Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

App Nederland Ontdekkingsreizigers

Abel Tasman - de Dodo

Info Contact Home

Abel Janszoon Tasman was een Nederlands ontdekkingsreiziger, afkomstig uit Lutjegast in Groningen. Hij is het meest bekend door zijn reizen tussen 1642 en 1644 in dienst van de VOC, uitgezonden door Anthonie van Diemen. Tijdens deze reizen ontdekte hij het Van Diemensland (nu beter bekend als Tasmanië) en Nieuw-Zeeland. Tasman was al eerder op ontdekkingsreis geweest. In 1639 was hij tweede man van de expeditie van Matthijs Quast, waarbij de zeeën ten oosten van Japan werden onderzocht. Zijn taak was het land te onderzoeken dat toen bekend stond als Nieuw-Holland (het tegenwoordige Australië), waarvan de westkust al door Nederlanders ontdekt was, en om vast te stellen of het een deel was van Terra Australis, een vermeend(gedacht, maar niet bestaand) zuidelijk continent. De VOC hoopte dat op die wijze dit continent ontdekt en voor de handel geopend zou worden.

Op zijn eerste reis (1642-1643) voer Tasman van Batavia (het huidige Jakarta,Indonesië) met twee kleine schepen, de Heemskerck en de Zeehaen, eerst naar het eiland Mauritius (eiland in de Indische Oceaan), om van de gunstige wind te kunnen profiteren en van daaruit oostwaarts te varen. Hij miste op deze wijze Australië, maar ontdekte wel na zo'n 9000 km zeilen vanaf Mauritius, het eiland Tasmanië. Hij doopte het Van Diemensland, maar de Engelsen hernoemden het later naar zijn ontdekker, Tasmanië. Na een kort onderzoek van het eiland voer hij verder naar het oosten, en ontdekte Nieuw-Zeeland, dat hij Statenland noemde, ten onrechte denkende dat het verbonden was met een stuk land, zuidelijk van Zuid-Amerika. Hij voer verder noordwaarts langs de westkust van Nieuw-Zeeland. Nabij de noordpunt van het Zuidereiland (Nieuw-Zeeland bestaat uit twee eilanden met een zeestraat er tussen) sloeg hij het anker uit in een baai waar, tijdens de enige ontmoeting die hij met Maori's (oorspronkelijke bewoners Nieuw-Zeeland) gehad heeft, vier van zijn mannen gedood werden. Hij noemde de plaats Moordenaarsbaai (het huidige Golden Bay) en zeilde verder noordwaarts, maar miste de zeestraat 'Straat Cook' (zou later door James Cook ontdekt worden), die het Noorder- en het Zuidereiland scheidt, en nam daarom aan dat Nieuw-Zeeland een enkele landmassa was. Tijdens de terugreis naar Batavia, ontdekte hij ook nog Tonga.

Op zijn tweede reis, in 1644, volgde hij de zuidkust van Nieuw-Guinea. Hij wendde de steven al, voordat hij de 'Straat Torres' tussen Nieuw-Guinea en Australië had kunnen ontdekken, en zette zijn reis westwaarts voort langs de noordkust van Australië, die hij volledig in kaart bracht. Vanuit het oogpunt van de VOC waren Tasmans ontdekkingen een mislukking: hij had geen geschikt handelsgebied gevonden, noch verbeterde zeeroutes naar bekende gebieden. Gedurende meer dan een eeuw (tot de tijd van James Cook), zou de reis van Tasman het enige Europese bezoek aan Tasmanië en Nieuw-Zeeland blijven. Australië werd nog wel enkele malen bezocht, maar meestal alleen bij toeval.

