App Nederland Geschiedenis NL

Dr. Willem Drees

- Verzorgingsstaat - AOW -

Willem Drees was een Nederlands politicus voor de SDAP en de latere PvdA. Hij was minister-president van Nederland van 1948 tot 1958, en wordt door menigeen beschouwd als een van de belangrijkste naoorlogse Nederlandse politici. Onder zijn leiding vonden zowel de dekolonisatie van Nederlands-Indië als de wederopbouw van Nederland plaats. Drees was een overtuigd sociaaldemocraat, maar wel zeer pragmatisch ingesteld ('niet alles kan, en zeker niet alles tegelijk').

Drees genoot een populariteit die de partijpolitieke grenzen overschreed en kreeg de bijnaam Vadertje Drees. Hij was de initiator van diverse sociale wetten. Als minister van Sociale Zaken legde hij al in 1947 met de Noodwet Ouderdomsvoorziening de grondslag van sociale wetgevingen. Vandaar ook de uitdrukking: Hij trekt van Drees. Tien jaar later loodste minister Ko Suurhoff zijn Algemene Ouderdomswet door het parlement. Deze verschilde sterk van de Noodwet. Voor de uitkeringen volgens de Noodwet had niemand premies betaald. Het was in feite het door de Bond voor Staatspensionering bepleite staatspensioen, betaald uit de belastingen. Voor de AOW moet ieder premies afdragen. Iedere Nederlander die via de belasting premie heeft betaald, heeft vanaf zijn 65e jaar recht op een AOW-uitkering.

In de jaren zeventig, toen zijn zoon Willem Drees jr. opgang maakte met zijn gematigd linkse partij DS'70, brak Drees met zijn partij, de PvdA, uit onvrede over de in zijn ogen steeds radicalere en onrealistische koers van de PvdA onder invloed van Nieuw Links.

Drees was minister-president van vier kabinetten, van 1948 tot 1958.

Drees werd een vurig aanhanger van de sociaaldemocratie nadat hij in december 1902 in Amsterdam de viering van de verkiezingsoverwinning van Troelstra in het district Amsterdam III had bijgewoond. Zijn hele verdere leven zou hij ondanks wat punten van kritiek Troelstra blijven bewonderen.

Hij werd stenograaf bij de gemeenteraad van Amsterdam en vanaf 1907 tot 1919 bij de Staten-Generaal.

In 1904 werd hij lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, die in 1946 op zou gaan in de Partij van de Arbeid. Van 1910 tot 1931 was hij voorzitter van de SDAP, afdeling Den Haag. Van 1913 tot 1941 was Drees lid van de gemeenteraad van Den Haag. In die periode was hij van 1919 tot 1931 wethouder van Sociale Zaken en tot 1933 wethouder van Financiën en Openbare Werken.

Van 1919 tot 1941 was hij ook lid van Provinciale Staten van Zuid-Holland en van 1927 tot 1946 lid van het partijbestuur van de SDAP. Van 1933 tot mei 1940 was hij lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de SDAP. Vanaf 1939, toen de sociaaldemocraten voor het eerst in de regering kwamen, was Drees fractievoorzitter. Tijdens de crisis van de jaren dertig werkte Drees mee aan het zogenoemde Plan van de Arbeid, een hoofdzakelijk door Hein Vos en Jan Tinbergen opgesteld plan om door overheidsstimulering en vraagvergroting de stagnerende economie weer vlot te trekken.

Drees was tijdens de Tweede Wereldoorlog gijzelaar in Buchenwald van 1940 tot 1941. Van 1944 tot 1945 was hij lid van het College van Vertrouwensmannen, dat het formele gezag in bevrijd Nederland zou uitoefenen tot de terugkeer van de regering.

Van 24 juni 1945 tot 7 augustus 1948 was Drees minister van Sociale Zaken in het kabinet-Schermerhorn-Drees en in het eerste kabinet-Beel.

Van 7 augustus 1948 tot 22 december 1958 was hij minister-president, minister van Algemene Zaken, in vier achtereenvolgende kabinetten die zijn naam dragen. Op 22 december 1958 werd hij benoemd tot minister van staat.

