App Nederland Feest - en gedenkdagen 

Sint Maarten - feest

Info Contact Home


Sint-Maarten wordt op 11 november, gedenkdag van de bisschop Maarten (Martinus) van Tours, of soms de avond ervoor (ivm overlap cranaval de 11e van de 11e), gevierd in steeds meer delen van ons land. Als kinderbedelfeest was Sint-Maarten lange tijd een feest voor de armen. Rijke burgers zagen hun kinderen er liever niet aan mee doen. Pas in de jaren 1920 en 1930 veranderde deze houding. Sint-Maarten werd nu juist gezien als een mooie, eigen traditie, die behouden moet worden.

Sint-Maarten wordt niet overal op dezelfde wijze gevierd. In sommige plaatsen worden optochten georganiseerd, in andere worden vreugdevuren ontstoken. Algemeen is de lampionnentocht. Deze komt het meest voor in de noordelijke provincies en in Noord-Holland (daar wordt het keuvelen genoemd). De kinderen maken lampionnen of hollen suikerbieten uit en gaan met de brandende lichtjes (waxinelichtje) erin langs de deuren. Daar zingen ze speciale Sint-Maartensliedjes en krijgen in ruil snoep of fruit. Vroeger werd het lichtje rondgedragen in een uitgeholde biet. Hoewel dit dus nog steeds gedaan wordt, zijn kleurige, door de kinderen gemaakte, lampionnen nu het meest gebruikelijk. In ons land worden de lampionnen vaak tijdens de schooltijd gemaakt. Tegenwoordig worden de lampionnen veelal met behulp van batterijen verlicht. Vroeger werd veel gebruikgemaakt van de foekepot (rommelpot) om de liedjes die bij de rondgang werden gezongen te begeleiden. Het Sint-Maartengebruik werd toen "foekepotterij" genoemd.

Dat het feest niet verdwijnt, maar zich verder verspreidt, zien we in Amsterdam. Het feest werd hier al honderden jaren niet meer gevierd, tot het in de laatste tientallen jaren van de twintigste eeuw in de buitenwijken opdook onder invloed van omliggende gemeenten in de meer agrarische gebieden. Aan het begin van de 21e eeuw verschenen aan de welgestelde Amsterdamse grachten de eerste lampionnen. Aan de overkant van 't IJ in het Amsterdam-Noord van vlak na de Tweede Wereldoorlog, werd "Sinteremaarten" gevierd met een tot lampion uitgesneden koolraap, suikerbiet of voederbiet.

De vreugdevuren zijn vooral typisch voor Limburg, meestal in combinatie met een optocht. Men verzamelt zich hier in de kerk waar het verhaal van Sint-Maarten verteld wordt. Vervolgens loopt men in een lampionnenoptocht naar een groot vuur (een zogenoemde troshoop) waar 'de arme man' van het vertelde verhaal zich kan warmen. De kinderen krijgen traditioneel een oliebol uitgereikt.

In Herk-de-Stad (Sint-Martinus gemeente) worden er met Sint-Maarten pannenkoeken gebakken.  

Maarten van Tours (Sint-Maarten) werd geboren in 316 in Hongarije als zoon van Romeinse ouders. Op jonge leeftijd werd hij soldaat en als 15-jarige trok hij naar Gallië. Volgens de legende ontmoette hij bij een stadspoort van Amiens (Frankrijk) een bedelaar, aan wie hij de helft van zijn mantel gaf. Omdat de helft van de mantel eigendom was van Rome kon hij alleen zijn eigen helft weggeven. Volgens de legende was deze bedelaar een verschijning van Jezus, of stond de bedelaar symbool voor Christus die Zelf zei: "Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed." Maarten liet zich bekeren en verliet het leger. Hij leefde enige tijd als kluizenaar op het eiland Gallinaria bij Genua, en verder stichtte hij een klooster bij Poitiers, het eerste klooster op Franse bodem. In 371 werd Maarten door de bevolking van Tours (Frankrijk) gekozen tot bisschop. Volgens een overlevering vond hij zich niet waardig genoeg voor dat ambt, en verstopte hij zich in een ganzen- of zwanenhok. Maar toen zijn aanhangers hem gingen zoeken, gingen de ganzen te keer waardoor zijn schuilplaats ontdekt werd. Zo kwam het dat hij alsnog tot bisschop gewijd kon worden.

Als bisschop zette hij zich in voor de verdere verspreiding van het Christendom. Hij stichtte ook diverse kerken. Om de zaak van een van zijn gelovigen te bepleiten die onterecht terechtgesteld dreigde te worden, reisde hij naar keizer Maximus in Trier. Deze bemoeienis had echter geen succes.

In 397 stierf Maarten aan koortsen. Hij was toen ongeveer tachtig jaar oud. Hij werd op 11 november begraven in de basiliek van Tours. Al gauw na zijn dood kwam de verering op gang en in de 7e eeuw werd er een nieuwe basiliek aan hem gewijd. In zijn nog bestaande graf liggen slechts een stuk schedeldak en een armbot, de overige botten werden verkocht ter verering als relikwie (onder meer in de Dom van Utrecht). Mogelijk is de rest bij plunderingen verloren gegaan.

Maarten zou enkele wonderen hebben verricht. Zo zou hij op een dag langs een landerij zijn gelopen waar diep verdriet heerste omdat het knechtje zich had verhangen, waarop Maarten zich over het lijk gestrekt zou hebben en er enige tijd bij bad, waarop het kind weer tot leven kwam.

Een andere keer zou Maarten een heel oude tempel vernield hebben en een door de heidenen vereerde pijnboom willen omhakken. Hierop zou hij zijn uitgedaagd; de heidenen zouden de boom zelf wel omhakken, maar zo, dat hij op Maarten zou vallen. Als Christus werkelijk zou bestaan zou hij zijn volgeling wel redden, bedachten de heidenen. Maarten zou deze uitdaging hebben aangenomen en geboeid zijn neergelegd, maar door een wonder zou de boom de verkeerde kant opgevallen zijn en verpletterde bijna de heidenen zelf.

Bij een stadspoort van Parijs zou hij een melaatse tegemoet getreden zijn en hem op het gezicht hebben gekust, tot ontsteltenis van alle aanwezigen. De zieke man was echter terstond genezen.

+

Sint-Maarten, hier nog gewoon Martinus, geeft de helft van zijn mantel weg.

Schilder: Anthony van Dyck (1599–1641)


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.