App Wereld Historische mannen en vrouwen

William Shakespeare

William Shakespeare (1564 - 1616) was een Engels toneelschrijver, dichter en acteur.

Shakespeare wordt gezien als de grootste schrijver die Engeland ooit heeft voortgebracht, niet alleen vanwege de kwaliteit van zijn werken, maar ook vanwege zijn enorme invloed op de Engelse taal, waarin nog steeds honderden woorden, uitdrukkingen en citaten aan hem zijn toe te schrijven. Hij schreef 154 sonnetten en een aantal langere gedichten en kan beschouwd worden als de eerste moderne toneelschrijver. Zijn toneeloeuvre bestaat uit 38 werken, verdeeld over drie genres: tragedies, historische stukken en komedies over tijdloze, universele thema's die tot op de dag van vandaag gebruikt worden voor theaterbewerkingen, opera's, musicals en films.

William Shakespeare studeerde waarschijnlijk aan de Stratford Grammar School in het centrum van Stratford, wat een intensief onderwijs in Latijnse grammatica en het vertalen van auteurs als Cicero en Vergilius inhield. Ook Ovidius, die later Williams meest geliefde auteur zou worden, ontbrak niet op het curriculum. Er wordt verondersteld dat de jonge Shakespeare op deze school zat omdat John Shakespeares positie als wethouder hem in staat stelde zijn kinderen daar gratis onderwijs te laten volgen. Enig bewijs dat William na deze school een andere vorm van formeel onderwijs volgde ontbreekt echter.

Hij verliet Stratford in 1586 of 1587, en omstreeks 1588 arriveerde hij in Londen; het duurde daarna nog vier jaar voordat hij als acteur en als schrijver succes kreeg. De precieze reden dat Shakespeare zijn gezin verliet en naar Londen toog is onbekend, maar het lijkt het waarschijnlijkst dat hij van een van de toneelgezelschappen een uitnodiging kreeg en in Londen kansen op een beter inkomen zag zodat hij ook zijn gezin goed zou kunnen onderhouden. Er zijn geen aanwijzingen dat hij een slecht huwelijk had en daarom zou zijn gevlucht.

Shakespeare kreeg eenmaal in Londen al snel naamsbekendheid als acteur en schrijver. Acteergezelschappen waartoe Shakespeare kon hebben behoord nadat hij in Londen was aangekomen, zijn Lord Strange's Men, the Lord Admiral' s Men, the Earl of Pembroke's Men en the Earl of Sussex’s Men. Onderzoekers hebben er vroeger op gespeculeerd dat hij tot het gezelschap van Ferdinando Stanley (Lord Strange) was toegetreden, maar daarvoor ontbreekt enig bewijs. Shakespeares vroege eigen werken lijken duidelijke imitaties van en parodieën op werken van Christopher Marlowe en Thomas Kyd (zoals het in die tijd zeer populaire The Spanish Tragedy).

Uiteindelijk werd William Shakespeare mede-eigenaar van The Lord Chamberlain's Men. Uit verschillende documenten uit die tijd blijkt dat Shakespeare een rijk man werd in de jaren dat hij in Londen woonde en werkte.

Hij bleef in deze jaren heen en weer reizen tussen Londen en zijn geboorteplaats Stratford, waarbij hij geregeld in Oxford verbleef. Dit blijkt uit aantekeningen van onder meer Alexander Pope en de oudheidkundige Thomas Hearne.

Shakespeare stopte in 1613 met werken. Volgens zijn biograaf Nicholas Rowe keerde hij ongeveer in dezelfde tijd terug naar zijn geboorteplaats Stratford om het rustiger aan te gaan doen.

In de eerste weken van 1616 gaf Shakespeare opdracht zijn testament op te stellen. Dit doet vermoeden dat hij toen ernstig ziek was, al is onbekend aan welke kwaal hij leed. Hij overleed enkele maanden later, op 23 april 1616. Het grootste deel van zijn nalatenschap ging naar dochter Susannah en haar echtgenoot.

Hij ligt begraven in de Holy Trinity Church in Stratford-upon-Avon, waar jaarlijks miljoenen bezoekers het gedicht op zijn grafsteen lezen.

