Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

App Nederland Ontdekkingsreizigers
Info Contact Home

Matthijs Quast- Maarten Vries- Hendrik Hamel

In opdracht van de VOC werden vanuit Indië diverse kortere ontdekkingsreizen uitgevoerd rond de tweede helft van de 17e eeuw.

Matthijs Quast was een Nederlandse ontdekkingsreiziger die in 1639 werd uitgezonden door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), om twee eilanden te ontdekken die ten oosten van Japan zouden liggen. Van deze eilanden werd gezegd dat ze zeer rijk waren, en ze heetten dan ook Rica de Oro (Rijk in Goud) en Rica de Plata (Rijk in Zilver). Quast had reeds enkele reizen naar Japan, China en Siam (huidige Thailand) gemaakt. Naast het opsporen van de eilanden, diende hij ook het gebied ten noorden van China te onderzoeken, met name Korea en Tartarije (Siberië). Voor dit doel kreeg hij twee kleine schepen. Quast zelf voer op de Engel, onder commando van Lucas Albertsen, terwijl de tweede man van de expeditie, Abel Tasman, het commando op de Gracht had. Quast verliet Batavia (huidig Jakarta, Indonesië) op 2 juni 1639, en bereikte de open zee vanaf Luzon (het grootste eiland van de Filipijnen) op 10 juli. Gedurende een aantal maanden voer hij kriskras door het deel van de Grote Oceaan, waar de eilanden zouden moeten liggen. Zijn sterke wil om de eilanden te vinden, blijkt niet alleen uit een extra hoge bonus die hij uitloofde voor de persoon die als eerste het land zag, maar ook voor zware straffen voor mannen die op wacht in slaap vielen: vijftig zweepslagen voor de eerste overtreding, honderd zweepslagen voor de tweede keer, en voor een derde fout de doodstraf. Maar het was tevergeefs, er werden geen gouden of zilveren eilanden ontdekt.

Op 25 oktober 1639 gaf Quast zijn zoektocht op. Zijn schepen, die al bij het begin van de expeditie in niet al te beste staat waren (de VOC gebruikte de goede schepen voor handelsreizen met zekere winst, niet voor expedities zoals die van Quast), werden nog slechter. Ook leidde het gebrek aan vers voedsel (groente en fruit) tot scheurbuik (gebrek aan vitamine C) bij de bemanning. Quast besloot daarom niet naar Tartarije (gebied ten oosten van het Oeral, gebergte) door te varen, zoals oorspronkelijk de bedoeling was, maar direct naar Formosa (vroegere naam voor het huidige Taiwan) te varen. Toen hij daar Fort Zeelandia (gesticht door de VOC voor de handel met China) bereikte, op 24 november, waren 41 van zijn 90 bemanningsleden al overleden. De expeditie was geen succes. Weliswaar waren de Bonin-eilanden (zuidelijk van Japan) ontdekt en de kust van Japan beter in kaart gebracht, maar er waren geen handelsmogelijkheden ontdekt, of andere voor de VOC interessante resultaten geboekt. De VOC zou nog een tweede expeditie naar het gebied sturen, onder leiding van Maarten Gerritsz. Vries. Hierbij werden Hokkaido (meest noordelijke van de vier grote eilanden van Japan), Sachalin (Russisch eiland) en de zuidelijke Koerilen (lint van Russische eilandjes, noordoostelijk van Japan) ontdekt. De tweede man van Quasts expeditie, Abel Tasman, maakte later twee beroemde reizen naar de zeeën rond Australië.

Gouverneur-generaal Anthonie van Diemen (in Indië) was een actief bestuurder, er op gebrand zijn gebied uit te breiden. Nadat hij een memorandum had ontvangen van Willem Verstegen, en de expeditie van Matthijs Quast was mislukt, stuurde hij in samenwerking met Cornelis van der Lijn en Joan Maetsuycker, Maarten de Vries (de Castricum) en Hendrick Cornelisz Schaep (de Breskens) erop uit om het gebied ten noorden en oosten van Japan te verkennen. Het doel was het vinden van rijke goud- en zilverlanden, waarover sinds jaar en dag in Spaanse verhalen gerept werd.

Maarten Gerritszoon de Vries was een Nederlandse ontdekkingsreiziger en commandeur van de Vereenigde Oostindische Compagnie, die er door Van Diemen op uitgestuurd werd om het gebied ten noorden en oosten van Japan te verkennen. Het doel was het vinden van rijke goud- en zilverlanden, waarover in Spaanse verhalen gerept werd. Op vier april 1643 begon de ontdekkingsreis. Door een zware storm op negentien mei voor het eiland Hachi jojima op 32° 33' NB, raakten de schepen elkaar kwijt voor het eiland dat meteen Ongeluckich werd genoemd. De Castricum leed bijna schipbreuk op de klippen en zeilde met verlies van ankers door.

