App Wereld Historische mannen en vrouwen

René Descartes

René Descartes of gelatiniseerd Renatus Cartesius (1596 – 1650) was een Franse filosoof en wiskundige. Zijn benadering van het probleem van de kennis en de aard van de menselijke geest speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de filosofie. Hij is met name bekend om zijn uitspraak "Cogito ergo sum" (Ik denk, dus ik ben) en wordt algemeen beschouwd als de vader van de moderne filosofie. Hij was de eerste die de filosofie van Aristoteles niet alleen verwierp, maar ook verving door een eigen filosofisch systeem. Daarmee legde hij de basis voor de 17e eeuwse stroming van het rationalisme. Descartes was sterk beïnvloed door de vooruitgang in de natuur- en sterrenkunde en een van de centrale figuren van de wetenschappelijke revolutie. Hij gaf voor het eerst een idee van wat de natuurwetenschap in de toekomst zou bieden.

Descartes woonde en werkte 20 jaar in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar hij zijn belangrijkste publicaties schreef. In de wiskunde legde hij de basis voor de analytische meetkunde en leverde bijdragen aan de natuurkunde en fysiologie, maar zijn Verhandeling over de methode (1637) behoort tot zijn invloedrijkste werk. Vrijwel iedere student filosofie maakt kennis met zijn Meditaties over de eerste filosofie (1641), waarin hij het bestaan van God en het onderscheid tussen de menselijke ziel en het lichaam aantoonde.

Descartes' methode van, en visie op, onderzoek werd populair in heel Europa. Zijn werk werd gepropageerd door Baruch Spinoza, Nicolas Malebranche en Gottfried Leibniz. Er vonden hevige discussies plaats tussen voor- en tegenstanders en in veel gevallen werd het refereren aan het werk van Descartes verboden. Volgens de tegenstanders zou het toepassen van het dualisme van Descartes leiden tot atheïsme. Benoemingen aan de universiteiten waren afhankelijk van het al of niet cartesiaan zijn. Rond 1700 was de aandacht voor de cartesiaanse filosofie voorbij en verschoven naar de dan modernere filosofische systemen van Spinoza, Locke en Leibniz.

In 1606 of 1607 werd Descartes naar het Jezuïetencollege van La Flèche gezonden in navolging van zijn broer Pierre. Hij verbleef daar tot 1614 en kreeg les in klassieke talen, wiskunde en Aristoteliaanse filosofie, maar was ontevreden over het leerplan. Descartes was een knappe leerling en overtuigde zijn leraren ervan het best te kunnen leren wanneer hij in bed lag. Dit tot de middag in bed liggen heeft hij zijn verdere leven volgehouden. In december 1614 studeerde hij af aan La Flèche. Daarna begon hij een studie rechten aan de universiteit van Poitiers, zoals zijn vader had gewenst. Vervolgens woonde Descartes in Saint-Germain-en-Laye bij Parijs, waar hij teruggetrokken leefde en mogelijk leed aan zenuwaanvallen. Hij overwoog een functie in het openbaar bestuur, maar ging in plaats daarvan reizen.

In 1618 vertrok hij naar Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar hij zich als vrijwilliger aansloot bij het Staatse leger van Prins Maurits bij Breda. De achtergrond van zijn besluit om naar die stad te gaan is niet duidelijk. Een mogelijke reden zou kunnen zijn dat Descartes werd gefascineerd door toegepaste wiskunde, zoals die in de vestingbouw werd toegepast en ontwikkeld was door Simon Stevin. Descartes raakte op 10 november 1618 bevriend met Isaac Beeckman, een Nederlandse arts, filosoof en wiskundige, die zich opstelde als een oudere broer. Tot 1619 werkten ze samen aan muziek, vrije val, de kettinglijn als kegelsnede en de hydrostatische paradox.

Na het uitbreken van de Dertigjarige Oorlog werd Descartes benoemd tot officier in het leger van de katholieke Maximiliaan I van Beieren, dat vocht in Bohemen. Of Descartes deel nam aan de Slag op de Witte Berg en de verovering van Praag is niet bekend. Hij was geen echte militair: zijn belangrijkste reden om aan de oorlog deel te nemen was om de wereld en de mensen beter te leren kennen. Descartes bracht een bezoek aan de laboratoria van Tycho Brahe in Praag en dat van diens opvolger Johannes Kepler (in Regensburg).

