App Nederland Extra Geschiedenis NL - Deltawerken

Dierenwelzijn

Info Contact Home

Dierenwelzijn is het fysieke en gevoelsmatige welzijn van dieren. Het wordt gemeten aan de hand van indicatoren zoals gedrag, fysiologie, levensduur en voortplanting. De term dierenwelzijn kan ook op de menselijke bekommernis om het welzijn van dieren slaan.

De bezorgdheid voor het dierenwelzijn kan gebaseerd zijn op de kennis dat dieren net als mensen voelen en dus pijn kunnen lijden en dat de mens daarom zorg voor hen moet dragen, in het bijzonder wanneer dieren in dienst worden gesteld van de mens. Zo kan men zich buigen over hoe dieren behandeld worden wanneer zij gedood worden om er voedsel van te maken, hoe ze gebruikt worden in wetenschappelijk onderzoek, hoe ze als huisdieren behandeld worden of hoe menselijke activiteiten het voortbestaan van bedreigde diersoorten beïnvloedt.

Critici van dierenwelzijn vallen grofweg in twee categorieën. Een eerste standpunt, dat al eeuwen oud is, houdt in dat dieren niet in staat zijn pijn, of eender welk gebrek aan welzijn, te ervaren. Dit is gebaseerd op gemakzucht en het sussen van het eigen geweten (voor zover aanwezig): als je maar aanneemt dat een ander levend wezen, in dit geval dieren, geen pijn kan voelen, kun je doen en laten waar je zin in hebt zonder je van het lijden wat aan te trekken.

Het andere standpunt, dat van de dierenrechtenbeweging komt, stelt dat dieren sowieso niet gezien mogen worden als het eigendom van mensen en dat elk gebruik door mensen onaanvaardbaar is.

Sommigen stellen dat dierenwelzijn en dierenrechten twee tegengestelde standpunten zijn. Anderen zien dierenwelzijn als een goede eerste stap in de richting van dierenrechten.

Europa. Binnen het verband van de Europese Unie is overeengekomen dat het beleid van dit regelgevend orgaan in dit opzicht gericht is op de bevordering van het welzijn van dieren, door aan dieren de volgende vijf, op grondrechten van mensen lijkende, 'vrijheden' toe te kennen:

Vrij zijn van dorst, honger en ondervoeding.

Vrij zijn van fysiek en fysiologisch ongerief.

Vrij zijn van pijn, verwondingen en ziektes.

Vrij zijn om het normale gedrag te kunnen uitoefenen.

Vrij zijn van angst en chronische stress.

De Europese regelgeving inzake dierenwelzijn ligt verspreid over een aantal verordeningen en richtlijnen (o.m. Verordening nr. 1771/94, nr. 1/2005, nr. 1099/2009, nr. 576/2013; Richtlijnen nr. 1999/74/EG, nr. 2010/63/EU), en valt onder de bevoegdheid van de Eurocommissaris voor Gezondheid en Voedselveiligheid.

Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD) is een Nederlandse wet uit 1992, die betrekking heeft op de belangen en bescherming van dieren.

Bij de eerste wet die dieren beschermde, was het dier niet belangrijk. In 1886 werd in het Wetboek van Strafrecht mishandeling van een dier strafbaar gesteld. De reden hier voor was dat de 'zedelijke gevoelens' van mensen die de mishandeling moesten aanzien of aanhoren werden gekwetst. In 1961 werd die wet gewijzigd. Nu werd het strafbaar om een dier opzettelijk pijn te doen of te kwellen zonder redelijk doel of met overschrijding van het geen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is. Als men verantwoordelijk was voor een dier en er niet goed voor zorgde, was men strafbaar. Deze regels waren echter erg ruim en vaag geformuleerd. Het was daardoor heel moeilijk om iemand op grond van deze wet te straffen.

Aan het eind van de jaren zestig wordt ook het welzijn van dieren belangrijk. Toen ontstond de intensieve veehouderij of: bio-industrie, waarbij heel veel dieren werden gehouden op weinig grond. Mensen gingen zich afvragen of dat wel zo goed was voor die dieren. Ze vonden dat dieren er niet alleen maar zijn voor het nut van de mens. Dieren hebben ook een eigen waarde. Dit wordt de intrinsieke waarde van het dier genoemd.

Om aantasting van dierenwelzijn zo klein mogelijk te maken, besloot het Ministerie van Landbouw en Visserij (de voorloper van het ministerie van LNV welke in 2010 opging in het Ministerie van Economische Zaken) een nieuwe wet te ontwerpen. Deze nieuwe wet werd in 1992 aangenomen, en heet: de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD). Uitgangspunt van deze wet is dat men geen handelingen met dieren mag verrichten, tenzij in de wet staat dat het wel mag (dit wordt het 'nee, tenzij'- principe genoemd). Dit in tegenstelling tot de vorige wetten, waarbij men bijna alles mocht doen, tenzij in de wet stond dat het niet mocht.

