Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

App Nederland Ontdekkingsreizigers

Willem van Rubroeck

Info Contact Home

Al eerder ging de Vlaamse Willem van Rubroeck in dienst van de Franse koning Lodewijk IX op ontdekkingsreis. Het Graafschap Vlaanderen (Frans: Comté de Flandre of Comté de Flandres) is een historisch gebied dat deel uitmaakte van de Nederlanden.

De Franse koning Lodewijk IX zond Willem van Rubroeck (1210-1270) over het zuidelijke deel van de Oeral naar Mangu, de grote Khan van de Mongolen, om een alliantie (verbond) op de been te krijgen tegen de islam.

Willem van Rubroeck was een Vlaamse franciscaan en ontdekkingsreiziger. Hij leefde ongeveer van 1210 tot 1270. Hij was afkomstig van Rubroek (Rubrouck), dat nu in Frans-Vlaanderen (België) ligt, dicht bij Kassel. Zijn naam wordt op verschillende manieren gespeld: o.a. Ruysbroeck, Rubroek, Ruysbroek enz. Zijn eerste reis ging naar Parijs, waar hij Roger Bacon (Engelse geleerde en later fanciscaan) ontmoette, die doceerde aan de Parijse universiteit over de leer van Aristoteles (Grieks filosoof 4e eeuw v.Chr.), hetgeen ook Willem bijzonder aansprak. In 1248 ging hij mee met Lodewijk IX, de Franse koning, op de Zevende Kruistocht. Het leger van Lodewijk veroverde Damiate (haven Middellandse Zee) in Egypte, maar werd in een hinderlaag gelokt en gevangen genomen. Lodewijks hele leger werd tegen een enorme losprijs vrijgekocht.

In plaats van met zijn leger naar huis (Frankrijk) te gaan, wachtte Lodewijk vier jaar tevergeefs in Syrië op versterkingen, en stuurde Willem op verschillende tochten. Eerst ging Willem naar Mongolië naar Sartak, heerser van Kiptsjak (mongoolse stam). Na deze expeditie stuurde Lodewijk Willem over het zuidelijke deel van de Oeral naar Mangu (ookwel Möngke, de Grote Khan of Grootkhan), opperste leider van de Mongolen, om een alliantie (samenwerkingsverbond) op de been te krijgen tegen de islam. Hij kreeg van paus Innocentius IV de bijkomende opdracht de aanvoerders van de Mongolen tot het christendom te bekeren. De westerse wereld dacht, dat ergens in Azië een priester Johannes regeerde als koning van een christelijk rijk. Dat was niet het geval, maar de mythe (religieus verhaal) heeft eeuwenlang ontdekkingsreizigers getrokken, die in de (niet bestaande) priester een machtige bondgenoot voor de kruisvaarders dachten te hebben.

In Constantinopel (was de vroegere naam van de huidige stad Istanbul,Turkije) bereidde Willem zich een jaar lang voor op zijn reis, waarbij hij gebruik maakte van reisgegevens van zijn voorganger, André de Longjumeau. Toch maakte hij de vergissing om vanuit Constantinopel verder te reizen met vier ossenkarren. Met paarden zou de reis veel sneller zijn verlopen. Zijn medereizigers waren Batholomeus van Cremona, ook franciscaan, en verder een Dragomaanse tolk (een slaaf uit Constantinopel), de bestuurders van de ossenkarren en een klerk, Gosset.

Franciscaan

De franciscanen of minderbroeders vormen een kloosterorde, bestaande uit volgelingen van Franciscus van Assisi. Deze kwam uit Umbrië (Italië) en samen met zijn metgezellen schonk hij al zijn bezittingen aan de armen om zelf in pure armoede verder te leven. De franciscanen behoren tot de bedelorden (leden hebben geen bezittingen en bedelen voor levensonderhoud). Zo probeerden zij Christus na te volgen.

