App Wereld Ontdekkingsreizigers

Christoffel Columbus

Columbus werd geboren in 1451, in de Italiaanse havenstad Genua. Zijn precieze geboorteplaats wordt betwist. Hij zei zelf dat hij uit Genua kwam, wat in zijn eigen tijd niet betwijfeld werd, en ook door veel historici aanvaard wordt. Sommigen menen echter dat hij een andere afkomst had, die hij om een of andere reden liever verzweeg. De meeste historici gaan er vanuit dat Columbus gewoon van Genua komt, omdat er bovendien wettelijke documenten bestaan die dat bevestigen. Iets anders wat aanleiding geeft tot discussies, is de plaats van zijn graf. Columbus overleed in Valladolid (Spanje) op 20 mei 1506. Zijn graf is verschillende keren van plaats gewijzigd, voor het laatst in 1898, toen hij in Sevilla (Spanje) werd begraven in een praalgraf in de grootste kapel, de Capilla Mayor, van de Kathedraal van Sevilla (Catedral de Santa Maria de la Sede) in Spanje. Enkele jaren daarvoor werd echter in Santo Domingo (Dominicaanse Republiek) een grafkist van Don Cristóbal Colón aangetroffen die in 1992, bij de 500-jarige verjaardag van de ontdekking van Amerika, in een groot monument even buiten Santo Domingo werd bijgezet. De Dominicanen menen dat in het graf in Spanje niet Christoffel, maar diens zoon Diego Columbus begraven ligt. Na DNA-tests in 2006 lijkt het er op dat de stoffelijke overblijfselen in Sevilla de echte zijn.

Columbus ging werken als koopman bij een Italiaanse handelsfirma, waarvoor hij op diverse landen langs de Middellandse Zee voer. In 1476 wordt de handelsvloot, waarvan Columbus' schip deel uitmaakt, op weg van Genua naar Engeland voor de zuid-west kust van Portugal aangevallen door een Franse piraat. Het schip waarop Columbus zeilt, wordt in het gevecht tot zinken gebracht en hij spoelt meer dood dan levend aan nabij Kaap Sint-Vincent (Portugal). Columbus vervoegt zich, na zijn herstel te Lagos in de Algarve, bij zijn broer Bartolomeus, die zich in Lissabon had gevestigd als kaartenmaker. De volgende jaren is Portugal zijn thuishaven, hij huwt er met Felipe Moniz Perestrello, met wie hij kort na het huwelijk afreist naar Madeira en het eiland Porto Santo (nu een autonome eilandengroep van Portugal in de Atlantische Oceaan) waar haar broer gouverneur is. Samen hebben ze een zoon Diego, Felipe overlijdt echter al na enkele jaren. Tijdens zijn Portugese jaren voer hij behalve naar Madeira onder meer naar Noord-Europa (Engeland, Ierland en wellicht ook IJsland) en naar El Mina in West-Afrika. In die tijd voeren Portugese schepen langs de kust van Afrika, op zoek naar een route om Indië te bereiken. Columbus kwam in contact met diverse wetenschappers, onder wie Paolo dal Pozzo Toscanelli, en raakte er van overtuigd, dat het mogelijk was om Indië te bereikten door naar het westen te varen.

In 1484 diende hij, bij het hof van Johan II, een verzoek in tot steun voor een expeditie naar Indië via het westen. Aangezien de Portugezen echter al successen boekten door de Afrikaanse kust af te varen, werd zijn voorstel verworpen. Hij verlaat in 1485 Portugal en vestigt zich in Spanje, waar hij zijn project wil voorleggen aan koning Ferdinand en koningin Isabella. Hijzelf begint een relatie met Beatriz Enriquez (met wie hij nooit zal trouwen), die hem een tweede zoon schenkt, Ferdinand, zijn latere biograaf. Na jaren wachten komt de bevoegde commissie in 1490 eindelijk met een advies. Columbus' voorstel wordt verworpen, en hij probeert daarom blijkbaar ook het Franse en Engelse hof te winnen voor zijn plannen, steeds zonder resultaat. Pas wanneer de Reconquista (herovering van de Spaanse provincie Granada, een toenmalig koninkrijkje in Zuid-Spanje) is volbracht, toont het Spaanse hof opnieuw belangstelling. De onderhandelingen verlopen niet zonder problemen, en na een breuk tussen beide partijen wordt Columbus door een koerier te paard teruggehaald om uiteindelijk op 17 april 1492 de koninklijke goedkeuring te krijgen. Volgens het bereikte akkoord wordt Columbus, ingeval van welslagen, de titels verleend van admiraal en onderkoning, zal hij gouverneur worden van de ontdekte gebieden, en een tiende van alle verworven kostbaarheden mogen behouden.