Drees ontving eredoctoraten van de Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam op 8 november 1948 en van de Universiteit van Maryland (VS) in 1952.

Op 24 mei 1971 zei Drees vanwege zijn onvrede met de in zijn ogen te linkse koers van de PvdA zijn lidmaatschap van deze partij op; vooral de opkomst en invloed van Nieuw Links was hier debet aan. Nieuw Links bestond onder anderen uit de toen prominente PvdA'ers: Jan Nagel, Han Lammers, André van der Louw, Hans van den Doel, Max van den Berg en Marcel van Dam. Drees achtte de koers die Nieuw Links inzette te radicaal, niet realistisch en spilziek.

Drees bleef tot aan zijn dood in 1988 partijloos. Hij trad niet toe tot de van de PvdA afgescheiden meer behoudende sociaaldemocratische partij DS'70, waarvan zijn zoon Willem Drees jr. herhaaldelijk lijsttrekker was.

Drees is van grote betekenis geweest voor Nederland en voor de Nederlandse sociaaldemocratie. In de Tweede Wereldoorlog heeft hij een belangrijke plaats ingenomen in het verzet tegen de Duitse bezetters.

Voor Nederland schuilt zonder enige twijfel zijn grootste verdienste in het feit dat hij verantwoordelijk was voor de opbouw van de verzorgingsstaat. Hij stond aan de basis van heel veel sociale wetgeving en zette zich meer in het bijzonder in voor werklozen, ouderen en de laagstbetaalden. Drees zal ook wel in de herinnering blijven voortleven als de premier van de wederopbouw. Hij was daarmee de juiste man op de juiste plaats in de juiste tijd, waarin aan alles tekort was. Hij kon echter ook weinig plooibaar t.o.v. andersdenkenden zijn, met name in de kwestie Nederlands-Indië. Zelf sprak hij van "vier jaar nachtmerrie" over de jaren 45-49.

Als minister-president kreeg hij te maken met het volgende:

Hij kreeg als minister-president vanaf 1948 de leiding over kabinetten die te maken hadden met de naweeën van de desastreuze gevolgen van de bezetting. Het beleid richtte zich daarbij op reïndustrialisatie, oplossen van de woningnood, bevordering van export, modernisering en ordening van de landbouw en het economische leven (publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie), herstel van de betalingsbalans, gezondmaking van de overheidsfinanciën en het stimuleren van emigratie.

Belangrijk aspect van het kabinetsbeleid was de opbouw van de sociale-welvaartsstaat onder andere via sociale wetgeving, zoals de Werkloosheidswet, de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen- en Wezenwet. Het economische beleid werd gekenmerkt door de relatieve rust op het sociale front (dat wil zeggen er waren weinig stakingen), die werd bewerkstelligd door enerzijds de geleide economie en anderzijds nieuwe overlegvormen, zoals de Stichting van de Arbeid en de SER. Via de Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie kregen organisaties in de landbouwsector en op sociaal-economisch gebied belangrijke regelgevende bevoegdheden. Zijn kabinetten, met daarin de ministers Jan van den Brink en Jelle Zijlstra, voerden een krachtig industrialisatiebeleid. Het financiële beleid werd gekenmerkt door soberheid (met name onder Piet Lieftinck). In 1957, toen oververhitting van de economie dreigde, werd besloten tot bestedingsbeperking.

Tijdens zijn premierschap vond de Tweede 'Politionele Actie' (18-31 december 1948) plaats, die eindigde met een Veiligheidsraadsresolutie en de instelling van een V.N.-commissie (U.N.C.I). die moest aansturen op soevereiniteitsoverdracht vóór 1950. Drees en de overige PvdA-ministers gingen ondanks tegenstand (onder leiding van Van der Goes Van Naters) binnen de partij akkoord met de Tweede Politionele Actie en legden zich neer bij het besluit van de meerderheid van het kabinet. Historicus en officiële Dreesbiograaf Hans Daalder noemt in zijn boek Vier jaar Nachtmerrie: De Indonesische Kwestie uit 2004 het besluit tot de Tweede Politionele Actie een omstreden beslissing. Het besluit werd gezien als een grote politieke fout van Drees.

