App Nederland Geschiedenis NL

Romeinse tijd - Limes

Rome is de hoofdstad van het tegenwoordige land Italië. In de oude tijd waren er geen landen, maar regeerde elke stad zichzelf de zogenaamde stadstaten. Rome was zo’n stadstaat. De staats/ regeringsvorm was die van een republiek. De republiek wilde haar macht uitbreiden naar andere gebieden, en dat deden ze met verve. Rome werd steeds groter en zo kon men gaan spreken van het Romeinse rijk, dat zich van gebieden rond de Middellandse zee tot in West-Europa uitstrekte. Nederland werd rond 52 v.Chr. bezocht door de Romeinse legioenen (legers) onder bevel van Gaius Julius Ceasar, de latere dictator van Rome.

Limes is Latijn voor "versterkte grens" en vormde de noordelijke grens van het Romeinse rijk. In Nederland loopt de limes van Katwijk (Noord-Holland, aan de kust) tot Rijnwaarden aan de Duitse grens. De limes liep langs de zuidkant van de toenmalige loop van de Rijn. De limes bestond uit een met steen versterkte weg, die daardoor geschikt was om troepen en vracht over te vervoeren en was versterkt met forten, de zogenaamde castella (enkelvoud castellum) met daartussen wachttorens. De limes is ontstaan toen de Romeinen in 47 n.Chr. definitief van de verovering van heel Germania (zo noemden de Romeinen het grote gebied in West-Europa waar Nederland ook deel van uitmaakte) afzagen. Zij trokken zich terug op de Rijn, die de grens werd. Het project kan worden beschouwd als onderdeel van de legerhervormingen van keizer Claudius, hoewel de uitvoering ter plekke in handen was van zijn generaal Corbulo. In Nederland werden langs de Rijn ca. achttien forten gebouwd. Aan de weg lagen wachttorens waarvan de onderlinge afstand zodanig was, dat men van de ene naar de andere wachttoren lichtsignalen kon afgeven. De limes was o.a. bedoeld om het gebied aan de overzijde van de rivier te beheersen en vijandelijke invallen onmogelijk te maken of te bestrijden.

De militaire voorzieningen waren vooral bedoeld om controle uit te oefenen over de Rijn als één van de belangrijkste verbindingen in het noordelijke deel van het Romeinse rijk. Met name tussen het Duitse Rijnland en Brittannië. Een castellum is een Romeins fort(legerkamp) met gebouwen voor de officieren en barakken voor de manschappen, omgeven door een palissade van hout, later een muur van steen(tufsteen uit Duitsland). Het aantal aanwezige manschappen varieerde rond de 500 man. Een castellum, is een legerplaats voor auxilia (hulptroepen) van het Romeinse rijk; er verbleven ongeveer 500 tot 1000 man, met hun paarden. Ze worden onderscheiden van de castra, de legerplaatsen, waar ruim 5000 man konden verblijven.

De Romeinen brachten nieuwe technieken mee

De Romeinen waren al heel wat verder in diverse technieken dan de oorspronkelijke bewoners van ons land. Enkele voorbeelden: het glas maken bestond al, maar de Romeinen bedachten en ontwikkelden het glasblazen om bijvoorbeeld flesjes te maken. Zij hadden ook de techniek ontwikkeld om dakpannen te maken. Ze haalden tufsteen uit Duitsland naar ons gebied om daar de muren van castella, wachttorens en villa's mee te bouwen. De Romeinen waren de uitvinders van het beton, waardoor sneller en eenvoudiger dikke, stevige muren konden worden gebouwd. Ze bedachten en ontwikkelden de centrale verwarming (zie het plaatje links). Door hun kennis op het gebied van scheepsbouw konden ze stevige (vracht) schepen bouwen om bijvoorbeeld tufsteen en eikenhout vanuit Duitsland naar ons gebied te vervoeren, maar ook voor militair transport. Vervoer over land vond plaats met ossenwagens (houten karren met één of meerdere ossen ervoor), ezelkarren, ezels als pakdier en door mensen (slaven) getrokken karren.

