App Wereld Wereldgeschiedenis

Romeinen

ROMEINEN. AVETE (weest gegroet), dat is Latijn, de taal van de Romeinen.

Rome: volgens de legende is de stad Rome in 753 v. Chr. gesticht door de broers Romulus en Remus, die door een wolvin werden opgevoed. De broers kregen ruzie en Romulus doodde Remus. Romulus werd toen de eerste koning van Rome. Archeologisch onderzoek in de omgeving van Rome spreekt deze legende echter volledig tegen. Men deelt het ontstaan van Rome in 3 fases in, namelijk 1000-830 v. Chr., 830-630 v. Chr. en na 630 v. Chr.. Rome is oorspronkelijk gebouwd op zeven heuvels: Palatijn, Aventijn, Capitool, Quirinaal, Viminaal, Esquilijn en Coelius. In de eerste fase was er zeker al bewoning op de Palatijnse heuvel en waarschijnlijk ook op twee andere, de Capitool en de Quirinaal. In de tweede fase wordt rond de zeven heuvels een aarden verdedigingswal opgetrokken en spreekt men van het Septimonium. In de laatste fase ontwikkelt Rome zich tot een echte stad dankzij de Etruskische invloed. Zij werkten immers de eerste grote projecten in Rome uit, zoals de tempel van Jupiter en de Cloaca Maxima: dit is het grote riool in Rome dat in de rivier de Tiber uitmondt. Het eerste deel werd al rond 616 v. Chr aangelegd als open kanaal en werd in de 1e eeuw v. Chr. overdekt.

Senaat: vanaf 510 v. Chr. was Rome een republiek en werd bestuurd door senatoren die samen de senaat vormden. De senaat was een college (bestuursgroep) van 100, tot 900 senatoren ten tijde van Julius Caesar. Zij assisteerden het staatshoofd. De senatoren waren senioren, vaak magistraten (burgers die als gevolg van een verkiezing door het volk een openbaar bestuursambt bekleedden) en werden gekozen door de consuls (waren de hoogste magistraten), later door de censors (hielden o.a. toezicht op het gedrag van de burgers). Het Latijnse woord voor senaat, senatus, is afgeleid van senex dat senior betekent. Letterlijk betekent 'senaat' zoiets als 'raad van ouderen'. Een aanbeveling van de senaat moest eerst nog door de volksvertegenwoordigingen worden goedgekeurd: de Senatus Populusque Romanus (senaat en volk van Rome) afgekort S.P.Q.R. In de praktijk stond een aanbeveling van de senaat gelijk aan een wet. Met Julius Caesar als dictator (alleenheerser) kreeg de senaat steeds minder zeggenschap.

Caesar: is de familienaam van het Romeinse vorstenhuis "Juli". Gaius Julius Caesar, de Romeinse veldheer die alleenheerser werd en in 44 v. Chr. werd vermoord, werd op 13 juli 100 v. Chr. geboren in één van de dichtstbevolkte wijken van Rome. Rond zijn tiende jaar ontving Caesar onderwijs in de Griekse en Latijnse letteren. Hij leerde ook paardrijden, zwemmen en zwaardvechten, wat hem later van pas zou komen. Nadat hij op 15 maart 85 v. Chr. uit handen van zijn vader de toga virilis (het teken van volwassenheid) had ontvangen, kon zijn carrière beginnen. In 60 v. Chr. vormden Caesar, Pompeius en Crassus een bondgenootschap om de macht van de senaat aan banden te leggen. Met steun van Crassus en Pompeius werd Caesar in 59 v. Chr. benoemd tot consul. In 58 v. Chr. begon Caesar met de geslaagde verovering van Gallië. Toen Caesar bij terugkeer het bevel van de senaat om zonder leger naar Rome te komen naast zich neerlegde, brak de burgeroorlog uit die duurde van 49 tot 45 v. Chr. en werd gewonnen door Caesar, die vervolgens door de senaat werd aangesteld als dictator. Na het uitsterven van de familie werd de naam "Caesar" de titel van elke Romeinse keizer en diens troonopvolger.

Legioen: een legioen was de grootste legereenheid van het Romeinse leger en varieerde, in de loop der tijd, nogal in omvang van circa 5000 tot 6000 (later 8000) infanteriesoldaten en meerdere honderden ondersteunende cavalerie, boogschutters, en lichte infanterie in de rol van verkenner. Legioenen hadden een naam en een nummer; ongeveer 50 zijn er bekend. Normaal gesproken waren er circa 30 plus hun hulptroepen in actieve dienst en werden genummerd van I tot XXX gevolgd door een naam: bijv. Legio X Gemina (dus het Tiende Legioen Gemina). In de late republiek werd het cohors, waarvan er zes tot tien waren, de primaire (belangrijkste) eenheid van het legioen. De cohors bestond uit vijf tot acht centuria (80 man), elk geleid door een centurio, geassisteerd door een optio, een soldaat die kon lezen en schrijven. De centurio stond in voor de opleiding, de dagelijkse karweitjes en de discipline van zijn manschappen. De hoogste rang voor een centurio was die van pilus prior, maar daarvoor moest men kunnen rekenen en schrijven én uitzonderlijke virtus (moed) hebben getoond in strijd. De functie bekleedde hij voor één jaar, daarna ging hij met pensioen.

