App Wereld Historische mannen en vrouwen

Winston Churchill

Winston Leonard Spencer-Churchill (1874 – 1965) was de Britse staatsman die als premier van 1940 tot 1945 Hitler weerstond en daarmee een beslissende rol in diens ondergang en de geallieerde overwinning heeft gespeeld. Het lukte hem de Britse oorlogsinspanning op peil te krijgen en de Verenigde Staten daarbij tot steun te bewegen.

Churchill is een van de bekendste staatslieden van de 20e eeuw. Voor zijn aantreden als premier op zijn 64e had hij al een lange en wisselvallige carrière achter de rug, waarin hij twee maal van politieke partij wisselde. In 1901 werd hij voor het eerst verkozen in het Lagerhuis en in 1910 benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken. Als minister van Marine en als minister van Munitie was hij betrokken bij de Eerste Wereldoorlog en hij was later ook minister van Financiën. Daarnaast was hij een productief en succesvol schrijver en ontving hij in 1953 de Nobelprijs voor de Literatuur voor zijn geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Als een van de weinige Europeanen was hij Amerikaans ere-staatsburger.

Churchill bezocht de Britse jongenskostschool Harrow. De jonge Churchill beleefde op de kostschool een harde jeugd. Hij werd door zijn klasgenoten 'copperknob' en 'ginger' genoemd omwille van zijn rode haar. Hij was er eenzaam en had nauwelijks contact met zijn ouders. Gezag werd door Churchill steeds in twijfel getrokken, daarom was studeren voor hem een zeldzaamheid. Als gevolg haalde hij slechte cijfers, zeker voor Latijn en wiskunde. Hierdoor werd hij door zijn onderwijzers veelvuldig gestraft. Toch had Churchill ook lievelingsvakken, zoals geschiedenis en literatuur, vakken waarin hij uitblonk en waarvan hij op latere leeftijd de vruchten zou plukken.

Na Harrow vervolgde hij in 1893 zijn opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie te Sandhurst. In 1895 ging Churchill als militair waarnemer naar Cuba, waar hij met de Spaanse troepen meeging, die een antikoloniale guerrilla de kop probeerden in te drukken. Hij was indertijd niet slechts militair waarnemer; hij schreef ook een artikel over de vuurdoop op zijn 21e verjaardag in de Graphic Review.

In de rang van tweede luitenant, gestationeerd in Bombay, vroeg en kreeg hij uiteindelijk een aanstelling bij de strijdmacht in het noordwesten van Brits-Indië, het huidige Afghaans-Pakistaanse grensgebied. Mede dankzij de invloed van vrienden van zijn moeder waren enkele kranten bereid zijn verslagen te publiceren over het neerslaan van een Pathaanse opstand in 1897 in dit gebied. Hij schreef reportages voor The Pioneer en The Daily Telegraph. Zijn boek over deze campagne, The Story of the Malakand Field Force, verscheen op 14 maart 1898.

In oktober 1898 was Churchill terug in Groot-Brittannië, waar hij begon aan zijn tweedelige werk The River War, dat het jaar daarop werd gepubliceerd. In dit werk beschreef Churchill zijn visie op de gevaren van de invloed van de islam: "Individuele moslims kunnen geweldige kwaliteiten hebben, maar de invloed van de religie verlamt de sociale ontwikkeling van haar volgelingen. Er bestaat geen sterkere regressieve kracht in de wereld. Verre van stervende, is de islam een militant geloof dat mensen wil bekeren. Het is al verspreid over geheel Centraal-Afrika, bij elke stap onverschrokken strijders voortbrengend, en ware het niet dat het christendom wordt beschut door de sterke armen van de wetenschap, de wetenschap waartegen het (de islam) tevergeefs heeft geworsteld, dan zou de beschaving van het moderne Europa kunnen vallen, zoals de beschaving van het oude Rome is gevallen." Op 5 mei 1899 nam hij ontslag uit het Britse Leger.

In de Tweede Boerenoorlog werkte Churchill als oorlogsverslaggever. Hij werd gevangengenomen door de Afrikaners, ook wel Boeren genoemd, die een hinderlaag hadden gelegd voor een Brits treinkonvooi. Hij slaagde er in te ontsnappen naar Lourenço Marques, het huidige Maputo, in de toenmalige Portugese kolonie Mozambique.