Toneelgenres

In de First Folio van 1623 werden Shakespeares toneelstukken ingedeeld in blijspelen, treurspelen en historiespelen (in het Engels Comedies, Tragedies and History Plays. Dat is lange tijd traditioneel zo gebleven. In latere wetenschappelijke literatuur over Shakespeare, zoals in de Riverside Shakespeare 2nd edition uit 1997, wordt nog een vierde groep toneelstukken met gemeenschappelijke kenmerken beschreven: die van zijn late "romances". Het waren stukken die Shakespeare later in zijn leven schreef, na zijn grote tragedies.

Vier van deze tragedies worden als Shakespeares grootste werk beschouwd: Hamlet, Othello, King Lear en Macbeth. Er worden grote thema's in uitgewerkt, respectievelijk wraak die tot waanzin leidt; jaloezie; zelfbegoocheling en verzoening, en tomeloze ambitie. Verreweg het meest becommentarieerd is Hamlet, wellicht juist door de meerduidigheid die ontstaat door de visies en visioenen van de hoofdpersoon. Het stuk kan, ondanks de suggestie die kan worden gewekt door een zo omvangrijke secundaire literatuur, eenvoudig gezien en gelezen worden als een soort wraaktragedie.

De koningsdrama's (de historische stukken) vormen een soort politieke geschiedenis van Engeland, met uiteraard de nadruk op de val en ondergang van koningen. Daarbij worden in feite eigentijdse thema's uit de toenmalige politiek behandeld, die in een historische setting nu eenmaal veiliger te bespreken waren. Voorbeelden van dergelijke kwesties waren: hoever reikt het (goddelijk) recht van een koning, wat is zijn verhouding tot zijn onderdanen, in hoeverre is hij identiek met

de staat, in hoeverre valt onrecht te billijken?

Shakespeare baseerde zich meestal op bekende verhalen. Van Romeo and Juliet bijvoorbeeld circuleerden in zijn tijd verschillende toneelversies, en het verhaal was ten minste honderd jaar oud. Voor zijn historische stukken haalde hij zijn inspiratie bij klassieke geschiedschrijvers en Britse kroniekschrijvers, of hij bewerkte oude, bestaande toneelstukken. De enige stukken van Shakespeare met een werkelijk originele plot zijn A Midsummer Night's Dream en The Tempest.

Shakespeare kiest geen partij: door krachten tegenover elkaar te plaatsen laat hij de toeschouwer oordelen, hoewel dit een algemene regel is in de toneelschrijfkunst. De menselijke condities en zwakheden staan voorop, de dilemma's onder de druk der omstandigheden. Personages en plot zijn, mede door de krachtige taal vol poëzie en beeldspraken, dermate met elkaar verweven dat ze op een unieke wijze in het geheugen blijven hangen.

Vanaf het vroege werk is het taalgebruik bijzonder beeldend: woordspelingen en metaforen leiden tot een opvallend beeldend vers, dat grote bedrevenheid in de taal laat zien. Ook de neiging met taal te experimenteren (vooral in het vroege werk), onderscheidt de auteur al dadelijk van zijn tijdgenoten.

In het Elizabethaanse toneel was de alleenspraak een veelvoorkomende conventie. Waar Shakespeare die toepast, valt, vooral in het grote werk, de dramatische kracht op die hij zijn monologen (soliloquies) meegeeft, en waardoor die alleenspraken vaak in de herinnering voortleven. Bekende citaten zijn:

To be or not to be, that is the question (Te zijn of niet te zijn, dat is de vraag), uit Hamlet

Tomorrow and tomorrow and tomorrow (Morgen en morgen en morgen), uit Macbeth

Aye, but to die, and go we know not where (sterven maar niet weten waarheen) (uit Measure for Measure).

De verzoening tussen King Lear en zijn dochter Cordelia levert aangrijpende versregels op als het koninklijke Pray, do not mock me; / I am a very foolish fond old man, dat na enige tijd overgaat in herkenning van zijn dochter, gevolgd door het berouw: If you have poison for me, I will drink it.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP Info Contact Home

+

+

William Shakespeare, ca. 1610.

Schilder: John Taylor. Bron: National Portrait Gallery

Jean-Jacques Rousseau