In de nacht van 10 november 1619, beter bekend als Sint-Maarten, kreeg hij te Neuburg an der Donau een drietal visioenen. Naar zijn eigen zeggen had hij drie maanden niets gedronken, maar heeft hij toen de grondslagen van een "wonderbaarlijke" wetenschap ontdekt. In zijn derde droom zag hij een woordenboek en een gedicht. De eerste regel luidde "Quod vitae sectabor iter?" ("Wat voor levensweg zal ik gaan leiden?"). Descartes zocht naar een verklaring hiervan en meende dat het visioen stond voor een combinatie van filosofie en wijsheid. In zijn ogen was het niet verbazingwekkend dat het werk van dichters, zelfs als ze niets dan onnozele versjes schrijven, rijk was aan uitspraken die belangrijker, zinniger en beter geformuleerd waren dan wat in de geschriften van filosofen kon worden aangetroffen. Niet lang daarna nam hij ontslag uit het leger en maakte een pelgrimsreis naar de Basiliek van het Heilig Huis in Loreto, om de heilige maagd te danken voor het verkregen inzicht.

Rond 1625 kwam hij in contact met pater Marin Mersenne, een wiskundige, die hem beloofde zijn manuscript Traité du Monde te publiceren. Descartes verwerkte daarin zijn ideeën die het systeem van Aristoteles konden vervangen, over de aard van het licht, een theorie van de kleuren, de muziek, de elementaire deeltjes van de materie, het ontstaan van de sterren, de banen van planeten en kometen, de zwaartekracht en eb en vloed. Ook kardinaal Pierre de Bérulle moedigde hem aan zijn theorieën verder uit te werken. Ondertussen ontwikkelde Descartes zijn ideeën in de raadselachtige, topzware en onvoltooide Regulae ad directionem ingenii (Regels om richting te geven aan het verstand) waarin hij de analytische meetkunde en de samenhang tussen de verschillende wetenschappen belichtte. Hij vond dat men zich in de eerste plaats moest beperken tot onderwerpen waarover zekere en onbetwijfelbare kennis mogelijk is. Vanwege de vele passages over natuurfilosofie, kennisleer en metafysica vormen de Regulae een rijke bron van filosofische inzichten die in Descartes' latere filosofie - vaak in aangepaste vorm - zouden terugkeren. Kritiek op zijn werk richt zich voornamelijk op zijn metafysica.

In april 1629 schreef hij zich in aan de Universiteit van Franeker en was gedurende enkele maanden student van Adriaan Metius. De reden die Descartes opgaf voor zijn keus voor Nederland was dat het klimaat er beter [was] om te denken, waarbij hij doelde op de vrede, terwijl elders de Dertigjarige Oorlog woedde. Descartes was inmiddels steeds meer geïnteresseerd geraakt in toegepaste kennis als optica en anatomie. Tijdens zijn verblijf in het hoge Noorden woonde hij in afzondering op het Sjaerdemaslot. Eind juni 1630 schreef hij zich in aan de Universiteit Leiden en werd student bij Jacobus Golius.

In de zomer van het jaar 1635 gaf Descartes les in filosofie aan de Universiteit van Utrecht. In Henricus Regius vond hij zijn voornaamste medestander. In 1636 zou hij een jaar lang in Leeuwarden gewoond hebben. Zijn ook voor vrouwen bestemde Discours de la méthode zou in 1637 anoniem verschijnen. Het boek, een autobiografisch document, was zijn eerste echte publicatie en behoort tot zijn invloedrijkste werk; het spoort de lezer aan om in plaats van boeken, op overlevering of traditie enkel te vertrouwen op denkstappen van het eigen verstand. Het bijgevoegde essay Dioptriek, behandelde de brekingswet en was bedoeld voor lenzenslijpers. In de Meteoren gaf hij een nieuwe visie op de aardse atmosfeer. Over verschijnselen als kometen, bijzonnen en de regenboog werd destijds heftig gediscussieerd. In Geometrie behandelde hij een nieuw vakgebied, de analytische meetkunde. Daarin verwierp hij de in die tijd nog altijd gangbare filosofie van Aristoteles en de scholastiek. Descartes poneerde dat alle echte kennis op de wiskunde moet worden gebaseerd. Bovendien paste hij consequent de algebra toe op meetkundige vraagstukken. Descartes was de eerste die deze aanpak hanteerde en legde hiermee de basis van de moderne wis- en natuurkunde.

