App Wereld Wereldgeschiedenis

Terrorisme

Terrorisme (van het Latijnse terror, paniek) is het zonder wettige grond plegen van ernstig geweld, of ernstige dreiging daarmee, met een politiek of religieus doel. In de meeste opvattingen over wat terrorisme is, moet het om illegaal geweld gaan, doorgaans gekoppeld aan burgers als slachtoffers.

Het doel is politieke veranderingen af te dwingen door middel van gewelddadige acties die het maatschappelijk leven ontwrichten. Deze kunnen bestaan uit het zaaien van angst - soms met zeer gewelddadige acties - om zo politieke stabiliteit te ondergraven. Doelen kunnen onder andere zijn:

Anarchistisch terrorisme (anarchie: streven naar een situatie of samenleving waarin mensen zonder een hogere macht of autoriteit leven) kwam meer voor tussen 1870 en de jaren twintig 20e eeuw dan tegenwoordig. Een aantal staatshoofden werd vermoord, waaronder de President van Frankrijk Marie François Sadi Carnot (24 juni 1894), Koning Umberto I van Italië (29 juli 1900) en President van de Verenigde Staten William McKinley (14 september, 1901). De rechtvaardiging voor anarchistisch terrorisme was dat de daden anarchistische ideeën bekend zouden maken. Er zijn echter ook veel terroristen en criminelen die zichzelf "anarchist" noemen maar die weinig gemeen hebben met filosofische anarchisten. Tot de moderne anarchistische terroristen behoren onder andere de Duitse Revolutionaire Cellen en de Canadese Squamish Five. Geen van beiden noemde zichzelf trouwens anarchistisch. Een aantal anarchisten neemt deel aan de meer gewelddadige delen van demonstraties, zoals de antiglobalisme-protesten vanaf de jaren negentig. Een groot gedeelte van de anarchistische beweging is echter tegen het gebruik van geweld en terrorisme, en pleit voor pacifisme (wereldbeschouwing die duurzame vrede nastreeft en tegen oorlog en geweld is).

Extreemlinkse terroristen willen het kapitalisme ondermijnen of vernietigen om het te vervangen door een communistische of socialistische regeringsvorm.

Termen als extreemlinks of links-extremisme zijn een uitdrukking van een subjectief waardeoordeel, net als extreemrechts of rechts-extremisme. Het onderscheid dat gemaakt wordt tussen "gewoon" links en extreemlinks is dan ook afhankelijk van de gebruiker van deze termen. Een gangbaar criterium voor dit onderscheid is de gewenste wijze van maatschappijverandering. Extreemlinks zou de maatschappelijke orde willen omverwerpen, desnoods door middel van gebruik van geweld. Dit in tegenstelling tot niet-extreem links, die naar maatschappelijke veranderingen langs democratische weg streeft. Een beweging die niet extreemlinks is kan in die visie wel dezelfde doeleinden nastreven van radicale maatschappijhervorming. Deze maatschappijhervorming is over het algemeen gericht op het omverwerpen van het kapitalisme om dit vervolgens te vervangen door een socialistische of communistische regeringsvorm

Rechtsextremisten willen koste wat kost maatschappelijke veranderingen bereiken, desnoods door middel van geweld. Zij zijn tevens voorstander van een sterke, leidende overheid. Dit in tegenstelling tot gewoon rechts, dat langs democratische weg naar maatschappelijke veranderingen streeft en waarbij veelal liberalistische opvattingen centraal staan. Met extreemrechts wordt dan ook doorgaans niet zeer rechts in economische zin bedoeld, maar veeleer in sociale zin. Libertariërs bijvoorbeeld streven naar een vrijemarkteconomie zonder enige overheidsbelemmering en hebben daarbij een afkeer van een sterke overheid en een voorkeur voor grote persoonlijke vrijheid, maar worden in de regel niet tot extreemrechts gerekend.

Volgens de Anne Frank Stichting typeren extreemrechtse bewegingen zich vaak door een zeer sterke vorm van nationalisme en/of racisme.

Volgens de politicoloog/filosoof Urs Altermatt heeft het rechts-extremisme een aantal vaste bestanddelen die zich echter, afhankelijk van land, regio en zelfs individuele politicus, wisselend manifesteren. Tegenwoordig reserveren de meeste politicologen de term extreemrechts voor groepen die staat en samenleving totaal anders willen inrichten – elitair, hiërarchisch en autoritair – en daarbij geweld niet schuwen.

Individueel terrorisme: Er bestaat ook terrorisme dat door eenlingen gepleegd wordt zonder dat daar een grotere organisatie achter staat.

Met name in de Verenigde Staten zijn er zich libertariër noemende terroristen die de staat willen afschaffen en tegen elke vorm van overheid zijn. De bekendste exponent van deze terroristen is Timothy McVeigh, die verantwoordelijk was voor de bomaanslag op een overheidsgebouw in Oklahoma City.