Bioscoopjournaal van 4 januari 1949. Minister-president Drees vertrekt naar Indonesië om met de hoge vertegenwoordiger van de Kroon in Batavia, dr. Louis Beel, besprekingen te voeren over de situatie aldaar in verband met de tweede politionele actie. In zijn gezelschap reist mee de staatssecretaris voor Indonesische aangelegenheden, mr. N.S. Blom. Vóór zijn vertrek staat Drees in een wachtkamer op Schiphol de pers te woord. Het volledige kabinet komt hem uitzwaaien; de ambassadeurs van België, Frankrijk en Canada zijn eveneens aanwezig.

Drees bracht in januari 1949, na afloop van de Tweede Politionele Actie, een bezoek aan Nederlands-Indië voor overleg met onder meer Beel, Spoor, Sjahrir en sultan Hamid II. Dit bezoek leverde geen resultaten op. Drees was tijdens het bezoek enige tijd door ziekte uitgeschakeld.

Na een onder zijn voorzitterschap tussen 23 augustus en 2 november 1949 in Den Haag gehouden rondetafelconferentie tussen een delegatie van de Nederlandse regering en vertegenwoordigers van de Republiek Indonesië werd op 27 december 1949 in Amsterdam en Batavia de soevereiniteit over Nederlands-Indië overgedragen aan de Verenigde Staten van Indonesië.

Ook tussen 1949 en 1961 bleef de Indonesische kwestie, met name door de positie van Nieuw-Guinea en de houding van minister Luns, een belangrijke rol spelen. Luns wilde Nieuw-Guinea niet opgeven en overwoog nieuw militair ingrijpen. De Verenigde Staten onder president Kennedy grepen in. Luns plannen mislukten en in 1962 werd Nieuw Guinea deel van Indonesië.

De buitenlandse politiek van de kabinetten waarin hij leiding gaf, werd gekenmerkt door trouw aan het Atlantisch Bondgenootschap, loyale steun aan de Verenigde Staten (o.a. in de Korea-oorlog) en het streven naar Europese samenwerking, uitmondend in het Verdrag van Rome (1957). Met name het Russische ingrijpen in Tsjecho-Slowakije in 1948 werden diverse maatregelen genomen ter vergroting van de binnenlandse veiligheid, dat wil zeggen het bestrijden van communistische invloed. Tevens werd de opbouw van de civiele verdediging (instelling B.B.) ter hand genomen.

Drees verving verschillende malen tijdelijk collegae; onder andere die van Buitenlandse Zaken, Financiën, Oorlog en Sociale Zaken. Verdedigde in 1950 als minister van Buitenlandse Zaken a.i. in de Tweede Kamer het wetsvoorstel tot goedkeuring van een samenwerkingsverdrag met de VS op defensiegebied.

In januari 2006 werd Willem Drees door de luisteraars van het radioprogramma OVT (Onvoltooid Verleden Tijd) van de VPRO verkozen tot de beste Nederlandse premier van na de Tweede Wereldoorlog.


Een verzorgingsstaat is een sociaal systeem waarin de staat primaire verantwoordelijkheid draagt voor het welzijn van zijn burgers, zoals in kwesties van gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid en sociale zekerheid.

In een verzorgingsstaat zijn veel zaken geheel of gedeeltelijk door de overheid gereguleerd. Het tegengestelde is een nachtwakersstaat, waarin de overheid zich zo weinig mogelijk met burgers bemoeit.

Sociale zekerheid is een publiek stelsel dat bedoeld is om inkomen en/of verzorging te garanderen voor natuurlijke personen of gezinnen (of andere samenlevingsvormen) die, tijdelijk of blijvend, niet (langer) in staat worden geacht om zelf in (voldoende) inkomen en/of verzorging te voorzien. Dat geldt bijvoorbeeld bij pensioen (leeftijd), ziekte, arbeidsongeschiktheid, overlijden van naasten of werkloosheid.

Sociale zekerheid kan de vorm aannemen van een uitkering, een meestal periodiek verstrekte som geld, of van een voorziening, die uit een dienst (zoals verzorging) of een product (zoals een rolstoel) kan bestaan.