In 1641 publiceerde hij één van zijn hoofdwerken, Meditationes de prima philosophia. Daarin levert hij onder meer zijn Godsbewijzen en vecht hij op basis van zijn definitie van materie de transsubstantiatie aan. Descartes heeft de werkelijke accidentele eigenschappen afgeschaft. De eigenschappen van een lichaam zijn slechts modificaties van de uitgebreidheid ervan - naar vorm, groott en structuur - en zijn er dus onlosmakelijk mee verbonden. Als je de substantie (uitgebreidheid) van het brood wegneemt, neem je onvermijdelijk ook de accidentele kenmerken weg. Descartes zelf was huiverig voor theologische en religieuze twisten, en mengde zich slechts met tegenzin in discussies over de vraag hoe zijn metafysica te verenigen viel met het katholieke dogma van de eucharistie. Hij verdedigde zijn opvatting over het lichaam door te laten zien dat hij de werkelijke aanwezigheid van Christus in de hostie even goed kon verklaren als de aristotelianen. Hij betoogde dat het lichaam van Christus precies dezelfde uitgebreide kenmerken aanneemt als het brood waarvoor het in de plaats komt, en dus precies zo op de zintuigen zal inwerken als het brood, zodat het volledig dezelfde zintuiglijke indruk zal als brood. Descartes bezorgdheid was gerechtvaardigd. In 1663 werden zijn werken door de Heilige Congregatie voor de geloofsleer van de Katholieke kerk op de Index Librorum Prohibitorum geplaatst, de lijst van verboden boeken, met het voorbehoud dat ze verboden moesten worden 'donec corrigantur': totdat ze worden gecorrigeerd.

In 1643 maakte Descartes via Alphonse Pollot kennis met de intelligente Elisabeth van de Palts, de dochter van de winterkoningin, en raakte bevriend met haar. Hij werkte aan een boek over de ontwikkeling van dieren, van foetus tot volwassen organisme. In 1646 raakte hij in conflict over Regius' boek Fundamenta physices en wenste het land te verlaten. De curatoren van de Leidse universiteit legden de beide partijen het zwijgen op. In de zomer van 1648 verbleef hij in Parijs. Toen de Fronde uitbrak, ging hij terug naar Egmond. In 1647 had hij Les passions de l’âme (De hartstochten van ziel) voor zijn vriendin Elisabeth geschreven. Ze correspondeerden over een boek van Seneca. Ook Christina van Zweden kreeg via haar lijfarts brieven te zien die Descartes aan de Franse ambassadeur Pierre Chanut had gestuurd. Christina, die tot over haar oren betrokken was bij de onderhandelingen over de Vrede van Westfalen, maar daarnaast vooral geïnteresseerd was in haar collectie manuscripten en oude boeken, liet lange tijd niets van zich horen. In de zomer van 1648 verzocht zij Descartes naar Stockholm te komen om haar persoonlijk uitleg te geven over zijn ideeën met betrekking tot de liefde.

Info Contact Home

Zweden

In de herfst 1649 kwam Descartes vanuit Egmond-Binnen naar Stockholm. Christina zou een oorlogsschip hebben gestuurd om hem op te halen. Descartes kreeg het verzoek aan een plan voor een nieuwe universiteit te werken en de tekst bij een ballet te schrijven. Hij hoefde zich niet met het hofleven te bemoeien, maar moest tot 18 december wachten voordat hij er voor dag en dauw met zijn lessen kon beginnen. Al die tijd logeerde hij bij de Franse ambassadeur. Descartes ging gewoonlijk sober gekleed maar had zich voor deze gelegenheid speciaal opgedoft, droeg hand- en puntschoenen. Christina en Descartes konden niet goed met elkaar overweg. Descartes kon weinig waardering opbrengen voor haar belangstelling voor het Oudgrieks en Christina had weinig op met zijn mechanisch wereldbeeld. Hij voelde zich tamelijk ongelukkig toen Christina begin januari ook nog voor drie weken naar Uppsala vertrok.