In april 1648 kreeg Abel Tasman de leiding over een expeditie van acht schepen met 900 zeelui en 250 soldaten, die als doel had om bij de Filipijnen de Spaanse zilvervloot uit Mexico te onderscheppen. Het nieuws van de op 30 januari van dat jaar gesloten 'Vrede van Münster' was nog niet doorgedrongen in Zuidoost-Azië, en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden probeerde op deze manier de Spanjaarden een flinke slag toe te brengen. De expeditie slaagde er echter niet in om één van de Spaanse galjoenen te veroveren. Nadat een door de Nederlanders achtervolgd Spaans schip zichzelf tot zinken had gebracht, trokken de schepen van Tasman langs de kust van de Filipijnen, waarbij in het kustgebied werd geplunderd. Na dit mislukte eerste deel van de opdracht zeilde de vloot door naar Siam (het huidige Thailand) om daar, als tweede deel van hun opdracht, de koning van Siam bij te staan bij de oorlog tegen zijn vijanden. De oorlogsplannen van de koning van Siam waren echter gewijzigd en de schepen waren daardoor niet meer nodig. In januari 1649 keerden ze terug in Batavia. Abel Tasman overleed in 1659 in Batavia.

De eerste Europeanen die Nieuw-Zeeland aandoen zijn Abel Tasman en zijn bemanning, die in december 1642 in het noorden van het Zuidereiland contact leggen met plaatselijke Maori's. De ontmoeting verloopt erg stroef en nadat enkele manschappen gedood zijn, vertrekt deze Nederlandse ontdekkingsreiziger, zonder aan land te zijn geweest, richting Tonga. In oktober 1769 gaat de Britse luitenant James Cook wel meerdere keren aan land, en hij is in staat handel te drijven met de Maori's. Vanaf ongeveer 1790 bezoeken Britse, Franse en Amerikaanse walvisvaarders regelmatig de wateren rondom Nieuw-Zeeland en enkele decennia later vestigen de eerste Europeanen zich op Nieuw-Zeeland. Als gevolg van de Europese inmenging en de verkoop van wapens aan Maori's, breken er regelmatig schermutselingen uit tussen Maori's onderling en Europeanen (die Pakeha worden genoemd). In een poging een eind te maken aan de onenigheden over landverdeling, wordt op donderdag 6 februari 1840 door enkele Maori stamhoofden en vertegenwoordigers van de Britse Kroon, het Verdrag van Waitangi getekend. Vanaf dat moment is Nieuw-Zeeland een zelfstandige Britse kolonie en zijn er afspraken over de verdeling van land.

Tot de Republiek Mauritius behoren de eilanden Mauritius, Rodrigues, Agalega en de Cargados Carajos Eilanden, die met elkaar slechts 71 km² groot zijn, in de Indische Oceaan. Het eiland Mauritius was onbewoond, tot het in 1598 voorzichtig gekoloniseerd werd door de Vereenigde Oostindische Compagnie; men noemde het naar Prins Maurits, graaf van Nassau, de zoon van Willem van Oranje. Het werd pas vanaf 1638 als aanleghaven gebruikt, toen het fort Frederik Hendrik was gebouwd, maar echte kolonisatie en vestiging wilde niet erg vlotten. Wel ontwikkelden de Nederlanders er met succes de suikerteelt; nog altijd vormt de export van suiker een zeer belangrijke bron van inkomsten voor het eiland. Verder werden de geit, apen, ratten en enkele andere uitheemse diersoorten binnen gebracht. Laat in de zestiende eeuw werd de unieke inheemse dodo ontdekt, door Hollandse zeelieden ook wel walgvogel genoemd. In de zeventiende eeuw is deze, tijdens de Nederlandse kolonisatie, uitgestorven. Er resten alleen tekeningen en delen van het skelet van het dier. Nadat de Nederlanders in 1710 naar de Kaap de Goede Hoop waren verhuisd, omdat dat beter op de route lag, werd Mauritius in 1715 gekoloniseerd door de Fransen. In 1810 werd het door de Engelsen veroverd en in 1814 ingelijfd bij Groot-Brittannië. Pas in 1968 verkreeg het eiland onafhankelijkheid.