De Castricum landde op 22 mei op de kust van Honshu, plaatselijk bekend als Fukushima. Een week lang wordt gewacht, en de vissersbevolking komt stiekem op bezoek op het fluitschip en ruilt gerookte zalm tegen arak en tabak. Zoals afgesproken wordt op gezette tijden een kanon afgeschoten om contact te maken met het zusterschip Breskens, maar zonder resultaat. Hendrick Cornelisz Schaep landde op tien juni 1643 op de kust bij Yamada. De bemanning is met een list (bezoek aan courtisanes) van boord gelokt, gevangengenomen en naar Edo (naam van Tokio) getransporteerd.

De Vries besloot door te zeilen en bracht de kustlijn van het noordelijke Japanse eiland Hokkaido in kaart, evenals Oeroep, een onderdeel van de Koerilen, en Sachalin, waar hij als eerste Europeaan voet aan wal zette. Ze maken contact met de Aino-bevolking.

Als het jacht de Breskens is weggevaren uit Yamada en op zoek gaat naar de goud- en zilvereilanden komt het op negen november de Castricum op haar terugreis tegen en horen het verhaal over de courtisanes van schipper Schaep, de koopman en wiskundige Willem Bijlevelt, twee jongens en zes matrozen. Op achttien november 1643 lopen beide schepen veilig de haven van Tayouan binnen.

Helemaal perfect was het werk van Maarten de vries niet. Korea wordt op zijn kaarten als een vreemd gevormd eiland afgebeeld. Ook mist hij de zeestraat tussen Hokkaido en Sachalin. In 1646 werd hij benoemd als commandeur in een vijftal expedities naar Manilla, maar de aanslag op de stad mislukte. Er werden een kerk en een klooster veroverd en twee Dominicaner geestelijken zijn naar Java gebracht. Bij de laatste expeditie ontsnapten de drie schepen vanwege een gunstige wind. Er waren 600 zieken aan boord, waaronder De Vries, die aan het einde van het jaar stierf en mogelijk een zeemansgraf kreeg.

Hendrik Hamel was een Nederlands zeevaarder. Hij is vooral bekend geworden door zijn reisverslag en is in Europa tijdenlang de enige bron van informatie geweest over Korea. Hoewel hij tegenwoordig door het Nederlandse volk bijna vergeten is, eren de (Zuid-)Koreanen hem als een nationale held, omdat hij hun land bekendheid gaf in het Westen. Hamel was VOC-boekhouder en stapte in 1653 in Batavia aan boord van het schip 'De Sperwer' voor een korte tocht naar de Nederlandse handelspost Deshima (kunstmatig eilandje in de haven van Nagasaki in Japan). Door de plotseling oprukkende storm sloeg het schip kapot op een onbekende kust, die de kust van Korea bleek te zijn. Van de 64 opvarenden overleefden 36 de schipbreuk. Eerst dachten de bemanningsleden dat ze op een onbewoond eiland zaten, maar al gauw zagen zij zich omringd door soldaten van de plaatselijke gouverneur. Die namen de Nederlanders gevangen, die met handen en voeten probeerden duidelijk te maken, dat ze weer weg wilden, naar Japan. Uiteindelijk liet de gouverneur tot hun verbazing een tolk halen: de Nederlandse Jan Jansz. Weltevree. Hij vertelde dat de Koreanen hem al 26 jaar vasthielden. De schipbreukelingen moesten volgens hem rekenen op hetzelfde lot. Jan Jansz. Weltevree kreeg gelijk. De Koreaanse koning, Hyojong van Joseon, wilde de vreemdelingen niet laten gaan. Hij nam ze in dienst en onderhield ze. Hoewel de Nederlanders voortdurend ontsnappingsplannen maakten, pasten ze zich met de jaren steeds meer aan. Ze leerden Koreaans, kochten huisjes en verdienden wat geld met bedelen en verhalen vertellen. Na 13 jaar lukte het Hendrik Hamel en zeven anderen toch te ontkomen. Met een klein scheepje voeren ze naar Japan, waar ze zich meldden bij de handelspost. In opdracht van de VOC beschreef Hamel de gebeurtenissen en het land. Hij vertelde thuis van hun ontmoeting met Jan Jansz. Weltevree, die op het moment van hun vertrek nog leefde en ongeveer 70 jaar oud was. Door zijn verhaal ging Korea leven in Europa en daar zijn de Zuid-Koreanen nu nog trots op. Vanwege de historische band die dankzij Hamel tot stand is gebracht, is de Nederlandse gemeente Gorinchem (geboorte- en begraafplaats van Hamel) in 1998 een partnerschap aangegaan met de Zuid-Koreaanse gemeente Gangjin. Momenteel wordt in Gorinchem gewerkt aan een museum over Hamel en zijn reis: het Hamelhuis.



