App Wereld Ontdekkingsreizigers

David Livingstone en Henry Stanley

David Livingstone (1813 – 1873) was een Schots missionaris (brenger evangelie en bekering tot het christendom) en één van de bekendste ontdekkingsreizigers van zuidelijk Afrika. Henry Stanley was een journalist en ontdekkingsreiziger (1841 - 1904).

Livingstone werd geboren in Blantyre, een plaats op een tiental kilometer van Glasgow in Schotland in een klein appartement van een huurkazerne, Shuttle Row genaamd, speciaal gebouwd voor de arbeiders van de katoenmolens aan de oevers van de Clyde rivier. Zoals alle andere kinderen van het dorp, werd hij reeds op tienjarige leeftijd tewerkgesteld in de katoenmolens, voor een 14 uren durende werkdag - van 's morgens zes uur tot 's avonds acht uur. Samen met alle andere kinderen, die in deze katoenmolens werkten, diende hij ook nog de nachtschool te volgen. De meeste kinderen konden door vermoeidheid nauwelijks hun ogen openhouden en sliepen tijdens deze lessen. Maar David concentreerde zich en volgde aandachtig de lessen. Bij zijn thuiskomst studeerde hij verder en leerde zijn lessen tot diep in de nacht. Ook gebruikte hij, zowel in de katoenfabriek als daarbuiten, elk vrij ogenblik om boeken en de natuur te bestuderen. Tijdens deze periode trok een oproep voor Chinese Missieposten zijn aandacht en hij besloot om als medisch missionaris naar China te gaan. Maar zelfs door hard en onverzettelijk verder te studeren, kon hij zich niet eerder dan op 23-jarige leeftijd inschrijven, bij de medische en theologische faculteit van Glasgow.

Hij studeerde er tijdens de wintermaanden, en keerde tijdens de zomermaanden terug naar de katoenfabrieken om er te werken. In 1838, toen zijn studies voldoende ver gevorderd waren, wendde hij zich tot de London Missionary Society en solliciteerde er, met succes, voor een aanstelling als missionaris in China. Zijn vertrek naar China werd echter vertraagd door het uitbreken van de Opiumoorlog in november 1839. In afwachting van zijn vertrek woonde Livingstone een lezing bij van een andere Schotse missionaris, Dr Robert Moffat. Deze Anglicaanse missionaris was met verlof vanuit zijn missiepost in Kuruman, in zuidelijk Afrika, ongeveer 800 km ten noorden van Kaapstad. Hij sprak over de uitgestrekte en ongerepte gebieden van Centraal-Afrika, waar het christelijk geloof nog niet of nauwelijks verkondigd was. De belangstelling van Livingstone werd daardoor verlegd van China naar Afrika. Hij verzocht, en verkreeg, van de London Missionary Society een wijziging in zijn aanstelling en vertrok in 1840 naar Afrika. Nadat Livingstone via Kaapstad in Kuruman (in de Noord-Kaap, provincie Zuid-Afrika) was aangekomen, trok hij verder noordwaarts om nog verder in de binnenlanden het geloof te verkondigen. In 1843 stichtte hij een nieuwe missiepost, te Kolobeng, 350 km. ten noorden van Kuruman. In 1845 trouwde hij met Mary, de dochter van Robert Moffat.

Een ander voorval in deze eerste jaren in Afrika, was een aanval door een leeuw. Doordat één van zijn mannen de aandacht van de leeuw kon afleiden, heeft Livingstone het er levend vanaf gebracht. Wel hield hij hieraan een blijvende blessure aan zijn linkerarm over. Ten noorden van Kolobeng (dorp waar Livingstone verbleef) lag de Kalahariwoestijn, en voorbij deze woestijn lag het Ngamimeer, dat nog nooit door Europeanen was gezien. Livingstone wilde de woestijn doorkruisen en bij de, ten noorden van de woestijn wonende, Makololo-stam, missiewerk verrichten. Met enkele metgezellen trok hij in 1849 de woestijn in. Hun gids verdwaalde, maar ze slaagden er uiteindelijk toch in, om de ten noorden van de woestijn gelegen rivier de Zouga te bereiken en het Ngamimeer. De Makololo's, 300 km verder naar het noorden, bereikten ze echter niet. In 1850 herhaalde hij deze tocht, met in zijn gezelschap onder meer zijn hoogzwangere vrouw en zijn kinderen. Door malaria verzwakt, lukte het Livingstone en zijn medereizigers opnieuw niet om voorbij het Ngamimeer door te dringen. In 1851 waagde Livingstone nogmaals een poging, via een andere route, en opnieuw met vrouw en kinderen. Na diverse ontberingen, waaronder gebrek aan water, bereikten zij de Chobe, een zijrivier van de Zambezi. Hier bleef Livingstones familie achter, hijzelf reisde met zijn vriend Cotton Oswell verder, en bereikte nu wel Sebituane, de koning van de Makololo's.