Op vijf april 1254, na negen dagen onderweg geweest te zijn, ontmoette hij de Khan (heerser mongoolse stam), van de Don-rivier. Die wilde zich niet tot het christendom bekeren en zond de gezanten naar de Grote Khan, Mangu (ook Möngke de Grootkhan:opperste leider van het Mongoolse rijk). Willem bereikte de Mongoolse hoofdstad Karakoroem, maar zijn beide opdrachten mislukten. Tegenover de Grote Khan benadrukten de twee franciscanen dat ze geen diplomatieke functie hadden, om zich te distantiëren (geen bemoeienis mee te hebben) van de politiek. Dat had wel tot gevolg dat ze weken moesten wachten op een onderhoud met Mangu, want diplomaten waren zowat heilig (gaan voor alles) voor de Mongolen.

In de hoofdstad vond hij ook twee Nestoriaanse christenen (Nestorianisme is de leer dat Christus bestaat als twee personen; de man Jezus en de heilige Zoon van God). Ze vroegen hem naar welke richting hij bad, en hij antwoordde: naar het oosten. Toen ze reageerden, wist Willem dat ze christenen waren, en had hij gesprekken met hen. Ze vertelden hem, dat aan het Mongoolse hof, iedereen een heilig ontzag had voor het kruis, want dat hadden was hen zo geleerd. Het Nestoriaanse christendom bleek niet onbelangrijk in het oosten (zelfs de vrouw van Djenghis Khan was Nestoriaans). Toch bleek het niet meer dan een illusie de Mongolen te kunnen bekeren. Een jaar later al ging Willem terug naar Rubroek en schreef hij over zijn reis. Hij beschrijft de landen en de volkeren die hij ontmoette, en zijn religieuze discussies met niet-christenen. Hij vertelt de lezer onder andere over het vreemde schrift van de Chinezen, papiergeld, zijde, de gekaste (klassen)maatschappij, rijstwijn, en over dokters die aan de hand van de hartslag diagnoses stelden en rabarber voorschreven.

Van Rubroecks werk, is nog steeds een erg belangrijke bron over de geografie (aardrijkskunde) en demografie (opbouw van de bevolking naar leeftijd) van het Azië van die tijd. Het werd onder andere door Alexander von Humboldt (was een Pruisisch natuurvorser en ontdekkingsreiziger) zeer gewaardeerd, en werd verschillende keren vertaald en herdrukt. Hierbij een uittreksel uit het werk, over het bereiden van 'Kosmos': "Kosmos, dat is melk van een merrie, wordt op deze manier gemaakt: over de grond strekken ze een lang touw, vastgemaakt tussen twee stokken die in de grond zitten. Rond negen uur binden ze daaraan de veulens vast van de merrie die ze melken willen. Zo laat het paard zich rustig melken; en als één van de dieren rusteloos is, bindt een man één van de veulens los en laat het kort gezoogd worden door zijn moeder. Dan neemt een man weer zijn plaats in."

Lodewijk IX (1214 – 1270), genaamd de Heilige, was koning van Frankrijk van 1226 tot zijn dood. In 1297 werd hij gecanoniseerd (door de Katholieke Kerk heilig verklaard: dat houdt in dat diegene wordt geacht in de Hemel te zijn opgenomen). Nadat Lodewijks vader op 12 november 1226 overleden was, werd hij reeds op 29 november, als jongen van 12, tot koning gekroond in de kathedraal van Reims, die op dat ogenblik nog in de steigers stond. Hij stond aanvankelijk onder voogdijschap van zijn moeder, Blanca van Castilië, die erg beducht was voor een opstand van de feodale (tot de adel behorende) heren. Tijdens zijn regeerperiode hield Lodewijk zich actief bezig met het bekeren van de Mongolen, naar wie hij meermaals een missie zond, die echter altijd onverrichter zake terugkeerde. Dit leverde wel veel informatie op over deze periode van het Mongoolse Rijk. André de Longjumeau (van 1248-1250) en Willem van Ruysbroeck (in 1254) werden er op uitgezonden, omdat men dacht dat de Khagan (Grootkhan:opperste leider van het Mongoolse rijk) Möngke, nog slechts enige overreding nodig had om christen te worden, waarna de weg vrij zou zijn voor priester-koning Johannes (die echter alleen in legenden bestond). De Mongolen zouden dan welkome bondgenoten van de kruisvaarders kunnen worden.