Jan Jansz.Weltevree

Jan Jansz.Weltevree werd geboren rond 1595, volgens Hendrik Hamel in De Rijp, al spreken andere bronnen van Vlaardingen. Hij monsterde aan op het schip 'Hollandia' en vertrok op 17 maart 1626 naar Nederlands-Indië. Daar aangekomen vertrok hij in 1627 vanuit Batavia op het schip 'Ouwerkerck'. Vanwege stormen duurde de reis langer dan gepland en Jan Janszn. en de scheepsmaten Dirck Gijsbertz. en Jan Pieterse Verbaest gingen aan land op het eiland Jeju, ongeveer 18 kilometer ten zuiden van het Koreaans schiereiland. Ze werden door Koreanen gevangen genomen en de 'Ouwerkerck' vertrok zonder de mannen. De Joseondynastie die op dat moment heerste, hield er een isolatiepolitiek op na en de bezoekers mochten het land niet meer verlaten. Jan Jansz. nam de naam Pak Yon aan en werd een belangrijke regeringsfunctionaris. Jan Jansz. trouwde met een Koreaanse vrouw met wie hij twee kinderen had. Volgens Weltevree zouden zijn twee scheepsmaten zijn omgekomen in 1636, terwijl ze meevochten in het Koreaanse leger. Dat gebeurde tijdens een inval van de Manchu (leger van de laatste keizerlijke dynastie van China). Toen in 1653 het schip 'De Sperwer' schipbreuk leed onderweg van Batavia naar Taiwan, met Hendrik Hamel aan boord, trad Jan Jansz. op als vertaler en adviseur van de koning.


Fort Zeelandia

Fort Zeelandia was een Nederlands fort dat gebouwd werd tussen 1624 tot 1634 door de VOC, bij Anping (Taian) op het eiland Formosa, vandaag de dag Taiwan. De Nederlanders kozen een zanderig schiereiland (Taoyuan) vlak voor de kust van Tainan als plaats voor het fort omdat het zo makkelijk toegankelijk was vanaf zee voor (sluik)handel tussen China en Japan en ook voor bevoorrading en versterking vanuit Batavia (Java,Indonesië) in tijden van nood. Er was nergens in de buurt zoet water (drinkwater) te vinden, dus dat moest worden aangevoerd vanuit het binnenland. Op 30 april 1661 belegerde generaal Zheng Cheng Gong uit China het fort, dat werd verdedigd door 2000 Nederlandse soldaten. Zheng Cheng Gong voerde de aanval uit met de hulp van 400 oorlogsschepen en 25000 manschappen, en verraste de aanwezige Nederlandse vloot onder leiding van Jan van der Laan, compleet. Na een belegering van negen maanden en met het verlies van 1600 Nederlanders, gaven de Nederlanders zich op 1 februari 1662 over, toen duidelijk werd dat er geen versterking uit Batavia zou komen en bovendien het drinkwater opraakte. De laatste Nederlandse manschappen verlieten het fort en gingen terug naar Batavia.

Simon van der Stel- Willem de Vlamingh- Jacob Roggeveen

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Het Aziatisch handelsgebied, 17e eeuw.

Schilder: Nicolaas Visscher, 1681

Gravure voorstellende het uitmoorden van de Chinese bevolking van Batavia op 9 oktober 1740.

Ets: Jakob van der Schley Origineel: Adolf van der Laan. In  Rijksmuseum Amsterdam.

Gouverneur-generaal Antonio van Diemen, van het voormalige Nederlands Oost-Indië.

In Rijksmuseum Amsterdam.

Het nagebouwde Hendrik Hamelhuis in Gorinchem, tevens museum, geopend op 4 juni 2015.

Foto: Leo R

Hendrik Hamel Museum, Yeosu, Zuid Korea.

Foto: Davey400  Creative Commons-licenties Naamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Unported, 2.5 Algemeen, 2.0 Algemeen en 1.0 Algemeen

Aankomst van de Nederlanders op Formosa in 1624.

Reproductie van een plattegrond van Batavia uit circa 1627, zoals de situatie was in 1627. Geheel links is het vierkante kasteel van Batavia zichtbaar. Het was in die tijd het meest noordelijke bouwwerk van de stad. Binnen in het kasteel bevond zich overheidsgebouwen en de woning van de gouverneur. De oude loop van de rivier de Ciliwung is hier nog goed zichtbaar; de rivier kronkelt zich aan de westkant van de stad langs de nieuwe Hollandse bebouwing. Later is de rivier hier rechtgetrokken om als verdedigingsgracht dienst te doen. De vier beroemde hoekbastions met de namen van edelstenen, waren in deze tijd ook nog niet gebouwd. Binnen in de stad en vlak buiten de stad zijn de tuinen en aanplant te zien voor de verbouw van rijst en groenten.

Collectie Tropenmuseum

Stadsmuur van Edo (Tokio) met wachttoren.

 Geretoucheerde Foto: Tamamura_Kozaburō (1868)

Groen eiland= Taiwan (voorheen Formosa) met fort Zeelandia

Zicht op Fort Zeelandia.

 Foto: Diego Ruschel Bron: Fort Zeelandia Museum

Fort Zeelandia op het eiland Formasa (nu Taiwan) na 1624,

Waterverftekening. Foto: Blaeu

TOP