Nog een bekende individuele terrorist is Theodore Kaczynski, bekend als de unabomber, die het voorzien had op wetenschappers die zich met kunstmatige intelligentie bezig hielden. Hij was bang dat in de toekomst onvermijdelijk de mensheid uitgeroeid wordt door een bovenmenselijke intelligentie als die eventueel door deze geleerden in het leven wordt geroepen. Zie voor dergelijk gedachtegoed verder bij de technologische singulariteit.

In juli 2011 pleegde de Noor Anders Breivik in zijn land twee aanslagen: eerst liet hij een autobom ontploffen bij een regeringsgebouw in Oslo, waarbij 8 doden vielen. Daarna begaf hij zich naar het eilandje Utøya, waar hij 69 deelnemers aan een jeugdkamp van de Noorse Arbeiderspartij doodschoot.

Religieuze terroristen gebruiken terreur om te streven naar doelen die zij vanuit hun religie als opdracht beschouwen.

Islamitisch georiënteerde organisaties zorgen wereldwijd voor veel terroristische aanslagen. Het National Counterterrorism Center (Verenigde Staten) zegt in haar jaarverslag NCTC Report on Terrorism 2011 dat ongeveer 70% van alle terroristische moorden van dat jaar wereldwijd wordt gepleegd door soennitische moslims. Het rapport stelt: Soennitische extremisten zijn voor het derde achtereenvolgende jaar verantwoordelijk voor het grootste aantal terroristische aanslagen en ongelukken. Meer dan 5700 incidenten komen op rekening van Soennitische extremisten. Het gaat om 56% van het aantal aanvallen en 70% van het aantal doden.


Info Contact Home

Standpunten terrorisme

Terreuracties vinden meestal plaats in een situatie die door de plegers van de actie als oorlog wordt gezien. Een vaak gehanteerd criterium bij de definitie is de mate waarbij door het geweld opzettelijk burgers worden geraakt. Maar het bewust in de as leggen van hele steden van de tegenstander tijdens de Tweede Wereldoorlog (Rotterdam, Hamburg, Dresden, Tokio, Hiroshima, Nagasaki) toont aan dat ook deze definitie niet altijd uitsluitsel brengt. Hoewel hierbij tienduizenden burgers omkwamen, worden deze acties niet door iedereen als terrorisme zonder meer beschouwd.

De definitie van terrorisme hangt ook af van vredestijd of oorlogstijd en wie die definitie stelt. Zo worden de acties tegen de Duitse bezetter gedurende de Tweede Wereldoorlog in Nederland en België in deze en andere in die oorlog bezette landen niet als terrorisme bestempeld, maar als gerechtvaardigde verzetsdaden. De nazi's bestempelden en behandelden deze verzetsacties echter als terrorisme.

Nelson Mandela werd ten tijde van de apartheid door de Zuid-Afrikaanse regering als terrorist beschouwd, maar hij wordt sinds het einde van de apartheidspolitiek alom geroemd als voorvechter van gelijkheid. De gijzelingsacties door Molukse ballingen en aanslagen door de Baskische onafhankelijkheidsbeweging ETA worden doorgaans wel als terrorisme beschouwd. Als gevolg van hun verschillende kijk op de strijd om de macht in Baskenland beschuldigen de ETA en de Spaanse overheid elkaar van (staats-)terrorisme. Aanslagen gepleegd door Palestijnse organisaties worden door Israël en westerse mogendheden als terreur beschouwd, maar veel Palestijnen zien ze als gerechtvaardigde verzetsacties tegen een bezettende mogendheid. Extremistische moslims zien de aanslagen op het Amerikaanse leger in Irak ook als verzetsdaad.

Meningen over terrorisme kunnen in de tijd wisselen. Toen de Taliban geweld tegen de door de Sovjet-Unie gesteunde regering van Afghanistan pleegden, werd het vrijheidsstrijd genoemd; de Taliban werden toen met in de westerse pers aangeduid als studenten (hetgeen de letterlijke vertaling van het woord taliban is). Toen de Taliban dezelfde methoden van geweld en onderdrukking van de bevolking tegen een door de Amerikanen gesteunde regering pleegden, werd het als terrorisme aangeduid.

Volgens Noam Chomsky noemen regeringen, en dan met name de Verenigde Staten, alleen terroristische daden die tegen dat land of zijn bondgenoten zijn gepleegd terrorisme, en wanneer een daad tegen een vijand van het betreffende land is gepleegd noemt men het "vrijheidsstrijders" of iets dergelijks. Een voorbeeld hiervan is de UÇK. De UÇK was een guerrilla-organisatie die tegen Servië opereerde en door dat land als terroristisch werd aangeduid. Maar omdat Servië een vijand was van het westen werden ze door Westerse regeringen geen terroristen genoemd. Volgens Chomsky valt ook contraterrorisme vaak onder de noemer terrorisme.

Terroristische daden worden meestal door niet-bestuurlijke organisaties gepleegd, hoewel deze organisaties soms wel van erkende staten steun ontvangen en bij het bereiken van hun doel soms zelf een staat gaan vormen.