Eenmaal terug in het Verenigd Koninkrijk begon hij aan zijn loopbaan in de politiek. Van 1901 tot 1922 en van 1924 tot 1964 was hij lid van het Lagerhuis. In het begin was hij lid van de Conservative Party, maar omdat deze partij zich kantte tegen het principe van internationale vrijhandel, ging hij in 1904 over naar de Liberal Party. In de jaren 1906 tot 1910 legde hij als lid van de regering de basis voor onder meer de werkloosheidsverzekeringen, arbeidsbureaus, de onafhankelijkheid van Ierland en een forse beperking van de macht van het Hogerhuis (waarin geen gekozen vertegenwoordigers zitting hadden en hebben). Door onenigheid met de liberale premiers Asquith en Lloyd George keerde Churchill tijdens het interbellum terug naar de Conservatieven.

In 1910 werd Churchill benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken en diende hij een verzoek in om ongeveer 100.000 "geestelijk gedegenereerde" mensen te steriliseren en een paar duizend anderen te laten werken in op te richten staatskampen. Dit was "om het Engelse ras te redden van deze zich voortplantende inferieuren." In de in 1913 aangenomen wet werd de mogelijkheid tot sterilisatie geschrapt. Als minister van Binnenlandse Zaken was Churchill tegenstander van het vrouwenkiesrecht, wat er zelfs toe leidde dat een suffragette hem fysiek aanviel.

In 1911 werd hij benoemd tot minister van Marine (First Lord of the Admiralty). Hij zou in deze functie actief blijven tot in de Eerste Wereldoorlog. Gedurende deze tijd was hij als lid van het 'Committee of Imperial Defense', samen met onder anderen de minister van Buitenlandse Zaken Edward Grey, betrokken bij de voorbereiding van de Britse strijdkrachten op de dreigende oorlog in Europa. Churchill en de First Sea Lord (chef-staf van de Marine) prins Lodewijk van Battenberg zorgden ervoor dat de reusachtige Britse vloot in de zomer van 1914 na oefeningen niet uiteenviel en zo bij het uitbreken van de oorlog direct inzetbaar was. Hij speelde in die tijd een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de eerste Britse tank, de Mark I.

In de Eerste Wereldoorlog was Churchill als minister van Marine erg ambitieus om de Centrale mogendheden aan te vallen. Zo was hij in 1915 medeverantwoordelijk voor de rampzalige Gallipoli-landingen bij de Dardanellen, die bedoeld waren om de hoofdstad van de Ottomaanse bondgenoot van Duitsland te veroveren en een bevoorradingsroute naar bondgenoot Rusland open te leggen. Aan Britse en Franse zijde waren hierbij niet minder dan 220.000 doden, gewonden en vermisten te betreuren (voor het Ottomaanse Rijk was dit getal ongeveer 250.000). Dit bezorgde hem bij zijn critici de bijnaam "slager van Gallipoli". Hij nam een groot deel van de verantwoordelijkheid op zich door af te treden als minister van Marine, hoewel de hoofdschuldigen voor de mislukking de plaatselijke bevelhebbers waren. Toen er spoedig daarna een regering gevormd werd, die uit alle partijen bestond, werd Churchill kanselier van het Hertogdom Lancaster (Chancellor of the Duchy of Lancaster), een minder belangrijke post. Churchill voelde zich daar niet op zijn plaats, nam al snel weer ontslag uit de regering en voegde zich bij het leger. Hij diende aan het westelijk front als bevelhebber van een Schots bataljon te Ploegsteert, maar bleef lid van het Lagerhuis.

In 1917 werd hij benoemd tot minister van Munitie. Toen de Eerste Wereldoorlog afgelopen was, werd hij tevens aangesteld als minister van Oorlog en minister van Luchtvaart. Hij stelde in 1919 voor om gifgas te gebruiken "als experiment tegen weerspannige Arabieren." In zijn ogen was het gebruik van chemische wapens slechts "de toepassing van de westerse wetenschap op moderne oorlogsvoering." Het was dan ook een betrekkelijk nieuw wapen, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog met wisselend succes was gebruikt door de Duitsers, de Fransen en de Britten. Ook was hij er voorstander van om in te grijpen in de Russische Revolutie. Hij zag het als zijn persoonlijke queeste om het bolsjewisme "te wurgen bij de geboorte". Hij werd hierna benoemd tot minister van Koloniën en was de ondertekenaar van het Anglo-Iers Verdrag van 1921, waarmee de Ierse Republiek onafhankelijkheid werd verleend.

Na 1933 was hij een van de weinigen in zijn land die konden en wilden inzien dat de opkomst van nazi-Duitsland tot een nieuwe oorlog zou leiden en die pleitte voor een sterker leger. De slachtpartijen van de 'Great War' lagen echter nog zo vers in het geheugen, dat velen de realiteit niet onder ogen wensten te zien. Churchill was een fel tegenstander van premier Neville Chamberlains Appeasementpolitiek. Zijn positie als roepende in de woestijn werd nog erger toen hij partij koos voor Eduard VIII bij diens dramatische keuze voor een huwelijk met de gescheiden vrouw Wallis Simpson, wat Eduard uiteindelijk de troon kostte.