De Bataven (een stam in Nederland) onderhielden, al zeker vanaf 15 v.Chr., vriendschappelijke relaties met de Romeinen. Julius Civilis (van geboorte een Bataaf, was een Romeins burger) kreeg schriftelijk en mondeling te horen dat Vespasianus (behoorde tot de Romeinse keizerlijke familie), waarmee hij in Britannia had gevochten, hem vroeg een opstand te beginnen. Civilis stelde zich, door geheime boodschappen te sturen, in verbinding met andere stammen, zoals de Cananefaten, de Friezen en de Bataafse cohorten (legeronderdeel) die in Britannia en Mogontiacum (Mainz, Duitsland) lagen. In augustus 69 kwamen de Cananefaten, die leefden in het Nederlandse kustgebied, op aandringen van Civilis in opstand tegen de Romeinse bezetters. De opstand van de Cananefaten kwam als een grote verrassing voor de Romeinen. In september 69 begon Civilis, volgens hem in naam van de latere keizer Vespasianus, met de belegering van het grote Romeinse fort Castra Vetera (Xanten,Duitsland). Bij Castra Vetera kwam het tot een confrontatie tussen de Bataven en Romeinen: de Bataven werden uiteindelijk verslagen en sloegen op de vlucht. In september 70 was de opstand neergeslagen.

Bij de castella ontstonden hele dorpen van de inheemse bevolking. Zo'n dorp wordt -in het Latijn- een Vicus genoemd. De vicusbewoners zagen namelijk wel brood in de handel met de Romeinen, omdat die van alles nodig hadden voor het dagelijks leven in hun castellum of wachttoren. Naast de handel ontstonden er ook de nodige romances. De Romeinse cultuur stond sterk onder invloed van de Griekse. Zo transporteerden de Romeinen veel bronzen en marmeren (stand) beelden. De Griekse invloed was ook goed merkbaar op de literatuur als poëzie en toneelstukken, het geven van en luisteren naar redevoeringen. Leven in harmonie met je omgeving (natuur en al wat leeft) en de goden in het heelal, bracht het ware geluk. Volgens het Romeins recht mochten legionairs (soldaten) in het Romeinse leger niet trouwen, maar archeologisch onderzoek wijst uit, dat zij in hun castra (kampen) wel samenleefden met inheemse vrouwen en kinderen. Vooral de maten van het teruggevonden schoeisel laten dit duidelijk zien. Dit gegeven en het feit dat veel inheemse mannen ver weg in Schotland of aan de Donau waren gelegerd, leidt al snel tot de conclusie dat deze soldatenliefjes inheemse vrouwen waren

De Romeinse villa's die werden gebouwd op het platteland kunnen worden ingedeeld in twee verschillende typen: de villa urbana en de villa rustica. De villa urbana diende als woonhuis voor een rijke stedeling. Dit type villa kwam overeen met wat men nu onder een villa verstaat; een luxueuze, vrijstaande woning. De villa rustica, was geen bungalow, maar een herenboerderij waaromheen land, voorraadschuren, het onderkomen voor het personeel en de stallen voor het vee lagen. Na de Bataafse opstand was het 200 jaar rustig in Nederland. Ten zuiden van de limes werden de goede landbouwgronden opgedeeld in grote percelen waarop soms een imposante villa verrees. De eigenaren waren meestal rijke inwoners van de nieuwe steden die de Romeinen stichtten, zoals Maastricht en Nijmegen. De inheemse bevolking werkte op deze landerijen, beoefende ambachten uit of diende in het Romeinse leger. Zo werden nieuwe producten geïntroduceerd en verspreidden de Romeinen hun kundigheid op technisch gebied. Overal in het Rijk nam de plaatselijke bevolking de Romeinse organisatievormen en gewoonten over, nieuwe steden werden gebouwd naar Romeins voorbeeld en op het platteland verrezen de Romeinse villa's. Deze verspreiding van de Romeinse cultuur onder de plaatselijke bevolking noemen we romanisatie !

