Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

App Nederland Ontdekkingsreizigers

Ontdekkers op de Batavia

Ontdekkingsreizigers die voeren op het bekendste VOC-schip: de Batavia.

Info Contact Home

Het VOC-schip de Batavia werd tussen 1627 en 1628 op de Peperwerf in Amsterdam gebouwd. Het schip vertrok voor het eerst op 29 oktober 1628, onder bevel van schipper Adriaan Jakobsz. Eigenlijk was de leider van de expeditie opperkoopman François Pelsaert. De schipper was verantwoordelijk voor de goede vaart, maar hij moest wel bevelen aanvaarden van de opperkoopman. Op 14 april 1629 kwam het schip aan op Kaap de Goede Hoop (Zuid-Afrika) om te foerageren (eten en drinken inslaan). Na 8 dagen vertrok de Batavia weer. Op 4 juni 1629 sloeg het schip lek op een rif van de Wallabi-groep voor de Australische westkust. Het wrak bevindt zich momenteel in een museum in Fremantle, Australië. De Batavia is een zeventiende-eeuws zeilschip, waarvan in de jaren 1985-1995 een replica is gemaakt. De replica is te bezichtigen op de Bataviawerf in Lelystad.

De lading van de Batavia bestond uit 12 kisten zilveren muntgeld en goud, ter waarde van 260.000 gulden, luxe gebruiksgoederen, zilverwerk voor de Mongoolse-keizer Janghir, laken, wijnen, kaas, schitterende kleding, handelswaar en een kistje met zeer kostbare juwelen, zoals een grote agaat (halfedelsteen van 21x30 cm) in 'camee': graveertechniek van edel- en halfedelstenen waarbij de achtergrond wordt weggeslepen om de voorstelling in reliëf te doen uitkomen. Deze camee was in het jaar 312, voor de Romeinse keizer Constantijn gesneden en nu te koop aangeboden door de Antwerpse schilder Rubens. Een andere schat was de "Rubens Vaas" met afbeeldingen van Pan (Griekse god), gesneden uit een enkele agaat (halfedelsteen). Bovendien waren aan boord 130 grote blokken bewerkt zandsteen, die een poort moesten gaan vormen in de nieuwbouw van het Kasteel van Batavia; tijdens de reis fungeerden ze als ballast.

De dramatische geschiedenis van de Batavia spreekt tot op de dag van vandaag tot de verbeelding. De Batavia was een zogenaamd spiegelretourschip: het was het belangrijkste type transportschip van de V.O.C., een zeilschip dat gebruikt werd voor vervoer van goederen en personen. Tevens waren de schepen bewapend met hetzelfde type kanon, als op de oorlogsschepen van de Republiek, alleen minder in aantal. Ook wat betreft het uiterlijk verschilden de schepen niet veel van elkaar. De hoofdrolspelers waren de opperkoopman Francois Pelsaert, de schipper Adriaan Jakobsz en de onderkoopman Jeronimus Cornelisz. Opperkoopman Pelsaert en schipper Adriaan Jakobsz hadden elkaar op de vorige thuisreis al ontmoet. Pelsaert had Jakobsz toen terechtgewezen en Jakobsz had daardoor een hekel aan Pelsaert gekregen. Het toeval wilde dat ze op deze reis naar Batavia weer samen moesten werken. Onderkoopman Jeronimus Cornelisz was eigenlijk een failliete (gestopte onderneming door blijvende schulden) apotheker uit Haarlem met ketterse (tegen één of meer stellingen van de Kerk) denkbeelden en die daarom moest vluchten uit de Republiek (Nederland). Tijdens de reis naar Batavia (Indië) ontstond, door weerzin tegen Pelsaert bij schipper Jakobsz, het idee het schip de Batavia te kapen.

