App Nederland Geschiedenis NL

Middeleeuwen - Karel de Grote

- Floris V -

De middeleeuwen duurde, hier in West-Europa, vanaf het einde van het Romeinse rijk (ca.450) tot de renaissance (ca.1450). Renaissance: Frans voor wedergeboorte. Is het opnieuw waarderen, beleven en gebruiken van de schoonheid van de kunst uit de klassieke oudheid (Grieks en Romeins). Men had, bij wijze van spreken, opnieuw het 'licht' gezien en noemde daarom de middeleeuwen ook wel de duistere of donkere middeleeuwen; het betekende dus niet, dat het in de middeleeuwen echt donkerder was.

Veel van de wereldgeschiedenis in deze periode had ook zijn invloed op het leven in ons huidige Nederland. Om deze lange periode te kunnen overzien, gebruiken we een nadere indeling: vroege middeleeuwen 450 - ca.950, hoge middeleeuwen 950 - ca.1250 en de late middeleeuwen 1250 - ca.1450. Hierna begint met de renaissance de zogenaamde nieuwe tijd !

De hunnen waren stammen uit Azië, die in de 5e eeuw door Europa trokken. Zij waren berucht om de verwoestingen die ze aanrichtten en hun wreedheid. De Grote volksverhuizing: opgejaagd door de hunnen en aangelokt door de rijkdommen van het verzwakte Romeinse rijk, trokken vanaf de vierde eeuw meerdere Germaanse stammen (door de Romeinen barbaren genoemd) Romeins gebied binnen. In 450 vielen de hunnen onder leiding van Attila (de Hun) Gallië (Frankrijk) binnen, maar in 451 verloren ze de slag tegen een leger van Romeinen en Germanen. De betekenis van deze slag is, dat West - Europa verder gespaard bleef van de rooftochten van de hunnen. Na de val van het Westelijk deel van het Romeinse rijk, werden de Germaanse volkeren de nieuwe meesters van West -Europa: de 'Visigoten' (stammen uit de Balkan, is ruwweg het gebied tussen Italië, Oostenrijk, Hongarije, Roemenië en Turkije) heersten over een groot deel van Spanje; de 'Franken' (de Frankische koning Clovis versloeg in 486 het laatste Romeinse leger) werden de meesters van Frankrijk, België, Nederland en het Rijnland. De 'Oost-Goten' (Oost-Germaans volk uit Scandinavië) vestigden op hun beurt hun macht in Italië en omgeving. Die koninkrijken werden de kernen van de huidige Europese staten !

Van Merovingen naar Karolingen: de Merovingen waren een dynastie (regerende familie) van Frankische koningen, die een regelmatig veranderend gebied in delen van het huidige Frankrijk, Duitsland en Nederland (beneden de rivieren) en België (Vlaanderen) regeerden van de 5e tot in de 8e eeuw. In de 6e tot en met de 8e eeuw veroverden de Franken geleidelijk aan ook ruwweg de gebieden van het huidige Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. …..



Karel de Grote

….. Onder de Karolingische dynastie bezetten de Franken tenslotte nog het grootste deel van Italië en de strook van Noord-Spanje ten zuiden van de Pyreneeën; zij vormden daarmee de machtigste nieuwe staat sinds de val van het West-Romeinse Rijk. Deze Frankische expansie (uitbreiding) werd letterlijk bekroond toen Karel de Grote in het jaar 800 tot nieuwe 'keizer van het West-Romeinse Rijk' werd gekroond door de paus. De Karolingen waren een dynastie die het Frankische Rijk regeerde van de 8e (751) tot de 10e eeuw. De naam van de dynastie is afgeleid van Karel Martel, hij was de vader van Pepijn de Korte, de eerste Frankische koning van de dynastie, die de laatste Merovingische koning Childeric III afzette.

Het Friese rijk (strook langs de kust, van noordelijk Nederland tot in Vlaanderen) bleef in stand tot circa 719, toen een groot deel werd ingelijfd bij het Frankische rijk. In 772 viel het laatste nog overgebleven Friese staatje in Frankische handen, onder Karel de Grote. Bonifatius: bisschop en missionares Bonifatius genoot vanaf 723 de steun van de christelijke Frankische koningen. Nadat een eerdere poging om de heidense (niet christelijke) Friezen te bekeren was mislukt, deed hij op hoge leeftijd nog een poging daartoe, maar werd in 754 in Dokkum (Friesland) vermoord. Dorestad (het huidige Wijk bij Duurstede) was één van de belangrijkste internationale handels (haven) plaatsen aan de Rijn in Noordwest-Europa, van de 7e tot het midden van de 9e eeuw. Het was ook tussen de jaren 600 en 850 vaak de inzet van oorlog tussen Friezen en Franken. Doordat Dorestad zo'n succesvolle handelsplaats was, trok het de aandacht van de Vikingen, die Dorestad regelmatig aanvielen en plunderden: de eerste keer in 834 en de laatste in 863. Mede door het dichtslibben van de huidige Kromme Rijn, raakte Dorestad in verval !