Volgens de officiële versie liep Descartes op 1 februari een longontsteking op waaraan hij tien dagen later overleed, volgens tijdgenoten doordat hij niet gewend was aan het koude klimaat en aan het vroege opstaan waar de koningin hem toe dwong. Descartes weigerde de arts toe te laten en meende, als hij moest sterven, hij dat met meer gemoedsrust zou doen als hij hem niet meer hoefde te zien. Christina waste haar handen in onschuld en benadrukte bij iedereen dat zij urenlang gehuild had toen zij zijn overlijden vernam. Onlangs is geopperd dat Descartes zou zijn vergiftigd met arseen, omdat hij aan de arts om een braakmiddel vroeg.

Descartes stierf in het bijzijn van Chanut en werd begraven in de Adolf Fredriks kyrka of op het bijbehorende kerkhof, bestemd voor weeskinderen. De manuscripten die hij had meegenomen naar Stockholm, kwamen in handen van een zwager van Chanut, Claude Clerselier, die ze voor uitgave bewerkte. Gottfried Wilhelm Leibniz en Ehrenfried Walther von Tschirnhaus kopieerden bij hem verschillende teksten. In 1663 werd het werk van Descartes door de paus in de ban gedaan; zijn boeken werden op de Index librorum prohibitorum geplaatst. In 1671 verbood ook Lodewijk XIV het onderwijs in het cartesianisme.

In oktober 1666 werd Descartes' lichaam naar Frankrijk vervoerd. Aanvankelijk werd het herbegraven in het klooster, Abbaye Sainte-Geneviève de Paris, of in de bijbehorende Église Saint-Étienne-du-Mont, maar zonder zijn schedel en rechterwijsvinger, want die bleken te zijn gestolen of achtergehouden door Magnus Gabriel de la Gardie. Deze scheiding is overigens ironisch in het licht van Descartes’ dualistische stelling dat lichaam en geest twee verschillende substanties zijn. Toen het klooster tijdens de Franse Revolutie werd gesloten, ontstonden er plannen om ook Descartes in het naastgelegen Panthéon bij te zetten. In 1819, tijdens de Restauratie, werd de kist herbegraven in de Église Saint-Germain-des-Prés. Op vijf verschillende plaatsen wordt beweerd dat men in het bezit is van zijn schedel, onder andere het Musée de l'Homme waar zijn vermeende schedel tussen die van een cro-magnonmens en die van de in 1721 geëxecuteerde moordenaar Cartouche bewaard wordt

Sleutelfiguur

Descartes was een sleutelfiguur in de wetenschappelijke revolutie. Hij werd beïnvloed door de gebeurtenissen die toen plaatsvonden en door voorgangers als Johannes Kepler, Nicolaas Copernicus en Galileo Galilei. Op zijn beurt zette hij de ontwikkeling van het mechanistisch wereldbeeld in gang en was hij een grote inspiratiebron voor Isaac Newton, die het mechanistische paradigma van Descartes definitief zou uitwerken. Volgens hem was men van niets zeker behalve van de eigen twijfel; hij concludeerde hierna dat het intellect het enige was waarop men kon vertrouwen.

In de wetenschappelijke revolutie zijn drie stromingen van natuurkennis belangrijk geweest: de Atheense, de Alexandrijnse en de experimentele. Deze drie vormen kwamen uiteindelijk tijdens de wetenschappelijke revolutie bijeen en hieruit ontstond de moderne natuurwetenschap. Descartes droeg met name bij tot de revolutionaire ontwikkeling van de Atheense stroming. Descartes was de eerste die een verband legde tussen de fysiologie en de wiskunde en ook zijn notie van wetmatigheden in de natuur (de mechanistische natuurfilosofie) was nieuw. Hij meende alle natuurverschijnselen te kunnen verklaren door ze te beschouwen als bewegingen van een uniforme materie die overal aanwezig is. De bewegingen zelf vonden plaats onder invloed van druk of stoot, en ook de waarneming ervan zag Descartes als een mechanisch proces.

Descartes en de Stoa

Descartes wordt vaak genoemd als een aanhanger van de Stoa. Dit op grond van een passage uit zijn Discours de la Méthode  waar hij over zijn tijdelijke moraal spreekt. In begin van het Discours evenwel zegt Descartes dat hij de oude levensfilosofie wel mooi vond, maar op zand gebouwd. Maar ook de eerste zin van zijn Traité des passions de l'âme, waar hij zegt dat vrijwel al hetgeen op het gebied der emoties in de oudheid naar voren is gebracht zo mager en onwaarschijnlijk is, dat hij helemaal opnieuw moet beginnen. Men kan stellen dat het individu Descartes een zekere sympathie had voor de stoïsche levensfilosofie, maar dat de filosoof Descartes er afwijzend tegenover stond.