Destijds vervoerden de VOC-schepen op de heenreis veel goud en zilver, om in de Oost handel te kunnen drijven. Waarschijnlijk dachten de aanstaande kapers daaraan voldoende te hebben, om een goed leven in een onbekende haven te gaan leiden. Adriaan Jakobsz en Jeronimus Cornelisz verzamelden daarom een groep gelijkgestemden om hen heen en hadden al een incident (voorval) gearrangeerd waaruit de muiterij (scheepsopstand en overname van het schip) moest ontstaan, maar het plan kon niet worden uitgevoerd door de schipbreuk op de archipel:'Houtman Abrolhos eilanden', nu de 'Wallabi-koraalriffen' voor de westkust van Australië. Na zo veel mogelijk mensen veiliggesteld te hebben op de archipel (eilandengroep), zeilden opperkoopman Pelsaert en schipper Jakobsz met de grote sloep van het schip naar Batavia (stad) om hulp te halen. Jeronimus Cornelisz, die achterbleef, was zich er van bewust dat Pelsaert in Batavia de vermeende kaping zou rapporteren en dat hij door zijn mede-muiter, schipper Adriaan Jakobsz, in een kwaad daglicht zou worden gesteld, en misschien wel de volledige schuld in de schoenen zou krijgen geschoven. Hij zette dus het plan van de muiterij door: hij wilde proberen het hulpschip, dat wellicht zou terugkomen uit Batavia, dan te kapen, om daarmee alsnog een veilig heenkomen te zoeken.

Daarvoor was het echter nodig om een overwicht op de eilanden te verkrijgen. Hij deed dit enerzijds door groepen krachtige schipbreukelingen, onder valse voorwendselen, naar afgelegen eilanden te verplaatsen, en daarna door moordpartijen onder verwachte tegenstanders te organiseren. Zijn kapersgroepje voerde een waar schrikbewind onder de reizigers: ca. 120 mensen werden door hen vermoord. De laatste slag die hij moest leveren, het uitschakelen van de soldaten die hij naar een ander eiland had verplaatst, werd echter onderbroken door de komst van het reddingsschip Saerdam. De leider van de soldaten, Wiebbe Hayes, kon Pelsaert, die het schip aanvoerde, tijdig waarschuwen voor de ophanden zijnde kaping. Pelsaert en zijn mannen waren daardoor snel in staat de opstand de kop in te drukken. Vrijwel alle deelnemers aan de muiterij kregen ter plaatse, of later in Batavia, de doodstraf. Alleen schipper Adriaan Jakobsz weigerde ook na martelingen te bekennen en het bewijs tegen hem kon niet sluitend gemaakt worden. Het is onbekend wat zijn lot uiteindelijk was.

Hoewel Pelsaert geen rol speelde in de muiterij werd hem door de VOC wel aangerekend dat hij te weinig gezag had getoond. Wiebe Hayes werd voor zijn verdediging beloond en bevorderd. Opmerkelijk is verder dat Jeronimus Cornelis, de leider van het schrikbewind op de eilanden, zelf geen moorden had gepleegd. Zijn intelligentie, overtuigende praat en lage moraal, waren voldoende om anderen daartoe te brengen. Van de 341 opvarenden van de Batavia kwamen er uiteindelijk slechts 68 in Batavia (stad) aan. In 1647 werd het relaas onder de titel 'Ongeluckige Voyagie, van't Schip Batavia, Nae de Oost-Indien' uitgegeven. Dit boek werd waarschijnlijk samengesteld op basis van François Pelsaert’s journaal.

Op initiatief van scheepsbouwer Willem Vos is op de Bataviawerf in Lelystad een replica gebouwd, of beter gezegd een reconstructie op basis van de uit archieven bekende hoofdmaten van het oorspronkelijke schip. Ten tijde van de bouw van de Batavia werkten scheepsbouwers nog niet met bouwtekeningen, maar op basis van een systeem van afgeleide maten, dat van vader op zoon werd doorgegeven. De meeste informatie over 17e- eeuwse schepen komt uit geschreven bestekken (ontwerpen met daarin ook de benodigdheden, werktijd enz.), de bekende boeken van Nicolaas Witsen en Cornelis van IJk, schilderijen en tekeningen. Van de Batavia zijn geen afbeeldingen bekend.