Hij kreeg drie bemande schepen, waaronder het vlaggeschip de Santa María, tot zijn beschikking. Op 3 augustus 1492 vertrok de vloot. Martín Alonso Pinzón voerde het bevel over het schip de Pinta, diens broer over de Niña en Columbus over de Santa Maria (en de vloot als totaal). Na een tussenstop op de Canarische eilanden, voor het inslaan van proviand en uitvoeren van scheepsherstellingen, begon de vloot op 6 september, gedreven door de Passaat (oostelijke wind die het warme oppervlaktewater in de richting van Azië stuwt), aan de oversteek van de Atlantische Oceaan. Hoewel Columbus de dateringen en afgelegde afstanden nauwgezet noteerde, informeerde hij zijn bemanning verkeerd, om hen de indruk te geven dichter bij huis te zijn dan in werkelijkheid het geval was. Op 12 oktober 1492 kwam er land (een eiland) in zicht. Columbus dacht dat hij in Indië was en noemde de inwoners Indianen. Het eiland noemde hij San Salvador. Hij ontdekte nog diverse andere eilanden, één daarvan noemde hij Cuba. Terwijl Columbus de kusten van Cuba verkende, ging Pinzón er met de Pinta vandoor, zonder Columbus' toestemming, nadat hij van indianen verhalen had gehoord over een goudeiland. Columbus zette koers naar het oosten en korte tijd later kwam hij bij toeval Pinzón weer tegen, en voer vervolgens terug naar Europa. Op 4 maart 1493 bereikte hij Lissabon, van waaruit hij naar de Spaanse koning in Barcelona reisde.

Op de tweede reis in september 1493, vertrokken 17 schepen uit de haven van Cádiz. Hij ontdekte de eilanden Dominica, Guadeloupe en Puerto Rico. Al snel overleed een groot deel van de oorspronkelijke inwoners aan de griep en de pokken, waarmee ze door de Spanjaarden waren besmet. Bij zijn eerste reis had hij een eiland ontdekt dat hij Hispaniola noemde (klein Spanje, het huidige Haïti en de Dominicaanse Republiek) en daar de nederzetting La Navidad gesticht met een deel van de bemanning. Columbus wilde nu zo snel mogelijk weer naar La Navidad. Toen hij daar aankwam hoorde hij, dat alle 39 Spanjaarden vermoord waren door de Indianen. Columbus stichtte vervolgens een nieuwe kolonie op Hispaniola onder de naam La Isabela en benoemde zichzelf namens de Spaanse koning tot Gouverneur. Hij voer vervolgens naar het westen en ontdekte het eiland Jamaica. Columbus volgde daarna nog een groot deel van de zuidkust van Cuba. Na enkele honderden kilometers ging hij ervan uit dat Cuba bij het vasteland hoorde en dwong zijn bemanningsleden dat op papier te bevestigen. Bij zijn terugkomst gaf Columbus veel geschenken aan koning Ferdinand en koningin Isabella. Tijdens zijn derde reis in 1498 ontdekte Columbus het vasteland van Zuid-Amerika, bij de rivier de Orinoco, en het eiland Trinidad. Op Hispaniola had Columbus af te rekenen met een muiterij. De Indianen werden mishandeld en vermoord. Columbus wilde orde op zaken stellen, maar dat lukte hem niet.





