern und Heute / Conducters of Yesterday and Today / Chefs d’orchestre d’hier et d’aujourd’hui. Zeichnungen von Hans Schließmann, Vienna, Austria: Gerlach & Wiedling, pp. 30

Hans Guido Freiherr von Bülow.

Fotograaf: E. Bieber, Berlin u. Hamburg. Bron: New York Breitkopf & Härtel, between 1880 and 1894. Bieber sold this work in the form of photo-cards, as evidenced by these copies published in 1889 and 1897.

Bernard Haitink, 1984.

Bron: Dutch National Archives, The Hague. Auteur: Anefo / Croes, R.C.