Op 10 juli 1254, na een jaar in Karakorum te zijn gebleven, vingen Van Rubroeck en zijn gezelschap aan met de terugreis. Eenmaal terug schreef zijn Itinerarium (reisgids) over de reis.

De route die Van Rubroeck tussen 1253-1255 volgde

University of Washington (Feb 2006)

+

+

Beeld van Roger Bacon in Oxford University Museum of Natural History.

door Henry Richard Hope-Pinker, 1849–1927 Photograph taken by Michael Reeve

+

+

+

Sartak, ook Sartach of Sartaq (gest. 1256), was de zoon van Batu en diens opvolger als khan van de Blauwe Horde, de latere Gouden Horde. Hij was de kleinzoon van Jochi en de achterkleinzoon van Genghis Khan. Hij was de anda van Alexander Nevski.

Van Sartak wordt gezegd dat hij christen was, in tegenstelling tot zijn vader, een sjamanist en zijn oom Berke, een moslim. Een op 29 augustus 1254 geschreven brief aan paus Innocentius IV bevestigt dit.

Sartak volgde zijn vader op als khan van de gouden horde, maar stierf al in 1256, waarschijnlijk doordat hij vergiftigd was. Hij werd opgevolgd door de zeer jonge Ulaqchi, van wie niet zeker is of het zijn zoon of zijn broer was. Daarna werd Berke khan van de Blauwe Horde. Die was onder Ulaqchi al regent.

Sartak's dochter Theodora was de vrouw van Gleb Vasilkovich van Beloozero en Rostov. Hun nageslacht omvatte mogelijkerwijs ook de stamboom van Ivan de Verschrikkelijke en zeer veel Russische adel.

De oudst bekende afbeelding van Franciscus van Assisi, een fresco in het klooster van San Benedetto in Subiaco.

Own work basing on Stfrancis.jpg from WikiCommons Parzi

Möngke (ook gespeld als Mongke, Möngka, Mangu, enzovoort, ca. 1208 - Chongqing, 1259) was vierde khagan van het Mongoolse Rijk. Hij was de zoon van Tolui en Sorghaghtani Beki, een broer van Koeblai Khan, Ariq Boke en Hulegu en een kleinzoon van Genghis Khan. Möngke was khan van het Mongoolse Rijk van 1251 tot 1259.

Möngke nam voor zijn periode als khan onder andere deel aan de militaire campagne in Europa (1236-1242), als generaal onder zijn neef Batu, de commandant van de Gouden Horde. Deze campagne omvatte veldtochten naar het zuidoosten van Rusland, de vernietiging van Kiev en de aanval van Hongarije. In de zomer van 1241, vóór het voorbarige eind van de campagne, keerde Möngke naar zijn geboorteland Mongolië terug. In 1242 stierf Ögedei en keerde ook Batu terug.

Politiek gezien was Möngke een conservatieve khan, die zijn best deed de yasak, de Mongoolse wet zoals opgesteld door Genghis Khan, te volgen. Tijdens zijn regeerperiode kwam de Vlaamse ontdekkingsreiziger en monnik Willem van Ruysbroeck naar Karakorum. Daar ontmoette hij de Khan en probeerde hij deze te bekeren. Om zijn veiligheid te garanderen, zei van Ruysbroeck dat hij geen politieke missie had, wat Möngke's interesse in hem enorm verminderde. Willem van Ruysbroeck beschreef Möngke als een kleine man, met een stompe neus. Geïnteresseerd in alle religieuze uiteenzettingen, zoals de meeste Mongolen waren, liet Möngke Van Ruysbroeck mee doen aan een soort verbale worstelwedstrijd voor religieuze leiders. De katholieke Van Ruysbroeck zat in een team met nestorianen en Orthodoxe Christenen. De uitkomst van de discussie bleef echter onduidelijk, omdat net als bij een worstelwedstrijd de deelnememers verplicht waren na elke ronde arak te drinken.