Details zijn door de bouwers van de replica daarom zelf ingevuld, op basis van onderzoek van verwante schepen uit deze periode. Het schip is zo veel mogelijk voorzien van alle details uit die tijd, van het beeldhouwwerk op de spiegel tot het 'allemansend'. Dit is een stuk touw met daaraan een kwast, om de billen schoon te vegen, waarna het allemansend weer terug in zee werd gegooid. Door het zoute zeewater bleef het uiteinde van het touw schoon. Het andere gedeelte van het touw zat vast aan de reling, op de plaats waar de manschappen hun behoefte deden. De bouw van de replica begon op 4 oktober 1985 en werd afgesloten met de tewaterlating en doop door Koningin Beatrix op 7 april 1995.


Wrak geborgen

Nadat het wrak in 1963 is teruggevonden zijn munten, kanonnen, en talloze andere artefacten boven water gehaald en geconserveerd. Al deze onderdelen zijn tentoongesteld in het Western Australian Museum in Geraldton en het Western Australian Museum – Shipwreck Galleries in Fremantle, beide musea delen de collectie. Een gedeelte van de achterzijde van de romp staat in Fremantle tentoongesteld. In Geraldton is de toegangspoort te zien die als ballast aan boord was en moest fungeren als poort in Batavia. Van deze poort staat een replica in Fremantle. Tot op heden vindt er archeologisch onderzoek plaats op Beacon Island, waar nadat de woningen van vissers zijn afgebroken, nog steeds menselijke resten worden gevonden.


Schipbreuk

De schepen van de VOC voeren destijds van Kaap de Goede Hoop niet op een noordoostelijke koers rechtstreeks naar Straat Soenda (tussen Java en Sumatra), maar op een oostelijke koers in de richting van Australië. Deze route was sneller doordat gebruik gemaakt kon worden van de gordel van westenwinden tussen 30º en 65º ZB, en ook beter voor de opvarenden en de lading om dat de evenaar op de route naar Batavia (Nederlands-Indië) maar éénmaal in plaats van driemaal gepasseerd werd. Om te voorkomen dat men, deze koers volgende, op de Australische kust zou stranden was het wel zaak om op het juiste moment in noordelijke richting af te buigen. Hiervoor was een nauwkeurige bepaling van de geografische lengte nodig, maar dat was in die tijd een probleem omdat er nog geen betrouwbare uurwerken bestonden. Ook de uitvinding van het slingeruurwerk in het midden van de 17e eeuw bracht geen verbetering, want dit instrument was aan boord van schepen vanwege de deining onbruikbaar. Men probeerde bij gebrek aan beter de lengte zo goed mogelijk te bepalen aan de hand van de gevaren koers en de provisorisch gemeten snelheid van het schip. Meestal ging dit goed, maar in de loop der jaren heeft toch een aantal VOC-schepen onder de Australische kust schipbreuk geleden. Behalve de Batavia bijvoorbeeld de Vergulde Draak (1656), de Zuytdorp (1712) en de Zeewijk (1727).

In de vroege ochtend van 4 juni 1629, zeilde de Batavia op volle snelheid toen de verkenner de indruk had dat het schip in ondiep water kwam. Toen hij de schipper, Adriaan Jacobsz, waarschuwde besliste die om uiteindelijk niet de koers te wijzigen, omdat hij dacht dat om een weerspiegeling van maanlicht ging. Kort daarop strandde de Batavia op volle snelheid op Morning Reef in de Wallibigroep. Van de 322 opvarenden werden de meeste met de sloep naar het nabijgelegen Beacon Island verplaatst, hoewel 40 personen verdronken. Pogingen om het schip vlot te krijgen door een gedeelte van de lading te lossen faalden en de in de opvolgende dagen werd het schip volledig uit elkaar geslagen door de golven.