Karel de Grote werd in 800 door paus Leo III tot keizer van het Westen gekroond. Karel maakte in zijn politiek systeem gebruik van het leenstelsel: het in leen geven van gebieden waar een onderlinge verplichting tot trouw, bijstand en het betalen van belastingen tegenover stond. De keizer was als vorst de leenheer (eigenaar) en de lener de leenman (latere adelstand). Men kende drie standen: de geestelijkheid, de adel en de burgerij (boeren, ambachtslieden en handelaren). Daarnaast de 'horigen', dat waren vaak kleine boeren die bepaalde verplichtingen hadden tot een heer; de 'lijfeigenen' (boerenslaven op het land), en dan nog de volledige 'slaven'. Onder Karel de Grote ontstond een netwerk van kloosters (naar het idee van de monnik Benedictus: "bid en werk"), bewoond door monniken die hun leven wijden aan God (bidden, kopiëren van kerkelijke boeken, studie en handenarbeid, en het leven in armoede). …..


Bij opgravingen in Wijk bij Duurstede waar men de vroegmiddeleeuwse internationale handelsstad Dorestad vermoedde, werd in 1969 o.a. deze gouden broche gevonden. Het is een zogenaamde fibula, een mantelspeld. Deze opgraving stond olv professor Wim A. van Es, directeur van de toenmalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) in Amersfoort (de huidige Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, eveneens in Amersfoort). De broche werd gedateerd rond het jaar 800. Volgens een vergelijkend onderzoek van Cor Bastinck in 2002 oppert deze, dat er aanwijzingen zijn die een eerdere datering mogelijk maken tot het eerste kwart van de 8e eeuw: zie “De grote gouden broche uit Dorestad opnieuw bekeken” publicatie in “Het Kromme-Rijngebied”, december 2002 36-4 62 t/m 67 en “De grote gouden broche van Dorestad” opnieuw bekeken in “Westerheem” jrg. 52 nr.3 juni 2003 86 t/m91 met een naschrift door W.A.van Es 92 t/m 94.

Dit unieke sieraad is te zien in het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden.


Toenemende welvaart

….. Daarnaast stuurden welgestelden hun kroost vaak een aantal jaren het klooster in om te leren (scholen zoals wij die kennen waren er nog niet). Binnen de adelstand onstonden in deze tijd de ridders en begonnen de kruistochten.

Na het jaar 1000 trad er rust in en kon de bevolking gestaag toenemen. Nieuwe dorpen en steden werden gesticht en de bestaande werden groter. Vanaf 1080 ontstonden de universiteiten en werd vooruitgang gemaakt in kunst en architectuur: de grote kathedralen werden in deze tijd gebouwd. Door de toenemende welvaart konden de rijkere steden stadsrechten afdwingen. Dat was bijvoorbeeld het recht om een markt te houden, tol te heffen en stadsmuren te bouwen. Het belangrijkste was het recht van de stad op eigen rechtspraak: burgers werd het recht verleend hun zaak te bepleiten voor een rechtbank in plaats van onderworpen te zijn aan de landheer. Handel: vanaf 1350 begon voor het graafschap Holland een tijd van economische (handel) uitbreiding. Naast kustvisserij waren Hollandse schepen steeds meer betrokken bij goederenvervoer tussen Engeland, de kust van Frankrijk en de Hanzesteden. Hanze: samenwerking van een groep kooplieden die in hetzelfde product handelden in dezelfde steden (hanzesteden). Zo probeerden ze hun handel te beschermen en uit te bouwen. Ze gebruikten hiervoor speciale schepen, de zogenaamde Kogge.