Nehalennia was een beschermgodin van vissers en zeelui, die in de 2e en 3e eeuw n.Chr. werd vereerd bij de monding van de Schelde (provincie Zeeland) en in Keulen (Duitsland). Er waren in die tijd tenminste twee en misschien drie tempels van Nehalennia aanwezig in wat nu Zeeland is. Deze streek was toen een belangrijke schakel in het Romeinse handelsverkeer met Engeland. Het merendeel van de offerstenen die zijn opgedoken getuigen van het belang van deze handelsroute, omdat het gaat om schenkingen door kooplui na een veilige oversteek naar Engeland. De aanbidding van Nehalennia roept nog veel vraagtekens op, zij wordt soms gezien als de vertegenwoordigster van het hiernamaals, maar waarschijnlijk was zij ook een godin van de vruchtbaarheid. Ze wordt meestal zittend afgebeeld met een hond, wellicht als symbool van trouw, en met vruchten of appels, die begrepen kunnen worden als symbool van vruchtbaarheid of vergankelijkheid. Op 14 april 1970 vond de visser K.J. Bout delen van een Nehalennia-altaar in zijn netten, terwijl hij bij Colijnsplaat (Zeeland) aan het vissen was. Later vond hij circa 200 votiefstenen (stenen met een inscriptie die, uit dankbaarheid voor een uitgekomen verzoek, aan de godin geschonken werden) en resten van een Romeins bouwwerk. Bij Domburg zijn al in 1647 resten van een Nehalennia-tempel gevonden !


Het leven van de Romeinse kinderen

Romeinse kinderen gingen ook naar school (als ze dat konden betalen, anders moesten ze gaan werken) en leerden bijvoorbeeld lezen, schrijven, redevoeringen houden, geschiedenis, aardrijkskunde en wiskunde, afhankelijk van de leeftijd. Sommige kinderen kregen privé les aan huis. Het speelgoed waarmee Romeinse kinderen speelden bestond voorzover bekend uit lappenpoppen, stokpaarden, houten zwaarden, jojo's, trekkarretjes in de vorm van dieren, ballen en knikkers (noten) waarmee spelletjes werden gespeeld. Ook hadden ze allerlei rammelaars met steentjes of bolletjes klei erin, zoals bijvoorbeeld in de vorm van een varken, waarbij de snuit het handvat was. Als het kind dan schudde met het varkentje rammelden de bolletjes klei aan de binnenkant van het varkentje. De kindersterfte was extreem (uitzonderlijk) hoog en ook stierven veel vrouwen bij de bevalling. Adviezen voor de beste verzorging deden dan ook volop de ronde: "baby's moesten worden gewassen in de opgewarmde urine van een volwassene die kool had gegeten", "bij kinderen die niet wilden slapen werd geadviseerd om geitenkeutels in hun luier te doen". Het is duidelijk dat men in die tijd nog eigenlijk niets wist van biologie, ziektes en de bestrijding daarvan !

Bij een jongen was de vader de opvoeder! Hij begeleidde hem tijdens zijn opleiding en bleef hem tot aan zijn dood de baas. Sommige rijke jongens en meisjes gingen vanaf hun zevende naar school. Als ze twaalf waren, mochten alleen de jongens nog verder studeren. De meisjes daarentegen trouwde rond hun veertiende. Op zestienjarige leeftijd trok de jongen de toga virilis aan, hetgeen betekende dat hij zich voortaan moest voorbereiden op een politiek leven. Op twintigjarige leeftijd vatte hij een tien jaar durende militaire carrière als officier aan. Maar dit kon hij alleen doen als hij uit een rijke familie kwam. Nadat hij zijn studies beëindigd had en zijn militaire dienstplicht erop zat, was de jonge Romein klaar om de staat te dienen en een politieke loopbaan aan te vangen. Ondertussen was hij wel al getrouwd met het meisje dat zijn vader voor hem uitgekozen had. De vrouwen moesten voor de kinderen zorgen en een goede echtgenote zijn. Ze gebruikten make-up en droegen een tuniek. Er waren ook maar weinig beroepen die door een vrouw mochten uitgeoefend worden. Je kon priesteres, kapster of arts worden, maar de meeste vrouwen bleven gewoon thuis.

