App Wereld Wereldgeschiedenis

Gouden Eeuw

GOUDEN EEUW. De zeventiende eeuw wordt ook wel de Gouden eeuw genoemd, omdat het een periode was van grote welvaart voor Nederland.

Handel: Nederland nam in de 17e eeuw een absolute toppositie in de wereldhandel in. De bloeiende handel leidde tot een grote en zeer rijke klasse van kooplieden. Gedurende een groot deel van de 17e eeuw domineerden Nederlanders, traditioneel kundige zeevaarders en talentvolle kaartenmakers, de wereldhandel. Een positie die daarvoor in mindere mate was ingenomen door de Portugezen en de Spanjaarden, en die later zou overgaan in handen van de Engelsen, na een felle competitiestrijd die aanleiding zou geven tot enkele oorlogen (die vooral ter zee werden uitgevochten). In 1602 werd de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) gesticht. Deze onderneming kreeg het Nederlandse monopolie (alleenrecht) op de handel met Azië, en zou dit bijna twee eeuwen behouden. Het zou 's werelds grootste handelsonderneming van de 17e eeuw worden. Specerijen werden in grote hoeveelheden geïmporteerd en leverden grote winsten op, enerzijds door de grote inspanningen die geleverd moesten worden en dito risico's waar deze mee gepaard ging, anderzijds door de niet te verzadigen vraag naar deze producten (met specerijen kon de smaak van voedsel, dat niet meer zo vers was gemaskeerd worden).

Scheepvaart: Op initiatief van Johan van Oldenbarnevelt (Nederlands staatsman) werd in 1602 de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) gesticht. Deze onderneming kreeg het Nederlandse monopolie op handel met Azië. In 1621 werd de West-Indische Compagnie (WIC) opgericht, dit was een organisatie die in de 17e en 18e eeuw van de Nederlandse overheid het monopolie kreeg op de handel met alle koloniën in de gebiedsdelen Noord- en Zuid-Amerika en West-Afrika. Omstreeks 1670 beschikte de Republiek der Nederlanden over circa 15.000 schepen. Dat was vijfmaal meer dan de Engelse vloot. In 1609 werd de Beurs van Amsterdam opgericht, die samen met de Amsterdamsche Wisselbank spoedig het financiële centrum van Europa zou worden. Dit was gunstig voor het vormen van een handelsnatie. Anders dan in andere landen, waar de adel de vermogens en het bestuur monopoliseerde (alleenrecht hebben) en op de handel neerkeek, was er in Nederland veel kapitaal beschikbaar voor ondernemingen. De beurs, een vrij efficiënt bestuur, de bereidheid van de bankiers om risico's te nemen en een landsbestuur dat niet neerkeek op de handel maar die juist stimuleerde, zorgden voor een voor Europa uniek investeringsklimaat.

Slavernij: Op 6 april 1652 stichtte Jan van Riebeeck in opdracht van de VOC een verversingsstation bij Kaap de Goede Hoop (Zuid-Afrika). Schepen van de VOC op weg naar Nederlands-Indië konden hier vers water, groente en fruit inslaan. Slavenhandel: slavenhandelaars kochten slaven bij lokale heersers, die vaak krijgsgevangenen, maar niet zelden ook hun eigen burgers aan de handelaars verkochten, of ze vingen zelf mensen die vervolgens als slaaf werden beschouwd. Berucht is de slavenhandel over de oceanen, waarbij in de 17e en 18e eeuw grote aantallen slaven door vooral Nederlandse en Engelse handelaren werden gekocht aan de kust van West-Afrika en verkocht in Amerika. De omstandigheden op de slavenschepen waren zeer slecht, en soms kwamen vele slaven aan boord om. De Nederlandse slavenhandel begon in ca.1638 in Ghana (westkust Afrika) en werd in 1814 afgeschaft. Het duurde echter nog tot 1863 voor de slavernij (het hebben van slaven en de slavenarbeid) hier werd afgeschaft. Slavenhandel hield in, dat inwoners van Afrikaanse landen tegen hun wil werden meegenomen om te worden verkocht aan voornamelijk plantage-eigenaren in overzeese gebieden, om daar gedwongen, zonder beloning en onder mensonwaardige omstandigheden te werken.

Koloniën: Ook op militair vlak ging het de Republiek voor de wind. De Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) en de Nederlandse West-Indische Compagnie (WIC) beheersten met hun schepen de wereldzeeën. Dit was zeer tegen de zin van Engeland, die jaloers was op de Hollandse positie. Hoewel zij beiden tegen de Spanjaarden gevochten hadden tijdens de Tachtigjarige Oorlog, leidde deze afgunst tot de Nederlands-Engelse Oorlogen in de 17e en 18e eeuw. Gedenkwaardig is de vernietiging van de Engelse vloot in de dokken van Chatham in juni 1667 toen een kleine vloot onder leiding van Admiraal Michiel de Ruyter door de verdedigingsketting die de Medway -een zijrivier van de Thames,Londen- afsloot, kon breken. Tijdens de Gouden Eeuw was de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden, via de VOC en de WIC een koloniale grootmacht. Koloniën onder de heerschappij van de VOC en de WIC: Nederlands Indië (het huidige Indonesië); Goudkust (het huidige Ghana); Zuid-Afrika; Nova (Latijns voor Nieuw) Amsterdam (het huidige New York); Suriname; Nederlands Brazillie; Nederlandse Antillen. Gedenkwaardig o.a.:overmeestering van de Spaanse zilvervloot door Piet Heyn in het jaar 1628.