Gilden: een gilde bestond uit personen met hetzelfde beroep. Daar werd kennis en ervaring uitgewisseld. Na een gedegen opleiding in het vak, werd een leerling erkend als vakman met de titel 'gezel' en na een, vooral practisch examen, uiteindelijk beloond met de titel 'meester'. De Pest: men schat dat de "zwarte dood" tussen 1347 -1351 een derde van alle Europeanen doodde. De veroorzaker van deze ziekte is een bacterie. Deze werd overgebracht door vlooien die op ratten leefden en oversprongen op mensen. In Nederland kwamen pestepidemieën tot in de zeventiende eeuw (1681) voor. Boekdrukkunst (ca.1450): eerst werden boeken met de hand overgeschreven als men meerdere exemplaren wilde maken (dat was tijdrovend en daardoor erg kostbaar); door de uitvinding van de mechanische (boek) drukkunst kon men duizenden exemplaren in korte tijd maken, en daarmee werd het boek heel betaalbaar voor meer mensen. Hiermee werd de verspreiding van kennis en nieuwe inzichten geweldig versneld. Bourgondiërs: waren de Franssprekende adel van het hertogdom Bourgondië, die zich tegen 1400 meester maakten van het hele gebied tussen het Franse- en het Duitse rijk, waartoe ook de Nederlanden behoorden. Zij wilden in plaats van de stadsrechten, juist een centraler bestuur(regering) en gelijkheid in rechtspraak en financiën.

Haringkaken

Kort voor 1400 ging men ertoe over om de gevangen haring aan boord te kaken (gelijk na de vangst verwijderen van de kieuwen en een deel van de ingewanden, en daarna zouten), wat de houdbaarheid van de vangst aanzienlijk vergrootte. Men kent de bezigheid toe aan de toenmalige gebieden waarin de haringvisserij actueel was, namelijk Vlaanderen en Zeeland. In hoeverre dit toen al aan boord van schepen plaatsvond, blijft onbeantwoord; gezien de geringe omvang van de toenmalige vissersscheepjes lijkt het aan boord kaken van de vangst onwaarschijnlijk. Dit zorgde voor een omwenteling in de haringvangst: de stad Amsterdam werd er groot door. In de late middeleeuwen bloeiden ook vissersplaatsen zoals Enkhuizen en Vlaardingen op. Daarna kwam de klad erin, onder andere door handelsoorlogen met Engeland en Frankrijk in de zeventiende eeuw en de Franse bezetting van 1795. Rond 1850 trok de haringvisserij weer aan in plaatsen als Katwijk, Noordwijk en Scheveningen. In die laatste plaats wordt nog elk jaar eind mei/begin juni Vlaggetjesdag gevierd met de veiling van het eerste vaatje Hollandse Nieuwe.


Late middeleeuwen

Floris V


Floris de Vijfde

 

Door de dood van zijn vader werd Floris V op 2-jarige leeftijd graaf van Holland en Zeeland. Floris ontwikkelde grote ambities. Hij wilde wraak nemen op de Friezen voor de dood van zijn vader. Toen hij in 1282 de Friezen in West-Friesland had verslagen, liet hij zich 'Heer van Friesland' noemen. Het ging fout toen Floris zijn Engelse bondgenoot Eduard I in 1296 wegens een conflict over de wolhandel aan de kant zette. Het verhaal gaat dat de Engelse koning enkele ontevreden edelen zou hebben gevraagd hem gevangen te nemen. Tijdens een valkenjacht werd Floris gevangen genomen door Gijsbrecht van Amstel, Herman VI van Woerden, Willem van Zaanden en Gerard van Velsen. Het nieuws van zijn gevangenneming lekte echter snel uit en onder het volk, waar Floris erg populair was, ontwikkelde zich het plan hem te bevrijden. Toen de edelen met hun gevangene op 27 juni 1296 het Muiderslot verlieten met Van Velsen en enkele schildknapen voorop als verkenners, kwamen ze bij Muiderberg een groep Gooilanders uit Naarden tegen die Floris in levende lijve kwamen opeisen. Hierop reed Gerard van Velsen terug, trok zijn zwaard en doodde graaf Floris. Floris was weerloos doordat in zijn mond een handschoen was gepropt, zijn handen en voeten vastgebonden.Toen Van Velsen zijn zwaard trok, steigerde het paard van schrik, waardoor Floris door de eerste zwaardslag zijn beide handen verloor en zijdelings van het paard viel, waarop Van Velsen naar Floris liep en op hem bleef insteken, gevolgd door de anderen. Vervolgens namen de ontvoerders de vlucht. Floris werd naar het buitenverblijf Florisberg te Muiderberg gebracht, waar hij bezweek aan de toegebrachte 22 steekwonden. Gerard van Velsen werd later gepakt, gemarteld en ter dood gebracht. Gijsbrecht van Amstel (de vierde met die naam uit het bekende geslacht van de Heren van Amstel) en Herman van Woerden sleten de rest hun leven als ballingen en verloren al hun bezittingen.   