Hij kreeg de toestemming een missiepost op te richten, doch tijdens zijn verblijf stierf de koning. Livingstone reisde nog verder noordwaarts totdat hij de Zambezi-rivier bereikte. Hier kreeg Livingstone het idee om naar de westkust te reizen, doch hij keerde eerst om, terug naar zijn vrouw en kinderen, die hij begeleidde naar Kaapstad. Nadat zij op het schip naar Engeland waren gezet, volgde Livingstone zijn roeping als ontdekkingsreiziger. In 1852 trok Livingstone vanaf Kaapstad weer noordwaarts, naar Linyanti, een stad van de Makololo (tegenwoordig in noord-Botswana). Daar ontmoette hij de nieuwe koning, Sekeletu, een zoon van Sebituane. Deze betoonde zich, net zoals zijn vader, zeer vriendelijk tegenover Livingstone, en deze kreeg een groep van 27 Makololo's mee om hem te vergezellen tijdens zijn reis. Livingstone vertrok in januari 1854 stroomopwaarts de Zambezi op. Na de Zambezi bijna tot aan de bron gevolgd te zijn, trok hij westwaarts naar de kust. Hierbij kwam hij in Portugees gebied (Angola), en hier kwam hij ook voor het eerst in aanraking met de slavenhandel, die hem met afschuw vervulde. Na een reis van 2400 km door grotendeels onbekend gebied, bereikte Livingstone Luanda (grootste- en hoofdstad van Angola; een zeehaven aan de Atlantische Oceaan), waar de Portugezen hem hartelijk ontvingen. In september koos Livingstone de weg terug. Het duurde bijna een jaar tot hij Linyanti weer bereikte. Nog geen maand later vertrok Livingstone opnieuw, nu stroomafwaarts de Zambezi af.

Op 17 november 1855 bereikte hij een reusachtige waterval, die hij de Victoriavallen noemde. Op 10 mei 1856 bereikte hij uiteindelijk de stad Quelimane in Mozambique, waarmee hij als eerste van west naar oost, dwars door Afrika was getrokken. Terug in Engeland werd Livingstone als een held binnengehaald. De Britse regering en de Royal Geographic Society bekostigden de volgende expeditie van Livingstone. Hij wilde in deze expeditie Zuidoost-Afrika openleggen voor de handel. Hier had hij twee redenen voor. Ten eerste hoopte hij dat de komst van 'normale' handel een belangrijke factor zou zijn voor de uitroeiing van de slavenhandel in het gebied. Ten tweede hoopte hij dat dit het land ook voor de Christelijke zending open zou leggen. Er werd onder meer een stoomboot ingezet, de Ma-Robert, gebouwd in Liverpool en het eerste schip ter wereld met een stalen romp, waarmee men de Zambezi op wilde varen. In mei 1858 stond Livingstone aan de mond van de Zambezi. Dit bleek echter tegen te vallen. Tot Tete en verder ging het goed, maar de stroomversnellingen van Quebrasa, waar Livingstone op zijn vorige reis zonder ze te zien omheen was getrokken, bleken moeilijker te zijn dan hij had gedacht, en het schip kon hier niet verder.