Het schijnbare succes en de grote populariteit van Chamberlains appeasementpolitiek drukte Churchill in de politieke marge. Waarschijnlijk mede hierdoor maakte hij een periode van depressies door. Op 1 oktober 1938, de dag na de triomfantelijke terugkeer van Chamberlain uit Berlijn, zwaaiend met het inmiddels beruchte papiertje en de belofte van "peace with honour, peace for our time", kreeg Churchill bezoek van Guy Burgess - naar later zou blijken toen al mol voor de Sovjet-Unie en lid van de Cambridge Five. Burgess - zelf ook een groot tegenstander van Hitler en van fascisme in het algemeen - scheen in de uren bij Churchill te hebben bereikt dat deze zijn wil herwon om terug te keren in de politiek om Hitler te weerstaan. Churchill gaf Burgess als dank hiervoor een gesigneerd exemplaar van een boek met zijn toespraken en de belofte dat Burgess altijd bij Churchill zou mogen aankloppen voor hulp.

Toen op 1 september 1939 de oorlog uitbrak, die Chamberlain had willen voorkomen, werd hij benoemd tot minister van Marine (First Lord of the Admiralty). Toen Chamberlain na rampzalige nederlagen in Noorwegen op 10 mei 1940, toen de Duitsers aan het Westelijk Front hun opmars begonnen, als premier aftrad, werd hij opgevolgd door Churchill. Zijn vriend, vertrouweling en krantenmagnaat Max Aitken, werd benoemd tot toezichthouder over de vliegtuigproductie.

Churchills toespraken waren een inspiratie voor het Britse volk. Zijn beroemde toespraak "I have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat" ("Ik heb niets anders te bieden dan bloed, hard werk, tranen en zweet") (13 mei 1940) was zijn eerste toespraak als premier.

Kort voor de Slag om Engeland sprak hij deze legendarische woorden tot het Britse volk:

"We shall defend our island, whatever the cost may be, we shall fight on the beaches, we shall fight on the landing grounds, we shall fight in the fields and in the streets, we shall fight in the hills; we shall never surrender.

(We zullen ons eiland verdedigen, wat het ook zal kosten, we zullen vechten op de stranden, We zullen vechten op de landingsplaatsen, we zullen vechten in de velden en op de straten, we zullen vechten in de heuvels. We zullen ons nooit overgeven.)"

Door zijn persoonlijke vriendschap met de president van de Verenigde Staten Franklin Delano Roosevelt was het Verenigd Koninkrijk verzekerd van de aanvoer van goederen via de Atlantische Oceaan. Het Verenigd Koninkrijk moest zich voor deze goederen wel diep in de schulden steken. Om de financiële situatie niet al te zeer aan te tasten, werd tussen het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten de Lend Lease-constructie bedacht: het Amerikaanse leger kreeg vrij toegang tot het Verenigd Koninkrijk en de koloniën hiervan om aldaar legerbases op te zetten.



Info Contact Home

Controversieel

Sommige van Churchills militaire acties werden later controversieel genoemd. Tijdens de Grote Bengaalse Hongersnood van 1943 kon Churchill op zijn best onverschillig genoemd worden en er werd later gezegd dat hij er misschien (doordat hij niets deed) medeplichtig aan was. In Brits-Indië werd echter de dreiging van de Japanse troepen, nadat die Brits Birma ingenomen hadden, steeds groter. In 1943 besloot Churchill Hamburg te laten bombarderen met brandbommen, waarbij ten minste 48.000 burgers om het leven kwamen. Vervolgens huurde hij Britse wetenschappers in om voor een grotere Duitse stad "een andere weersvoorspelling te doen", daarmee verwijzend naar de vuurstorm die door het bombardement op Hamburg was veroorzaakt. Ook het bombardement op Dresden in februari 1945 was later omstreden. Dresden was geen militair doelwit en tienduizenden burgers kwamen om. Churchill schreef later in zijn mémoires dat hij de illusie had dat Dresden "een communicatiecentrum voor het oostfront" vormde.

Hoewel Churchill een (zeer) belangrijke rol in de Tweede Wereldoorlog heeft gespeeld maakte hij veel vijanden in eigen land. Onder andere zijn kritiek op de onafhankelijkheid voor Brits-Indië - hij noemde Mahatma Gandhi een "opruiend advocaatje, verkleed als fakir" - en zijn kritiek op sociaal vooruitstrevende ideeën, zoals openbare gezondheidszorg en beter onderwijs voor het volk, veroorzaakte veel onvrede, met name onder de veteranen uit de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de verkiezingen, die gehouden werden toen de oorlog in Europa was afgelopen, werden Churchill en zijn Conservatieve Partij met een groot verschil aan stemmen verslagen door Clement Attlee en diens Labour Party.