De late middeleeuwen is een periode in de geschiedenis van Europa die duurt van ca. 1270 tot 1500. Ze kenmerkt zich door een toenemende verstedelijking in Europa, zware economische crises, een heropleving van de geldhandel, en het afbrokkelen van het feodaal systeem (leenstelsel), en daarmee ook van de macht van de adel. De langdurige strijd tussen Frankrijk en Engeland, de Honderdjarige Oorlog, verdeelde de Westerse christenheid; ook de economie werd er ongunstig door beïnvloed. In enkele landen werd een begin gemaakt met de vestiging van een sterk centraal gezag.


Een ridder ("ruiter") was in de middeleeuwen een bereden en bepantserde soldaat. Ridders behoorden tot de adellijke klasse en voor niet-adellijke mannen was het vrijwel onmogelijk de ridderslag (verheffing tot ridder door de vorst) te ontvangen. Ridders waren tijdens hun ontstaan onderdeel van de laagste adel. Ze bezaten geen land, of waren de jongere zoon die niets zou erven. Hun enige middel van bestaan was vechten voor een rijkere heer. Door in dienst te gaan van een heer hoopten ze door trouwe dienst en het laten zien van uitzonderlijke prestaties hun status te verhogen en te worden beloond met land en een hoeve of versterkt woonhuis. De horigen (boeren) die op dat land woonden moesten dan hun pacht direct aan de ridder betalen, waardoor hij in zijn onderhoud kon voorzien. Rond de 10e eeuw werd het steeds meer gebruikelijk onder de hogere adel om ook de ridderslag te ontvangen. Een ridder was zelf verantwoordelijk voor zijn uitrusting, die steeds uitgebreider en daardoor duurder werd en alleen nog te betalen door de hogere adel. Door modernere ontwikkelingen verloor de ridder zijn militaire betekenis en werd het in de 14e eeuw uitsluitend nog een titel.

Leenstelsel: De leenheer (vorst) gaf gebieden in leen aan zijn leenmannen (voornamelijk aanzienlijken uit het leger, de edelen) en kreeg in ruil hiervoor van hen trouw, militaire bijstand en belastinginkomsten). Het feodalisme was gegroeid uit de standenmaatschappij van het late Karolingische rijk. De Frankische koningen baseerden oorspronkelijk hun macht vooral op de jaarlijkse veldtochten (lees: plundertochten). De strijders werden beloond met een deel van de gebiedsaanwinsten. Toen onder Karel de Grote alle begeerde gebieden ingelijfd waren, moest de koning een andere manier vinden om zijn edelmannen aan zich te binden. Bovendien was het rijk veel te groot geworden om het efficiënt te besturen. Wegens de primitieve communicatiemiddelen reisde hij noodgedwongen rond om zijn gezag af te kunnen dwingen en zijn belastingen ter plaatse "te consumeren", want veelal werden ze in natura voldaan. Hij had daarom plaatselijke vertegenwoordigers nodig: ambtenaren. Uit deze klasse ontstond de adelstand.


Het leven in een kasteel

Onderdelen van een kasteel. Auteur: Arch

Kastelen: Een kasteel is een zelfstandig versterkt bouwwerk dat onder middeleeuwse omstandigheden te verdedigen was. Het kasteel combineerde oorspronkelijk de functies van verdedigbaarheid en bewoonbaarheid, aan een beperkte groep mensen, variërend van een adellijke familie tot een militair garnizoen. Een sterk kasteel wordt ook wel aangeduid als burcht of slot. Hoewel over de reikwijdte van het woord kasteel kan worden gediscussieerd, wordt het in ieder geval gebruikt om een private versterke woonplaats van een heer of edele aan te duiden. Dit ter onderscheid van een paleis, dat niet versterkt is, van een fort dat niet de woonplaats is van de adel en van een ommuurde stad die een collectieve verdediging vormt.


Het woord kasteel is afgeleid van het Latijnse “castellum’’ dat fort of toevluchtsoord betekent. Soms zijn kastelen verrezen op de plek van een castellum. Kastelen werden in de middeleeuwen ontwikkeld als verdedigbare woning. Dit kon een versterkte hoeve of huis zijn of een speciaal gebouwde constructie om in tijden van gevaar naar te kunnen vluchten. Aanvankelijk bestond de versterking slechts uit houten palissades, later werden stenen muren gebruikt. Met de introductie van het buskruit en artillerie verloren kastelen hun militaire betekenis. Een donjon is een middeleeuwse verdedigbare woontoren, al dan niet gebouwd op een motte (kunstmatig aangelegde aarden heuvel). De eerste donjons waren van hout; later, na de (her)uitvinding van de baksteen, werden ze van steen gebouwd. Inwendig bevat de toren drie tot vijf kamers boven elkaar, die oorspronkelijk steeds een hele verdieping beslaan. Over het algemeen had minstens één kamer een stookplaats. De oudste woontorens hebben een ingang boven de begane grond, zodat de meestal van een tongewelf voorziene kelder alleen van binnenuit toegankelijk was. De jongere woontorens hebben hun ingang op de begane grond. Een donjon was aanvankelijk een zelfstandig bouwwerk. In veel gevallen werden rond de donjon in de loop der tijd andere gebouwen opgetrokken, of werd de donjon opgenomen in een ommuurde vesting. Zo ontwikkelde zich het kasteel, waarbij de donjon diende als laatste toevluchtsoord.