Strijd tegen de slavenhandel

Livingstone besloot daarop zijn aandacht te verleggen naar de Shire, een zijrivier van de Zambezi. Doch ook hier waren stroomversnellingen en besloot hij het gebied te voet te verkennen. Hij ontdekte het Shirwameer, en hoorde van het Nyasameer (huidig Malawimeer). Bij een volgende tocht trok hij de Shire op tot aan de stroomversnellingen, en vervolgens over land naar het Malawimeer, dat hij op 16 september 1859 bereikte. Hier bevond hij zich ook bij een van de grootste slavenroutes naar de kust. Hij stuurde plannen naar Engeland om een boot te laten maken die uit elkaar genomen en voorbij de stroomversnellingen gedragen kon worden. Een enkele gewapende boot op het Nyasameer kon de slavenhandel een grote slag toebrengen, zo geloofde hij. Een boot te krijgen op het Nyasameer was echter nog niet zo gemakkelijk. De route over de Zambezi en de Shire ging door Portugees gebied, en de die waren nauw betrokken bij de slavenhandel, en dus niet van zins zich met de bestrijding daarvan bezig te houden. Livingstone voer de Ruvuma op, in de hoop dat deze een route naar het Nyasameer zou opleveren, maar deze bleek al snel te ondiep te worden, zodat er niets anders opzat dan toch via de Shire te reizen. Er werd een missiepost opgericht en Livingstone bracht het Nyasameer in kaart. Pogingen om een schip op het meer te krijgen mislukten echter. In 1863 werd de expeditie door de regering teruggeroepen.

Bron van de Nijl

In die tijd vroeg men zich af, waar de bron van de Nijl zou zijn. Livingstone werd gevraagd om dit raadsel op te lossen. Op 19 maart 1866 vertrok hij vanuit Zanzibar (oostkust Tanzania). In 1870 overleed zijn vrouw Mary Moffat Livingstone aan bronchitus. Dit was aan de rand van de Zambezi. Met slechts drie helpers, trok hij in 1870 noordwestwaarts, en bereikte op 29 maart 1871 de Lualaba-rivier. Livingstone dacht dat dit de Nijl was; in werkelijkheid was het de Kongo-rivier. Livingstone keerde terug naar Ujiji (dorp a/h Tanganyika-meer, oost-Tanzania). Toen echter gebeurde het: in Europa en de VS was men zich zorgen gaan maken.

Eén van de personen die erop uitgestuurd werd om Livingstone te zoeken was een journalist: Henry Morton Stanley. Op 10 november 1871 ontmoetten de twee elkaar in Ujiji. Stanley sprak bij die ontmoeting, de later legendarische woorden: "Dr. Livingstone, I presume?" ("Dr. Livingstone, naar ik aanneem?"). Stanley probeerde Livingstone over te halen naar de kust terug te keren, maar Livingstone weigerde. Nadat hij nieuwe proviand had gekregen ging hij opnieuw,tevergeefs, op zoek naar de bron van de Nijl. Op 1 mei 1873 stierf Livingstone in hartje Afrika. In 1874-1877 maakte Stanley een van de belangrijkste ontdekkingsreizen naar Oost- en Centraal-Afrika. In 1879-80 voer Stanley opnieuw op de Kongo en legde de grondslag voor de Congo-Vrijstaat (in 1908: Belgisch Congo, in 1960: onafhankelijk Congo). In 1881 stichtte Stanley de handelspost Leopoldstad, de latere hoofdstad Kinshasa (1966).

Info Contact Home


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP

+

+

+

+

+

+

Kaart van de reizen van Livingstone in Afrika tussen 1851 en 1873.

Bron: Gutenberg project uploaded by Hans Erren

David Livingstone, aangevallen door een leeuw.

Etching. Iconographic Collections. Bron: Gallery: http://wellcomeimages.org/indexplus/image/V0018840.htm CC BY 4.0

Dr. Livingstone, I presume?

Bron:  Paris : Hachette, 1876.

David Livingstone, 1896.

Schilder: Frederick Havill. Bron: National Portrait Gallery: NPG 1040

Henry Morton Stanley, 1872.

 Bron: London Stereoscopic & Photographic Company - http://www.sil.si.edu/digitalcollections/hst/scientific-identity/fullsize/SIL14-S006-01a.jpg