In de derde eeuw verkeerde het Romeinse rijk in een crisis welke het verval inzette. In de 5e eeuw kwam er een eind aan de Romeinse invloed en stonden de middeleeuwen voor de deur.

Auteur: Piotr Michał Jaworski.

SPQR, initialen van het Latijnse SENATUS POPULUSQUE ROMANUS (De Senaat en het Volk van Rome), de zinsnede die fungeerde als de officiële naam van het Romeinse rijk zijnde een Republiek. De afkorting SPQR werd als insigne gebruikt vanaf de tijd van de Romeinse Republiek en stond als inscriptie op openbare gebouwen en triomfbogen. Het is niet bekend waar of wanneer de uitdrukking oorspronkelijk is ontstaan, maar ze is niet weg te denken uit de Romeinse geschiedenis. De vaste uitdrukking wordt in ieder geval vanaf de 1e eeuw v.Chr. algemeen. Het is ten tijde van de keizertijd in gebruik gebleven en zou nog verder worden verspreid over het gehele rijk. Vergaderingen en documenten werden er officieel mee afgesloten en de letters stonden op munten en de vaandels die voor de legioenen werden uitgedragen.

Nagebouwde Romeinse wachttoren bij Fectio. Dit was een Romeins fort (Latijn: castellum) in de provincie Neder-Germanië (Germania Inferior) aan de noordgrens van het Romeinse Rijk (de limes). Het castellum maakte daarin deel uit van een gordel van legerkampen (castra) en verdedigingstorens (turres). Fectio lag destijds dichtbij de plek waar de rivier de Vecht van de Rijn afsplitste, onder het huidige Utrecht.

Vandaag de dag liggen de restanten ervan in Vechten direct westelijk van het rond 1869 voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie gebouwde Fort bij Vechten. Onder Fort bij Vechten lagen de resten van het kampdorp (vicus) dat bij het castellum hoorde.

Romeinse fibula, een kledingspeld die gebruikt werd om kleding vast te spelden, zoals we nu nog de veiligheidsspeld kennen. Een fibula berust op hetzelfde principe, maar verschilde enorm in uitvoering: van heel eenvoudig tot rijk versierde modellen. Een fibula werd zo een sieraad (broche) waar je flink mee kon “showen”.

Bovenstaande zgn. vijfvingerboogfibula (verguld zilver) behoorde ongetwijfeld aan een welvarende Romein. De naald bevindt zich aan de achterkant en is dus hier niet zichtbaar.

Fibilae behoren tot de meest gevonden artefacts, mede doordat ze van metaal gemaakt zijn (metaaldetector).

Info Contact Home

+

+

+

+

+

+

Romeinse castella (forten) in Nederland (de vierkantjes op de kaart). 1: Flevum (Velsen) hier is ook een haven gevonden. 2: Lugdunum Batavorum (Brittenburg). 3: Praetorium Agrippinae (Valkenburg). 4: Matilo (Roomburg). 5: Albaniana (Alphen). 6: ? (Bodegraven). 7: Laurium (Woerden). 8: Misschien Fletio (Vleuten). 9: Trajectum (Utrecht). 10: Fectio (Vechten). 11: Levefanum (Wijk bij Duurstede). 12: Carvo (Kesteren). 13: ? (Meinerswijk). 14: Noviomagus (Nijmegen). 15: Arenacum (Rindern). 16: Burginatium (Kalkar). 17: Castra Vetera (Birten).