Afgezien van problemen met de navigatie zou ook de op handen zijnde muiterij een rol kunnen hebben gespeeld bij de schipbreuk van de Batavia. Het is mogelijk dat schipper Adriaan Jakobsz, een van de hoofdrolspelers in het complot, een route had gekozen waarvan hij kon verwachten dat de andere schepen van de vloot de Batavia niet weer in het oog zouden krijgen. Dit zou een verhoogd risico tot gevolg gehad kunnen hebben. De opperkoopman en gezagvoerder Pelsaert lag toen ziek te kooi, zodat de koersafwijking hem, naar men hoopte, zou ontgaan.

+

+

+

+

Het spiegelretourschip was het belangrijkste type transportschip van de V.O.C., een zeilschip voor vervoer van goederen en personen. Tevens waren de schepen bewapend met hetzelfde type kanon als op de oorlogsschepen van de Republiek, alleen een kleiner aantal. Ook qua uiterlijk verschilden de schepen niet veel van elkaar.

De V.O.C. kende drie klassen spiegelretourschepen. De grootste klasse was een schip met een lengte van 42,25 meter (150 Amsterdamse voet), de middelste klasse had een lengte van 39,05 meter (138 voet) en de kleinste klasse 36,8 meter (130 voet). Later, in 1626, kwam daar een klasse voor 45,28 meter (160 voet) bij en alleen voor Zeeland werd een uitzondering voor nog grotere schepen gemaakt, 48,11 meter (170 voet).

Het woord "spiegel" zou zijn afgeleid van de vorm van de platte achterkant van een S-spant schip. De vorm van die achterkant lijkt op een handspiegel uit die tijd.

Bekende spiegelretourschepen:

De Hoorn: verging in 1619 in de buurt van Sumatra door een brand gevolgd door ontploffing schip (lading buskruit)

De Batavia: verging in 1629 door op een rif te lopen bij Australië.

De Prins Willem: verging op de terugreis van Batavia naar Nederland in 1662

De Geldermalsen: verging in de Zuid-Chinese Zee in 1752.


+

+

+

+

+

+

François Pelsaert

Na een aantal zeereizen te hebben gemaakt vertrok hij in opdracht van de VOC op 28 oktober 1628 van Texel als opperkoopman en bevelhebber van de 500 ton zware Oost-Indië vaarder Batavia, het vlaggenschip van een konvooi van acht schepen. Aan boord van de Batavia waren 300 soldaten en burgers. Als vracht had het onder andere een grote hoeveelheid zilver, bedoeld om in het oosten waardevolle specerijen te kopen.

De Batavia volgde de door Hendrik Brouwer in kaart gebrachte zuid-route. Het liep op een koraalrif bij Houtman Abrolhos. De meeste passagiers en bemanningsleden wisten veilig van boord te komen en op een klein eiland aan land te gaan.

Pelsaert vertrok met een klein deel van de bemanning in een kleine boot noordwaarts en beloofde hulp te halen. Na zijn vertrek begon onderkoopman Jeronimus Cornelisz met een aantal handlangers een waar schrikbewind. De meeste bemanningsleden vonden de dood.

Toen Pelsaert ten slotte terugkeerde, werden de voornaamste gangmakers geëxecuteerd. Hij stelde het verhaal uitgebreid te boek in De Ongeluckige Voyage van 't Schip Batavia nae den Oost-Indien, uytgevaren onder E. Francisco Pelsaert, gebleven op de Abrolhos, enz., Amst. 1648.

Jeronimus Cornelisz

Hij was een uit Friesland afkomstige apotheker en later onderkoopman van de Verenigde Oostindische Compagnie. Nadat zijn schip de Batavia voor de kust van West-Australië was vergaan, voerde hij een waar schrikbewind over de overlevenden. Op zijn bevel werden meer dan honderd mensen omgebracht.