Columbus gevangen genomen en berecht

Na veel klachten over Columbus zond de Spaanse koning als zijn gezant, Francisco de Bobadilla om de klachten en beschuldigingen tegen Columbus te onderzoeken. Bobadilla had onbeperkte bevoegdheden om Columbus van zijn ambt te ontheffen en diens adellijke titel "Admiraal der Oceanen" nietig te verklaren. Hij zou Columbus met zijn broers Diego en Bartolomeo als gevangenen naar Spanje moeten overbrengen. Bobadilla begon in het jaar 1500 zijn onderzoek. Hij vernam zeer ernstige misdrijven: machtsmisbruik, het toeëigenen van levensmiddelen en loon van zijn medewerkers, razzia's op inboorlingen, maar het zwaarst telde de klacht van de Roomskatholieke geestelijken, die hem vertelden dat Columbus stelselmatig het dopen (bekering tot het christendom) van inboorlingen door missionarissen verbood. De doop zou namelijk de lucratieve slavenhandel, die Columbus dreef, onmogelijk maken (christenen mochten niet door andere christenen als slaven verkocht worden). Zijn titels werden Columbus ontnomen, en hij en zijn broers werden geketend terug naar Spanje gevoerd, waar ze op 20 november 1500 aankwamen. Na zes weken gevangenis in Spanje, werd Columbus ontvangen door het Hof. Hij vroeg eerherstel, maar het Hof ging niet in op zijn eisen. Columbus behield nog wel zijn titels, maar zij hadden geen betekenis meer. Hij verloor het gouverneurschap van Hispaniola. Wel werd Columbus vrijgelaten.

Vierde en laatste reis

In 1502 kreeg Columbus toestemming voor een vierde reis. Hij bevoer de Midden-Amerikaanse kust van Kaap Gracias a Dios tot Panama en merkte dat de indianen hier duidelijk een hoger beschavingspeil hadden dan die op de eilanden. Columbus was intussen ziek geworden en lag een tijd in coma. Bij Panama raakte hij in gevecht met de lokale indianen en raakten zijn schepen zwaar beschadigd door paalworm (tasten het hout aan). Op de terugweg kwam hij bovendien in een storm terecht waardoor hij strandde op Jamaica. Hij stuurde twee bemanningsleden per kano naar Santo Domingo (huidige hoofdstad Dominicaanse Republiek) om hulp te vragen, die pas na een jaar kwam. Een opvallende episode van zijn verblijf op Jamaica was dat hij de indianen wist over te halen hem eten te brengen door met succes een maansverduistering te voorspellen. In juni 1504 kwam er eindelijk hulp, en een half jaar later was hij weer in Spanje. Op 20 mei 1506 stierf Columbus op 55-jarige leeftijd. Zelf heeft hij nooit geweten dat hij een tot dan toe onbekend werelddeel had 'ontdekt': Amerika, genoemd naar de ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci. Een jaar na Columbus' dood verscheen de naam Amerika voor het eerst op een kaart.

Het ei van Columbus !

Tijdens een gastmaal bij kardinaal Mendoza werd tegen Columbus gezegd dat ook iemand anders Indië (“Amerika”) had kunnen ontdekken als hij het niet had gedaan.

Columbus vroeg daarop alle aanwezigen of ze hun ei rechtop konden laten staan. Niemand lukte het. De eieren vielen steeds om. Columbus pakte toen zijn ei en maakte één kant plat door het op tafel te tikken. Het ei bleef nu rechtop staan. Hij zei dat "iedereen wel iets kan ontdekken, maar dat het erom gaat wie dat het eerste doet."

Zelf proberen?: Hard gekookt ei plattikken op de kant waar het luchtholletje zit. In regel aan de bolle kant.



  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP Info Contact Home

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Eerste reis van Columbus.

Tekening: Keithpickering

Tweede reis van Columbus.

Tekening: Keithpickering

Derde reis van Columbus.

Tekening: Keithpickering

Vierde en laatste reis van Columbus.

Tekening: Keithpickering

Christoffel Columbus. Schilder: Alejo Fernández tussen 1531 en 1536.  

Foto: Manuel Rosa

Christoffel Columbus knielt neer voor koningin Isabella I van Spanje.  

Bron: From the Library of Congress,

Afgebeeld is de landing op 12 oktober 1492 van Christoffel Columbus in West-Indië, op een eiland dat door de inboorlingen Guanahani wordt genoemd en door Columbus San Salvador. Hij heft de koninklijke vlag en claimt de grond voor zijn Spaanse patroons. Hij staat blootshoofds met zijn hoed aan zijn voeten ter ere van de heiligheid van het evenement. De kapiteins van de Niña en de Pinta volgen en dragen de vlag van Ferdinand en Isabella. De bemanning toont een scala aan emoties, sommigen zoeken naar goud in het zand. Inboorlingen kijken van achter een boom toe.

Schilder: John Vanderlyn (1775-1852), 1847.  Bron: Architect of the Capitol

Het graf van Columbus in Sevilla.

Foto: Paul Hermans