In 1953 werd Churchill alsnog benoemd tot

ridder in de Orde van de Kousenband (en kon daarna Sir Winston Churchill genoemd

worden). Ook kreeg hij de Nobelprijs voor de Literatuur voor zijn vele boeken over de Britse-

en de wereldgeschiedenis.

Het einde

De nederlaag van Churchill bij de verkiezingen na de Twee Wereldoorlog kwam onverwacht, maar was wel verklaarbaar. Churchill was een grote oorlogsheld voor de Britten, maar zij wilden na de zware oorlog met een schone lei beginnen. Daarom kozen ze een volledig nieuwe regering met een nieuwe premier aan het hoofd.

Op 15 januari 1965 kreeg Churchill een tweede beroerte en zijn gezondheid verslechterde als gevolg hiervan snel. Negen dagen later stierf hij, op 90-jarige leeftijd. Hij werd drie dagen lang opgebaard in de Westminster Hall en kreeg vervolgens een staatsbegrafenis. De rouwdienst werd gehouden in de St Paul's Cathedral. Toen zijn kist langzaam de Theems afvoer, bogen de kranen en groetten hem op die manier voor de laatste keer.

Churchill werd begraven in het familiegraf op Saint Martin's Churchyard, Bladon, vlak bij Woodstock, Oxfordshire, Engeland.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP TOP TOP

+

+

+

+

+

+

Winston Churchill, als jongen van 7 jaar, in Dublin, Ireland, 1881.

Bron: British Government. This is photograph ZZZ 7555D from the collections of the Imperial War Museums

Winston Churchill, 1884.

Bron: Taken from "Life and Time of Winston Churchill" Odhams Press. http://www.mybrightonandhove.org.uk/page_id__6926.aspx

Winston Churchill (20 jaar), tweede luitenant bij de 4e Huzaren, 1895.

Bron: http://pinetreeweb.com/bp-on-churchill.htm

Winston Churchill, 24 jaar oud, 1898.

Bron: http://www.bbc.co.uk/radio4/history/churchill/churchill_gallery.shtml?select=01

Winston Churchill in Cairo in 1899.

Bron: Scanned from Manchester: Last Lion

Winston Churchil (26) op een studietour dor de VS, 1900.

Bron: Library of Congress, http://www.loc.gov/exhibits/churchill/images/wc0042-3b13159r.jpg. 1900

Winston Churchill, 1942.

Bron: Library of Congress, Reproduction number LC-USW33-019093-C United Nations Information Office, New York

President Franklin D. Roosevelt (links) en de Prime Minister Winston Churchill (rechts), zittend op de voorgrond, op het achterdek van de HMS Prince of Wales, in Placentia Bay, Newfoundland (Canada), during the Atlantic Charter Conference, tussen 10 augustus 1941 en 12 augustus 1941.

Bron: U.S. Naval Historical Center Photograph #: NH 67209 : http://www.history.navy.mil/photos/sh-fornv/uk/uksh-p/pow12.htm. Donation of Vice Admiral Harry Sanders, USN (Retired), 1969.

Brooke, Churchill and Montgomery bij Montgomery's mobiele hoofdkwartier in Normandië - 12 June 1944. The Chief of the Imperial General Staff, Field Marshal Sir Alan Brooke, Mr Winston Churchill, Commander of the 21st Army Group, General Sir Bernard Montgomery.

Bron: This is photograph TR 1838 from the collections of the Imperial War Museums (collection no. 4905-03). Horton (Capt), War Office official photographer. Post-Work: User:W.wolny

Winston Churchill in Downing Street giving his famous 'V' sign, 5 juni 1943.

Bron: British Government. This is photograph HU 55521 from the collections of the Imperial War Museums  

Winston Churchill met Amertikaanse generaals op een balkon kijkend naar de geaillieerden met hun voertuigen terwijl deze de Rijn oversteken, 25 March 1945.

Bron: This is photograph BU 2246 from the collections of the Imperial War Museums (collection no. 4700-30). Morris (Sgt), No 5 Army Film & Photographic Unit. Post-Work: User:W.wolny

Sir Winston Churchill & Bernard Baruch (financier) sprekende met elkaar in een auto voor Baruch's huis, 14 April 1961.

 Bron: This work is from the New York World-Telegram and Sun collection at the Library of Congress. This photograph is a work for hire created prior to 1968 by a staff photographer at New York World-Telegram & Sun. It is part of a collection donated to the Library of Congress.

Socrates