App Wereld Historische mannen en vrouwen

Robert Baden-Powell

Robert Stephenson Smyth Baden-Powell (1857 – 1941) was een luitenant-generaal in het Britse leger, schrijver en de grondlegger van Scouting (in Nederland: de Nederlandse Padvindersvereniging -NPV-, later (1973) opgegaan in Scouting Nederland).

Zijn roepnaam was Stephe, wat hij veranderde in Robert toen hij in 1937 geridderd werd (Lord).

Hij wordt op 19-jarige leeftijd officier in het leger. Zijn eerste uitzending is naar India. Daarna volgen plaatsingen in Ghana (West-Afrika), waar hij dienst doet tijdens de Vierde Ashanti-oorlog (1895-1896), en Zuidelijk Afrika, tijdens de opstand van de Matabele in 1896 en de Tweede Boerenoorlog (1899-1902). Tijdens de opstand van de Matabele wordt hij door het Britse ministerie van Koloniën (Colonial Office) beschuldigd van het ter velde berechten en executeren van het gevangen Afrikaanse stamhoofd Uwini. De zaak loopt met een sisser af omdat minister van Defensie Lansdowne hem steunt. Zijn vaardigheden als "verkenner" (Engels: scout) vallen zodanig op, dat hij voor de Britse geheime dienst komt te werken en in 1899 op zijn 43e wordt bevorderd tot (toen de jongste) generaal-majoor. Hij wordt in 1899 tijdens de Tweede Boerenoorlog naar Zuid-Afrika gestuurd om een deel van het Boerenleger weg te houden van de gevechten in het zuiden. Daar raakt hij als commandant belegerd in het grensplaatsje Mafeking (Engelse vervorming, van oorspronkelijk en tegenwoordig Mafikeng). Met 1250 manschappen en de plaatselijke bevolking doorstaat hij een beleg van 217 dagen tegenover een leger van in het begin zelfs zo'n 7700 Boeren, bijna een vijfde van de Boerenlegers, later 6000. Door gesmokkelde berichten van journalisten in Mafikeng volgt heel Engeland de verrichtingen in het belegerde stadje en de bijzondere technieken waarmee Baden-Powell de verdediging organiseert. Als de plaats uiteindelijk wordt ontzet, is hij uitgegroeid tot een held. Na de Boerenoorlog is Baden-Powell in 1902 en 1903 verantwoordelijk voor de oprichting van de nieuwe Zuid-Afrikaanse politie. Zijn populariteit wordt niet door iedereen in het leger gewaardeerd, waardoor hij in 1903 wordt weggepromoveerd naar Engeland.

Frederick Russell Burnham was reeds een beroemde verkenner toen hij bevriend raakte met Baden-Powell tijdens de Tweede Matabele oorlog. Baden-Powell was een onderscheiden officier van de cavalerie, een expert in het buiten overleven en stond bekend als de beste jager van Indië. Tijdens de belegering van Bulawayo reden de twee mannen vaak samen patrouilles in de Matabo-heuvels. Het was in deze Afrikaanse heuvels dat Burnham voor het eerst Baden-Powell kennis liet maken met de tradities en werkwijzen van de autochtone Afrikaanse volkeren. Hij liet Baden-Powell ook kennis maken met "woodcraft", d.w.z. jezelf kunnen redden in onbekend terrein door vaardigheden als spoorzoeken, vuurmaken, koken, kamperen, je oriënteren met kaart en kompas, touwverbindingen, EHBO, seinen etc. Baden-Powell was zo onder de indruk van Burnham’s talenten dat hij hem bestookte met vragen. Het was tijdens deze periode dat Baden-Powell zijn Stetson-hoed en halsdoek begon te dragen, wat later zijn belangrijkste kenmerk zou worden. Beide mannen beseften dat de oorlogsvoering grondig aan het veranderen was en dat het Britse leger zich diende aan te passen. Tijdens hun gezamenlijke verkenningsopdrachten bespraken beide mannen trainingsprogramma’s voor jonge mannen gedurende welke ze zouden leren "woodcraft" (ook wel "scoutcraft" genoemd) in de praktijk te brengen. In Afrika was er niemand met meer talent in deze disciplines dan Burnham.

In Zuid-Afrika krijgt Baden-Powell veel brieven waarin jongens om advies vragen. Bij zijn terugkeer in Engeland merkt hij dat door zijn populariteit het boekje Aids to Scouting dat hij geschreven had, bestemd voor de verspieders in het leger, gebruikt wordt door jongens in Engeland en opleidingsinstituten. Ze kopen het bij duizenden en spelen ‘t spel als 'B.P. Scouts' (B.P. spreek uit Bie Pie).