Descartes' denken heeft een diepe invloed uitgeoefend op de geschiedenis van de filosofie, maar ook daarbuiten. Binnen de filosofie wordt hij wel eens beschreven als de "vader van de moderne filosofie", omdat hij brak met de scholastiek en tegelijkertijd een voorstander was van de nieuwe wetenschappelijke methode.

De meest directe invloed had hij als grondlegger van het rationalisme, dat stelde dat kennis gebaseerd kan zijn op het denken alleen, en doorwerkte bij denkers zoals Baruch de Spinoza, Gottfried Leibniz en later bij Nicolas Malebranche en Christian Wolff. Soms spreekt men ook wel van cartesianisme om de specifieke groep filosofen aan de duiden die Descartes' filosofie aanhingen.

Deze stroming zorgde er ook voor dat er in Groot-Brittannië een tegenbeweging gevormd werd, namelijk het empirisme, dat niet het denken als uitgangspunt nam, maar de ervaring als grond van alle kennis zag. Vertegenwoordigers van deze stroming waren John Locke, George Berkeley en David Hume. Deze impasse in de door Descartes aangevangen zoektocht naar een rationele verklaring van de menselijke kennis, zij het door het denken dan wel door de ervaring, zette Immanuel Kant ertoe aan in zijn Kritik der reinen Vernunft (1781) een oplossing voor dit probleem te zoeken. Hierin bewandelde Kant een middenweg waarin hij Descartes gelijk gaf dat kennis zonder denken en concepten 'blind' is, maar tevens stelde dat de empiristen ook een punt hadden in hun stelling dat de inhoud van het denken uit de ervaring moet komen. In bredere zin kan men dit rationeel denken van Descartes ook zien als een van de fundamenten voor de latere Verlichting.

Ervaringen verzamelen was volgens Descartes onvoldoende; wetenschappelijke kennis bestond volgens hem uit verklaringen van ervaringen. Hij beschouwde de wereld als een machine, maar ook het menselijk lichaam als een mechanisch systeem, waarin waarnemingsimpulsen doorgegeven worden aan de hersenen en legde daarmee de basis voor de neuropsychologie. Hij toonde een onderscheid aan tussen de menselijke ziel en het lichaam en schoof elke verwijzing naar het mentale zo ver mogelijk vooruit. Zijn doel was in eerste instantie een betere gezondheid of geneeskunde te bewerkstelligen. Tien jaar later somde hij drie verschillende doelen op: medicijnen, mechanica en moraal.

Descartes was zeer religieus; zijn onderverdeling van mensen in een mechanisch functionerend organisme en een ziel is waarschijnlijk nog steeds zijn meest bekende en meest bekritiseerde bewering.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP

TitelpaginaMeditationes de prima philosophia”, René Descartes, 1641.

Bron: Bibliothèque Nationale de France

René Descartes, 1649.

Schilder: naar onbekend origineel van Frans Hals. Bron/fotograaf: André Hatala [e.a.] (1997) De eeuw van Rembrandt, Bruxelles: Crédit communal de Belgique, ISBN 2-908388-32-4. Musée du Louvre.

+

+

+

+

+

+

Breking van het licht aan het wateroppervlak volgens Descartes.

Bron: Zeichnung aus eines von Rene Descartes naturwissenschaftlichen Werken (17. Jahrhundert). Transferred from de.wikipedia to Commons by Ireas using CommonsHelper.

"The Nervous System". Sleutelwoorden: Filosofie; Wiskunde; Anatomie; Zenuwstelsel; Rene Descartes, 1703.

Bron: http://wellcomeimages.org/indexplus/obf_images/5c/c6/a957734ccc807aa6af8089183c8d.jpg

Geschil tussen koningin Cristina Vasa en René Descartes (rechts van koningin Cristina Vasa, staand aan de tafel), 1884.

 Schilder: Nils Forsberg (1842-1934) Naar Pierre-Louis Dumesnil the Younger (1698-1781). Bron: http://www.auktionsverket.se/dbkatalog2/kat_visabild.asp?at=K&d=2006-11-30&anr=2228&ma=E611

Jean-Baptiste de Lamarck