De dodo (Latijn:Raphus cucullatus) was een vogel die niet (meer) kon vliegen en leefde op het eiland Mauritius. Het dier was ongeveer een meter hoog, zwaar en kon venijnig van zich afbijten met zijn grote snavel. Verder zou hij vrij hulpeloos zijn geweest. Zijn voedsel bestond uit fruit, planten en mogelijk ook kleine prooidieren. De dodo had, tot de komst van Nederlandse kolonisten, geen natuurlijke vijanden. De eerste vermelding van de dodo kwam in 1507 van Portugese zeelieden, onder leiding van kapitein Pedro de Mascarenhas. Er zijn veel verhalen in omloop, dat dodo's in groten getale door de matrozen als etenswaar van het eiland gehaald zijn. In het journaal van de Tweede Schipvaart (1598) onder 'Jacob Cornelisz. van Neck' en 'Wybrant van Warwijck' wordt voor het eerst vermeld: "Dese voghels noemdem wy Walchvoghels, eensdeels om dat, alhoewel sy langh soden, seer tay om eeten waren,.. ." Anderen beschrijvingen geven het idee, dat het vlees eerder taai dan vies was. Steven van der Hagen (de eerste admiraal VOC) at gezouten dodo. Roelant Saverij (Nederlandse kunstschilder) tekende (in 1626) en schilderde (twee jaar later) een dodo, die meegebracht was op de terugreis. Er zijn onderzoekers die veronderstellen, dat de dodo vooral uitstierf door het gewroet van de varkens en door de honden, ratten en apen die het op de eieren en jongen hadden voorzien.

De dodo behoort samen met de Rodriguessolitaire (Pezophaps solitaria) tot de onderfamilie van de Dodo's (Raphinae), een vogelonderfamilie uit de orde duifachtigen (Columbiformes). De dodo wordt vaak loopvogel genoemd omdat hij niet kon vliegen, maar behoort niet tot de biologische groep met dezelfde naam, de loopvogels (Ratites), een groep waartoe de struisvogels en de kiwi's (Apterygiformes) behoren.

De Dodo

De eerste vermelding van de dodo kwam in 1507 van Portugese zeelieden onder leiding van kapitein Pedro Mascarenhas. Het eiland was nog onbewoond toen enkele schepen uit de Tweede Schipvaart in 1598 het eiland aandeden om vers water en voedsel te zoeken. Ze noemden het eiland Mauritius naar prins Maurits, de zoon van Willem van Oranje.

De scheepsbemanningen noemde de grote gemuteerde duif walgvogel, en dodaars vanwege het dotje veren op de kont van de vogel. De huidige naam dodo is afgeleid van dodaars (een watervogel met een vuilwitte 'poederdons' op het achterlichaam, vandaar zijn naam "dodde-aars"). In het journaal van de Tweede Schipvaart (1598) onder Jacob Cornelisz van Neck en Wybrant van Warwijck wordt voor het eerst vermeld:

“Dese voghels noemdem wy Walchvoghels, eensdeels om dat, alhoewel sy langh soden, seer tay om eeten waren, doch de maghe met de borst was seer goet, ten anderen uyt oorsaken dat wy de menichte vande Tortelduyfkens conden becomen, de welcke ons vry wat lieffelicker van smaeck waren (...)”

Andere historische en archeologische bronnen geven weer een ander beeld. Het reisverslag van het VOC-schip de Gelderland (1602) vermeldt het volgende over de dodo:

“Dese vogels vanckt men op het eijlandt Mauritius in grote menichten want sij en connen [niet] vlien ende is goet eeten ende verversing. Hebben dickmaels steenen inde maech ende als eijren somtijts grooter ende cleijnder. Sijnde genaempt griffeendt ofte cermes gaensen.”

In 1606 beschreef Cornelis Matelieff de Jonge in zijn verslag de merkwaardige flora en fauna van het eiland, waaronder de dodo. Steven van der Hagen at gezouten dodo. Een van de bemanningsleden van een schip onder Pieter Willemsz. Verhoeff werd door de dodo in zijn bil gebeten. Roelant Savery tekende in 1626 en schilderde twee jaar later een dodo, die meegebracht was op de terugreis.