Wat en wie vooraf ging:

De eerste bronnen die over André Longjumeau spreken, noemen een missie in opdracht van magister-generaal Jordanus van Saksen in 1228, samen met enkele andere monniken naar het oosten. Hier leerde Longjumeau enkele oosterse talen spreken.

André Longjumeau werd in 1248 door Lodewijk IX naar Mongolië gestuurd met het idee dat hij daar een khagan zou aantreffen die geïnteresseerd was in het aannemen van het Christelijk geloof. Hierbij zou het gaan om Güyük, die hoogstens kennis van het Christendom via Christelijke familieleden had. Güyük was echter al dood toen Longjumeau aankwam in Mongolië. Hij trof de regent, Oghul Ghaimish, de vrouw van Güyük. Longjumeau droeg vele geschenken bij zich, onder meer een draagbare scharlaken schrijn, met gouden afgezet, gestikt met afbeeldingen van het leven van Christus. In de schrijn bevond zich een fragment van het ware kruis.

Voordat het geschenk werd overhandigd, moest Longjumeau tussen twee vuren doorlopen met de geschenken, als reinigingsritueel. De Mongolen geloofden dat dit de eventuele kwade bedoelingen zou tegengaan. Oghul accepteerde de geschenken hierna vol genoegen, ervan overtuigd dat, geheel volgens de traditie van het Mongoolse systeem van verovering, Lodewijk zich aan het Mongoolse Rijk had onderworpen. Ze gaf Longjumeau de opdracht naar Frankrijk terug te gaan met een brief voor Lodewijk. Hierin stond dat hij elk jaar een schatting moest betalen en zo mogelijk volgend jaar de schatting zelf moest komen brengen, zodat hij zich in eigen persoon kon onderwerpen. Ondanks deze tegenslag bleef de Lodewijk de Heilige proberen de Mongolen te bekeren.

Het verslag van André aan zijn koning, die hij in 1251 in Caesarea terug zag, was deels feit, deels fabel. Zijn verslag over de opkomst van het Mongoolse Rijk als grootmacht is onwaar, waarbij hij de eerste leider (waarschijnlijk Genghis Khan) met Priester Jan laat vechten om de macht. Zijn verslagen van de cultuur en manieren zijn echter een stuk waarheidsgetrouwer. Ook zijn verslag over Christenen in Mongolië is correct, hoewel het waarschijnlijk overdreven is te spreken van 800 verrijdbare kapellen voor de nomaden.

Over Longjumeau weten we vooral veel door zijn franciscaanse opvolger, Willem van Ruysbroeck, die de volgende missie naar Mongolië leidde.

Nestorianisme ('leer van Nestorius') is de leer dat Christus bestaat als twee personen; de man Jezus en de heilige Zoon van God (of Logos / Woord) en staat in tegenstelling tot de leer van de twee naturen (Echt God en Echt Mens) van een heilige persoon. De leer is afkomstig van Nestorius (of Nestorios in Grieks), die patriarch van Constantinopel was van 428 tot 431.

Lodewijk IX koning van Frankrijk van 1226 tot zijn dood in 1270, eind 16e eeuw.

Schilder: El Greco. Foto: Coyau  public domain. In het Louvre Museum Parijs.

Model of the Khan Palace in Karakorum in the National Museum of Mongolian History in Ulan Bator

Auteur: Brücke-Osteuropa

Ontmoeting van Saint Louis, koning van Frankrijk, en paus Innocentius IV, in Lyon, in 1248

Auteur: Louis-Jean-François Lagrenée

TOP

+

Willem Bartentsz