Een uitkering kan het karakter hebben van een verzekering tegen loonderving of van een bestaansgarantie. Combinaties van beide komen ook voor. Aan een uitkering is doorgaans de voorwaarde verbonden dat de ontvanger al het mogelijke doet om weer zelf in zijn inkomen te gaan voorzien. Bij een bestaansgarantie wordt veelal getoetst of de ontvanger eigen vermogen heeft. Ook kan van belang zijn of men met iemand anders een gezamenlijke huishouding voert. Ook kan het bedrag verschillen per woonsituatie.


Een volksverzekering is in Nederland een verplichte, publiekrechtelijke verzekering voor iedere natuurlijke persoon die legaal ingezetene van Nederland is. Ook een niet-ingezetene van Nederland die ter zake van een in Nederland verrichte arbeidsovereenkomst aan de loonbelasting is onderworpen, is in beginsel verzekerd voor de volksverzekeringen. Degene die verzekerd is voor de volksverzekeringen wordt aangeduid als "verzekerde".

De volksverzekeringen zijn één van de twee categorieën van Nederlandse publiekrechtelijke verzekeringen (ook wel met de term sociale verzekeringen aangeduid). De andere categorie wordt aangeduid met de term werknemersverzekeringen.

De Algemene Ouderdomswet (AOW) regelt in Nederland het verplichte, collectieve ouderdomspensioen dat als algemene basis dient voor Nederlandse ouderdomspensioenen.

De AOW is een van de zogenoemde volksverzekeringen.

De Belastingdienst int de premies volksverzekeringen tegelijk met de inkomstenbelasting bij de verzekerden jonger dan de AOW-leeftijd (2015: 65 jaar en 3 maanden). De Sociale Verzekeringsbank (SVB) keert de AOW uit aan de verzekerden vanaf het bereiken van de AOW-leeftijd. De AOW-premieplicht eindigt op de eerste van de betreffende maand.

Hoe de AOW tot stand kwam

De Noodwet Ouderdomsvoorziening zorgde in Nederland van 1947 tot 1957 voor de verstrekking van een uitkering aan mannen en alleenstaande vrouwen van 65 jaar en ouder zonder voldoende eigen inkomsten. Omdat zij door Willem Drees als minister van Sociale Zaken werd ingediend werd zij ook wel noodwet-Drees genoemd. Zij was uitdrukkelijk bedoeld als een noodoplossing zolang de definitieve regeling nog niet tot stand gekomen was. In 1957 werd zij vervangen door de AOW.

Hoewel de noodwet om politieke redenen niet zo mocht heten had zij alle eigenschappen van een staatspensioen. De uitkering was geen gunst maar een recht: zij kon niet worden verhaald op de kinderen, die daarvóór verplicht waren hun ouders te onderhouden. Zij werd alleen verstrekt aan:

Nederlanders die al geruime tijd in Nederland woonden

Zonder of met een klein eigen inkomen

Die nuttige leden van de maatschappij waren geweest

Tenslotte vermeldden de regels dat landlopers en andere onmaatschappelijke lieden waren uitgesloten. Ook werd geen uitkering gegeven aan gevangenen en kon de uitkering bij misbruik van sterkedrank worden ingetrokken. De uitsluiting betrof dus een veel kleinere groep dan de prostituees, alcoholici en ontvangers van liefdadigheidsuitkeringen die bij vroegere buitenlandse regels voor het staatspensioen werden buitengesloten.

De AOW is in 1957 geïntroduceerd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid J. G. Suurhoff. De AOW is de opvolger van de door Willem Drees als minister van Sociale Zaken in 1947 ingevoerde Noodwet Ouderdomsvoorziening, die uitdrukkelijk als tijdelijk bedoeld was.

De eerste algemene pensioenregeling was de ouderdomsverzekering die in 1889 in Duitsland werd ingevoerd. Denemarken voerde in 1891 als eerste land een staatspensioen in. Het Verenigd Koninkrijk, waartoe toen ook geheel Ierland behoorde, volgde in 1908 met de Old Age Pension Act. Het staatspensioen was uitdrukkelijk bedoeld om te voorkomen dat ouderen die hun hele leven hard gewerkt hadden aangewezen waren op liefdadigheid. Zowel in Denemarken als in het Verenigd Koninkrijk werd het staatspensioen dan ook alleen uitgekeerd aan ouderen die onvoldoende eigen inkomsten hadden. Ook voormalige bedeelden, bedelaars, veroordeelden en mensen die hun vermogen verkwist of weggegeven hadden kregen geen staatspensioen.