In 1646 wordt in het boek “Begin ende Voortgangh van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde Oost-Indische Compagnie” de volgende beschrijving gegeven:

“Men vinter … sekeren vogel, die van sommige Dodaersen genaemt wort, van andere Dronten, de eerste die hier arriveerden hietense walgh-voghels om datse andere genoech konden krijgen.”

De citaten geven het idee dat het vlees eerder taai dan vies was.

TOP

Mauritus en de laatste dodo

Het eiland bleef onbewoond totdat de Vereenigde Oostindische Compagnie het in de 17e eeuw koloniseerde. Ze noemden het eiland Mauritius naar prins Maurits, de zoon van Willem van Oranje. Mauritius werd door de VOC als aanloophaven gebruikt voor reizen naar Azië en Japan, of terug naar het vaderland, waarbij de Nederlandse commandeur Adriaan van der Stel op het eiland een suikercultuur zou invoeren. In 1638 had Nederland op Mauritius een groot fort gebouwd, genoemd naar stadhouder Frederik Hendrik, de halfbroer van de naamgever prins Maurits. De loopvogel leed wel enigszins onder de gevolgen van de kolonisatie, maar zou daardoor niet uitsterven. Er zijn veel onjuiste verhalen in omloop dat dodo's in groten getale door de matrozen als etenswaar van het eiland gehaald zijn. In het afval van het Nederlandse fort zijn geen dodobotten gevonden, wel allerlei botten van door de kolonisten meegevoerde diersoorten zoals honden, apen, varkens en geiten. Er zijn onderzoekers die veronderstellen dat de dodo vooral uitstierf door toedoen van die dieren, bijvoorbeeld door het gewroet van de varkens en door de honden, ratten en apen die het op de eieren en het gebroed hadden voorzien. Ook het kappen van de bomen is waarschijnlijk van invloed geweest.

De laatste waarnemingen van de dodo zijn tegenstrijdig: dodo's zijn gezien in 1669,

“Zagen dat dese revier ... ongeveer noch een halve mijl verder op tegens eenige zantduyntjes ... te niet liep, daer 't veer aff zeer vlack is, en liepen by duyzenden walck en oock andere vogels, in...”

In het Natuurhistorisch Museum van Port Louis (Mauritius) bevindt zich het meest complete dodo-skelet, gevonden in 1904 door de kapper Etienne Thirioux.

Matthijs Quast- Maarten de Vries- Hendrik Hamel

Tasmansroutes.

Made by Andre Engels based on a public domain map from CIA.

+

+

+

+

+

+

+

Moordenaarsbaai (nu Golden Bay), Nieuw- Zeeland, 1642.  

Dutch National Archives. Tekening: Isaack Gilsemans (died about 1645).  This is the first European impression of Māori people.

Houtsnede door Gilsemans uit reisdagboek Abel Tasman (1642-1643, uitbeeldend de kleding, boten en nederzettingen van de bevolking van Tongatapu.

Detail van de kop van een dodo (uit het reisverslag van het VOC-schip de Gelderland, 1602)

Reconstructie skelet uit overblijfselen van twee dodo's, aangevuld met gipsdelen in Naturalis Biodiversity Center, Leiden.

Bron: Naturalis Biodiversity Center/Wikimedia Commons

Abel Tasman met vrouw en dochter, 1637.

Schilder: Jacob Gerritsz. Cuyp. Bron: National Library of Australia. Black bar at bottom cropped off.

Oorlogsdans Maori, 1850.

Kunstenaar: Merrett, Joseph Jenner, 1816-1854. Australian National Library, URL, Reference No.nla.pic-an5527261

Nieuw Zeelandse Maori meisjes in 1895 of 1896.

Foto: Edward Reeves (1898) Brown Men and Women: or, The South Sea Islands in 1895 and 1896, Swan Sonnenschein & Co., p. 19

Leefgebied van de dodo, het eiland Mauritius.

Auteur bewerking: Peter Maas