Hij ging naar Amsterdam, waar hij in dienst trad van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Hij werd op het gloednieuwe schip Batavia geplaatst, dat in oktober 1628 naar Java zeilde.

Cornelisz' belangrijkste drijfveer om naar de Oost te gaan lijkt de wens te zijn geweest om zijn verlammende financiële positie te herstellen. Tijdens de lange reis raakte hij bevriend met de schipper van de Batavia, Ariaen Jacobsz. Hij en Jacobsz waren ontevreden over de leiding van de commandant van het schip, de koopman Francisco Pelsaert. Ze speelden met de gedachte aan een muiterij. Voordat dit complot echter tot uitvoering kon worden gebracht strandde de Batavia in een archipel van koraaleilanden voor de kust van West-Australië en ging verloren. Meer dan 200 overlevenden konden aan land worden gezet.

Toen Pelsaert en Jacobsz met de enige grote boot op weg gingen naar Java om hulp te halen, bleef Cornelisz als een van hoogsten in rang met bijna alle schipbreukelingen achter op de eilanden. Hij was de belangrijkste verantwoordelijke voor een reeks van wandaden na het vertrek van Pelsaert. Tijdens meerdere slachtpartijen kwamen ongeveer 120 bemanningsleden op gruwelijke wijze om. Door toedoen van Winschoter Wiebbe Hayes werd uiteindelijk erger voorkomen; Cornelisz werd gevangengenomen en ter dood veroordeeld. Zijn beide handen werden afgehakt, waarna hij tezamen met een aantal medemuiters werd opgehangen.

TOP

Abel Tasman- de Dodo

De Batavia - replica -.

 Foto: Malis

De spiegel van de Batavia, replica liggend aan de werf in Bataviastad.

Foto: S.J. de Waard / CC-BY-SA-3.0 (via Wikimedia Commons) https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Houtsnijwerk_van_de_Batavia_(25).JPG

Titelpagina van het Nederlandse boek uit 1647 over de "Ongeluckige voyagie, van't schip Batavia".

Scanned from a facsimile of the original book, published in The Voyage of the Batavia (Australian Maritime Series Number Two), Hordern House, 1994.

Poepdoos aan boord op het dek replica de Batavia.

Foto: S.J. de Waard / CC-BY-SA-3.0 (via Wikimedia Commons)

Batavia van boven gezien.

Maritime Museum Fremantle, Australië.

Foto: Marlene Oostryck (Wiki Takes Fremantle participant) (CC BY 3.0)

De replica van de Batavia op het Markermeer gedurende een filmopname in 2007.

Foto: ADZee

Kanon van de Batavia.

In het Scheepswrak Museum in Fremantle, Australië

Beacon eiland (de Batavia verging hier), Abrolhos Islands, Westkust van Australië. Eiland waar de overlevenden van het wrak van de  Batavia verbleven en waar de meeste van hen gruwelijk werden vermoord.

Foto: Vunz (CC BY-SA 4.0)

Ruïne Wiebbe Hayes Fort, West Wallabi Island, WA. Oudste europees gebouw in Australië.

Foto: Vunz (CC BY-SA 4.0)

Afbeelding 6 uit het Nederlandse boek uit 1647: Ongeluckige voyagie, van't schip Batavia”.

Scanned from a facsimile of the original book, published in The Voyage of the Batavia (Australian Maritime Series Number Two), Hordern House, 1994.

Afbeelding 4 uit het Nederlandse boek uit 1647: Ongeluckige voyagie, van't schip Batavia”.

Scanned from a facsimile of the original book, published in The Voyage of the Batavia (Australian Maritime Series Number Two), Hordern House, 1994.

Nagebouwde Kombuis aan boord van de Batavia, Bataviawerf in Lelystad.

Foto: Ökologix op de Duitstalige Wikipedia

Deel van het achterschip van de Batavia en replica van de toegangspoort in de Shipwreck Galleries in Fremantle, Australië.

Auteur: Vunz (CC BY-SA 4.0)