Schilders: De nieuwe voorspoed leidde ook tot meer aandacht voor beeldende kunsten, literatuur en wetenschappen. Vooral vanwege de godsdienstvrijheid die in de Nederlanden bestond, trokken velen die in Europa vanwege hun geloof werden vervolgd hier naar toe. Amsterdam werd een centrum voor schrijvers en geleerden. Geschilderde portretten waren in de 17e eeuw zeer gewild. Rijke handelaren lieten zich graag afbeelden. Ook werden veel opdrachten geplaatst voor groepsportretten door de leden van een schutterij of een bestuur. Wetenschappers poseerden vaak tussen hun instrumentarium en studieobjecten. Artsen werden meermalen afgebeeld tijdens een 'anatomische les': gegroepeerd rond een lijk, terwijl één van hen college gaf. Enkele van de vele beroemde schilders uit die tijd zijn: Rembrandt van Rijn, Jan Steen, Johannes Vermeer en Frans Hals.

Meer Gouden Eeuw in ons museum vind je hier






Wetenschap: Rijke (koop) lieden zonden hun zoons op een zogeheten Grand Tour (Grote Reis) door Europa. Zij bezochten dan universiteiten in Europese hoofdsteden, vaak met een privé-leraar. Christiaan Huygens (1629- 1695) was een beroemd wiskundige, natuurkundige en sterrenkundige. Hij vond het slingeruurwerk uit, waarmee de tijd nauwkeuriger kon worden gemeten. Twee soorten microscopen werden in Nederland ontdekt: de samengestelde microscoop door Zacharias Jansen en een afwijkend type met kraallens door Antoni van Leeuwenhoek. Met zijn uitvoerige waarnemingen van micro-organismen legde Van Leeuwenhoek de basis voor de celbiologie (bestuderen van lichaamscellen). Jan Adriaanszoon Leeghwater (1575 - 1650) voerde diverse grote inpolderingsprojecten uit, ter bestrijding van overstromingen en om land te winnen. Hollandse rechtsgeleerden waren vermaard om hun kennis van internationaal zeerecht en handelsrecht. Hugo de Groot (1583-1645) legde de fundamenten voor het internationale recht. Hij ontwikkelde het concept van de Vrije Zeeën (Mare liberum). Ook formuleerde De Groot wetten in zijn boek 'De iure belli ac pacis' (Over oorlogs- en vredesrecht), voor het reguleren van conflicten tussen naties.

Nederland: Nederlandse handelaren verscheepten wijn en zout uit Frankrijk en Portugal naar de landen rond de Oostzee en keerden terug met vooral graan. Zweeds kruit, hout, ijzer en wapens en andere goederen werden voor een deel weer naar landen rond de Middellandse Zee vervoerd. Scheepswerven en suikerraffinaderijen werden opgericht. De haringvangst was een zeer belangrijke bron van inkomsten. Het leger van de Republiek onder aanvoering van Frederik Hendrik, zoon van Willem van Oranje en Louise de Coligny, boekt aanzienlijke successen in de tachtigjarige oorlog met Spanje. In Münster begonnen in 1647 de vredesbesprekingen tussen Frankrijk, Spanje en de Republiek, die in 1648 resulteerde in de Vrede van Münster, waarbij de koning van Spanje de "Republiek der Vereenigde Nederlanden" erkende als vrij en soeverein land, en er een eind kwam aan de tachtigjarige oorlog. Ook de Duitse keizer erkende de onafhankelijkheid. Willem II, zoon van Frederik Hendrik en Amalia van Solms, volgde zijn vader op als stadhouder. Op 6 november 1650 stierf Willem aan kinderpokken. In 1653 werd Johan de Witt raadpensionaris van Holland en daarmee één van de invloedrijkste personen in de Republiek. De periode van 1650 tot 1672 wordt aangeduid als het ‘Eerste Stadhouderloze Tijdperk’.

TOP Info Contact Home


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Het Oost-Indisch Huis in Amsterdam, zetel van de VOC, 1768.

Schilder: Reinier Vinkeles. Bron: Stadsarchief Gemeente Amsterdam

De binnenplaats van de in 1611/12 gebouwde Beurs van Amsterdam (opgericht in 1609), 1653.

Schilder: Emanuel de Witte. Bron: Museum Boijmans Van Beuningen

Gravure: afbeelding van de niet meer bestaande (afgebroken in 1838) Amsterdamse beurs, gebouwd door Hendrik de Keyser in 1611/12.

Auteur: Claes Jansz. Visscher. Bron: Geheugen van Nederland Werd gebruikt in de uitgave van Guicciardini's Beschrijving van alle der Nederlanden (edities 1612-1648)

Het Aziatisch handelsgebied.

Gravure: Nicolaas Visscher, 1681. Bron: Het Geheugen van Nederland

Replica van de Amsterdam. Locatie: Het Scheepvaartmuseum, Amsterdam.

Auteur/ bron:  Eddo Hartmann, © Het Scheepvaartmuseum.

Christaan Huygens, wetenschapper.

Schilder: Caspar Netscher. Bron: Museum Boerhaave, Leiden.

Franse tijd