App Nederland Feest - en gedenkdagen 


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

Sinterklaasfeest

Info Contact Home

Sinterklaas of Sint-Nicolaas is de hoofdfiguur in het gelijknamige jaarlijkse volksfeest (oorspronkelijk alleen een kinderfeest) dat op 5 december (pakjesavond) wordt gevierd. Onze moderne vorm van het sinterklaasfeest komt waarschijnlijk voort uit het prentenboekje Sint Nikolaas en zijn knecht (1850) van de onderwijzer Jan Schenkman (1806 - 1863), maar het kinderfeest zelf heeft een veel oudere oorsprong.

In verschillende delen van Europa wordt het kinderfeest van Sint-Nicolaas eveneens gevierd, maar de manier waarop verschilt per streek. De twee belangrijkste verschillen zijn de manier waarop Sinterklaas arriveert, en het uiterlijk van zijn knecht.

Nicolaas werd vermoedelijk geboren in het jaar 280 in Patara, vlakbij Myra, zie hieronder. Al op een leeftijd van 19 jaar werd de jonge Nicolaas door zijn oom, de bisschop, tot priester gewijd en legde hij de kloostergeloften af. Zijn oom sprak de verwachting uit dat Nicolaas zelf óók bisschop zou worden wat ook inderdaad gebeurde: hij werd bisschop van Myra (dichtbij het hedendaagse Demre ten zuidwesten van Antalya in de zuidwestelijke kuststreek van Lycië  in Turkije). Hij stierf op 6 december in Myra in het jaar 342 of 352. Hij werd later heilig verklaard en vanaf die dag heet Nicolaas: Sint-Nicolaas.

Verschillende legendes staan aan de grondslag van Sint-Nicolaas als beschermheilige van kinderen. Zo is er de legende van de drie scholieren die door een herbergier werden gedood maar door Sint-Nicolaas weer tot leven werden gewekt, de legende van de drie arme dochters die dankzij giften van Sint-Nicolaas konden trouwen, of de legende van het kind dat in het bad door Sint-Nicolaas werd behoed voor verbranding. In de middeleeuwen werd op Duitse en noord-Franse kloosterscholen het Sint-Nicolaasfeest gevierd. Tijdens een mirakelspel verscheen de heilige voor de kinderen, en hij beloonde ijverige leerlingen en vermaande luie leerlingen. De Sint-Nicolaasviering liep samen met het kinderbisschopsspel (ca. 1300 - ca. 1600). Op 6 december werd in die tijd een kinderbisschop met aanhang gekozen. Zij werden van voedsel en geschenken voorzien. Andere kinderen kregen geld en een vrije dag om op 6 december feest te kunnen vieren. De waarschijnlijk oudste vermelding daarover komt uit Dordrecht. 1403 is er sprake van het uitdelen van allerlei lekkers. Kinderen gingen in die tijd verkleed in een optocht door de straten en kregen bisschopsgeld van voorbijgangers.

In de Utrechtse Nicolaaskerk werd vanaf 1427 geld in kinderschoenen gedaan.

In de loop der jaren transformeerde Sinterklaas tot een boeman die gebruikt werd om kinderen schrik aan te jagen. In de late 18e eeuw keerde men zich tegen het straatfeest van Sinterklaas en het rondhangen, en ook tegen dit beeld van de boeman. Het feest moest gebruikt worden om kinderen gehoorzaamheid en ijver bij te brengen. Sinterklaas werd een onderdeel van de opvoeding en het feest kreeg een plaats in het onderwijs en het gezin. De boeman was afgedaan, de traditionele bisschop werd teruggehaald. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw begon Sinterklaas in persoon zijn opwachting te maken in de maatschappij. Tot dan toe was hij slechts een mythisch persoon geweest, waarvan weliswaar de sporen in de schoentjes op 6 december zijn aanwezigheid aantoonden, maar die verder niet zichtbaar was.

Een pakjesavond was voor de Tweede Wereldoorlog geen algemeen verschijnsel. De crisisjaren speelden daarin een grote rol. De toenemende welvaart na de oorlog bood echter meer ruimte voor een geefcultuur, een geschenkenfeest in het kader van het oer-Hollandse sinterklaasfeest. Het schoentje zetten op pakjesavond was in veel gezinnen vlak na de Tweede Wereldoorlog gebruikelijk. Dit ceremonieel was omgeven door een sfeer van geheimzinnigheid.

Sinterklaas transformeerde echter gaandeweg van onzichtbare magische brenger van wonderbaarlijke gaven tot een opa-achtige kindervriend, die de kinderen met zijn zwarte pieten thuis met een zak vol cadeautjes bezocht.

Ouders gaven hun kinderen in eerste instantie zelfgemaakte cadeaus en later gekochte cadeautjes. Ook grote bedrijven en verenigingen zorgden ervoor dat de kinderen van hun werknemers of leden met Sinterklaas iets kregen.

Pakjesavond is er al lang niet meer alleen voor kinderen. Volwassenen geven elkaar, meestal anoniem, geschenken, al dan niet voorzien van een sinterklaasgedicht of verpakt als 'surprise'. Vaak wordt door middel van lootjes trekken anoniem bepaald voor wie men een cadeautje moet kopen.

Pakjesavond is vooral een Nederlands gebeuren.