De GWWD geldt voor dieren die door mensen gehouden worden, dus:

productiedieren,

hobbydieren en

gezelschapsdieren.

Voor in het wild levende dieren geldt wel het verbod uit de GWWD om de dieren zonder redelijk doel pijn of letsel toe te brengen. Verder is de Flora- en faunawet op deze dieren van toepassing. De min of meer in het wild levende grote grazers, die worden ingezet bij het beheer van natuurgebieden, vallen voor sommige aspecten onder de GWWD en voor andere onder de Flora- en faunawet.

De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is een 'kaderwet'. Dat betekent dat de wet een soort raamwerk geeft waarbinnen de uiteindelijke regels vastgesteld worden aan de hand van Algemene Maatregelen van Bestuur (AmvB's) of Ministeriële regelingen. Het voordeel van een kaderwet is dat bij nieuwe ontwikkelingen de wet niet steeds hoeft te worden gewijzigd; er kan meteen op worden ingespeeld.

Dierenmishandeling Artikel 36 lid 1 van deze wet bevat een bepaling, die een bruikbare omschrijving geeft van wat veelal onder dierenmishandeling verstaan wordt:

“Het is verboden, om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken, dan wel de gezondheid of het welzijn van een dier te benadelen".

Naast dit artikel bevat deze wet in Hoofdstuk III (artikelen 33 t/m 65) nog vele andere regels aangaande de zorg voor het welzijn van dieren, oftewel ter bestrijding van dierenmishandeling:

Tot 2010 werd de wet gehandhaafd door het ministerie van LNV, sinds 2010 is dit opgegaan in het Ministerie van Economische zaken.

De laatste jaren ligt de nadruk op andere instrumenten dan wet- en regelgeving, zoals voorlichtingscampagnes over dierenwelzijn, onderzoek en zelfregulering.



Dierenwelzijnsorganisaties

Stichting Proefdiervrij

Stichting Stem voor Dieren (educatie)

Dierenbescherming

Bont voor dieren

Koningin Sophia-Vereeniging tot Bescherming van Dieren

Stichting Wakker Dier

Stichting Varkens in Nood

CAS International (het voormalige Comité Anti-Stierenvechten)

World Society for the Protection of Animals (WSPA)

Compassion in World Farming

Animal Rights

Politieke partijen

Partij voor de Dieren (PvdD)

Dierenrechten verwijst naar het toekennen van subjectieve rechten aan alle dieren en niet alleen aan mensen. Voorstanders wijzen erop dat het niet willen toekennen van een morele waarde en basisrechten aan andere diersoorten dan de mens - wat men speciesisme noemt - irrationeel is. De dierenrechtenbeweging meent dat we dieren niet als eigendom mogen zien, dat ze niet misbruikt mogen worden en dat ze niet gebruikt mogen worden om er voeding of kleding van te maken.

In het huidige recht worden dieren in beginsel gezien als objecten waarop eventueel eigendom uitgeoefend kan worden. De huidige wetgeving is er dan ook vooral op gericht om deze eigendomsrechten te beschermen, of om onnodige wreedheden tegen dieren te bestrijden. Daarnaast bestaat er wetgeving gericht op dieren om de voedselvoorziening veilig te stellen en uitbraak van ziekten te voorkomen.

In Duitsland bevat de grondwet al een grondrecht voor dieren sinds 2002. In Nederland is een desbetreffend wetsvoorstel van GroenLinks aanhangig. Het beoogt artikel 21 van de Grondwet zodanig te wijzigen, dat dit ook de bescherming van dieren tot een taak van de overheid maakt (zoals dat nu al het geval is met de bescherming van het leefmilieu).

Daar waar het streven naar grondrechten voor ook dieren volgens sommigen de concrete uitwerking is van de notie dat de mens verantwoordelijkheid draagt voor het welzijn van dieren, is dit volgens anderen iets dat veel verder gaat dan het streven naar dierenwelzijn (in de vorm van strafrechtelijke bepalingen en particuliere dierenbeschermingsactiviteiten).

De notie dat dieren op zichzelf genomen rechten hebben wordt niet door iedereen aanvaard.

Mensen kunnen in verschillende mate opkomen voor het welzijn van dieren. Zo zetten sommigen zich in ter voorkoming van onnodig leed van dieren (bijvoorbeeld in de bio-industrie) terwijl anderen veel verder gaan en bijvoorbeeld alle vormen van vertoningen of wedstrijden met dieren willen verbieden (bijvoorbeeld circus).