Er wordt veel druk op hem uitgeoefend om van het verkennen een spel te maken en uiteindelijk publiceert hij (1908) dit in het boek Scouting for Boys (Verkennen voor jongens). Terwijl hij dit schreef, testte hij zijn ideeën en methodes tijdens een kamp op Brownsea Island dat op 1 augustus 1907 begon, en vandaag de dag wordt gezien als het begin van Scouting.

In 1939 verlaten Lord en Lady Baden-Powell Engeland voorgoed om zich te vestigen in Nyeri, Kenia. waar hij in 1941 stierf.



Wereldreis promotie scouting

Tussen 1911 en 1913 maakt Robert Baden-Powell een wereldreis om de start van scouting te stimuleren op alle vijf de werelddelen. Tijdens de reis, met het schip Arcadian, ontmoet hij begin 1912 Olave St. Clair Soames, met wie hij in oktober van dat jaar huwt. Hij was over de vijftig toen de verkennersbeweging goed en wel op gang was. Nadat hij getrouwd was met Olave St. Clair Soames, gaven hij, zijn vrouw en zijn zus Agnes leiding aan de scouts en de gidsen.

In 1929 wordt Robert Baden-Powell als baron in de adelstand verheven. Hij kiest de naam 'Baron Baden-Powell of Gilwell'. Daarmee verbindt hij zijn naam aan het internationale trainingscentrum (Gilwell) bij Londen. In ditzelfde jaar maken de Baden-Powells reizen naar India en Afrika.

In 1932 komt hij weer naar Nederland, waar hij het nationale kamp (jamboree) in Wassenaar bezoekt. Hij ontvangt voor zijn verdiensten in het Kurhaus te Scheveningen het Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau. Ook krijgt hij de Wateler Vredesprijs, terwijl zijn echtgenote ondertussen onder andere Polen bezoekt.

Koningin Wilhelmina opende met Lord Baden-Powell in 1937 de 5e Wereldjamboree in het Nederlandse Vogelenzang.



Samenwerking Burnham en Baden-Powell

Baden-Powell gebruikte voor zijn boek ook ideeën uit andere jeugdbewegingen zoals de "Woodcraft Indians" van Ernest Thompson Seton en de "Sons of Daniel Boone" van Daniel Carter Beard uit Noord Amerika en de "Boys' Brigade" van William Alexander Smith uit Groot-Brittannië. Het is een spelplan dat bedoeld is voor gebruik door jeugdorganisaties, maar overal in Engeland beginnen groepjes jongens zelf groepen op te richten. Hierdoor wordt Baden-Powell gedwongen om een eigen scoutingorganisatie op te richten. Baden-Powell verfijnde dus het concept van scouting en werd op die manier de oprichter van de Internationale Scoutsbeweging. Burnham wordt de vader van de scoutsbeweging genoemd.

Koning Edward VII vraagt Baden-Powell in 1910 om zijn militaire loopbaan af te sluiten, omdat hij met scouting meer voor zijn land kan betekenen.

Burnham en Baden-Powell onderhielden een nauwe vriendschapsband gedurende de rest van hun leven. Het vertrouwelijkheidszegel van de briefwisseling tussen Burnham en Baden-Powell, dat opgeslagen ligt bij de universiteit van Yale, verviel in 2000. Hierdoor kreeg men een nieuw beeld van de diepte van hun vriendschap en hun liefde voor het scoutisme. In 1931 las Burnham de toespraak voor bij het benoemen van een berg in Californië naar zijn goede vriend: Mount Baden-Powell. Hun vriendschap en status van gelijken in de wereld van het scoutisme werd gesymboliseerd door het vernoemen van de naburige berg

naar Burnham: Mount Burnham.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP Info Contact Home

+

+

Robert Baden - Powell.

Omslag uitgave geschiedenis eeuwfeest scouting in Australië

Opening Wereldjamboree 1937 in Vogelenzang met Lord Baden-Powell en H.M. Koningin Wilhelmina.

Olave Baden-Powell, 1920 (1889 - 1977). Olave St Clair Soames trouwde in 1912 met Robert Baden Powell.

Bron: United States Library of Congress's Prints and Photographs division under the digital ID ggbain.39191

Woodbadge (houten kralen aan leren veter) en Gilwell-das zijn onderscheidingstekens die iemand ontvangt na het succesvol afronden van de Gilwellcursus bij Scouting. Woodbadge staat voor moed en leiderschap.

Conservator Museum JoCas Cor Bastinck is een Gilwellian.

Er hoort ook nog een speciale dasring bij: een twee-strengs versie van een Turkse knoop, deze heeft geen begin en geen einde en symboliseert oneindigheid en de inzet van een Gilwellian voor Scouting.

Marie Curie