Bij de donjon werden gebouwen aangebouwd en met elkaar verbonden door een kasteelmuur, met aan de top de kantelen, waarachter boogschutters zich konden verschuilen/schieten. Om het kasteel heen, werd een gracht gegraven en aangesloten op een waterloop. In de kasteelmuur werd een poort aangebracht met een ophaalbrug over de kasteelgracht. Het toilet bevondt zich aan een aan de toren aangebouwd kamertje: de behoeften vielen in de kasteelgracht. Grote kastelen hadden meerdere gemakken.


FOTO - Onze Kroonridders in Wijk bij Duurstede

Kroonriddersgroep (ca. 13e eeuw) op de Markt in Wijk bij Duurstede. Foto: Adrie Monseurs TOP Info Contact Home

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Het zuiden van de Lage Landen met bisschopszetels en abdijen ca. 7e eeuw. De abdijen vormden de aanzet tot grotere nederzettingen.

Based on map from "Historia - Geschiedenis van België" van prof. dr. M. Dierickx. (Antwerpen) SVG is Own work Henk Boelens

Kinderen van Clovis I krijgen les, 1861.

 Schilder: Lourens Alma Tadema

Kaart van het Frankische Rijk.

 from the Historical Atlas by William R. Shepherd (Shepherd, William. Historical Atlas. New York: Henry Holt and Company, 1911.) svg bewerking: Druifkes

Gouden buste van Karel de Grote behorende tot de Domschatten in de Domkerk in Aken, Duitsland. (Vermoedelijk na 1349, “de  buste zou het schedeldak van Karel de Grote bevatten”).

Auteur: Lokilech

Houten reliëf met afbeelding van Bonifatius, met kruis en zijn attribuut (doorstoken evangelieboek) en drie steden: Dokkum (linksonder), Fulda en Utrecht (?).

70x50x10cm, 18e eeuw. Auteur: 23 dingen voor musea from Nederland.

Kogge (handelsschip) Hanze.

Auteur: VollwertBIT.

De Pest, Zwarte Dood (builenpest) St. Franciscus helpt de zieken ca.1474


Atelier boekdrukkunst.

Gravure: Jan van der Straet 16e eeuw. Foto: Codex

De drie standen: geestelijkheid, adel en werklieden (boeren).

Bron: book illustration France XIII century.

Ridder met schildknaap


 Floris V (1254 † 1296), graaf van Holland en Zeeland.

Bron: Principes Hollandiae et Zelandiae, Domini Frisiae. Cum genuinis ipsorum iconibus ...', Antwerpen, 1578.

 Muiderslot.

 (c) by_Edi_Weissmann.

Ruïne Kasteel Duurstede in Wijk bij Duurstede. Rechts de donjon, links de Bourgondische toren.

Foto: Cor Bastinck

Onderdelen van een kasteel.

Auteur: Arch

Gekaakte Haring.

Foto: Wolfgang Meinhart, Hamburg

Het "gemak": een middeleeuws toilet of W.C.

Uitdrukking: op je gemak zitten. Dit gemak heeft veel schade geleden en ziet er niet meer zo gemakkelijk uit!

Foto: Paul66  

Het gemak was een kleine uitbouw aan de kasteelmuur/toren.

Tekening: Michaël (origineel), RubySS (SVG-versie).

"De zogenaamde "Grote gouden broche uit Dorestad" (Dorestadbroche) uit 725/800 na Chr.

Bron: (c) Rijksmuseum van Oudheden.

Willibrord - Bonifatius

Gravure van Attilla de Hun.

Auteur: Julio Strozza


Attilla de Hun: door het verliezen in 451 van de slag tegen de Romeinen en Germanen, bleef o.a. Nederland diens rooftochten bespaard. In 486 versloeg Clovis I het laatste Romeinse leger, en werd als eerste Frankische koning heerser over o.a. Nederland


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.