Dat dieren bepaalde rechten hebben, wil niet noodzakelijkerwijs zeggen dat mens en dier in alle aspecten gelijkwaardig zouden zijn. Ook wordt meestal een onderscheid gemaakt tussen de rechten van zelfbewuste dieren en die van andere levensvormen. Onder diegenen die de mening zijn toegedaan dat dieren per se rechten hebben, vindt een deel ervan dat alleen de meer zelfbewuste dieren recht van zelfbeschikking op hun lichaam hebben. Dit heeft als gevolg dat deze dieren niet voor voedseldoeleinden gebruikt behoren te worden. Een minderheid van de dierenrechtenaanhangers zou dit recht aan alle dieren willen toekennen en wil het menselijk gebruik van dieren voor onder meer voedsel, kleding, dierproeven en vermaak verminderen of helemaal afschaffen.

Het concept dierenwelzijn gaat vooraf aan het eventuele toekennen van bepaalde rechten aan dieren. Door een inschatting te maken van de kwaliteit van het dierenwelzijn kan bepaald worden of en in welke mate aan een bepaalde diersoort bepaalde rechten toegekend zouden moeten worden.

TOP

Logo Partij voor de Dieren                                                  

+

+


Algemene regels

In de GWWD (zie linkerkolom) staan algemene regels die voor alle dieren gelden. In deze algemene regels staat onder andere dat het verboden is:

bij een dier onnodig pijn of letsel te veroorzaken, of zijn gezondheid of welzijn aan te tasten

een dier de nodige verzorging te onthouden

ingrepen te plegen bij dieren (tenzij anders in de wet staat)

dieren als prijs, beloning of gift uit te reiken.

Ook is iedereen verplicht een hulpbehoevend dier zorg te verlenen. Verder zijn er regels voor bijvoorbeeld:

de huisvesting van dieren (voor een aantal diersoorten)

het slachten van dieren

het vervoeren van dieren.

het verplicht melden van dierziekten.

Welzijn

In de wet is bepaald dat:

het verboden is bij een dier onnodig pijn of letsel te veroorzaken, of zijn gezondheid of welzijn aan te tasten. Zo is het bijvoorbeeld verboden koeien met een volle uier te vervoeren of een hond als trekdier in te zetten;

het verboden is aan een dier de nodige verzorging te onthouden;

het verboden is dieren van het ouderdier te scheiden voordat zij een bij wet vastgestelde leeftijd hebben bereikt

het in beginsel verboden is lichamelijke ingrepen bij dieren uit te voeren, tenzij dit bij wet of Amvb (algemene maatregel van bestuur) wordt toegestaan.

Toegestaan zijn bijvoorbeeld sterilisatie en castratie en ingrepen waarvoor diergeneeskundige noodzaak bestaat

Er worden tevens eisen gesteld aan de wijze waarop dieren mogen worden gedood, de situaties waarin en de personen door wie zij mogen worden gedood. Ook worden voorwaarden gesteld aan de slachterijen en aan de bedwelming. Deze bepaling is van groot belang voor het ritueel slachten.

Ja, mits-principe

Op een aantal plaatsen in de wet geldt het 'ja, mits-principe' in plaats van het 'nee, tenzij-principe'. Dat mits houdt een aantal strikte voorwaarden in, zoals:

aan de huisvesting van dieren kunnen voorwaarden worden gesteld aan onder andere de afmetingen, materialen, faciliteiten, verlichting, verwarming en luchtverversing

aan het fokken met dieren

aan het verkopen, verhuren of verloten van dieren. Het is verboden dieren als prijs, beloning of gift uit te reiken

aan het vervoeren van dieren. Daarbij worden onder andere voorwaarden gesteld aan het vervoermiddel, de hoeveelheid dieren per vervoermiddel, het in- en uitladen, de duur en afstand van het vervoer en de gesteldheid van de dieren

aan het gebruik van dieren bij wedstrijden. Hieronder valt het verbod op dierengevechten. Voor het gebruik van dieren bij wedstrijden kunnen bij AMvB regels worden gesteld voor onder andere de leeftijd en gezondheid van het dier, de aard van de wedstrijden, het gebruik van stimulerende middelen en geneesmiddelen en de aanwezigheid van een dierenarts.



  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP

Jonge drommedaris 1 jaar oud.

Auteur: Cor Bastinck

Europese korthaar poes (Bella)

Auteur: Cor Bastinck

Afrikaanse olifant

Auteur: Cor Bastinck