Legio II Augusta (Tweede legioen onder Augustus) Re-enactment optreden van een Romeins Legioen uit de 1e eeuw na Chr. in Archeon 2005.

Foto: Frans Bergwerf.

Romeins Castellum.

Het hypocaustum (vloer- en wandverwarming) bestaat uit een verhoogde vloer die van beneden wordt verwarmd door middel van een oven. De vloer rust op kleine bakstenen pijlertjes van ongeveer 60 cm hoog. Daardoor kan de warmte zich onder de vloer verspreiden. Ook zijn de muren van holle bakstenen gebouwd zodat de warmte zich ook daardoor kan verspreiden

(reconstructie in de thermen van themapark in Xanten,Duitsland). Auteur: Sansculotte -  Creative Commons Attribution-Share Alike 2.5 Generic

Romeins amphitheater in Archeologisch park Xanten, Duitsland.

Foto: Magnus Manske (CC BY-SA 3.0)

Hoofd (marmer) van keizer Vespasianus in Palazzo Massimo in Rome.

Auteur: Livioandronico2013 - Licensed under CC BY-SA 4.0

Schema van een Villa Urbana.

 Auteur: de:User Manuel Heinemann  Creative Commons-licentie Naamsvermelding-Gelijk delen 2.0 Duitsland.

Schema van een Villa Rustica.

Auteur: de:User Manuel Heinemann  Creative Commons-licentie Naamsvermelding-Gelijk delen 2.0 Duitsland.

Votiefsteen godin Nehalennia 150-250 na Chr..

Leiden, Rijksmuseum van Oudheden Inv. i 1970/12.3, loan to Zeeuws Museum Middelburg. mystic_mabel from Province Zeeland, The Netherlands.

Maken van replica wasplankjes waar de Romeinse kinderen of soldaten met een houten stift in konden schrijven.  

Foto: Cor Bastinck.

Maken van een Romeinse fibula (kledingspeld) in Archeon.

Foto: Cor Bastinck.


Legio II Augusta (Tweede legioen onder Augustus) Re-enactment optreden van een Romeins Legioen uit de 1e eeuw na Chr. in Archeon 2005.

Foto: Frans Bergwerf.

Eenvoudige bronzen fibula gebruikt door o.a. Romeinse soldaten.

Bovenste: uit de 2e eeuw na Chr., ontbreekt de speld; onderste 1e eeuw na Chr.

Auteur: Shawn Michael Caza. Creative Commons Attribution-Share Alike 2.5 Generic.

Villa urbana Carnuntum ca. 310 n.Chr. in het Openluchtmuseum Petronell  in Oostenrijk.

Foto: PictureObelix Creative Commons-licentie Naamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Oostenrijk

Reconstructie van de Thermen in Romeins Carnuntum, Openluchtmuseum Petronell in Oostenrijk.

Foto: Karl Gruber Creative Commons-licentie Naamsvermelding 3.0 Unported

Romeinse latrine (toiletten) in Carnuntum. Openluchtmuseum Petronell in Oostenrijk.

 Foto: Wolfgang Sauber  Creative Commons-licenties Naamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Unported

Reproductie van een Romeinse Wachttoren aan de limes bij Fort Vechten in Utrecht.

Foto: Niels Bosboom Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported

Middeleeuwen - Karel de Grote - Floris V


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

Romeinse kleding passen.

Foto: Cor Bastinck.


TOP

Boogfibula, 500-550 n. Chr., Alemannic (streek rond Zuid-Duitsland), verguld zilver en niello (zwartsel van zilver, koper en zwavel).

Foto: Daderot. Bron: Cleveland Museum of Art, Cleveland, Ohio, USA. Photography was permitted in the museum without restriction. This artwork is old enough so that it is in the public domain.