Zwarte Piet is de hulp van Sinterklaas. Hij is vooral te herkennen aan het feit dat hij zwart of bruin geschminkt is, en aan een soort page kleding uit de zestiende of zeventiende eeuw. Verder heeft Zwarte Piet een kapsel van zwarte krullen. Volgens de overgeleverde traditie komt Zwarte Piet tijdens het Sinterklaasfeest in december de cadeautjes brengen. Hij klimt door de schoorstenen van de huizen wanneer de mensen slapen. In de aanloop naar het feest wordt Piet volgens de folklore herhaaldelijk op de daken gesignaleerd, alwaar hij aan de schoorsteen luistert of de kinderen wel braaf zijn. Het strooien van pepernoten en dergelijke is zijn specialiteit.

Verder treedt Zwarte Piet op als hulp van Sinterklaas om bijvoorbeeld zijn boek of staf te dragen. Sommige Pieten kunnen ook heel goed jongleren, op handen lopen of op een eenwieler fietsen. Tijdens pakjesavond op de vijfde december bonst Zwarte Piet hard op de deur en ramen, soms met de roe, en laat zak (ken) met cadeautjes achter.

Schoen zetten. In Nederland zet men vanaf ten minste de 15e eeuw de schoen. In eerste instantie gebeurde dat in de kerk en was de opbrengst voor de armen. Uit archiefstukken blijkt dat vanaf 1427 in de Sint-Nicolaaskerk in Utrecht schoenen werden gezet op 5 december, pakjesavond. Rijke Utrechters legden wat in de schoenen en de opbrengst werd verdeeld onder de armen op 6 december, de officiële sterfdag van de Heilige Nicolaas.

Uit de 16e eeuw bestaan beschrijvingen van het schoen zetten door kinderen in de huiskamer. Kunstschilder Jan Steen heeft in de 17e eeuw de sinterklaasochtend op twee schilderijen vastgelegd. Daarop is ook goed te zien wat de kinderen in hun schoen kregen. Vaak was dat naast speelgoed verschillende soorten snoepgoed zoals speculaas, kruidnoten, pepernoten, borstplaat, chocoladeletters, taaipoppen en marsepein. Dit zijn eeuwenoude lekkernijen die in traditionele vormen werden gemaakt. Als drank werd chocolademelk en warme bisschopswijn geschonken. Opvallend is dat vooral jongens een roe of zakje zout in de schoen vonden.

Tegenwoordig is het sinterklaasfeest een familiefeest en zetten kinderen hun schoen klaar vanaf het moment dat de Sint in het land is aangekomen.

Zwarte Piet

Oorspronkelijk had Sinterklaas geen helper. In 1850 introduceerde de onderwijzer Jan Schenkman in zijn leesboekje "Sint Nikolaas en zijn Knecht" drie nieuwe zaken, die allemaal zijn blijven hangen in de Sinterklaas-folklore: een knecht (hulp) voor Sinterklaas, het paard (een schimmel), de intocht en de stoomboot uit Spanje. De knecht heeft in het boekje nog geen naam, en was gekleed als een page.

In 1859 werd voor het eerst een artikel gedrukt waarin hij Pieter wordt genoemd, en in 1895 was de naam Zwarte Piet al in zwang geraakt. Gaandeweg de twintigste eeuw bedacht men dat als één Zwarte Piet leuk is, meerdere Zwarte Pieten leuker zouden zijn. Zo waren bij de eerste officiële intocht van de Sint in Amsterdam in 1934 zes Pieten aanwezig. Ook in Nederlands-Indië en gedurende de mobilisatie voor de Tweede Wereldoorlog in Nederland zien we in de jaren dertig vorige eeuw, meerdere Pieten opduiken. Na de Tweede Wereldoorlog organiseerden Canadese militairen in Nederland een Sinterklaasviering met een massa Zwarte Pieten. Sindsdien wordt Sinterklaas vergezeld door vele Pieten, tegenwoordig vaak met voor ieder een eigen taak.

Terwijl Sinterklaas altijd statig en gedistingeerd is, gedragen de Pieten zich als acrobaten en grappenmakers die vaak kwajongensstreken uithalen.

Een andere verandering die Zwarte Piet doormaakte was dat hij door de jaren heen steeds minder als kinderschrik ging fungeren. In de 19e eeuw werd van Zwarte Piet vaak verteld dat hij het hele jaar door voor Sinterklaas bekeek wat de kinderen deden (Alles ziet die slimme Piet, zich vergissen kan hij niet).

Was je stout, dan liep je het risico dat je in de zak werd meegenomen naar Spanje. Gaandeweg gingen die scherpe kanten eraf en werd Zwarte Piet een echte kindervriend.         

+

+

+

+

De eerste afbeelding van de knecht van Sint Nicolaas, hier nog gekleed als een page. Sinterklaas houdt het grote boek nauwkeurig bij.

Uit: 1850 Jan Schenkman - Sint Nikolaas en zijn knecht, G. Theod. Bom, Amsterdam z.j.

Sinterklaas intocht per boot.

Foto: MarkDB

"Sinter Claes en de drie jongens, die hij tot leven zou hebben gebracht. 16e eeuwse afbeelding op de Dam. St.-Nicolaas is de patroon van Amsterdam.

Foto: Aloxe.

Sint Nicolaas en Zwarte Piet (1905). De intocht van Sinterklaas en Zwarte Piet. Het bijbehorende versje beschrijft de aankomst van de bisschop, zijn knecht draagt de kist met geld. De kinderen juichen.

Illustratie uit: Jan Schenkman, St. Nikolaas en zijn knecht (Amsterdam, 1905). Bij het versje 'Plechtige intocht van St. Nicolaas' (blz. 4). Bron: DBNL (dbnl.org).

TOP

Intocht Sinterklaas, Schiedam in 2009.

Foto: Arch