Bij onze AOW krijgt iedereen, ook de welgestelden, een pensioen uitgekeerd.

Dus niet allen voor hen die geen inkomen hebben. Overigens de enige manier om politiek rechts mee te laten doen: de armen geld, dan wij ook.

De Partij van de Arbeid werd op 9 februari 1946 opgericht en is een fusie van drie partijen: de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, de Vrijzinnig Democratische Bond en de Christelijk-Democratische Unie. De partij is sinds de oprichting onafgebroken vertegenwoordigd geweest in de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de partij heeft aan dertien kabinetten deelgenomen gedurende zes aaneengesloten periodes. Willem Drees, Joop den Uyl en Wim Kok waren minister-president namens de PvdA.

Van oudsher waren de kerkelijke instellingen, de adel en particuliere instellingen hoofdverantwoordelijk voor de armenzorg. Dat gebeurde op basis van liefdadigheid.

Thorbecke begreep de noden van zijn tijd. In de Grondwet van 1848 had hij een passage opgenomen die voorzag in een armenwet. Armenzorg moest centraal worden geregeld. Deze gedachte was niet nieuw. Eerdere pogingen om tot een landelijke regeling te komen, stuitten echter op verzet van de kerken en op een lege schatkist.

Als gevolg daarvan werd de Eerste armenwet (28 juni 1854) opgesteld, die ertoe dwong de armenzorg wettelijk te regelen. Op basis van de armenwet kregen hulpbehoevenden die niet tot een kerkelijke gezindte behoorden in geval van 'volstrekte onvermijdelijkheid' recht op bedeling door een overheidsorgaan (in de praktijk de gemeente). De armenwet was de opvolger van het Armenwetje van 1818. In 1912 werd een herziene wet ingevoerd door minister Heemskerk.

Bijstand. De Algemene bijstandswet kwam in 1965 in de plaats van de Armenwet die dateerde van 1854 en in 1912 slechts iets was aangepast.

TOP Info Contact Home

+

+

+

 Dr. Willem Drees. Minister-president van Nederland (van 1948-1958),1958.

Rijksoverheid.nl  (CC0 1.0)

"Landelijke verkiezingen SDAP 1918" by nl:Albert Hahn (1877 - 1918) -

www.geheugenvannederland.nl. Licensed under Publiek domein via Wikimedia Commons - https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Landelijke_verkiezingen_SDAP_1918.jpg#/media/File:Landelijke_verkiezingen_SDAP_1918.jpg

Verkiezingsposter PvdA, 1946.

Partij van de Arbeid (CC BY 2.0)

Uitdelen van soep aan de armen, 1893.

Schilder: Albrecht Samuel Anker. In Kunstmuseum Bern

 Pieter Jelles Troelstra, 1912. Hij stond mede aan de wieg van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en in 1897 kwam hij voor het kiesdistrict Tietjerksteradeel in de Tweede Kamer. Drees werd een vurig aanhanger van de sociaaldemocratie nadat hij in december 1902 in Amsterdam de viering van de verkiezingsoverwinning van Troelstra in het district Amsterdam III had bijgewoond. Zijn hele verdere leven zou hij ondanks wat punten van kritiek Troelstra blijven bewonderen. PD

Verkiezingsposter PvdA, 1952.

Partij van de Arbeid (CC BY 2.0)

21 december 1956: In de dierentuin te Den Haag hebben op een feestvergadering een aantal senioren de Noodwet Drees uitgeluid. Met applaus werd Dr. W. Drees bij zijn binnenkomst begroet. Links de voorzitter van de Algemene Bond van Ouden van Dagen, de Heer W. van Beek.

Collectie SPAARNESTAD PHOTO/NA/Anefo/Fotograaf onbekend (CC BY-SA 3.0 NL)

Watersnood van 1953


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.