De slachtoffers van terreuraanslagen zijn vaak burgers. Soms zijn het ook militairen die niet bij directe oorlogshandelingen betrokken zijn, bijvoorbeeld vredeshandhavers van de VN, maar het doelwit kan ook een politiek, economisch of religieus (machts)symbool zijn. Men zou dus kunnen stellen dat terrorisme een oorlogsvoering is, specifiek gericht op burgers of het

ontwrichten van een maatschappij.


Strijd tegen terrorisme is een vertaling van War on Terror (ism), een aanduiding die in de periode 2001-2009 onder andere werd gebruikt door de toenmalige president van de Verenigde Staten, George W. Bush. In de jaren tachtig had de Amerikaanse president Ronald Reagan, met veel minder succes, ook al een oproep tot een "strijd tegen het terrorisme" gedaan.

War on Terror wordt ook wel vertaald in oorlog tegen terrorisme. In strikt juridische zin vindt een oorlog tussen staten plaats en kan er dus geen sprake zijn van een oorlog tegen het terrorisme. In de Verenigde Staten wordt echter het woord "war" ook gebruikt in de zin van campagne, veldtocht. Verder is wel geargumenteerd dat de oorlog tegen terrorisme onderdeel uitmaakt van een wereldwijde burgeroorlog, gevoerd door regeringen tegen hun eigen burgers (door de inperking van burgerrechten, het gevangenzetten van verdachten zonder proces, etc.) en die van andere landen.

De totale kosten van de strijd tegen het terrorisme worden geschat op 3 tot 5 biljoen dollar.

Vanaf het voorjaar van 2009 leken de Amerikaanse president Obama en de minister van Buitenlandse Zaken Clinton afstand te willen nemen van de onder Bush gevleugeld geworden term "war on terror". In maart 2009 stelden zij zich op het standpunt dat de term niet langer diende te worden gebruikt door de Amerikaanse regering. Andere omschrijvingen voor de bestrijding van het terrorisme zouden wenselijk zijn. Bush zou alleen naar oorlog hebben verwezen om burgerrechten te kunnen schenden. Volgens Clinton, die eind maart 2009 Nederland bezocht voor deelname aan de Internationale conferentie over Afghanistan zou het schrappen van de term niet afgesproken zijn, maar werd die in de praktijk gewoon niet meer gebruikt.

Europa verleende unaniem steun aan de "Oorlog tegen het terrorisme"; er ontstond na de aanslagen van 11 september 2001 een wereldwijde coalitie tegen terrorisme. De NAVO-lidstaten verklaarden uit solidariteit met de VS unaniem artikel 5 van toepassing. Deze coalitie viel pas uiteen, nadat de Verenigde Staten de oorlog tegen Irak op de agenda hadden gezet. Europa was verdeeld over steun aan de Golfoorlog. De publieke opinie was in nagenoeg alle Europese landen tegen deze oorlog in Irak. Regeringen van het Verenigd Koninkrijk, Italië, Spanje, Polen, en Denemarken waren uitgesproken voorstander, terwijl regeringen van landen als Duitsland, Frankrijk, België en Griekenland uitgesproken tegenstander waren. Hierdoor heeft de Europese Unie over dit conflict geen eigen mening kunnen vormen. Spanje sloot zich in 2004 aan bij de critici van de oorlog; de nieuwe regering besloot haar verkiezingsbelofte in te lossen en zich terug te trekken uit Irak. Net voor de verkiezingen werden terroristische aanslagen gepleegd op vier forensentreinen in Madrid.

Met het begrip "strijd tegen het terrorisme" werd weldra het geheel van maatregelen genoemd, die begrepen worden als terrorismebestrijding. Een aantal reeds bestaande conflicten, zoals de conflicten rond Irak, Tsjetsjenië en het Midden-Oosten werden nu bij de "strijd tegen het terrorisme" inbegrepen.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP

+

+

Foto van het World Trade Center in New York USA op 11 september 2001. World Trade Center kort nadat de tweede toren was ingestort.

 Bron: http://www.flickr.com/photos/wallyg/159454993/ Auteur: Wally Gobetz

Voormalige Taliban-strijders in de rij om hun geweren over te dragen aan de regering van de Islamitische Republiek Afghanistan tijdens een reïntegratie-ceremonie bij de provinciaal gouverneur.

Bron:  (Department of Defense photograph by Lt. j. g. Joe Painter/RELEASED) isafmedia Flickr: 120528-N-TR360-003                          

+

+

Fotomontage van de " War on Terror". Foto linksboven: Ground Zero, New York City, N.Y. (Sept. 17, 2001); rechtsboven: Soldiers quickly march to the ramp of the CH-47 Chinook helicopter that will return them to Kandahar; linksonder: autobom in Irak; rechtsonder: US soldiers in Zabul province van Afghanistan ).

Bron: All four pictures in the montage are taken by the US Army/Navy. Derivative work: Poxnar.