Aquaducten: zijn watertransportsystemen. Deze werden zowel ondergronds als bovengronds gebouwd en dienden om water, door middel van de zwaartekracht, van een hoger gelegen bron (in de bergen) te transporteren naar de lager gelegen steden. Een aquaduct is dus wat we tegenwoordig een waterleiding noemen. De meeste Romeinse aquaducten lagen onder de grond. Deze ondergrondse bouw hielp om het water vrij van ziekten te houden, beschermde tegen vijanden en hield het water lekker koel. In de stad Rome werd het water aangevoerd door maar liefst elf aquaducten, waarvan de lengte wordt geschat tussen de 420 en 500 km (toch liep slechts 47 km hiervan bovengronds). Het werd gebouwd over een periode van 500 jaar. Delen van aquaducten in de vorm van bruggen, werden vanaf de Romeinse tijd gebruikt om water van de bron over dalen te transporteren. Rond het jaar 100 leverden de aquaducten 1.127.220 m³ water, genoeg om de één miljoen Romeinen in de stad dagelijks tussen de 600 en 900 liter water per persoon beschikbaar te stellen. Het water werd verdeeld door de staat en was staatseigendom. In sommige steden werd zelfs belasting geheven op waterverbruik.

Meer Romeinen (in Nederland) vind je hier in ons museum.





Kinderen: Romeinse kinderen gingen ook naar school (als ze dat konden betalen, anders moesten ze gaan werken) en leerden bijvoorbeeld lezen, schrijven, redevoeringen houden, geschiedenis, aardrijkskunde en wiskunde, afhankelijk van de leeftijd. Sommige kinderen kregen privéles aan huis. Het speelgoed waarmee Romeinse kinderen speelden bestond voorzover bekend uit lappenpoppen, stokpaarden, houten zwaarden, jojo's, trekkarretjes in de vorm van dieren, ballen en knikkers (noten) waarmee spelletjes werden gespeeld. Ook hadden ze allerlei rammelaars met steentjes of bolletjes klei erin, zoals bijvoorbeeld in de vorm van een varken, waarbij de snuit het handvat was. Als het kind dan schudde met het varkentje rammelden de bolletjes klei aan de binnenkant van het varkentje. De kindersterfte was extreem (uitzonderlijk) hoog en ook stierven veel vrouwen bij de bevalling. Adviezen voor de beste verzorging deden dan ook volop de ronde:

"baby's moesten worden gewassen in de opgewarmde urine van een volwassene die

kool had gegeten", "bij kinderen die niet

wilden slapen werd geadviseerd om

geitenkeutels in hun luier te doen".

Het is duidelijk dat men in die tijd nog

eigenlijk niets wist van biologie, ziektes

en de bestrijding daarvan.

Colosseum: het colosseum (Latijns voor enorm groot) kreeg deze naam pas in de middeleeuwen en heette oorspronkelijk Ampitheatrum Flavium. De bouw werd begonnen onder keizer Vespasianus in het jaar 72 na Chr. en gefinancierd uit de krijgsbuit van de plundering van Jeruzalem in het jaar 70. Na de voltooiing in 80 werd het ingewijd door zijn zoon Titus. De spelen bij de opening duurden 100 dagen. Titus opvolger Domitianus voegde nog een verdieping toe en een aantal vertrekken onder de arena. Het colosseum bood plaats aan zo'n 50.000 toeschouwers. Er waren 76 ingangen die genummerd waren met Romeinse cijfers. Vandaag dag zijn boven de ingangen XXIII-LIV de nummers nog steeds zichtbaar. Het colosseum kon worden afgedekt met een zonnescherm, het velarium. Er waren wel 1.000 man nodig om het scherm op te trekken aan enorme kabels. Bij normale spelen in het colosseum werden ’s morgens wilde-dierengevechten gehouden waarbij bestiarii (wilde-dierenvechters) vochten met dieren in venationes (jachtpartijen). Tussen de middag was er een pauzeprogramma waarin veroordeelde gevangenen voor de wilde dieren werden gegooid. Het middagprogramma met de gladiatorenshows (munera) vormde het hoogtepunt.

TOP Info Contact Home

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Een wolvin zoogt de weesbroertjes Romulus en Remus.

Auteur: Giorces. Bron: a Porta Ovile, a Siena.

Buste van Gaius Julius Caesar.

Auteur: Louis le Grand. Bron: Altes Museum Berlin (Berliner Museumsinsel)

Colosseum in Rome.

 Foto: Paul Zangaro

Het Romeinse Rijk in 117 (donker groen). Lichtgroen: betwist grondgebied.

Auteur: Ssolbergj, en:User:Andrei nacu. Bron: self-made, + http://en.wikipedia.org/wiki/Image:RomanEmpire_117.svg.

De "Curia Iulia" op het Forum Romanum, de vergaderplaats van de senaat.

Foto: Napoleon Vier from nl

Moderne reconstructie van Romeinse infanteriesoldaten.

Foto: David Friel. Bron: Image taken at the display of Roman Army Tactics Scarborough Castle UK Aug-07

Romeins aquaduct (Aqueduto dos Pegões, Portugal) hierop is de watertransportgeul (rechtsonder) goed te zien.

Foto: João Carvalho.

Vikingen


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.